Woensdag 17/08/2022

InterviewBram Vervliet, Mark Elchardus en Lotus Li

‘Mensen hebben het gevoel dat ze de bedreigingen die op ons afkomen persoonlijk niet aankunnen’: waarom iedereen rond u angstig is

Mark Elchardus en Bram Vervliet. Beeld Wouter Van Vaerenbergh
Mark Elchardus en Bram Vervliet.Beeld Wouter Van Vaerenbergh

Als het niet de oorlog in Oekraïne is, dan wel de onbetaalbare energiefactuur, het op hol geslagen klimaat of een nieuwe pandemie die om de hoek loert. Psycholoog Bram Vervliet, socioloog Mark Elchardus en studente Lotus Li duiden de angst.

Ayfer Erkul

Mark Elchardus (75) is emeritus professor sociologie (VUB) en heeft zijn hele carrière onderzoek gedaan naar geluk, welbevinden en bezorgdheden in onze samenleving. Recent bracht hij Reset uit, zijn opus magnum. Bram Vervliet (45) is professor psychologie aan de KU Leuven en voert al jaren onderzoek naar de werking van angst. Zijn boek Waarom we bang zijn kwam vorige maand uit. Lotus Li (20) is studente sociale wetenschappen aan de VUB. U kent haar wellicht uit het tv-programma De jaren 80 voor tieners, maar ze is ook jongerenadviseur bij de Vlaamse Jeugdraad, voert actie voor het klimaat en probeert met het project Untold Asian Stories de Aziatische gemeenschap in België te verenigen.

De jongste mag de spits afbijten. De Vlaming is het meest bezorgd om de stijgende prijzen en de eigen financiële situatie. Maak jij je daar ook zorgen over, Lotus?

Li: “Ik zie veel mensen spartelen, zowel in mijn vriendenkring als in mijn familie. Ikzelf ben altijd erg spaarzaam geweest. We hadden het niet breed thuis, ik ben opgegroeid in een sociale woning. Maar nu let ik nog meer op. Ik steek al mijn vrije tijd immers in onbetaald engagement, waardoor er weinig tijd overblijft voor een studentenjob. Ik probeer in de vakanties wat bij te verdienen, maar deze zomer trek ik, op kosten van het Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking, naar India voor een project rond duurzaamheid. Voorlopig lukt het net om rond te komen.

“Mijn broer, die vijf jaar ouder is, heeft wel lang thuis gewoond omdat hij het financieel niet aankon om zelf iets te kopen. Vorige week heeft hij eindelijk iets te huren gevonden. Een huis kopen heb ik al uitgesloten voor mezelf, dat zal toch niet lukken. Maar ik hoop dat ik later toch kan huren. Ik ben bang voor de toekomst. Mijn moeder heeft het kunnen redden omdat ze steun had van onze sociale zekerheid, anders was ze in de armoede beland. Maar als ik zie hoe moeilijk sommigen het nu hebben, vrees ik dat velen het niet zullen redden.”

Elchardus: “Voor heel veel gezinnen zullen de huidige prijsstijgingen het verschil maken tussen rondkomen en in de miserie belanden.”

Vervliet: “Mét gevolgen voor de mentale gezondheid van de bevolking: onderzoek wijst uit dat wie arm is meer met mentale stoornissen kampt. Angsten, depressies en zelfmoorden deinen mee op de golven van de economie: tijdens recessies nemen ze duidelijk toe. Vaak denken we dan aan rijke bedrijfsleiders die geruïneerd achterblijven na een bankroet, maar dat beeld klopt niet. Vooral de armere lagen van de bevolking worden getroffen. Angsten en depressies zijn geen welvaartsziekten, maar armoedeziekten.”

Elchardus: “(knikt) Ik heb ooit onderzoek gedaan naar geluk en welbevinden bij de bevolking, en opmerkelijk genoeg was er geen verschil in gelukservaring tussen mensen die goed verdienden en mensen die heel veel verdienden. Of iemand in staat was om te sparen, al was het maar een klein bedrag per maand, dát bepaalde het verschil in geluk. Wie kon sparen, was duidelijker gelukkiger dan wie maar net rondkwam.”

