Zondag 22/05/2022

'Mijn ouders zijn allang blij: hun marginale gedoe heeft zin gehad'

'Er is zo weinig te bevechten', zegt ze. Maartje Wortel begrijpt jonge mensen van nu, die vaak een doel in het leven missen - het speelt ook in haar boeken. Anderzijds 'ondergaat' ze het leven minder dan vroeger: 'Te weinig mensen vragen zich af: waarom woon ik nog altijd in dit rijhuis?'

'De dokter zei nog zo: 'Als-ie morgen nog scheef staat, moet je meteen terugkomen.' Ik was een klein kind en ik had m'n neus gebroken, die de dokter met de hand had teruggezet. De volgende ochtend was ik heel bezorgd, maar ik kon het zelf niet beoordelen. Mijn ouders stelden me gerust: 'Ja joh, staat hartstikke recht.' Prima. Tot er jaren later iemand aan me vraagt of ik ooit mijn neus gebroken heb, dat-ie zo scheef staat. Al die tijd had ik het niet gezien, maar sinds die ontmaskering kan ik het niet meer negeren."

Ze buigt naar voren en wijst naar de bescheiden knik tussen haar opengesperde ogen. "Je kent jezelf eigenlijk alleen als standbeeld, als pose in de spiegel. En zolang het gaat, bekijk je jezelf zoals je het liefst gezien zou willen worden. Maar dat is nu voorbij, hè."

Ze neemt een halve slok en gaat verder. "Dat is precies wat er gebeurt op de eerste pagina van Iemand, niemand en honderdduizend van de Italiaanse schrijver Luigi Pirandello. Het hoofdpersonage zegt tegen zijn vrouw dat hij het idee heeft dat zijn neus een beetje scheef staat. Waarop zijn vrouw zegt: 'Ja, dat wist je toch wel?'

"Deze nieuwe kennis leidt tot een identiteitscrisis bij de man en een obsessie voor de neus. Hij vraagt aan iedereen die hij tegenkomt hoe hij of zij hem ziet. En natuurlijk, iedereen ziet hem anders, en daarmee ziet ook niemand hem zoals hij zichzelf ziet. Dat is een tamelijk diepe vorm van eenzaamheid.

"Veel van mijn personages zijn vaak projectieschermen van andermans dromen. Ze worden gezien vanuit de wensen van degene die kijkt. In IJstijd ziet de redactrice van de uitgeverij James Dillard als een briljante schrijver, iets waar hij zelf geen weet van heeft, en waar ook geen enkele aanleiding voor is."

Het derde boek van Maartje Wortel betekende de terugkeer van een personage: James Dillard. In Half mens nog een Amerikaans jurylid in een rechtszaak, in IJstijd een eenzame Nederlandse man die teert op het geld van zijn moeder en in chique hotels leeft. Op een dag wordt hij gebeld door redactrice Monica, die wil dat hij een boek gaat schrijven.

"In eerste instantie zat James Dillard zelfs helemaal niet in Half mens. Hij is er op het allerlaatste moment bijgekomen. Toen ik het boek dacht af te hebben, bleek dat ik een extra verteller nodig had. Zo kwam James Dillard Half mens in.

"En toen zeiden de mensen van mijn uitgeverij (De Bezige Bij, red.) opeens dat ze wilden dat James Dillard meer ruimte kreeg. Want hij had 'zo'n lekkere stem', waarmee ik kon 'doorpakken naar het grote publiek'. Een Holden Caulfield-achtige vertelstem, een beetje cool, maar toch herkenbaar genoeg. Daar werd ik toen heel kwaad om, want hij had helemaal niets met het verhaal te maken. Ik vond het echt onzin. Daarom heb ik hem - en dat is misschien ook een zwaktebod - extreem veel ruimte gegeven en die ruimte laten beklagen in mijn volgende boek, IJstijd. Maar dan als Nederlander.'

En James Dillard bestaat echt, toch?

"Ja. Maar hij weet niet dat hij in mijn boeken zit. Hij was de huisbaas van mijn vriendin toen zij in San Francisco woonde. Hij was 43 en heel, heel rijk, echt belachelijk rijk. Hij kreeg elke maand geld van z'n ouders en hij verhuurde ook nog eens kamers in een voormalig slachthuis - de vleeshaken hingen nog aan de muur - waar hij levensgevaarlijke hokjes in had getimmerd voor negen studenten. En dan jatte hij ook nog het eten van die studenten.

"Eens per maand, als hij zijn ouderlijke toelage had ontvangen, kocht hij dan wel voor iedereen drugs en hele dure kaas die hij via internet besteld had.

