Zaterdag 21/05/2022

InterviewBas Kwakman

‘Mensen als u hebben helemaal geen baan, zei de neuroloog. Dat wordt een mooi hoofdstuk in mijn boek, dacht ik’

Bas Kwakman: ‘Soms kon ik geen licht verdragen en kon ik geen mens zien, maar ik had wel altijd pen en papier in de buurt om op te ­schrijven wat ik voelde.’ Beeld Hilde Harshagen
Bas Kwakman: ‘Soms kon ik geen licht verdragen en kon ik geen mens zien, maar ik had wel altijd pen en papier in de buurt om op te ­schrijven wat ik voelde.’Beeld Hilde Harshagen

Drie jaar geleden werd Bas Kwakman geveld door hoofdpijn. Niemand vond de oorzaak voor deze oorlog in zijn hoofd tot het hem zelf begon te dagen: dit was een teken dat hij zijn directeurschap van het Rotterdamse Poetry International diende op te geven.

Marnix Verplancke

“Vandaag heb ik een 1”, zegt hij, “wat goed meevalt aangezien 0 maar heel zelden voorkomt. Toen je het me vroeg begon ik erover na te denken en voelde ik iets, zo tussen 0 en 1 in wellicht. Het gaat tegenwoordig dus een stuk beter, al heb ik er per week toch nog steeds een dag tot anderhalve dag flink last van. Die kan ik dan gewoon wegstrepen.”

Bas Kwakman geeft zijn hoofdpijn punten, van een 1, wat betekent dat het goed meevalt, tot een 9 wanneer het volstrekt ondraaglijk is. Zijn hoofdpijn houdt hem al zijn hele leven gezelschap, schrijft hij in zijn boek Flankhond, maar in 2018 werd ze pas echt ondraaglijk en diende hij er zijn job als directeur van de Rotterdamse prestigieuze literaire organisatie Poetry International voor op te geven.

Om soelaas voor zijn kwaal te vinden bezocht hij artsen, psychiaters, neurologen, kwakzalvers, therapeuten en osteopaten. Hij ging op dieet en probeerde allerhande medicijnen, tot een oude Chinees hem een kruidendrankje voorschreef en hij een shakuhachi aanschafte, een zenboeddhistische traditionele fluit waar hij aanvankelijk zelf geen piepje uitkreeg. Maar verloste het Verre Oosten hem uiteindelijk echt wel van zijn ergste hoofdpijn, vraagt hij zich in zijn boek af, of had het er meer mee te maken dat hij toen al bijna een jaar niet meer werkte?

Hoe het ook zij, die hoofdpijn was voor Kwakman niet louter een vloek. Hij maakte er ook een creatieve zegen van. De pijn maakte immers dat hij lid werd van een illuster clubje van schrijvers en kunstenaars als Lewis Carroll, Francis Bacon, Pablo Picasso, Frida Kahlo en Friedrich Nietzsche die allemaal van tijd tot tijd geveld werden door het mes in hun hoofd. ‘Een reisgezelschap waarmee ik kan leven’, noemt hij hen in Flankhond, het boek dat er zonder zijn koppijn nooit was geweest. Maar was dat wel zo’n goede ingesteldheid, kun je je afvragen. Plaatste hij zijn hoofdpijn door erover te schrijven niet op een voetstuk en zorgde hij er zo ook niet voor dat hij er nooit van verlost zou raken?

BIO

* geboren in 1964 in Arnhem *werd in 2003 directeur van Poetry International, bekend van het poëziefestival in Rotterdam *debuteerde met Een stem van paarden­haar (2013) samen met Lies Van Gasse *nam in 2019 ont­slag als directeur en legt zich toe op schrijven, beeldende kunst en uitgeven

“Heel veel mensen merkten op dat ik mijn kwaal niet mocht zien als voeding voor mijn boek,” zegt hij hierover, “maar het was vaak sterker dan mezelf. Toen ik al een maand of acht thuiszat, ging ik in gesprek met een neuroloog. Ik wilde weten was er mis was met mijn hoofd. Er zijn scans gemaakt en er bleek geen narigheid in mijn hersenen te zitten. Dat was al een pak van mijn hart. Maar wat is het dan wel? De neuroloog zei dat mijn verwachtingen te hoog waren, neurologen weten nog maar heel weinig over dat soort aanhoudende hoofdpijn. Het antwoord stelde teleur en ik legde uit dat ik mijn baan aan het verliezen was door die koppijn en dat hij mijn klachten niet serieus nam. ‘Ik neem die net wel serieus’, antwoordde hij. ‘Mensen als u hebben helemaal geen baan.’