De bezorgdheid over de prijsstijgingen is in de afgelopen jaren zelfs sterker gestegen dan de angst voor oorlog, ziekten of klimaatverandering. Verbaast dat u?

Elchardus: “Prijsstijgingen staan niet toevallig bovenaan. In de hele Humo-enquête zien we een toename in de bezorgdheden over het persoonlijke leven. Mensen zijn bezorgd dat uitgaven en aankopen onbetaalbaar worden, dat hun kinderen een minder goed leven zullen hebben, dat men zal inboeten op het persoonlijke comfort. Dat is erg opvallend.

“Eind 2013 heb ik een vergelijkbaar onderzoek gedaan, naar wat jongeren tussen 25 en 35 jaar ongerust maakte. Ook toen maakten ze zich zorgen over de collectieve bedreigingen. Nu gaat het om oorlog en pandemieën, destijds ging het om de terreurdreiging en de economische crisis. Maar ondanks die grote dreigingen heerste er in 2013 wel veel individueel optimisme: 80 procent van de bevraagden zei dat ze het even goed zouden hebben als hun ouders, of zelfs beter. Evenveel respondenten waren ervan overtuigd dat ze hun idealen op het vlak van gezin en carrière zouden kunnen realiseren.

“Datzelfde persoonlijke optimisme bleek enkele jaren later ook uit een onderzoek van het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau, dat de mooie titel bedacht ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht’. Maar uit deze nieuwe enquête blijkt dat we, nog geen tien jaar na mijn onderzoek, opgeschoven zijn naar een veel pessimistischer scenario, naar ‘Met ons gaat het slecht, maar met mij gaat het ook slecht’. In 2013 antwoordde 42 procent ‘ja’ op de vraag of ze vreesden in de toekomst te moeten bezuinigen op het huishouden, nu zegt 73 procent te zullen moeten beknibbelen op uitgaven: een stijging van meer dan 30 procentpunten. Vandaag is 73 procent bezorgd in de toekomst niet meer te kunnen sparen, in 2013 vreesde 32 procent in de toekomst aan luxe te moeten inboeten en 30 procent niet meer op vakantie te kunnen gaan. Dat is zelfs een stijging van 40 procentpunten.”

Bijna negen op de tien Vlamingen maken zich ook meer zorgen over de toestand van de wereld dan drie jaar geleden.

Vervliet: “De meeste bezorgdheden worden beïnvloed door eenmalige historische gebeurtenissen.”

Elchardus: “De ongerustheid over collectieve bedreigingen is er al lang, en is, in tegenstelling tot wat het gevoel zegt, sinds 2013 niet toegenomen. Ook dat is opvallend, want sindsdien is er op internationaal vlak wel het één en ander gebeurd. Er was de burgeroorlog in Oekraïne in 2014, toen ook vlucht MH17 werd neergehaald. Islamitische Staat werd gesticht en Syriëstrijders vertrokken in groten getale naar daar. Er waren de aanslagen op Charlie Hebdo en in de Bataclan in Parijs. Er ontploften bommen in metrostation Maalbeek en op de luchthaven van Zaventem. We hadden de ebolacrisis in Afrika en de vluchtelingencrisis in 2015, gevolgd door een crisis van illegale migratie, de coronapandemie en de huidige oorlog in Oekraïne. Je zou zeggen dat we, na al die gebeurtenissen, ons meer zorgen zouden maken. Maar dat is niet zo. Vergeleken met negen jaar geleden lijkt er een lichte afname van collectieve bedreigingen te zijn en een sterke toename van het zich persoonlijk bedreigd voelen door armoede en ziekte.”

Voorlopig lijkt er geen verandering op komst en blijven de prijzen stijgen.

