Donderdag 07/07/2022

DubbelinterviewHerr Seele en Ellen De Soete

‘Mijn grootvader is door de nazi’s onthoofd met een guillotine’

Herr Seele en Ellen De Soete. '8 mei als feestdag is geen verhaal van links tegen rechts. Het is vooral een pleidooi voor democratie.' Beeld Tim Dirven
Herr Seele en Ellen De Soete. '8 mei als feestdag is geen verhaal van links tegen rechts. Het is vooral een pleidooi voor democratie.'Beeld Tim Dirven

De Gestapo heeft de moeder van Ellen De Soete (55) zo hard geslagen dat ze haar ribben voelde breken. De grootvader van Herr Seele (62) is onthoofd in een Duits kamp. Nu er weer een oorlog woedt, zetten zich nog vastberadener achter de ‘8 meicoalitie’ - om van het einde van de Tweede Wereldoorlog een officiële feestdag te maken.

Yannick Verberckmoes

Het is een weetje over ons land: alleen in het Brussels gewest is 8 mei een feestdag. Net als de Fransen staan de Brusselaars dan stil bij het einde van de Tweede Wereldoorlog. In de rest van ons land is het een werkdag die passeert als alle andere.

“Maar tot 1974 was het in België een vrije dag voor schoolkinderen en ambtenaren”, zegt Ellen De Soete. “De regering heeft die feestdag toen afgeschaft als een besparingsmaatregel. Maar op de achtergrond speelde ook nog de druk van oud-collaborateurs, die amnestie vroegen voor wat ze in de oorlog hadden misdaan.”

De Soete is een van de Kinderen van het verzet, die in de tv-reeks getuigde over hoe de oorlog haar moeder tekende. Zij wil de feestdag in ere herstellen en krijgt daarvoor de steun van tal van organisaties, van vakbonden (ABVV en ACV) en van kunstenaars: Hart Boven Hard, Frederik Sioen en Tom Lanoye, om er maar enkelen te noemen. Met hun hulp heeft ze de 8 meicoalitie boven de doopvont gehouden.

Het plan is om eerst de middenveldorganisaties samen te brengen en dan contacten te leggen met politieke partijen, zodat zij er een officiële feestdag van kunnen maken. PVDA heeft in het verleden al voor die feestdag gepleit. De eerste grote activiteit van de coalitie is een mobilisatiemoment in het fort van Breendonk.

Bio’s

Ellen De Soete

- 55 jaar

- kindbegeleidster Mintus Brugge

- secretaris vereniging politieke gevangenen West-Vlaanderen (NCPGR)

Herr Seele

- 62 jaar

- echte naam: Peter van Heirseele

- cartoonist, auteur, pianostemmer en -verzamelaar

- Vooral bekend van de strip Cowboy Henk, die hij samen met Kamagurka maakt

“Een feestdag kan een grote impuls geven om de Kazerne Dossin of Breendonk onder de aandacht te brengen”, zegt De Soete. “Als mensen zulke plekken gaan bezoeken, komen ze weer in aanraking met de verhalen van verzetslieden en gedeporteerden. Nu heb ik de indruk dat die verhalen uit ons collectieve geheugen zijn verdwenen.”

Guillotine

Herr Seele is het verhaal van zijn grootvader met de paplepel ingegeven, omdat zijn moeder hem er vaak over vertelde. Bij het begin van de oorlog was er in Lichtervelde en Torhout, waar zijn familie vandaan komt, een verzetsgroep ontstaan. De grootvader van Herr Seele, Theophiel Pannecoucke, was destijds een eersteklas automonteur. Hij kon met zijn kennis van mechaniek ook wapens herstellen. “De clandestiene wapenhandel van de verzetsgroep liep goed tot halfweg 1942", zegt Herr Seele. “Toen kreeg een kapelaan met de naam Kaumont hen in de gaten.”

Kaumont, geboren uit een Duitse vader en een Waalse moeder, werkte in het geheim voor de Gestapo. Een kennis van hem verkocht eten op de zwarte markt en vertelde dat hij ook wapens kon regelen. De kapelaan kon op die manier vakkundig een list opzetten. Hij maakte een afspraak om een wapen op te halen in een Torhoutse herberg.

Op 25 juli 1942, om 9 uur ’s ochtends zou de deal doorgaan in Au Bassin, waar de familie van Herr Seeles grootvader woonde. “Op dat moment vielen Duitse Feldgendarmen binnen en sloegen mijn grootvader in de boeien”, zegt Herr Seele. “Door Kaumont konden de Duitsers de hele verzetsgroep van mijn grootvader oprollen. De verzetslieden waren met zeventien. Zij zijn in verschillende gevangenissen en kampen terechtgekomen, waar ze zwaar zijn gefolterd.”

Na een tocht langs enkele Belgische gevangenissen kwamen de gevangenen in Duitsland terecht. In de stad Leer hield het nazigerecht een schijnproces, waar ze een voor een de doodstraf kregen. De datum voor die executie was 15 juni 1944. Na de middag mochten de gevangenen een laatste brief schrijven. Daarna kregen ze nog een galgenmaal.

“De Duitsers gaven hen ook een inspuiting in de nek, zodat ze niet het volkslied zouden zingen”, zegt Herr Seele. “Even daarvoor zongen Franse soldaten de Marseillaise voor hun executie. Dat konden de Duitsers niet aan, omdat het zo ontroerend was. De terechtstelling gebeurde met een guillotine. Om de twee minuten viel het mes, rolde een hoofd in een mand. Dan was het aan de volgende.”

