Donderdag 06/10/2022

'Mijn geheim is dat ik verlang'

Betty Mellaerts praat met Dirk Tanghe

Foto Stephan vanfleteren

'De amateurkring Sint-Rembert in Torhout bracht mij voor het eerst in contact met het theater. Mijn grootvader, vader en oom hebben er allemaal gespeeld of geregisseerd. In het begin van de jaren tachtig werd die oudere generatie een beetje moe, om het zacht uit te drukken, en ik kon als een jonge hond in het theater stappen en er onbevangen shows maken, cabaret, toneel. Daar liggen mijn echte roots. Ik leefde in Torhout, studeerde er, leerde er mijn vrouw Karin kennen tijdens de plechtige communie, naast mekaar stappend, de kaarsen in de hand. Door de universiteit en mijn legerdienst was ik vijfentwintig eer ik naar 'de grote stad' verhuisde, naar Antwerpen en de Studio Herman Teirlinck. Dat was het doel, maar wegens mijn leeftijd werd ik er afgewezen. Met mijn stoute schoenen aan stapte ik naar het conservatorium en Dora van der Groen. Bij haar studeren was een enorme verrijking, zij heeft veel van mijn vragen kunnen beantwoorden. Het was zo een contrast om drie jaar later bij Dries Wieme te beginnen in het Brialmonttheater in Brussel. Ik was er snel ontgoocheld en besloot zelf te regisseren. Ik keerde terug naar Torhout en met de stukken Romeo en Julia en Hamlet viel ik op in West-Vlaanderen. Het waren leuke, dynamische tijden om plannen te smeden. Zo ontstond mijn Getemde Feeks, waarvoor ik carte blanche kreeg van theater Malpertuis, om hun vijfentwintigjarig bestaan te vieren. Daarna is het beginnen rollen. Ook voor de KVS in Brussel maakte ik de stukken met zoveel liefde en graagte. Het was een feest om over de rode tapijten te wandelen, met dertig jonge mensen een vertelling neer te zetten.

"Toen ik heel klein was, was ik bang voor het theater. Als ik met mijn vader meeging naar de repetities, geloofde ik alles wat er gebeurde. Ik kon de realiteit en het spel niet scheiden. Tot ik eens op de scène mocht en kon voelen dat het decor van karton was, de whisky koude thee en dat het zonlicht dat naar binnen schijnt, van een lamp kwam. Ik vond het fantastisch. Daar ontdekte ik de kracht van magie. Dat je binnen die zwarte rechthoek en in een beperkte tijd, het leven van mensen kon vertellen waarna het publiek anders naar buiten ging dan het binnen was gekomen omdat het zich herkend had in een personage.

"Eigenlijk ben ik nog altijd dezelfde. Voor mij is ieder toneelstuk een nieuw kamp bouwen en het verdedigen en beschermen. Ik vind me ook een goede moeder die kindjes baart, maar ze moeten mij met rust laten als ik aan het baren ben. Op de première is het kindje gewassen, dan mogen ze het zien en later krijgt het sproeten en wandelt het lekker door vijftig voorstellingen heen en groeit het wel vanzelf.

"Maar iedere première betekent afscheid, een postnatale depressie. Alsof ik op de kade sta en mijn geliefde naar Amerika vertrekt of ik naar de oorlog. Weemoed. Ik ben omringd door applaus en lieve mensen, maar diep in mij is het zeer eenzaam. Daar zit dat jongetje van twaalf dat altijd treurt en beschermd moet worden."

"Van mijn moeder en vader heb ik veel vrijheid gekregen om mijn fantasie te verwezenlijken. Ik mocht mijn kamer veranderen, mij verkleden. Ik zag altijd in alles theater. In kleuren, geuren, de seizoenen, in schilderijen, partituren, ritmes, in de emoties van operazangers. Ik was de enige van vijf kinderen thuis die graag naar het belcanto op de radio luisterde. Mijn zussen en broer liepen jankend het huis uit terwijl ik daar zo door gepakt werd. Ik heb nog altijd muziek nodig om te kunnen overleven en zeker opera.