Li: “Onlangs zei een expert in Humo dat de vraag niet was óf er een economische crisis komt, maar wannéér. Ik denk ook dat we in Europa voelen dat we onze machtspositie langzamerhand verliezen. Het financieel superieure Europa is niet meer. Mijn vader, die in China woont, zei altijd dat Europa zal verzwakken en Azië zal versterken. Dat gebeurt nu. We zijn bang omdat we het niet aankunnen dat we niet langer het welvarendste deel van de wereld zijn. Ik wacht bang af waar die angst toe kan leiden.”

Elchardus: “Ik maak niet graag vergelijkingen met de jaren 30, maar de enquête toont wel aan dat we met een Weimar-syndroom zitten. In de Weimarrepubliek voelde de gemeenschap zich vernederd door het Verdrag van Versailles, vond de bevolking dat er niet naar hen werd geluisterd en dat decadentie de overhand kreeg. Tegelijk werden de mensen zwaar getroffen door een wilde inflatie en hoge werkloosheid. Dat werd een explosieve cocktail die de democratie in gevaar bracht en links en rechts autoritarisme voortbracht. Het rechtse autoritarisme heeft uiteindelijk gewonnen in Duitsland, met de gekende gevolgen. Die explosieve cocktail zien we ook nu, met het ‘met ons gaat het slecht, maar met mij gaat het ook slecht’: we voelen ons niet alleen als gemeenschap bedreigd, maar ook als individu in onze bestaanszekerheid. Dat is een zeer gevaarlijke combinatie. Ik maak me zorgen om de democratie.”

Mark Elchardus en Bram Vervliet. Beeld Wouter Van Vaerenbergh
Mark Elchardus en Bram Vervliet.Beeld Wouter Van Vaerenbergh

AUTOMATISCHE VREDE

De oorlog in Oekraïne staat, niet verwonderlijk, op de tweede plaats in de lijst van de Vlaamse bezorgdheden.

Li: “In het begin las ik alles wat in de media verscheen over de oorlog. Aan het einde van elk artikel zat ik dan te huilen. Ik ben daarmee gestopt, want op den duur ging ik enkel maar doemdenken. Nu probeer ik die hele oorlog wat verder van mij te houden.”

Elchardus: “Het verwondert me niet dat de oorlog zo hoog scoort. Mensen beseffen dat deze oorlog uitzonderlijk is. Het maakt duidelijk dat oorlog in Europa weer mogelijk is. We hebben lang geleefd met de idee dat we een continent van de eeuwige vrede waren. We vonden zelfs dat we geen legers meer nodig hadden! Al zolang ik het mij herinner, toverde men bij elke regeringsonderhandeling dezelfde twee konijnen uit de hoed wanneer er geld moest worden gevonden: betere belastingen heffen en het defensiebudget verkleinen. Betere belastingen heffen lukte nooit, het defensiebudget verkleinen altijd. Maar die tijd is duidelijk voorbij. Angela Merkel zei een paar jaar geleden al dat Europa in een nieuw tijdperk zat: het was gedaan met de automatische vrede en toenemende welvaart.”

Vervliet: “De oorlog bedreigt niet alleen Europa, maar de hele internationale orde. Het Handvest van de Verenigde Naties beschermt kleine landen tegen de agressie van grotere staten. Maar zie, Rusland trekt zich daar niets van aan en valt een kleiner land aan. Het is absoluut noodzakelijk dat we deze oorlog winnen. Niet enkel om Rusland uit Oekraïne te verjagen, maar ook voor de internationale veiligheid, als buffer tegen het geweld van grootmachten.”

Elchardus: “Afrika importeert meer dan 40 procent van zijn graan uit Oekraïne. Als er niet snel iets gebeurt, ontstaat er hongersnood in grote delen van Afrika. En krijgen we dus ook een nieuwe migratiestroom richting Europa. Eigenlijk zouden we nu al graan moeten beginnen te leveren aan Afrika. Want zodra er hongersnood is, is het te laat. En we zijn niet klaar voor een nieuwe massale migratiegolf uit Afrika.”

Europa was bang voor een grote vluchtelingenstroom uit Oekraïne. Uiteindelijk viel dat mee.

