Zondag 02/10/2022

Matthew Kneale laat de geschiedenis oplevenRecensie door Annick Schreuder

'Engelse passanten' is geen oppervlakkig verhaal, ook al is het toegankelijk en leesbaar

Matthew Kneale

Engelse passanten

Uit het Engels vertaald door Barbara de Lange De Bezige Bij, Amsterdam, 416 p., 999 frank.

Bestaat er zoiets als een echt mannenboek? Of een typisch vrouwenboek? Er zijn mannenbladen, ja, en damesromannetjes, zeker, maar aan welke criteria zou een mannen- of vrouwenboek moeten voldoen? Ik vraag het me af naar aanleiding van Engelse passanten van de Brit Matthew Kneale, waarvan ik na lezing als eerste reactie had: dat is een echt mannenboek. Er wordt gevloekt en getierd dat het een lieve lust is, moord en doodslag zijn aan de orde van de dag, en smokkelende en muitende zeelieden spelen om beurten kapitein aan boord van een oude driemaster. Alleen de seks ontbreekt. Maar de kwalificatie 'mannenboek' is te mager en stereotiep. In ieder geval als genreaanduiding tekortschietend om Engelse passanten in onder te brengen. Want hoewel het mogelijk meer aan mannen zal appelleren dan aan vrouwen, is het in de eerste plaats een meeslepende en knap geschreven historische roman die veel meer te bieden heeft dan ruwe bolsters en een enkele blanke pit.

Het door de vele vertelperspectieven (er zijn een twintigtal vertellers) aanvankelijk complex aandoende verhaal speelt zich in wezen op twee locaties af en in twee tijden. Het begint in juni 1857 met het verslag van kapitein Illiam Kewley, afkomstig van het florerende Isle of Man. Als hij naar een Engelse bestemming vaart om zijn lading haring te lossen is zojuist de douane aan boord gekomen om zijn schip, de Sincerity, aan een minutieus onderzoek te onderwerpen. Men verdenkt Kewley ervan smokkelwaar mee te voeren, en hoewel dat juist is (Kewley heeft de schuit van een dubbele romp voorzien waartussen vaten uitstekende Franse cognac en balen tabak verborgen zitten), vinden de beambten niets. Toch wordt de kapitein een enorme boete opgelegd.

Die kan hij nooit betalen en omdat hij, gezien de kostbare inhoud, het schip niet stel op sprong kan verkopen, rest hem niets anders dan de Sincerity als charter aan te bieden om met het huurgeld zijn schuld te af te lossen.

Verhaaltechnisch is dit slechts een aanleiding om de Engelse passanten boord te krijgen, een merkwaardig trio dat zich om uiteenlopende redenen verenigd heeft in een expeditie naar de Engelse kroonkolonie Tasmanië. Aan boord komen de heren dr. Thomas Potter, arts te Londen en onderzoeker van onder meer het menselijk ras en de (vermeende) hiërarchie daarbinnen; eerwaarde Geoffry Wilson, wiens missie erin bestaat aan tonen dat de bijbelse Hof van Eden op Tasmanië gevestigd was; en ten slotte Timothy Renshaw, een werkschuwe botanist die zich liever overgeeft "aan het verkeerde slag vrouwen" dan aan de wetenschap.

De drie passagiers, enkele bemanningsleden en kapitein Kewley brengen om beurten verslag uit van hun belevenissen. Zo delen we in de louche plannen van de kapitein, die voortdurend aangepast moeten worden als gevolg van piraten, slecht weer en hem op de hielen zittende douaniers. We hangen mee over de reling met een de eerste weken constant zieke pastoor en volgen hem in zijn beproevingen en uiteindelijke godsdienstwaanzin. We verbazen ons over de ietwat weekhartige Timothy die, door zijn familie gedwongen op reis gestuurd, zich te pletter verveelt aan boord. En we krijgen de merkwaardige observaties van dr. Potter voorgeschoteld, die in zijn aantekenboek in een soort telegramstijl de bemanning categoriseert in hogere en lagere menstypen (waarbij iedereen aan boord van het schip, behalve Potter zelf, in de lagere regionen eindigt). Een fragment van zijn bevindingen tijdens een tussenstop op de Kaapkolonie in juni 1857: "stad = zeer belangwekkend voor zelf (Potters aanduiding voor zichzelf) re. denkbeelden, want bezit zeer opmerkelijke variatie in typen. Een der beste voorbeelden ter wereld? Vele uren nauwkeurig geobserveerd. Kwam spoedig tot nieuwe + onverwachte conclusies. Bijv. gekeken naar Boeren van boerderijen buiten de stad en opgemerkt dat zij opschepperig + verrassend sloom: rijden op grote karren (ossen) welke z. traag zijn. Vgl. Engelse kolonisten = vlug en energiek, vol innemend zelfvertrouwen. Nieuw denkbeeld: Hollanders niet Saksisch Type zoals zelf vroeger veronderstelde maar = in feite Belgische Kelten. Zou ontbreken van zedelijke moed + geschiedenis van verval verklaren."

Tussen al deze stemmen door, mede herkenbaar aan hun eigen idioom, verplaatsen tijd en locatie van handeling zich naar Tasmanië, in die tijd Vandiemensland, bijna veertig jaar eerder.