Haring en kabeljauw

De moeder van De Soete, Bertha Serreyn, kwam uit Brugge. Zonder dat ze het zelf wist, zaten haar vader en haar broer in het verzet. Haar broer verborg wapens onder de plankenvloer in de keuken. Bertha betrapte hem op een dag met het wapentuig, waarop hij haar de keuze liet: ofwel deed ze mee, ofwel moest hij ‘andere maatregelen’ treffen.

“Mijn moeder was toen een meisje van zeventien”, zegt De Soete. “Ze was klein en fijn van gestalte. Zij zou niet opvallen als ze de Duitse controles moest passeren, dus kreeg ze meteen opdrachten om geheime boodschappen rond te dragen. Mettertijd werden haar taken gevaarlijker. Ze ging dan ‘haring’ of ‘kabeljauw’ ophalen in de haven van Zeebrugge. Codewoorden voor wapens of dynamiet.”

 Herr Seele en Ellen De Soete. Beeld Tim Dirven
Herr Seele en Ellen De Soete.Beeld Tim Dirven

Op een bepaald moment kreeg Bertha een slecht gevoel bij een man, die zich aansloot bij de beweging. Hij bleek later een infiltrant die hun plannen verraadde om een goederentrein in Aalter te overvallen. De broer van Bertha was al ter plaatse en kon op het nippertje nog ontsnappen aan een Duitse hinderlaag.

“Maar toen hij thuiskwam, wachtte de Gestapo hem al op”, zegt De Soete. “Mijn moeder gaf hem nog het teken dat hij moest vluchten. Haar broer liep weg. Maar na enkele schoten rekenden de Duitsers hem toch in. De Duitsers namen mijn oom, mijn moeder en mijn grootvader mee. Alleen mijn grootmoeder lieten ze met rust.”

Bertha kwam terecht in het Pandreitje, destijds een gevangenis in Brugge, waar nonnen haar bewaakten. De slagen die ze van hen kreeg, zou ze nooit vergeten. De volgende gevangenis was die van Sint-Gillis, waar ze met drie andere vrouwen in een cel zat.

“De cipiers zijn er een Franse vrouw komen ophalen voor ondervraging”, vertelt De Soete. “Mijn moeder hoorde hoe ze tijdens de slagen riep: ‘Pitié, pitié, j’ai deux petits enfants!’ Die woorden bleven aan haar kleven. Toen de geallieerden Brussel naderden, zetten de Duitsers alle politieke gevangen op treintransporten naar Duitsland. De drie andere vrouwen waren eerst aan de beurt. Zij zijn nooit meer teruggekomen.”

Dan ging ook Bertha een trein op. Ook zij dacht dat die reis haar laatste zou zijn. Maar die trein had heel wat ‘technische problemen’, zo maakte het treinpersoneel de Duitsers wijs. Vanuit de omgeving van Mechelen is de trein uiteindelijk terug naar een station in Anderlecht gereden. Toen de deuren opengingen, stonden er Duitsers met machinegeweren op het perron.

“De gevangenen begrepen niet wat er aan de hand was”, zegt De Soete. “Maar het spoorpersoneel heeft hen dan verteld dat er een afspraak was met de Duitsers om hen te laten gaan. In ruil zouden Duitse gewonden een goede behandeling krijgen tijdens de bevrijding van Brussel.”

In Brussel zag Bertha hoe het Justitiepaleis in brand stond. Een poging van de Duitsers om hun archieven uit te wissen. Ze liep van portiek naar portiek en belde aan. Van een familie, die haar opving, kreeg ze een bord met aardappelsoep. Een simpele maaltijd, maar geen andere heeft haar in haar leven meer gesmaakt. Dan vertrok ze samen met haar vader, die als bij wonder ook op haar trein zat, te voet weer naar Brugge. “Iedereen was erg blij om hen te zien”, zegt De Soete. “Ze konden niet geloven dat ze nog leefden.”

Schietschijf

Met haar broer liep het niet zo goed af. De Duitsers fusilleerden hem en dumpten zijn lijk in een massagraf. Weerwraak voor een aanslag van het verzet op een Duitse officier. “Na de bevrijding hebben ze dat massagraf gevonden”, zegt De Soete. “Mijn moeder kon toen gaan kijken en zag zijn persoonlijke spullen en de schietschijf die hij bij zijn executie kreeg opgespeld.”

Door al het leed dat ze zag, zou Bertha na de oorlog decennialang de stilte bewaren. Pas toen ze op hoge leeftijd ongeneeslijk ziek werd, begon ze er over te praten - ze was toen al 88. De Soete verzorgde haar en zag bij het wassen de littekens op haar oude lichaam.

“In Brussel zat ze een tijd in het Gestapo-hoofdkwartier op de Louisalaan”, zegt De Soete. “Daar is ze zo hard geslagen dat ze haar ribben voelde breken. Al die jaren later had ze er nog steeds littekens van. Door de slagen op haar hoofd, was ze ook doof aan één oor. Maar de diepste wonden waren geestelijk. Ik heb mijn moeder nog horen roepen en huilen, als ze op televisie iets over de oorlog zag. Telkens als ze gespannen was, begon ze te stotteren.”

Het is meer dan 70 jaar geleden, maar toen De Soete over haar mama vertelde in de reeks Kinderen van het verzet, kreeg ze nog een pak haatreacties. Zoveel zelfs dat ze haar Twitter-account verwijderde. Het meest beangstigende was een pop-up, die verscheen toen ze haar computer opendeed. “De boodschap was: ‘We weten wie je bent en waar je woont, dus hou maar op met je praatjes over het verzet’”, zegt De Soete.

Ook daarom wil ze van 8 mei een feestdag maken. Precies om op te komen tegen haat, racisme en onverdraagzaamheid in onze samenleving. “Het is geen verhaal van links tegen rechts”, zegt Herr Seele. “Het is vooral een pleidooi voor democratie. Ik hoop dat politieke partijen zich erin zullen herkennen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234