Elchardus: “De opperbevelhebber van de NAVO zei dat Rusland zich mengde in de Syrische burgeroorlog om een vluchtelingencrisis uit te lokken en Europa te destabiliseren. Hevige bombardementen moesten veel burgerslachtoffers maken en op die manier mensen dwingen om te vluchten. Dat was volgens mij ook een onderdeel van Vladimir Poetins plan met de oorlog in Oekraïne. Maar deze keer heeft dat verkeerd uitgepakt: de buurlanden hebben de meeste vluchtelingen opgevangen, en wie naar hier kwam, kreeg onmiddellijk goede opvang. Daar had Poetin niet op gerekend. Hij had ook niet verwacht dat de samenhang van Europa door zijn inval in Oekraïne zou versterken. Drie jaar geleden zou een verhoging van het defensiebudget niet mogelijk zijn geweest, nu stemt het ene land na het andere ermee in. De invloed van Amerika op het Europese beleid is ook toegenomen. Eigenlijk heeft Poetin door deze oorlog alles waargemaakt waarvoor hij vreesde.”

LESSEN UIT DE PANDEMIE

Zeven op de tien Vlamingen zeggen bang te zijn voor meer ziektes en pandemieën in de toekomst. De grote coronagolven lijken hier voorbij, maar in China zijn er alweer lockdowns. Zijn jullie ziek geweest?

Elchardus: “Ik heb drie vaccinaties gehad en geen covid.”

Vervliet: “We hebben het thuis allemaal gehad: mijn kinderen en ik een keer, mijn vrouw maar liefst drie keer. Gelukkig was ze niet heel ziek.”

Li: “Ik heb pas heel laat covid gehad, enkele maanden geleden nog maar. Ik ben erg ziek geweest.”

Lotus, jij begon je studies in volle coronaperiode. Hoe heb je die beleefd?

Li: “De beginperiode was erg beangstigend. Tot dan was ik, als meisje van Chinese origine, lid van de model minority: de goede, hardwerkende allochtonen die geen problemen veroorzaken. Maar toen de pandemie uitbrak, werd ik met de vinger gewezen. Ik zat in Estland omdat ik een jaar wilde rondtrekken voor ik begon te studeren. Plots merkte ik dat in de bus niemand naast me wilde zitten. Eén keer siste iemand ‘corona’ naar me. Toen ik terug thuis was, was het hele land in lockdown en ben ik bijna niet meer buiten geweest. Ik nam corona meteen heel serieus. Hier werd nog wat lacherig gedaan over die eerste besmettingen, maar via mijn familie in China wist ik dat het om een ernstig probleem ging.”

Jongeren mochten plots niet meer naar de les gaan of hun vrienden zien.

Li: “Alle aandacht ging naar de ouderen en hun risico op een fatale besmetting. Jongeren werden amper gehoord, maar gingen er mentaal onderdoor. Daar wordt nu amper nog over gesproken. Iedereen is blij dat de situatie verbeterd is en vindt dat we nu maar gewoon verder moeten. Maar ik voel die zwaarte nog hangen bij jongeren.”

Vooral mensen onder de 34 jaar vrezen voor een mentale gezondheidscrisis, zo blijkt uit de enquête.

Li: “Dat verbaast me niets. Veel vrienden of medestudenten gingen op zoek naar psychische hulp, maar botsten op enorme wachtlijsten.”

Vervliet: “Het was een vreselijke periode voor jongeren. Ik heb vaak gedacht aan het lied ‘Mon enfance’ van Jacques Brel, over hoe zijn kindertijd langzaam eindigt en hij adolescent wordt. Net wanneer hij wil uitvliegen, als jongvolwassene, begint de oorlog. Dat is ook wat studenten hebben meegemaakt. In het begin ging het inderdaad om de ouderen en hoe we hen konden beschermen, maar na een tijd lagen ook de problemen van jongeren op tafel.”

