Zaterdag 28/05/2022

Menselijke, al te menselijke wezens

In In zijn armen, de zevende, door de Franse pers uiterst lovend onthaalde roman van Camille Laurens geeft de schrijfster laconiek en heerlijk nuchter blijk van een haast radiografisch inzicht in de mannelijke psyche.

Camille Laurens

In zijn armen

Vertaald uit het Frans door Maria Noordman De Geus, Breda, 2001, 256 pagina's, 725 frank.

Het staat er nogal recht door zee, alsof de schrijfster zichzelf moet overtuigen van haar missie: "Ik schrijf een boek over mannen, een roman over de mannen uit mijn leven - dat zeg ik als iemand me ernaar vraagt. Onderwerp: mannen." Dat de schrijfster zich wat moed inspreekt is begrijpelijk. Het botaniseren van "de tegenovergestelde sekse" is een onderneming vol emotionele wolfijzers en schietgeweren. En vaker dan je lief is, rijdt een schrijfster zich daarbij in een moeras van zoetsappigheid vast.

Niets van dat alles in In zijn armen, de zevende, door de Franse pers uiterst lovend onthaalde roman van Camille Laurens (°1957, Dijon). Laconiek en heerlijk nuchter etaleert Laurens een haast radiografisch inzicht in de mannelijke psyche en slaagt ze met verve in haar mission impossible. In de annalen van de pseudo-wetenschappelijke mannenkunde verdient dit boek zonder meer de vermelding cum laude.

Aanvankelijk zou het boek Carnet de bal heten. Tot de uitgever ingreep. Hij vond Dans ces bras-là (afgeleid van een chanson van Guy Béart) commercieel veel aanlokkelijker (en zadelde onrechtstreeks de Nederlandse vertaalster op met het Konsalikachtige In zijn armen). Nochtans ontleent deze sierlijke roman in schuifjes zijn structuur aan een ouderwets balboekje. Wanneer je het daags na de feiten inbladert, herken je "de hele ongeregelde stoet van danspartners" of "de wazige, draaierige figuur van de danseres terwijl ze met bonzend hart van de een naar de ander gaat, in hun armen wordt genomen, wordt losgelaten, weer wordt opgepakt, gekust, in zijdelings perspectief".

In ruim honderd snapshots worden mannen één voor één belicht en tot de dans genood: tot een wals, tot een tango, tot een paringsdans. Het leidt tot ingewikkelde pirouettes waarvan geen van beide partijen een bevredigend gevoel overhoudt. Laurens heeft háár mannen gewikt en gewogen in al hun diverse uitmonsteringen. Ze zijn echtgenoot, minnaar, vader, grootvader, eerste liefde, luisteraar, voorbijganger, treinreiziger, psychoanalyticus, lezer of uitgever. Ze komen op en gaan af als in een toneelstuk, "sommigen hebben maar één scène, anderen verschillende, ze zijn meer of minder belangrijk, net als in het leven, nemen een grotere of kleinere plaats in, net als in je herinnering."

Het vermoeiende spel van aantrekking en afstoting eist in deze roman vanzelfsprekend zijn tol. Er is veel getroubleerde liefde en onderdrukte passie, er zijn seksuele fantasieën en er is jaloezie. In vrijwel elke ontmoeting met een man stopt Laurens een element van spanning, zij het niet noodzakelijk van seksuele aard. Want de vertelster wil dat de mannen ("als onderwerp en lijdend voorwerp van de liefde") de door haar betoonde belangstelling voluit beantwoorden.

Wollig of zelfs ronduit banaal? Geloof toch maar niet dat Laurens mannen op een piëdestal plaatst. Het zijn geen voorgeprogrammeerde seksmachines of geluksbrengers op afroep. Evenmin zijn het felbegeerde ridders op spreekwoordelijke witte paarden. Het zijn eerder "menselijke, al te menselijke wezens, met hun fascinatie voor de macht van de verleiding en met hun tekorten en hun gebreken". In talrijke fragmenten overheerst logischerwijze de teleurstelling, want, zegt Laurens, "ontgoocheling of desillusie maken integraal deel uit van het verlangen."

Zijn het meer dan spits geformuleerde Flair-wijsheden die Laurens debiteert? In ieder geval toont het boek weinig respijt voor de kleine kantjes van de man. Het wordt akelig concreet wanneer de schrijfster een spontaan lijstje gaat aanleggen van mannelijke onhebbelijkheden.

Een selectie: "Dat hij de kranten op de grond laat liggen als hij ze uit heeft. Dat hij liever stofzuigt dan afstoft. Dat hij liever met de baby gaat wandelen dan hem een schone luier aandoet. (...) Dat maar weinigen het waard zijn om je erin te verdiepen. Dat ze openlijk uitkomen voor hun hardvochtigheid, hun ondankbaarheid, hun onrechtvaardigheid, hun trots, hun eigenliefde en hun nalatigheid tegenover anderen. Dat ze zo geschapen zijn - dat is hun aard."

Gelukkig is Laurens bereid tot clementie, zeker wanneer ze schrijft over de emotionele blokkades van haar vader, de vrouwengekte van haar echtgenoot of over een hernieuwde ontmoeting met haar eerste liefde.