"Ik speelde veel alleen omdat ik zelden zielsverwanten vond. Ik maakte graag dingen. Een heel parcours voor de salamanders die ik met mijn neef ging vangen. Als het gemaakt was, was het spelen voor mij eigenlijk gedaan. Als de taart gebakken is, hoef ik ze niet meer, dan wil ik al een nieuwe maken. Het zit ook in mijn theater, ik houd van variatie. Ik was heel sociaal, ik ging maar door, altijd organiseren. Toneelstukken in elkaar stoppen, schoolreis organiseren, shows. Onvermoeibaar, maar wel doodmoe. Mijn moeder zegt dat ik al vier levens achter de rug heb. Gretig. Soms veel te veel mensen in mijn leven en juist daardoor weleens eenzaam. Ik ben ook niet iemand die tot het einde van mijn tijden een vaste relatie kan hebben. Ik moet ontmoetingen delen, ik moet kunnen weggaan en weer terugkomen.

"Mijn vader was hoofdbediende in een groot Torhouts bouwbedrijf. Mijn moeder huisvrouw. De broer van mijn vader was onderwijzer, dat was al wat hoger op de ladder en zijn zus was getrouwd met een kapper met een bloeiende zaak. Wij werden beschouwd als de bohémiens van de familie omdat we niet naar de mis moesten en wortelen mochten stelen bij de buren. Dat was de invloed van mijn moeder. Zij heeft het, denk ik, ook wel lastig gehad met mijn vader. Zij heeft vijf kinderen moeten opvoeden in een huis zonder comfort. Mijn vader was een Molière-figuur, een passioneel verliefde zot. Hij hield op een extreme manier van boeken, schilderijen, muziek en toneel. Toen ik achttien was had ik een autootje en heb ik met hem alle Vlaamse jonge kunstenaars bezocht, overal in het land. Wij vielen thuis letterlijk over de schilderijen. Mijn grootvader was timmerman geweest, maar mijn vader kon geen nagel in de muur kloppen. Hij kocht boeken, niet om ze te lezen, maar om eraan te ruiken. Mijn moeder heeft de verbouwing van het huis waarvoor ze hard heeft moeten vechten, op zich genomen. Ik was zestien eer we een bad hadden en een keuken. Mijn vader had daar allemaal geen tijd voor.

"Zijn boeken waren voor ons verboden terrein. Ik vond het fantastisch om er 's nachts in te snuffelen. Hij wist het altijd, onmiddellijk. Maar daarin heb ik Mondriaan ontdekt, Goya, Picasso, Bosch. Uren heb ik ernaar gekeken. De impressionisten waren mijn grote favorieten. Ze zijn allemaal in mijn hoofd blijven zitten. Dat zijn mijn prikkels. Ik heb behoefte aan een grote kamer, want ik ben een stapper. Ik haat cirkels, ik trek ze open zoals de tekeningen van de bergritten in de Tour de France. Dat is voor mij het leven. Hoog, diep, kronkels. Ik ben heel visueel. Ik vind dat theaterstukken gediend zijn van een magische en suggestieve zintuiglijkheid en niet alleen van een cerebrale, artistieke sfeer. Ik moet linken kunnen leggen tussen een krantenartikel, een kunstboek, een partituur, een beeldhouwwerk. Dus heb ik een kamer nodig waar dat allemaal aanwezig is om mij te voeden. Toen ik in de jaren tachtig in Antwerpen aankwam, zag ik voor het eerst winkels. Van dan af ben ik ook boeken beginnen kopen. Veel. Mooie. Ik scheur de bladen uit mijn boeken om ze aan de muur te hangen. Soms koop ik ze dan ook dubbel, om een gaaf exemplaar te houden. Theater is als het hart van de inktvis. Alle tentakels die eraan hangen, zijn nodig om het rijk te maken. De natuur, tijdschriften, beeldhouwkunst, kranten, muziek, steden, schilderijen, zijn als een parfum dat je rond de stukken aanbrengt. Die prikkels hang ik ook op voor mijn spelers zodat zij er ook door gevoed kunnen worden, anders zijn het toch loeiende koeien die vooral aan hun eigen ego denken. Eigenlijk ben ik geen regisseur. Ik ben een motor die zwarte woordjes op wit papier tot leven wekt."