Elchardus: “Ik had heel veel begrip voor die keren dat jongeren over de schreef gingen en de regels weigerden te volgen.”

Li: “Ik zit op kot aan de VUB en een tijdlang moesten we daar absurde regels volgen: we mochten buiten onze familie maar één knuffelcontact hebben. Met die persoon mochten we zelfs niet in de keuken, we mochten die enkel op onze kamer zien. Toen dat een keer toevallig toch gebeurde, kreeg ik meteen een boete van 25 euro. De controle was enorm. De security kwam voortdurend controleren in de studentenkamers. Er waren af en toe wel kotfeestjes, maar toch. Dan stond ik in mijn onderbroek in mijn kamer en viel er plots iemand binnen om te checken of ik de regels wel volgde. Volgens mij is dat niet eens legaal. We hebben ons daardoor een tijd onveilig gevoeld op kot.”

Kunnen we iets leren uit de aanpak van de coronapandemie?

Elchardus: “Eigenlijk is het spectaculair hoe goed de pandemie werd aangepakt. Natuurlijk kun je altijd wel ergens kritiek op hebben in zo’n complexe situatie, maar het is toch opvallend hoe snel we een vaccin hadden en hoe snel we hebben kunnen vaccineren.”

Vervliet: “We hebben toen laten zien dat deze maatschappij, die vaak omschreven wordt als hardvochtig, kil en kapitalistisch, erg zorgzaam is. We hebben de hele economie op het spel gezet om de ouderen en zwakkeren zoveel mogelijk te beschermen. Zeker in de eerste weken, met die grote lockdown.»

Elchardus: “We hebben alles op alles gezet. Als je dat vergelijkt met de aanpak van andere pandemieën, is dat wel radicaal. Ten tijde van de Spaanse griep (1918 tot 1920, red.) werden amper maatregelen genomen. Er werd van uitgegaan dat die pandemie zo ook wel zou verdwijnen. En ja, de economie werd toen niet geraakt, maar er vielen hier toen wel tienduizenden doden.”

Vervliet: “Er is de voorbije twee jaar veel onderzoek gevoerd naar hoe mensen omgaan met veranderende regels en hoe een overheid het best communiceert. We hebben een pak kennis vergaard die ons de volgende keer in staat zal stellen om het nog beter aan te pakken.”

Elchardus: “Dan moeten we er wel op letten dat we niet enkel epidemiologische expertise gebruiken wanneer we maatregelen nemen. Daar lag de nadruk in de laatste twee jaar op. Terwijl het niet enkel een kwestie was van virussen, maar van virussen en mensen. Daarnaast hadden experts soms ook te weinig begrip voor politici die de maatregelen moesten nemen. Politici moesten niet alleen het virus terugdringen, ze moesten ook rekening houden met de sociale en economische impact van hun beslissingen.”

Filosoof en psychiater Damiaan Denys zei destijds dat we niet bang moesten zijn om de pandemie te omarmen en de dood recht in de ogen te kijken. Controle over het virus was een obsessie geworden, net zoals onze drang naar controle over andere aspecten van het leven, meende hij.

Vervliet: “Ik ben het daar volledig mee oneens. (lacht) Ik weet ook niet goed wat hij precies bedoelde: ‘het virus omarmen’, ‘de dood in de ogen kijken’? Dat is een filosofische uitspraak, maar wat bedoelt hij dan in de praktijk? Mensen zien sterven op de stoep voor een ziekenhuis? Ik denk dat we meer dan ooit tevoren al leven met de dood. Velen geloven niet meer in een leven na de dood. En een leven na de dood is de ontkenning van de dood, want je leeft toch voort. Ik vraag me ook af of het begin van de pandemie echt het moment was om stil te staan bij onze controledrang. We zaten wel met een virus dat over ons heen walste.”

In uw boek noemt u Denys, samen met bekende psychiaters zoals Dirk De Wachter en klinisch psychologen Paul Verhaeghe en Mattias Desmet de herauten van het nieuwe pessimisme.

