Zaterdag 01/10/2022

Michael Connelly evoceert het pakkende visioen van een kosmos op drift

Intussen, in de hel...

Na bijna twintig misdaadromans in minder dan twee decennia, waarvan veertien met een detective die de enige echte erfgenaam is van Philip Marlowe en Hieronymus Bosch heet, lijkt het voor Michael Connelly alleen nog bergaf te kunnen gaan. Niet zo, want nu de wegen van zijn antihelden - aan beide zijden van het recht - elkaar steeds vaker kruisen, wordt het pas écht menens.

In de openingssequens van Gaspar Noés film Seul contre tous uit 1998 verschijnt een afbeelding van de kaart van Frankrijk, waarop de hoofdletter F prijkt. Een schorre stem drukt ons op het hart: "Dit land is niet het land van de kaas, dit land is een kaas, een stinkende camembert." Daarna verschijnt met een dreun in koeien van hoofdletters het woord MORALE. Cut naar een café, waar een dronkeman aan een omstaander vraagt of hij weet wat dat is, moraliteit. Hij vraagt het aan elk van ons - wij die hem observeren. Willen wij het weten? Neen, denk je dan, dat wil ik niet. Ja, knik je vervolgens, terwijl je meer en meer beseft dat je het volgende anderhalf uur een diepe, lange blik in de hel zult werpen. "Wel", antwoordt het stuk crapuul, "moraliteit, dat is voor de rijken." Een dreun verder verschijnt het woord JUSTICE. Cut terug naar de caféfilosoof die zijn toehoorder vraagt of hij eens zijn moraliteit wil zien. Neen, denken we. Ja, knikken we mee. Waarna de vent een blaffer bovenhaalt. "Weet je waarom ik die bij me heb?", vraagt hij. Ja, weten wij. Neen, denken we. "Omdat", zo gaat hij verder, "de man die een uniform aantrekt om ons moraliteit (bij) te brengen altijd een stapje voor zal hebben." Hij heeft namelijk backup als hij met goed gedrag en zeden loopt te zwaaien. Hij heeft de hoer van het recht achter zich staan. "En wat heb ik?", vraagt de vent nog. Waar is ons recht, vragen wij ons mee af. "Hier heb je mijn recht", besluit de zatlap, terwijl hij zijn pistool een laatste maal opsteekt. "Of je er nu volledig naast zit of het bij het rechte eind hebt, er is geen bal verschil."

Hemel en hel

De wereld zonder veel verlossing, vol arbitraire misdaad (verloren paradijs), vaak ontlopen straf (gewonnen hel) en compulsieve zucht naar moraliteit, recht, rechtvaardigheid en rechtvaardiging die successchrijver Michael Connelly in zijn romans evoceert als één groot personage, klinkt zelden zo nihilistisch 'Europees' als in Gaspar Noés film. Céliniaanse voice-overs van 'slagers/slachters' die in infernale situaties de mens en alle menselijkheid de afrekening presenteren, zijn vrij zeldzaam. Zelfs al draagt Connelly's belangrijkste literaire personage de naam van een Europese schilder uit de middeleeuwen: Hieronymus Bosch. De excentrieke, levensmoeë, stugge haai van een flik die zich sinds 1992 door veertien boeken in de troebelste en coldest cases vastbijt (zoals in het adembenemende The Closers uit 2005), is inderdaad genoemd naar de Nederlandse schepper van schilderijen als Het Laatste Oordeel of De Tuin der Lusten. Surreële nachtmerries, uit een van lust, hebzucht en angst bulkende Nederwereld, die ons vooral laat zien dat het allemaal in ons hoofd zit. Of dat het zich boven ons hoofd afspeelt (Bosch' triptieken reserveren bijna steeds één paneel voor De Hel, en boven zijn schrijftafel heeft Connelly alvast één repro hangen).