"Na Malpertuis ben ik een jaar gestopt met regisseren en heb ik wel achthonderd theaterteksten gelezen. Alles wat mijn haren rechtop deed staan en mijn hart sneller liet kloppen, heb ik rechts gelegd. De rest links, misschien verkeerdelijk omdat ik er nog te jong voor was. Maar de stukken die ik overhield, gaan al twintig jaar mee. Ik zal ze niet allemaal kunnen spelen maar in vele vind ik raakpunten, dezelfde thema's, en dan zoek ik welke tekst het puurst verwoordt wat ik wil vertellen. Ik wil ook variatie, een evolutie voor mijn spelers om te beletten dat ze altijd hun beste troeven zouden spelen. Ik wil dat ze van dik naar dun gaan, van oud naar jong, van mooi naar lelijk, van triest naar blij, van minimal acting tot de heks uit Sneeuwwitje. Dat is leuk voor hen, maar nooit vrijblijvend.

"Noodzaak, daaruit is alle kunst ontstaan. De onvatbare liefde, de hunkering naar schoonheid, het verval, oorlog, terreur en de onstilbare behoefte om daarover te schilderen, te schrijven, te beeldhouwen. Dat gevoel zoek ik op omdat ik die noodzaak ook bij mezelf herken en op die manier mijn emoties kan vermengen met die van anderen. In ieder stuk zit er iets wat me raakt. Pijn, verdriet, eenzaamheid, hunkering, het gezin, de familie, conflicten. Ik heb te veel ruzie meegemaakt tussen mijn vader en mijn moeder. Ik lag te dikwijls snikkend in mijn bedje en niemand zei me waarom dat was, ook op school niet. Het was niet aan de orde toen om over emoties te praten, mijn vader heeft mij zelfs nooit aangeraakt. Nu weet ik dat ik huilde omdat mijn moeder pijn gedaan werd. Ik wou weg. Ik was zeven en schreef haar mooie briefjes: 'Ik wil hier niet meer zijn, ik wil naar een eiland.' Het heeft lang geduurd eer ik wist waarom. Ik was een late bloeier. Mijn franken vallen nog altijd heel laat, maar als ze vallen, beieren ze als bronzen klokken. Voor veel mensen is dat vaak té laat. Maar ik kan niet anders, ik ben naïef. Ik geloof in sensualiteit, zachtheid, in de onzichtbare orde die schoonheid teweegbrengt, in harmonieuze verhoudingen. Ik ben in de eerste plaats geboeid door mensen, maar als ik in een stad als Rome aankom, heb ik eerst een uur nodig om niet te bezwijken onder zoveel schoonheid. En ik ben blij dat ik dat gevoel niet kwijt ben. Er is een moment geweest dat ik niet meer wist of het nu lente was of winter. Ik werkte maar door en had het gevoel dat ik uitgeknepen werd als een spons, in theaters met acteurs die elkaar niet eens graag zagen. Ik zat er ambtenaar te worden in een bedrijf, in systemen. Ik zonk en zonk almaar dieper. Het succes woog zwaar hoor voor een jongeman die in volle evolutie was. Maar onderweg heb ik toch een koraal gevonden die me weer naar boven duwde. Ik begreep dat ik abstractie moest maken van mijn naam. Er is geen gouden ei van Tanghe. Mijn geheim is dat ik verlang. Als ik voor iemand sta tijdens een ontmoeting denk ik altijd: als ik straks ga slapen, zal ik dan morgen naar deze mens verlangen? Als dat niet zo is, sluit ik de deuren, want ik heb geen tijd om hem of haar erdoor te sleuren en tot vriend te maken. Ik moet verlangen naar een stuk als naar Sinterklaas.