“Dat was wel even een ontnuchtering. Maar weet je wat het eerste was wat ik dacht? Dat wordt een mooi hoofdstuk van mijn boek. Tijdens mijn hevigste hoofdpijnaanvallen kon ik geen licht verdragen en geen mens zien, maar ik had altijd wel pen en papier in de buurt om op te schrijven wat ik voelde.”

Flankhond is opgebouwd als een journaal waarin een periode van veertien maanden aan bod komt en waarin Kwakman zorgvuldig bijhoudt wat hij doet en denkt en wie hij ontmoet. Hij kijkt terug op zijn verleden, beschrijft hoe zijn vrouw zijn hoofdpijn kan ruiken, stelt vast dat ze op mysterieuze wijze samenhangt met zijn koude voeten, graait in de cultuurgeschiedenis en wandelt regelmatig door het park vlakbij zijn woonst. Hij maakt tekeningen van wat hij er ziet - ze zijn ook in het boek opgenomen. En dan zijn er de passages waarin hij de beelden beschrijft die tijdens de ergste pijnaanvallen door zijn hoofd schieten: ‘Een kabouter die een verwilderde heg snoeit. Een buitenaards wezen met een brede kop, waarover van de kruin tot aan de miereneterachtige snuit een naad loopt. Vriendelijke, bolle ogen en hoorns die ook oren kunnen zijn.’

En zo gaat Kwakman nog even door. “Ik wilde niet over hoofdpijn of over míjn - wat-ben-ik-toch-zielig - hoofdpijn schrijven, ik wilde de hoofdpijn zelf schrijven”, legt hij de reden voor deze lange opsommingen uit. “Ik wilde mijn boek zo schrijven, dat de lezer op een bepaald moment zou denken: ik leg dit boek even weg en ga een uur in het park lopen, anders krijg ik ook.”

Helemaal nieuw was uw hoofdpijn in 2018 niet. U had er ook in uw kinderjaren al last van.

“Ja, maar veel minder. Ik ben toen onderzocht, maar ze konden niets vinden. Het ging over een flinke hoofdpijn een keer om de paar maanden, maar ook dat hoort sowieso niet bij een kind. Daarna flakkerde hij slechts af en toe weer op. Heel heftig was het in 1987, het jaar dat ik afstudeerde op de kunstacademie. In feite was het een ideaal jaar. Ik hoefde alleen maar in mijn atelier mooie dingen te maken. Dat leek me prima, tot die hoofdpijn opstak en het een van mijn ergste jaren werd. Tot 2018 dus, het jaar waar het boek over gaat.”

Ziet u een gelijkenis tussen die twee jaren?

“Het rare was dat ik in 1987 alleen maar hoefde te tekenen en te schilderen. Ik zie geen duidelijke reden waarom ik die hoofdpijn precies toen kreeg.

“Misschien had het er wel mee te maken dat het het laatste jaar op de kunstacademie was en daarna het grote gat dreigde. Ook in 2018 was dat zo, toen ik voelde dat mijn afscheid bij Poetry International steeds dichterbij kwam. Ik zat al zestien jaar in die stoel, maar er rezen problemen. Mijn visie op wat goede poëzie was, werd niet meer door iedereen gedeeld, de subsidies kwamen niet meer zo makkelijk. Ooit moest dat tot een breuk leiden. Kennelijk leveren grote breuken in mijn leven me hoofdpijn op.”

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Hoe gaat u daar dan mee om?