Merkwaardig is wel hoe vrouwen in dit boek bijna volledig onder de mat worden geschoven. Ook de vertelster, het ene moment onverholen autobiografisch, dan weer sluw gefictionaliseerd, wordt pas zichtbaar "in het licht van de mannen die ze ontmoet, haar contouren worden pas geleidelijk aan scherp, net als bij een dia, waarvan het beeld ook pas tevoorschijn komt als je hem tegen het licht houdt." Vrouwen vormen slechts het contrapunt van mannen, ze fungeren hooguit als observatiepost van mannelijk gedrag. Laurens vertoont immers een "belangstellingsgebrek voor vrouwen": "Nee, zij tellen niet mee. Niet in dit verhaal." Of tellen ze enkel mee als doelgroep? Dat die vrouwen in Frankrijk massale afnemers zijn van dit boek, zeker na de toekenning van de begeerde Prix Fémina vorig jaar, kan haar achteraf niet ontgaan zijn.

Veel relationele anekdotiek met hoog theemutsgehalte zul je niet aantreffen in In zijn armen. Een plot is eigenlijk afwezig, al is in de parade van mannen wel een chronologie aangebracht. Het opvallendste maar ook meest obligate romangegeven is de psychoanalyse. De vertelster gaat in therapie bij de man die ze al bij een eerste vluchtige ontmoeting als haar levensman beschouwt: "Ik werd verliefd op een onbekende man die door een ongelooflijk toeval psychoanalyticus bleek te zijn." Later, zo wordt gesuggereerd, krijgen ze een relatie.

Ondanks het zuiveringsritueel dat deze therapie (en wellicht dit hele boek) ongetwijfeld is, zijn het schaarse passages die een beetje déjà lu aandoen.

Op dreef is Laurens vooral wanneer ze haar ervaringen en observaties een aforistische zwier meegeeft. Geen wonder dat ze de lichtheid van de filosoof Roland Barthes genegen is, die in zijn Fragments d'un discours amoureux uit 1977 het taal- en tekengebruik van verliefden duidde. Ook de bijtende zeventiende-eeuwse Maximes van de Duc de La Rochefoucauld blijken haar na aan het hart te liggen. Zonder met woorden te woekeren, wisselt Laurens ernst af met een zekere luim, met een schamperheid ook over het lot van de man. De lucide reflecties over de "raadselachtige barricades" tussen man en vrouw vertalen zich vaak geruisloos in micro-essays over de nuances van de liefde, die zelfs een paar keer aan De l'amour van Stendhal doen denken. Laurens hamert nogal op de verschillen tussen de seksen en ergert zich blauw aan de "gelijkheidsideologen": "die hele literatuur die het onwrikbare bestaan van tegenpolen binnen de menselijke soort ontkent, is niets voor haar." Feministische scherpslijpers krijgen talrijke vegen uit de pan: "Maar toch, die sympathieke broederschap, die broederlijke sympathie tussen mannen en vrouwen, denkt u niet dat dat dodelijk is voor ieder van ons? Dat het vernietigt wat we zijn, stuk voor stuk, dat het ons zal laten opgaan in een vormeloze brij - de mensheid, de Mens?" Neen, met bespiegelingen over de "nieuwe man" moet je bij Laurens zeer zeker niet aankomen.

Ondanks de ingehouden toon die het hele boek door zo opvalt, schieten de wijzers dus nu en dan in het rood en gaat Laurens vrijuit polemiseren. Ze haalt bijvoorbeeld fel en cynisch uit naar de opdringerigheid van sommige (mannelijke) lezers en geeft een bijtende persiflage op contactadvertenties. In één hoofdstukje taxeert ze de gekruisigde Christus als seksueel begeerlijke man en ziet ze niets dan "ijdelheid". En wanneer Laurens uit haar rol stapt en over haar doodgeboren zoontje Philippe schrijft (over wie ze eerder een autobiografische roman publiceerde) kan ze haar onmacht en emoties niet bedwingen en spoken er zelfs seksuele wraakgedachten ten aanzien van de dokter door haar hoofd. Het zijn fragmenten die de lezer even uit zijn lood slaan en meer beklijven dan de speelse maar soms te hoofs geformuleerde beschouwingen over de liefde. Zeker in vergelijking met de stroom vrouwelijke erotische bekentenisliteratuur die de Fransen de laatste maanden mochten verwelkomen, is In zijn armen een braaf en bedaard boek.

Toch twijfel ik er niet aan dat dit boek bij flink wat mannen tot ongemakkelijk geschuifel op de stoel kan leiden. Her en der kan een ego een blauwtje oplopen en zal men zich maar schoorvoetend willen herkennen in Laurens' ontleedkunde. Nochtans is het net met mannen dat Laurens een samenzwering op het getouw zet: "De waarheid, de echte waarheid, is dat ik áán mannen schrijf, ik schrijf voor mannen, voor hen. Het schrijven is de draad die ons moet verbinden. (...) Ik zou niet kunnen schrijven als ik niet in mijn achterhoofd had dat u, al is het maar vaag, als een silhouet in tegenlicht, een man bent." Dirk Leyman

Het boek wordt akelig concreet wanneer de schrijfster een spontaan lijstje gaat aanleggen van mannelijke onhebbelijkheden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234