"Ik ben een speelvogel, een homo ludens. Daarom wou ik acteur worden. Ik vind het leuk om iemand te observeren en hem na te doen, ook emotioneel. Om oud te worden zonder baard of snor, je bloedsomloop te voelen veranderen, dik worden, je zwaar of triestig te voelen. Ik schakel graag. Dora heeft me dat geleerd. Je kunt in een stuk niet tegelijk asperges eten, zelfmoord plegen, denken dat je moeder achter je staat en Hamlet zijn. Alles moet één voor één, schakelen. Dat is heel leuk, heel ritmisch. De vreugde van de beheersing van het spel is er dan, ook van het samenspel. De ene speler geeft aan de andere. Als je met vijftien in een stuk staat, maken zij allemaal samen de prins. Toevallig heeft hij de hoofdrol, maar ik haat dat soort woordjes. Dat bestaat niet. Hij is een deel van een geheel. Ik zoek ook vaak naar de juiste speler op de juiste plek in mijn visie. Dat maakt vaak veel woorden overbodig omdat de elektriciteit al in de lucht hangt door de charismatische uitstraling van die speler. Dat voel ik intuïtief. Soms wacht ik op een speler of speelster om een bepaald stuk te doen. Ik hou ook nooit audities, ik heb alleen maar ontmoetingen. Daar bereid ik me ontzettend op voor. Ik val tot twee kilo af omdat ik me hypergevoelig maak om heel alert, dwars door zijn of haar ogen naar het hart te kijken en te zien of het een goede is of niet. Die pure, gevoede intuïtie heeft me nog nooit in de steek gelaten. Als ik beïnvloed werd door andere mensen ging het verkeerd.

"Bij het theatergezelschap De Paardenkathedraal in Utrecht zit ik in een huis waarin ik zeer gelukkig ben. Dat verlaat ik nooit meer, al is 'nooit' een vreselijk woord. Nu pas hebben de spelers een moedervlek van mij en alleen ik weet waar ze zit. Die is er gekomen door niet op te geven en er te blijven in geloven. Door veel geluk en blijheid en respect maar ook door hard werken, verdriet en pijn. Die wordt veroorzaakt door menselijke gedragingen, hun ongedurigheid, de sterallures die ze soms krijgen, onderlinge jaloersheid. Het zijn toch allemaal gevoelige, breekbare, kleine kinderen, hoor, die acteurs en dat ben ik zelf ook allemaal. Toch word ik beschouwd als de regisseur of de artistieke leider, ik moet sterk zijn. Ik ben er een paar keer bijna onderdoor gegaan. Maar mijn spelers, zoals ik ze graag noem, bieden mij nu veel. Ik mag stilletjes aan verdwijnen, ze beginnen mij te kennen. Mijn grillen, mijn emoties, mijn tot op het bot gaan, mijn korte intensieve werksessies waarop ik hen ontzettend veel over zichzelf laat vertellen."

"Ja, ik wil zelf nog spelen, aan de andere kant staan, geregisseerd worden, maar ik durf niet. Het zal zich wel op een organische manier manifesteren. In de auto speel ik vaak omdat ik me graag identificeer met mijn personages. Het zijn toch een beetje afspiegelingen van mezelf. In mijn regie van de acteurs, die spelen met hun eigen persoonlijkheid, stuur ik toch een paar korrels zout en peper of blaadjes koriander van mij mee, waardoor zijn figuur door mij wat gekruid wordt. En hij mag ook in mijn keuken komen eten. Mijn grote droom is natuurlijk Koning Arthur. Dat wil ik regisseren. Misschien maakt mijn zoon dan wel de muziek. Hij is twaalf en speelt zo mooi piano. Hij had openbaar examen aan het conservatorium en haalde grootste onderscheiding. Ik heb hem een boek gekocht met honderd wonderen van de wereld en erbij geschreven: en het eerste dat ben jij.