“De hoofdpijn werd zo erg dat ik me ziek moest melden, alleen veranderde dat natuurlijk niet meteen iets. Ik wist ook niet anders. Ik was 26 toen ik van de kunstacademie kwam en ging meteen in de culturele sector werken. Hoeveel uren je officieel moest werken speelde geen rol, je werkte altijd zeventig uur per week. Dat hoort nu eenmaal bij die sector. Ik heb dat tot mijn 55ste volgehouden en toen had ik opeens chronische hoofdpijn. Pas dit jaar is het wat rustiger geworden.”

Je zou verwachten dat het sneller zou gaan?

“Ja, maar de redenen zijn nooit zwart-wit. Iedereen had wel een idee waardoor ik die hoofdpijn had. En iedereen zal wel tot op zekere hoogte gelijk hebben gehad. Het ligt aan de rode wijn, zei iemand, en inderdaad, soms had ik ook die indruk, maar dan dronk ik die avond opnieuw rode wijn en voelde ik me de ochtend nadien prima.

“Het is nooit een-op-een. Zo was ik op bezoek bij een dichteres in Zuid-Frankrijk. Prachtig huis met zwembad en ik hoefde niets te doen behalve schrijven. Toch heb ik die hele week knetterende hoofdpijn gehad. Er zijn geen directe redenen of oorzaken.”

Een arts die u consulteerde zei: ‘Aha, u bent cultuurmanager, die gaan er uiteindelijk ­allemaal aan onderdoor. Sommigen krijgen huiduitslag, anderen hartkloppingen. U krijgt er hoofdpijn van.’ Wat was er op dat moment aan de hand bij Poetry International?

“Veranderende tijden. Ik heb in de late jaren tachtig op de academie gezeten. Ik ben doordesemd van het idee van l’art pour l’art. Kunst moet nergens toe dienen. Alleen is de wereld veranderd. Vandaag wordt geëngageerde poëzie erg omarmd. Ik evolueer ook wel die kant op, maar niet zo snel als mijn omgeving.

“Toen ik voor Poetry International bezig was om de beste poëzie van de wereld bij elkaar te zoeken om die te tonen aan Rotterdam, vonden sommigen dat al die moeilijke dichters uit het buitenland beter plaats konden maken voor lokale spoken word-kunstenaars. De subsidieverstrekkers dachten hetzelfde. Ik probeerde daar een balans in te vinden. Er moest iets veranderen, maar misschien was ik zelf wel nog niet voldoende veranderd om dat te sturen. Je kunt mijn boek daarom ook zien als een verslag van een lang afscheid.”

Uiteindelijk had u wel uw raad van bestuur ­nodig om u duidelijk te maken dat u beter kon vertrekken?

“Ik heb het pas laat zelf gezien, inderdaad. Directeur zijn van een organisatie als Poetry International veronderstelt honderd procent inzet. Als je daarnaast aan een literaire carrière begint, dan lukt dat niet meer. Ik dacht dat het mijn leven in balans zou brengen, maar het tegengestelde gebeurde.

“Tijdens een teamvergadering van Poetry International kreeg ik plots een idee voor de perfecte zin. Ik vroeg iedereen of ze even iets voor zichzelf konden doen, zodat ik die kon neerschrijven. De meesten stapten op, wilden wel een koffiepauze. Maar een van mijn medewerkers bleef zitten en vroeg wat ik dacht dat ik aan het doen was. ‘Wij hebben jouw volle inzet nodig in deze moeilijke tijd waarin we een nieuwe toekomst voor de organisatie moeten vinden’, zei ze, ‘maar wat doe jij? Je legt de vergadering stil omdat je aan een mooie zin wilt sleutelen.’ In feite was ik toen al afscheid aan het nemen.”

Bas Kwakman, 'Flankhond, De geschiedenis van mijn hoofdpijn', De Arbeiderspers, 261 p., 21,50 euro. Beeld rv
Bas Kwakman, 'Flankhond, De geschiedenis van mijn hoofdpijn', De Arbeiderspers, 261 p., 21,50 euro.Beeld rv

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234