Connelly's brutale, vaak pakkende visioen van een kosmos of microkosmos op drift - Amerika, LA, Hollywood - leest eigenlijk vaak soft, goed ingepakt en clean. Want in Amerika, home of the brave, moet de mythe nog deels intact blijven. Arm is rijk en rijk eigenlijk arm, zegt het geweten, en arm kan beslist rijk worden als het er maar hard genoeg van droomt. In Amerika is moraliteit nog niet helemaal een vieze kwaal, en is er bovendien justice for all. Behalve misschien in LA?

Met de naam Bosch wou Connelly de hel-op-aarde van de schilder uit de dark ages laten afstralen op LA - beter: HEL-LA. De link zegt ook iets over de modus operandi van de speurneus, de waarnemer, de schrijver: "De dingen die je ziet in één hoek van een schilderij hebben ogenschijnlijk niets te maken met de zaken die zich in de tegenovergestelde hoek afspelen; maar doe je een stapje achteruit om het schilderij als een geheel te bekijken, dan past alles perfect in elkaar." En ja, wat strafpleiter Mickey Haller, Connelly's meest recente literaire personage, vertelt in de instantklassieke opening van Het laatste oordeel, doet maar amper onder voor de opening van Seul contre tous.

Haller is in heel wat opzichten het tegenbeeld van Bosch. Hij is een perpetuum mobile van een advocaat die zijn rechtspraktijk voert vanuit drie wagens van het merk Lincoln (vandaar de titel van het andere boek dat Connelly in 2005 uitbracht, zijn allereerste legal thriller: The Lincoln Lawyer). Deze ambulancejager die voortdurend winst zoekt door uitschot te verdedigen tegen mannen zoals - jawel - Bosch, die met (het) recht de wereld in morele dwang houden, is evenzeer aangeschoten wild. Letterlijk, want de Lincoln-advocaat kreeg een kogel in de buik, is zwaar verslaafd aan pijnstillers en alcohol, beleeft het verhaal van Het laatste oordeel als in een posttraumatische stress. De stakker zit volledig aan de grond als hij onverwacht de rechtszaken erft van een gewezen vriend en confrater, een uiterst succesvolle pleitmachine die evenwel een kopje kleiner werd gemaakt. Haller moet nu zijn shit bij elkaar krijgen, want in één zaak dient hij een Hollywoodmogul te verdedigen die verdacht wordt van moord op zijn vrouw en haar minnaar - op papier een rit naar de hemel. Behalve misschien in HELLA, waar de hulp van een bewaker van onderwereldpoorten als Bosch onontbeerlijk is, waar het verschil tussen fout en juist, onrecht en recht hopeloos zoek is.

Wat rest is blind instinct om te zoeken, om wat krom is recht te trekken. In een rechtszaak, zo start Haller de eerstepersoonsvertelling, spelen alle partijen - rechter, jury, aanklager, verdediging - een wedstrijdje om het hardst liegen. Iedereen weet dat hij zal liegen en belogen worden. Ontmaskeren van anderen als hypocrieten of leugenaars is nutteloos. Het recht is namelijk stekeblind. Als verwerende partij moet je weten geduld uit te oefenen, moet je kunnen wachten. Niet op zomaar om het even welke leugen. Neen, op die ene leugen die je zo stevig kunt vastpakken dat je er een zwaard (der gerechtigheid) van kunt smeden, waarmee je de darmen uit de buik van een zaak kunt snoeien en zo "the truth" kunt vertegenwoordigen "in a place where everybody lies".