"Ik ben nog maar een paar keer intens gelukkig geweest in mijn leven. Kort, maar waar je lange, lange tijd mee verder kunt. Ik kan de keren op één hand tellen. De geboorte van mijn drie kinderen was er telkens een van. Dan belde ik mijn ouders om ze te bedanken voor het doorgeven van het leven en moest ik eerst een uur snikken aan de telefoon voor ik het allemaal gezegd kreeg. Mijn grootste angst is dat er iets met mijn kinderen zou gebeuren. Als daar iemand aankomt weet ik zeker dat ik een Griekse tragediekracht kan ontwikkelen.

"Met ouder worden vind ik het moeilijker om geluk vast te houden. Het ontglipt me nog iedere dag. Misschien is de queeste ernaartoe via het theater, precies wat ik zoek.

"Toen ik dertig was, wou ik zelfmoord plegen. Uit diepe teleurstelling in mensen uit het theater, de pijn die men mij deed na zoveel liefde te hebben gegeven." Hij valt stil. Wat heeft u ervan weerhouden, vraag ik.

"De snelheid van de brandweer. Het laatste telefoontje naar mijn moeder. Mijn maag werd op tijd leeggepompt. Ja, ik was blij dat ik nog leefde. Ik lag een uur of zes in het ziekenhuis, werd 's nachts wakker en voelde me kiplekker. Ik ben naar buiten gestapt, al mocht dat eigenlijk niet. Ik heb in mijn eigen bed verder geslapen en ben 's anderendaags weer gaan repeteren. Maar ik weet bij god niet hoe het mogelijk is dat ik hier nog zit na alles wat ik heb meegemaakt. En dat is geen boutade. Gelukkig heb ik de kinderen. De beste dokters zijn de mensen om mij heen. Ziekenhuizen helpen me niet. Soms ben ik een monster en een smeerlap die alleen maar aan zichzelf denkt, zegt men mij. Dat zij dan zo. Ik weet dat ik ontzettend veel huilende, eenzame nachten achter de rug heb waarin ik als een kotsende kat door mijn kamer kroop en help riep. Maar er was niemand. Dan moet ik foto's van mijn kids bovenhalen om me te helpen. Het is tijd voor nieuwe tijden nu. Ik heb zin om weer in het mooie, witte, gesteven katoen te liggen van moeder. Als ik van schoolreis thuiskwam, lagen de lakens op mijn bedje en dan rook ik naar appeltjes. Theater is dat jongetje tussen de lakens, maar het wordt erdoor kapotgemaakt. Het is heel dubbel. Mijn theater moet op hete platen staan, conflicten opzoeken, anders kan ik er geen maken. Maar op sommige piekmomenten is het enorm met mij verweven. Ik kan niet anders. Ondanks de duizenden keren goede raad van vrienden, kennissen, ouders, lieve mensen om me heen: 'Relativeer, het is maar toneel.' Mijn frank zal misschien vallen in 3010. Stapje voor stapje word ik wel een beetje wijzer. Maar zeggen: het is maar toneel, we zullen eens iets in elkaar flansen, dat lukt nooit. Het is echt wel een stukje van mijn ziel, hoor."

"Molière is mijn grote minnaar, Shakespeare mijn vader, hij weet alles, de Grieken zijn mijn moeder, Brecht is mijn broertje, die is om te ravotten. De Musset is mijn nieuwe minnaar aan het worden, Marivaux ook. Ik heb veel zin om na de brand de onderhuidse pijn op een geraffineerde manier aan de mensheid te tonen. Soms wandel ik heel elegant door het leven, als een dandy, maar ik kan ook een monster zijn. De agressiviteit die ik als kind heb gehoord, slaat ook bij mij toe en doet meestal de mensen die mij het naast zijn, het meeste pijn.

