Vrijdag 01/07/2022

Meisjes, de onzichtbare kindsoldaten

Eén op de drie kindsoldaten die wereldwijd worden ingezet bij gewapende conflicten is een meisje. En toch zie je ze bijna niet. Dat is er dan ook de oorzaak van dat ze bij demobilisatieprogramma's doorgaans over het hoofd worden gezien. Een drama noemt Christina Clark van de Coalition to Stop the Use of Child Soldiers het. 'Het reïntegreren van meisjes na een leven als kindsoldaat is veel moeilijker dan bij jongens. De meisjes zijn meestal geen maagd meer en dus veelal niet welkom thuis. Prostitutie is dan de enige optie.'

Catherine Vuylsteke

Het is een waar, zij het triest verhaal van girlpower: zo'n 100.000 meisjes maken deel uit van het almaar groeiende leger van kindsoldaten. Eén op de drie kinderen op het slagveld is een meisje. Hoe ze daar verzeild raken? "Grosso modo", legt Christina Clark uit, "zijn er drie scenario's: de gedwongen rekrutering enerzijds en de ideologisch dan wel economisch gemotiveerde vrijwillige aansluiting anderzijds."

Het bekendste voorbeeld van gedwongen inlijving is wat er gebeurt in Noord-Oeganda. Journaliste Els De Temmerman schreef er een boek over, De meisjes van Aboke. Schoolmeisjes zijn het, die zonder veel omhaal door het Lord's Resistance Army 's nachts uit hun scholen worden weggekaapt en een nieuw leven moeten beginnen, als huissloof annex seksslaaf. "Dat soort meisjes", meent Clark, "krijgt doorgaans niet de minste militaire training. Als ze de wapens opnemen, is het meestal ter zelfverdediging".

Van een heel andere soort zijn de meisjes en vrouwen die zich om ideologische redenen vrijwillig bij de guerrilla aansluiten. Neem een land als Colombia, met socialistische verzetsbewegingen zoals de Farc. Een derde van die strijders zijn meisjes en vrouwen, idealisten die aangetrokken worden door het socialistische ideaal van gelijkheid tussen man en vrouw. Of kijk naar de Nepalese maoïsten en de Sri Lankaanse Tamil-Tijgers. Andermaal veel kinderen, onder wie talloze meisjes die willen ontsnappen aan de maatschappelijke ongelijkheid die hen in traditionele rolpatronen wordt opgedrongen."

Hoewel algemeen geldt dat kindsoldaten uit de meest kwetsbare segmenten van de maatschappij komen, nemen de kinderen die zich om economische redenen bij een verzetsbeweging aansluiten een bijzondere plaats in. "Deze kinderen is het eigenlijk alleen te doen om een dagelijks bord eten en een dak boven het hoofd. Deze categorie tref je vooral aan bij strijdgroepen die verwikkeld zijn in langdurige conflicten. Door toedoen van die conflicten is er veel werkloosheid onder de bevolking, functioneert de staat niet of nauwelijks - denk aan onderwijs, gezondheidszorg - en heerst er bittere armoede. Hoe verwonderlijk is het dan dat kinderen kans zien op een beter leven door zich aan te sluiten bij een militie? Als je het zo bekijkt, kun je je afvragen hoe vrijwillig dat lidmaatschap eigenlijk is. Bedenk daarbij dat juist in eeuwig aanslepende oorlogen de meeste kinderen actief zijn. Dat geldt bijvoorbeeld in Angola, waar inzetbare volwassenen zo langzamerhand een schaars goed zijn geworden."

Ongeacht hoe of waarom meisjes kindsoldaten worden, ze worden vaak het slachtoffer van seksueel geweld en misbruik. "Maar de status van bijvoorbeeld de Sri Lankaanse Tijger-meisjes, en in het algemeen van meisjes die zich om ideologische redenen hebben laten inlijven, is zonder twijfel veel beter dan die van gekidnapte Oegandezen, of van Leonezen, die voor pure survival kiezen. De eersten krijgen een behoorlijke training, wat een positieve invloed heeft op hun zelfbeeld. Er wordt op hen gerekend - het geheel is immers zo goed als de zwakste schakel - vooral als je bedenkt dat deze meisjes niet zelden als spionnen worden ingezet: vrouwen wekken minder argwaan dan mannen."