Vervliet: “Zij beweren dat onze westerse samenleving ons banger, neerslachtiger en zieker maakt. Dat is erg pessimistisch omdat je daarmee zegt dat onze kernwaarden, zoals controle verwerven over ziektes en de nadruk op het individu, ons ongelukkiger en mentaal ziek maken. Is het hebben van een socialezekerheidsstelsel, dat mensen voor armoede behoedt, een vorm van controledrang? Het schept wel de welvaart waardoor mensen hun leven kunnen uitbouwen.”

Elchardus: “De angst omarmen en afstappen van onze controledrang gaat in tegen mijn visie op wat wij als West-Europese beschaving zijn. Wij zijn in zekere zin controlefreaks, en maar goed ook. Het maakt dat we wat grip krijgen op ons leven.”

null Beeld Wouter Van Vaerenbergh
Beeld Wouter Van Vaerenbergh

KLIMAAT OP HOL

De bezorgdheid om het klimaat staat op de vierde plaats, met 73 procent. Dat is veel, maar na alle betogingen van spijbelende klimaatjongeren en de overstromingen van vorig jaar had ik meer verwacht.

Elchardus: “In 2013 vond 92 procent de opwarming van het klimaat nog een potentieel gevaar. Er is dus zelfs een daling van 20 procentpunten.”

Vervliet: “Dat toont aan dat onze indruk niet altijd overeenkomt met waar verschillende lagen van de bevolking ook effectief mee bezig zijn.”

Elchardus: “Betogingen zijn belangrijk als signaal, maar je moet ze ook sterk relativeren. In de jaren 80 had je de enorme betogingen tegen de kernraketten. Toen toenmalig premier Wilfried Martens de vraag kreeg of hij rekening zou houden met de eis van de betogers, zei hij dat iedereen die tegen zijn regering was aan de betoging deelnam. Als je een manifestatie hebt van tweehonderdduizend mensen, die allemaal stemmen voor een andere partij, dan heeft die partij nog niet zoveel zetels in het parlement.”

Hoe is de daling van 20 procentpunten te verklaren? Zijn mensen minder bezorgd over klimaatverandering?

Elchardus: “Ik denk dat saturatie een grote rol speelt. Mensen weten wel hoe dramatisch de klimaatopwarming is, maar ze hebben ook het gevoel dat er al veel rond wordt gedaan.”

Vervliet: “Nieuwe dingen lokken sowieso meer bezorgdheid en angst uit. Zo vallen er jaarlijks meer dan zeshonderd doden in het verkeer, maar weinig mensen zullen zeggen dat ze echt bang zijn. Waarom? Omdat we het gewend zijn dat er slachtoffers vallen in het verkeer. Mochten er vorig jaar plots, uit het niets, zeshonderd doden zijn gevallen, zou dat wellicht op nummer één hebben gestaan.”

Lotus, jij trok vorig jaar als jongerenadviseur bij de Vlaamse Jeugdraad naar de Klimaatconferentie in Glasgow, maar kwam teleurgesteld terug. In een verontwaardigde lezersbrief in Humo trok je van leer tegen de hypocrisie van de conferentie.

Li: “Ik stond toen oog in oog met mensen die rechtstreeks zwaar getroffen zullen worden als we de opwarming niet onder de anderhalve graad houden. Voor mij was dat een shock: het waren mensen die familie of vrienden hadden verloren tijdens overstromingen, of slachtoffers van hittegolven die tot mislukte oogsten en honger leidden. Velen waren daar niet zoals wij uit activisme, maar omdat ze zich onrecht aangedaan voelden.

“De klimaattop zelf vond ik een greenwashingfestival: wereldleiders kwamen hun beleid uit de doeken doen, bedrijven spraken over weer een nieuwe uitvinding, en er was zelfs een grote delegatie van de fossielebrandstoffenindustrie aanwezig. Terug in België merkte ik dan dat iedereen weer heel snel tot de orde van de dag overging. Dat was frustrerend.”

Hoe pessimistisch ben je over de klimaatverandering?