"Bezitterigheid kan die agressie uitlokken. Ik wil niet dat mensen beslag op mij leggen. Als ik aan een stuk aan het werken ben, zit ik er soms helemaal in. Ik haat dramaturgen, ik kan niet tegen het gekunsteld onderzoeken van teksten. Ik ben mijn eigen dramaturg, heel emotioneel. Het is - zeker in het theater omdat mensen praten - telkens een grote zoektocht om tussen de woorden van de schrijver te graven, op zoek naar een onderliggende situatie en emotie. Een woord is het resultaat van een pijl die is aangekomen. Dat gevecht moet ik aangaan, maar thuis moet er ook gestreken en gewassen worden, eten bereid, de kinderen moeten van school gehaald en ondertussen zit mijn hoofd vol. Soms ontplof ik vanbinnen, waardoor het minste dat me tegenzit, me van stemming doet veranderen. Het is ook niet te vatten wanneer mijn engelen, mijn muze, mijn helderheid op de tafel vallen. Ik kan niet zeggen: kom tussen negen en vijf. Soms lukt het me niet om dat aan mijn huisgenoten mee te delen omdat ze met iets helemaal anders bezig zijn. Maar voor mij is het alsof ik de vijfde van Mahler aan het dirigeren ben terwijl iemand uit het orkest in het sublieme adagio een dikke boer laat.

"Woedend ben ik ook omdat er in mijn kindertijd nooit - en ik ben een kind gebleven tot nu - over homoseksualiteit gepraat is of over het feit dat je van alles kunt houden. Het heeft me een enorme strijd gekost om me te kunnen gedragen zoals ik me voel en ben. Ik hou ontzettend van vrouwen, maar ook van jongens, van mannen, van schoonheid. Ik ben een van-alles-houder, al staat die term niet in de boekjes. Een platonische hedonist. Dat weet ik heel zeker, want ik hou van de millimeter tussen twee mensen. De onaanraakbare schoonheid zindert, dat is een waar genot.

"Mijn genieten komt van fascinatie. Stilstaan bij het schuim van de zee of je slapende kind. Of een slapende vriend, maar die raak ik niet aan, al zeg ik niet dat ik nooit passioneel kan vrijen. Ik vind dat we weer naar een renaissance gaan. Het hangt in mijn lucht. Ik haatte de generatie nix zo. Mijn kinderen wil ik de totale vrijheid meegeven en dat ze altijd bij me terechtkunnen. Ik zou niet willen dat ze me haten. Ik heb mijn vader gehaat, maar ik had het te druk om daar te blijven bij stilstaan. Ik ben daar goed doorheen gekomen. Toch zijn er dingen die ik als kind niet heb kunnen verwerken en die nu naar boven komen. Hij is plots gestorven. Ging met pensioen, had een kunstgalerie in Brugge, was vitaal, had nooit gedronken of gerookt, kon niet met de auto rijden. Hij kreeg iets aan de blinde darm en in het ziekenhuis zag men dat hij 'opgebrand' was door zijn gedrevenheid. Mijn broer meldde mij zijn dood en het voelde als een spiegel die in duizend stukjes in elkaar valt. Eerst dacht ik: godverdomse smeerlap en toen heb ik er een fles champagne op opengedaan. Ik heb er twee jaar voor nodig gehad om zijn dood te verwerken want ik miste hem natuurlijk ontzettend. Maar ik ben geen hanger in mijn emoties."