Het verschil tussen de drie categorieën meisjessoldaten manifesteert zich ook bij de demobilisatie: Farc- of Tijger-meisjes voelen er doorgaans niets voor om onder de wapens uit te komen. "Dit is mijn leven, mijn keuze", zeggen ze, als ze door hulporganisaties worden benaderd. "Bemoei je met je eigen zaken."

"De demobilisatie van kindsoldaten is meestal een complexe zaak, vooral als er niet echt sprake is van landelijke vrede en stabiliteit, zoals bijvoorbeeld in Kongo. Laurent Désiré Kabila ronselde voor zijn opmars in Oost-Kongo duizenden kindsoldaten, jongens en meisjes, die nauwelijks nog van nut waren zodra Kinshasa was ingenomen. Veelal kwamen die kinderen, die men overigens 'enfants sorciers' noemde en aan wie geheime krachten werden toegeschreven, gewoon op straat terecht. Van terugkeer naar hun geboortedorpen in het Oosten kon wegens de oorlog geen sprake zijn. Bovendien was er een politiek probleem: het demobiliseren van kindsoldaten impliceert erkennen dat ze tot je leger behoren. Onder grote druk kwam er uiteindelijk in 1999 een demobilisatiedecreet tot stand, maar vervolgens gebeurde er niets. Pas in december 2001, na enorme internationale druk, werd door Kabila junior - zijn vader was intussen vermoord - een demobilisatieceremonie gehouden. Maar ook dat was niet meteen een formule voor succes. Van de duizenden kinderen kwamen er 207 in een rehabilitatiecentrum terecht, van wie er tachtig toen al achttien jaar of ouder waren. De problemen lieten niet op zich wachten: er ontstonden bendes, drugshandel, prostitutie. De zaak liep dermate uit de hand dat de groep uit het centrum werd gezet.

"Tegen die achtergrond moet je de problematiek van de meisjes zien. Dit alles speelt in een land waar oorlog als een mannenzaak wordt gezien en waar nog flink wat werk is inzake vrouwenemancipatie. Niemand gelooft daarom dat dergelijke meisjes inderdaad kindsoldaten zijn. Het zijn huishoudhulpjes, liefjes, prostituees misschien. Maar dus niet: kinderen die opgeslokt werden door een oorlogsmachine en die een nieuwe kans verdienen".

Een dergelijke perceptie van meisjes-kindsoldaten bestaat niet alleen in Kongo. Hoe verklaar je anders dat niet meer dan 10 procent van alle meisjes die wereldwijd worden ingelijfd, uiteindelijk wordt gedemobiliseerd? Volgens Clark zijn daar nog andere gronden voor. "Neem het flagrantste voorbeeld: de demobilisatieceremonie waarbij het wapen wordt ingeruild voor een set werktuigen. Wat doe je met meisjes die geen wapen hebben omdat ze jarenlang gekookt en gesloofd hebben en ieders seksuele lusten moesten bevredigen?

"Daarnaast heb je vaak het probleem dat meisjes bij een bepaalde commandant horen, bij een volwassene dus, die op het moment van de kinderdemobilisatie zelf onder de wapens blijft. Zo'n man verhindert dat zijn liefje wordt gedemobiliseerd. En dat meisje zelf voelt daar meestal ook weinig voor. Als concubine van een machtig man wordt er namelijk voor haar en haar kinderen 'gezorgd': ze zijn veilig, hebben onderdak en eten. Het probleem komt dan evenwel enige tijd later, als er van een algemene demobilisatie sprake is. Dan gaat de bewuste commandant uiteraard terug naar zijn familie. Naar een vrouw en kinderen dus, die weinig op hebben met het liefje van echtgenoot/vader. Verstoting is dan niet zelden het resultaat, en een terugkeer naar het ouderlijke huis is voor zo'n meisje doorgaans evenmin een optie. Een ongehuwde dochter met kinderen van God weet wie, die maakt haar familie toch alleen maar te schande, of niet? Wat kan zo'n jonge vrouw aanvangen, met kinderen en zonder enige opleiding of houvast? De kans dat ze in de prostitutie terechtkomt, is dan wel erg groot."