Feit en fictie

Michael Connelly werd geboren op 21 juli 1956 in Philadelphia, als oudste kind van vijf uit het huwelijk van een projectontwikkelaar en een huisvrouw. Vader William was een extraverte kerel, één en al grootse gebaren en grote onrust. Midden jaren zestig verkaste hij met zijn gezin ineens naar Fort Lauderdale in Florida (waar de schrijver, ondanks zijn obsesssie met LA, nog altijd woont). "Hij nam risico's", vertelde Michael ooit in een gesprek met The Independent. "Soms had het succes, maar soms ook niet. Ik was 13 toen we onze auto moesten volproppen met onze bezittingen om die op een vlooienmarkt te verkopen zodat we de hypotheek zouden kunnen betalen." Moeder Mary was een gretige fan van misdaadfictie, een passie die ze onvermijdelijk aan haar zoon doorgaf. Al toen hij 16 was, bleek dat Michael 'voor de misdaad geboren' was. Op een nacht in de vroege jaren zeventig, toen hij terugkwam van een baantje als afwasser in een hotel, zag hij een man iets in de struiken gooien. De tiener trok op onderzoek uit, vond een handdoek waarin een pistool was gewikkeld. Hij legde alles terug, volgde de man tot aan een kroeg en haastte zich toen naar huis om met zijn vader de politie in te lichten. Beiden reden mee met de dienders naar de kroeg, maar de vogel was gevlogen en de wereld, zo bleek iets later, was een lijk en een onopgeloste roofmoord rijker. De moord, het onderzoek was finaal niet belangrijk, eindigde met een sisser. Maar de manier waarop de jongen die nacht in de politiewereld werd ondergedompeld, en de herhaalde verhoren die de zwijgzame, geharde speurders van hem afnamen, lieten een onuitwisbare indruk na.

Misdaad en mysterie

Nadat hij de film The Long Goodbye zag, Robert Altmans eigenzinnige neonoiradaptatie van Raymond Chandler, dook hij een week lang onder in het werk van LA's meest befaamde misdaadschrijver om terug aan de oppervlakte te komen met een missie: hij zou zijn brood verdienen met het schrijven van detectiveverhalen. Om de optie van een vast inkomen open te houden, studeerde hij journalistiek. Vanaf 1980 ging hij aan de slag bij kranten, onder meer bij de Daytona Beach News-Journal. Hij schreef er zijn eerste real murder story als journalist, over een lijk dat ergens in een bos was gevonden. De moord werd later gelinkt aan een seriemoordenaar, die nog later werd geklist en geëxecuteerd. Bij de Sun Sentinel bracht hij in 1986 met enkele collega's een reeks verhalen over de nasleep van de Delta Flight 191 aircrash van 1985. Het leverde hem een nominatie voor de Pulitzer Prize op. Zo kwam The Los Angeles Times hem op het spoor en mocht hij in 1987 met zijn vrouw naar de Westkust verhuizen om misdaadverslaggever te worden.

Al snel bleek dat het spook van de burn-out waarmee de dagelijkse horror van de true crime heel wat reporters op de knieën had gedwongen, geen vat had op Connelly. Tot vandaag, nu hij weer in Florida woont, laat hij geen kans onbenut om te kennen te geven hoezeer hij het close contact met politie, misdadigers en het strafrechtsysteem mist. In een video voor Het laatste oordeel, die flitsen van het boek ensceneert, is te zien hoe hij zelf een nachtelijke cruising doet, een soort van schijnpatrouille door de stad creëert. Het is haast een zucht om actie, en beslist ook een bitter appèl aan Hollywood om zijn werk serieus te nemen. Enkel Clint Eastwood, als acteur en regisseur, begreep vroeg het belang van Connelly's werk (hoewel Blood Work uit 2002 een van Eastwoods zwakste werken is). Alle verfilmingsprojecten strandden, zoals dat ook bij George Pelecanos gebeurde, en momenteel staat slechts één adaptatie op stapel: Void Moon, naar het boek uit 2000, waarin Connelly het vrouwelijke personage van Cassie Black creëerde, een gewezen bajesklante. Uit arren moede is hij zelf maar een script beginnen te schrijven, een bewerking van de klassieke tv-reeks The Equalizer. LA spuwt, zoals Connelly's in se tragische wereld maar al te vaak laat zien, zijn zonen graag eerst uit, voor de stad der (doods)engelen besluit ze weer op te (vr)eten. Jo Smets

De Boekerij, 416 p., 19,95 euro.

Michael Connelly

Het laatste oordeel

Iedereen weet dat hij zal liegen en belogen worden. Ontmaskeren van anderen als hypocrieten of leugenaars is nutteloos. Het recht is namelijk stekeblind

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234