"Theater maken blijft natuurlijk schrijven in het zand. Misschien bestaat een stuk wel eeuwig in de harten van mensen, maar het is levend materiaal en dus wankelbaar. Maandag spelen we fantastisch, dinsdag is het publiek anders, Groningen verschilt van Antwerpen, twintig man is anders dan honderd of duizend en dat vijftig keer of zestig of honderd vijftig. Vroeger haatte ik het reproduceringsmoment weleens, het telkens weer opnieuw bouwen. En het ligt nooit aan de speler, altijd aan de anderen of aan het kostuum. Daar moet je heel sterk voor zijn, maar mijn moeder zegt dat ik dat ben. En dat ik na de brand nog sterker zal worden. Maar ik moet oppassen dat ik niet cynisch word of bitter. Ik moet aanvaarden wat gebeurd is en daar mooie dingen uithalen.

"Soms heb ik een ontzettend verlangen om filmregisseur te worden omdat ik weet dat ik in een kort moment heel sterk de emoties bij spelers naar boven kan halen en die zou ik dan op pellicule kunnen hebben.

"Twee films wil ik absoluut maken. Le Grand Meaulnes van Alain-Fournier, maar meer nog misschien Agostino van Alberto Moravia. Over een jongen van vijftien die met zijn moeder naar zee gaat. Hij verafgoodt haar. Ze is weduwe en heeft op het strand een relatie met een knappe, jonge kerel. Dus verdwijnt haar aandacht voor de jongen. Hij blijft alleen, le souffle au coeur. Prachtig. Ik zou draaien op Elba, daar heb ik een prachtige locatie gevonden. Eigenlijk houdt niets me echt tegen. Ik wacht vol ongeduld op Sien Eggers.

"Ik had zoveel mooie films. Visconti, Bille August, Fellini. Door de brand is alles weg. Ik had net mijn video's op een rij gezet om ze te ordenen. Het is vreselijk. Ik had een kamer, langer dan twintig meter, helemaal vol boeken. Achthonderd films, duizend cd's, tienduizend foto's. Ik ben geschrokken van de verwoestende snelheid van de kracht van vuur. Ik dacht: dit kan niet echt zijn, ik zit in een film. Tot je het voelt. De neusvleugels van mijn bril smolten op mijn neus. Dertienhonderd graden hitteontwikkeling. In een eerste reflex heb ik een donsdeken gezocht om te blussen. En een emmer. Een emmer! Die kon ik niet eens onder de kraan houden want hij was te groot. Ik dacht eerst ook nog: het is niet erg. Maar op slag was alles zwart, alsof de zon die die dag door de kamer schitterde, niet meer scheen. Beneden speelden vijftig kinderen, er is een dagverblijf. Ik holde de trap af en heb geroepen als Irene Papas in een film van Pasolini, ik ben drie dagen hees geweest. Buiten zag ik de ramen van links naar rechts kapotspringen. Ik kon de vlammen volgen. Nu zitten ze aan mijn kleren, nu aan mijn boeken. Het was Pompeji. Al mijn archiefpapiertjes, ik had tafellakens vol geschreven. Ontmoetingen voor Tartuffe, ontwerpen, foto's, dia's, maar gelukkig zijn de kinderen ongedeerd gebleven.

"Ik heb veel schrik gehad en de naweeën zijn enorm. Ik droom er nog van. Maar ik wil niet blijven hangen. Ik maak een nieuwe mooie kamer. Helemaal wit, met planken zo glad als het hout van het podium, vitrinetafels en een groot, laag Japans bed met vijf donsdekens in kleuren, een pot bloemen en wat lampen. Een kamer die ik selectief zal vullen. Geen rommel, geen verloedering meer. Alles wat nu binnenkomt, zal ik koesteren als een flamboyante, pasgeboren baby. En Marivaux moet gespeeld worden. En de Musset. Of misschien maak ik iets voor mijn kinderen. Oliver Twist. Op mijn manier. Heel klein. Een miniatuurtje."

'Met ouder worden vind ik het moeilijker om geluk vast te houden. Het ontglipt me nog iedere dag. Misschien is de queeste ernaartoe via het theater, precies wat ik zoek''Ik ben een van-alles-houder, al staat die term niet in de boekjes. Een platonische hedonist. Dat weet ik heel zeker, want ik hou van de millimeter tussen twee mensen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234