Hoe onverkwikkelijk een dergelijk scenario al is, het kan beslist nog veel erger. Clark: "Al het voorgaande gaat over gezonde mensen, meisjes of jonge vrouwen zonder seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's). Maar vaak hebben die meisjes wel een soa onder de leden. Zoals studies overduidelijk hebben aangetoond zijn militaire structuren ware kweekvijvers van seksueel overdraagbare aandoeningen en van aids. Niettemin is er doorgaans een totaal gebrek aan centra waar die meisjes kunnen worden geholpen. Ze kunnen nergens worden getest of behandeld. Maar zelfs als die infrastructuur er wel was, en als het taboe dat op die tests rust zou worden overwonnen, dan is het nog de vraag waarom zo'n meisje een test zou laten uitvoeren als ze toch geen kans maakt op retrovirale medicijnen?

"Behalve de medische zijn er uiteraard psychologische problemen. Meisjes-kindsoldaten zijn dikwijls veelvuldig en gedurende een lange periode verkracht. Daardoor zien ze zichzelf als een object en kunnen ze veelal niet meer functioneren in de gemeenschap. Tegelijk is hun enige ervaring met seksualiteit er een van gewelddadigheid, wat het erg moeilijk maakt om nog een gewone relatie op te bouwen."

Kindsoldaten, meisjes evengoed als jongens, zijn vaak jongeren met bloed aan hun handen. Jonge daders met een duister verleden en een onzekere toekomst. Een van de lastigste evenwichtsoefeningen is die tussen de behoefte aan gerechtigheid voor de slachtoffers en de rehabilitatie van de dader. "Voor die laatste betekent demobilisatie niet zelden een stap terug: materieel, maar ook enigszins qua status. Een kindsoldaat is in zeker opzicht een volwassene, al was het maar omdat hij/zij beschikt over het leven van anderen, vaak burgers. Geen wapen meer betekent: geen kredietkaart meer. Dat maakt het soms erg moeilijk. Vraag aan veel kindsoldaten wat ze willen, en ze zeggen je: onder de wapens blijven.

"Dat heeft ook te maken met de manier waarop de gemeenschap hen ziet: als mensen die moeten boeten. Het feit dat het geen volwassenen maar kinderen betreft, wordt vaak niet als verzachtende omstandigheid geaccepteerd. Niet door de maatschappij en evenmin door de kinderen zelf. Neem het voorbeeld van de Christian Children's Fund, dat een demobilisatieprogramma opzette in Angola. De term kindsoldaat bleek er voor de lokale gemeenschap onacceptabel - veel meisjes hebben op hun vijftiende een kind en worden dus als volwassen beschouwd. Waarom zouden zestienjarige jongens die moorden dan plots 'ontoerekeningsvatbare' kinderen zijn? Dus werd voor de term 'jonge soldaten' geopteerd. Van de kant van de kinderen wordt de kwestie dikwijls op dezelfde manier bekeken: hoeveel brieven van zeventienjarige VS-soldaten hebben wij als Coalitie al niet ontvangen, van jongens dus die zichzelf als volwassenen zien en niet begrijpen waarom wij hen als kinderen - en dus ongeschikt voor het leger - beschouwen?"

Maar goed: het evenwicht dus, tussen genoegdoening en een nieuwe toekomst. Opsluiten, zeggen sommigen, maar welke mensen verlaten dan uiteindelijk de instelling? In hoeverre zijn ze dan inzetbaar in de maatschappij? Wel, dat zijn ze níét. Daarom denk ik dat de Waarheids- en Verzoeningscommissie die nu ook in Sierra Leone wordt opgezet, een goed idee is. Het gaat niet echt om straffen, maar om schuld inzien, en om opheldering verschaffen voor de slachtoffers. Om discussie bovenal, tussen mensen die moeten proberen om de flarden van hun leven weer samen te voegen tot een zinvol geheel."

Christina Clark was een van de sprekers op de internationale conferentie over kindsoldaten die dinsdag door de Nederlandstalige Vrouwenraad in het Egmontpaleis werd georganiseerd.

De stad Brussel zette samen met Unicef in het Anspachcentrum in Brussel een tentoonstelling op over kindsoldaten. Gratis toegang, nog tot eind oktober.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234