Het is 1824 en de oorspronkelijke bewoners worden in hun bestaan bedreigd door Engelse kolonisten. De onwillekeurige angst van de blanken voor de zwarte inheemse bevolking (die ze zien als een soort schakel tussen mens en aap; voor Potter een schokkende ontdekking als gevolg waarvan hij zijn systeem moet herzien), in combinatie met christelijke zendingsdrang en territoriale expansiedrift, leidt tot het gewelddadig veroveren van het eiland en daarmee tot de onvermijdelijke ondergang van de Tasmaniërs. Het ware verleidelijk en politiek correct om de systematische uitroeiing eenzijdig vanuit de zwarte bevolking weer te geven (zo'n beetje zoals wij westerlingen dat een eeuw of anderhalf lang hebben gedaan) maar daar trapt Kneale niet in. De verslagen van de zwarte protagonist Peevay, die met zijn negroïde trekken en stroblond haar een buitenstaander is in de inheemse gemeenschap maar tevens de overgang van de oude naar de nieuwe wereld verpersoonlijkt, worden afgewisseld met documenten van officiële (blanke) regeringsfunctionarissen en getuigenissen van boeren en robbenjagers. Ook daarbij wordt de karakters verder kracht bijgezet door hun taalgebruik. Het personage van Peevay leent zich daar natuurlijk meer voor dan een droog verslag van een willekeurige ambtenaar. Zo goed als Kneale dr. Potter met sardonisch genoegen semi-wetenschappelijk verpakte, medio negentiende eeuw populaire maar naar huidige maatstaven gemeten gevaarlijke onzin in de mond legt, zo heeft de auteur met merkbaar plezier een taal voor Peevay ontworpen. Op basis van "wittemanswoorden" die hij zich later eigen heeft gemaakt, maar met een onmiskenbaar inheemse inslag, verwoordt de aboriginal zo letterlijk mogelijk wat hij ziet. Dat de eerste blanken die hij van zijn leven aanschouwt hem vreemde wezens zijn, is niet verwonderlijk. Maar zijn logica om deze "belangwekkende ontdekking" te verklaren is aandoenlijk. "Het moesten schimmen zijn, opgesprongen doden (...) met een flapperend vel in de kleur van steen en te grote voeten zonder tenen. Ik zag wel dat die schimmen niet gelukkig leken omdat ze dood waren, maar rusteloos waren alsof ze hevige pijnen vanbinnen hadden. Ook hadden ze te veel honger. Ze wachtten geheel niet af om te zien wie dat vuur had aangelegd, maar begonnen zomaar het vlees op te eten. Ons vlees."

Peevay verliest zijn kinderlijke naïviteit snel. Uit wraak voor haar verkrachting door een blanke ontsnapte gevangene (Peevays vader) en in de ijdele hoop de oprukkende kolonisten tegen te houden, ontpopt zijn moeder zich als een ware Amazone en trekt ten strijde. Ook Peevay sluit zich bij haar leger aan, maar het is duidelijk dat de krachten ongelijk verdeeld zijn. Door ziekte en geweld sterven de Tasmaniers in groten getale. Hoewel niet onwelkom, is dat in zekere zin ook een streep door de rekening van de nieuwe bewindvoerders. Gouverneur Alder schrijft in 1928 aan het ministerie van Koloniën in Londen: "De zwarten, moet u weten, hebben geen benul van wat ik 'systeem' zou willen noemen, de wortel van alle orde. Hun ongebonden en ongrijpbare levenswijze ten spijt hoopte ik dat zij enige nieuwsgierigheid aan de dag zouden leggen voor deze machtige en beschaafde samenleving die onverwacht in hun midden verscheen - voor onze landbouw en productie, onze complexe wetten en processen - doch in dat opzicht werd ik teleurgesteld. Evenzo verzetten zij zich hardnekkig tegen hun eigen spirituele opvoeding, ofschoon er in de kolonie heel wat goede mannen zijn die hen gaarne uit hun staat van morele duisternis zouden willen verlossen."

Ultiem beschavingsexperiment is de resterende Tasmaanse bevolking, nog slechts tweehonderd personen, te isoleren ("het stichten van een Aboriginalkolonie") op het rotsachtige eilandje Flinders in de jaren 1830. De verslagen van Peevay, een van de heel weinige overlevenden, zijn roerend in de volharding waarmee hij de witmensen met hun eigen wapens probeert te bestrijden; de pogingen van de kolonisten zijn, vervuld van eurocentrisch paternalisme en christelijke superioriteit, geheel in de geest van de tijd, goedbedoeld.

Het zal ondertussen duidelijk zijn: Engelse passanten is geen oppervlakkig verhaal, ook al is het toegankelijk en leesbaar. Ik ben zelfs geneigd te zeggen dat daarin juist de verdienste ligt. In de media is kritiek geuit op de nominatie van Engelse passanten voor de Whitbread Prize for the Book of the Year Award* omdat daarmee wat de jurering betreft een populistische weg ingeslagen zou zijn. Als dat al waar is, wat dan nog? Omdat niet alle personages even geloofwaardig zijn? Omdat het hier en daar wat langdradig is? Omdat het geen Literatuur met de grote L is? Ruim vierhonderd goed geschreven (en uitstekend vertaalde) bladzijden avontuur, spanning, historisch inzicht en humor lijken me op zijn minst de nominatie te rechtvaardigen. Kneale bewijst met deze roman niet alleen het schrijversvak te beheersen maar blijkt ook in staat om feitelijke gebeurtenissen en werkelijk bestaand hebbende personen een nieuw leven te geven en te verdichten tot fictieve werkelijkheid.

De twee verhaallijnen komen eind 1857 bijeen als de Sincerity eindelijk Tasmanië bereikt. De drie Engelsen staan elkaar inmiddels naar het leven, de bemanning is gehalveerd en de kapitein maakt zich alleen zorgen over de beste manier om zijn smokkelwaar te gelde te maken. De feitelijke expeditie moet dan nog beginnen...

Annick Schreuder

* Op het moment van het ter perse gaan van dit nummer was de uitslag nog niet bekend.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234