Li: “Ken je de HBO-serie Station Eleven? Die gaat over hoe een beschaving in elkaar stuikt door een pandemie. Ik denk dat dat in werkelijkheid ook zal gebeuren. Misschien niet door een pandemie, maar tijdens mijn leven of dat van de generatie na de mijne zal het systeem breken. En daar zal veel chaos en geweld mee gepaard gaan. Dat klinkt heel erg als doemdenken, maar als je ziet wat er nu gebeurt, vrees ik voor wat komt.”

72 procent vreest dat een klimaattransitie ons te veel zal kosten.

Li: “Ik besef wel dat dat financiële plaatje het heel moeilijk maakt om maatregelen te nemen tegen de klimaatopwarming. Maar als we het probleem echt willen aanpakken, moeten we wel onder ogen durven te zien dat dat ook een financiële impact op ons zal hebben. Wie geraakt zal worden door de transitie, is een politieke keuze.”

Vervliet: “Oekraïne heeft de urgentie van het klimaat wat verdrongen. We moeten vooral geld steken in de bescherming van onze veiligheid, vinden veel mensen nu.”

Lotus Li. Beeld Wouter Van Vaerenbergh
Lotus Li.Beeld Wouter Van Vaerenbergh

CULTUUR VAN ANGST

Professor Vervliet, in uw boek schrijft u dat we bang zijn omdat we ons de toekomst kunnen verbeelden.

Vervliet: “We hebben als mens de gave om naar een mooiere toekomst te verlangen, maar ook om bang te zijn van een slechte. Angst gaat samen met verlangen: we willen werken aan het voorkomen van gevaren, voor ons, maar ook voor de ander. Die zorgzaamheid zien we terug in deze enquête, en dat vind ik heel positief. Heel weinig mensen antwoordden dat ze niet bezorgd zijn. Dat betekent dat mensen niet onverschillig staan tegenover de grote dingen die ons overvallen, dat ze bereid zijn om zorgen te delen. Het zou erger zijn als mensen zich weinig zouden aantrekken van die collectieve bedreigingen en vooral zouden proberen het zelf goed te hebben.”

Volgens socioloog Frank Furedi, schrijver van How Fear Works: Culture of Fear in the 21st Century, leven we tegenwoordig in een cultuur van angst.

Vervliet: “Dat begrip wordt vaak gebruikt om te verklaren waarom we individueel bang zijn, maar Furedi wees ermee op een gedeelde overtuiging dat we als gemeenschap niet in staat zijn om problemen die ons pad kruisen te lijf te gaan.”

Elchardus: “Wat Furedi als angst zag, kun je het best beschrijven als het verlies van de grip op ons leven. Mensen hebben het gevoel dat ze de bedreigingen die op ons afkomen persoonlijk niet aankunnen. Om die dingen aan te pakken, heb je een big government nodig, een overheid die sturend tussenbeide komt. Maar omdat de bedreigingen blijven bestaan, denken mensen dat de politici niet luisteren en dus niets doen. En dat leidt dan weer tot wantrouwen.”

Li: “Ik zie die vertrouwenscrisis ook, vooral bij jongeren. Ze wantrouwen traditionele instituten, ze voelen zich niet gehoord door de politiek. Daardoor worden ze vatbaarder voor fake news, complottheorieën en extremisme.”

Vervliet: “Politicologen die zeggen dat politici ‘er niets van bakken’, ondergraven dat vertrouwen nog meer.”

Elchardus: “Daarom vind ik dat we voorzichtiger moeten zijn met onze kritiek op de politiek. Kritiek op het beleid, dat moet zeker. Maar het in vraag stellen van ‘de politiek’ en ‘de politici’ is een zeer gevaarlijk pad. We zouden mensen beter de indruk geven dat we de uitdagingen waar we voor staan best wel aankunnen. Op individueel niveau moeten we erop toezien dat mensen die laatste strohalmen behouden. We moeten iedereen het gevoel geven dat we samen waar kunnen maken wat we willen als samenleving.”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234