"Ik heb hem maar twee keer ontmoet. Beide keren was hij platen aan het draaien, met een hoed en een zonnebril op, denkend dat hij Charles Bukowski was. Als ik over James Dillard schrijf, zie ik hem echt voor me, hoor ik zijn stem."

Ook jouw James Dillard leeft op zijn ouders' geld en heeft een voorliefde voor exquise kazen. Wat is er nog meer op hem gebaseerd?

"Toen ik in Amerika was, werd hij daadwerkelijk opgeroepen voor jurydienst. Hij was helemaal door het dolle heen dat hij was uitverkozen, want opeens had hij wat te doen en werd er naar hem geluisterd. Dat was voor hem een uitkomst.

"De echte James Dillard had niets te bevechten. Hij had geen werk, geen vriendin, een tweede huis waar hij nooit kwam omdat hij het te ver rijden vond. Alles was te veel voor hem, terwijl hij alles had. Iedere dag liep hij naar dezelfde lantaarnpaal. Daar aangekomen belde hij dan een taxi, zei hij: 'Ik ben er', en liet hij zich terugbrengen. Die lantaarnpaal gaf hem een haalbaar doel voor de dag."

Duizelingwekkend verwend

In het voorjaar van 2014 spuwde de Nederlandse schrijver en televisiepresentator Abdelkader Benali op Facebook zijn gal over de personages in de verhalen van Nederlandse jonge schrijvers: "Iedereen is hoogopgeleid, iedereen heeft ouders met 'gekke' trauma's, iedereen is een drop-out van het Montessori Lyceum, iedereen is neurotisch op het debiele af, iedereen is de hele dag aan het filosoferen over de ideale bereiding van een cappuccino, iedereen woont in Amsterdam, iedereen is ongelukkig, iedereen heeft geld, iedereen droomt van armoede, iedereen twijfelt aan zichzelf, iedereen heeft seks, iedereen zoekt liefde, iedereen heeft briljante a-logische redeneringen, iedereen is licht duizelig door alle verwendheid die men heeft ervaren, niemand slaapt thuis, maar ergens anders op locaties die een normaal mens nooit zou kunnen betalen. Iedereen is wezenloos middelmatig en niemand heeft een leven."

Niet veel later bleek Benali deze uitbarsting te hebben gehad op het moment dat hij IJstijd las.

"Lethargie wekt veel woede op, ook als het de lethargie van verzonnen personages is. Lezers namen het de James Dillard uit IJstijd kwalijk dat hij niets ondernam, niet in beweging kwam tegen de wereld.

"Abdelkader Benali had diezelfde frustratie. Ik snap dat ook wel, maar die onduidelijkheid over het eigen doel in het leven is iets wat veel jonge mensen in deze tijd ervaren. Ik weet dat het een cliché is, maar die verwennende weldaad ontneemt ons wel iets wat we kunnen bevechten. Mijn James Dillard komt uit een familie van militairen, maar goed, hij heeft geen oorlog die hij kan voeren.

"Het is nu een stuk moeilijker om je kwaad te maken. Je kunt wel weer wat roepen over de vliegramp, over hoe erg het is, maar wat kun je ertegen doen? En wat moet je dan weer met het bericht van een dag later, dat er een boot vluchtelingen is vergaan? Ik ben helemaal niet tegen mensen met een mening, maar ik vind het juist ook mooi als je met gelatenheid kunt leven en daar plezier aan beleeft. Dat vind ik juist dapper. Waarom zou je niet elke dag naar een lantaarnpaal lopen?"

Vind je het belangrijk dat mensen je personages sympathiek vinden?

"O, nee. Ik vind mijn personages zelf niet eens fijne mensen, maar dat hoeft ook niet. Als ik ze te lief zou vinden, zou ik ze niets ergs durven laten overkomen. Ik moet afstand voelen tot een personage. Verder kan ik wel een heel duidelijk beeld hebben bij iemand als James Dillard, maar elke lezer beoordeelt hem toch weer anders.

"Boeken lezen leent zich goed voor het botvieren van frustratie, hoop en verwachtingen. Ik vind het interessant dat mensen op die manier lezen, maar het zijn dingen waar ik zelf helemaal niet over nadenk. Niet als ik schrijf, niet als ik zelf lees. Waarom heeft die man een pantalon aan terwijl hij in een bloemenzaak werkt? Zulke vragen stel ik nooit.

"Laat mijn personages lekker hun gang gaan. Er is zoveel onverklaarbaar gedrag in de echte wereld. Het zou maar raar zijn als elk personage opeens de redelijkheid zelve is. Die kritische analyse lijkt zich bij veel lezers overigens ook te beperken tot het beoordelen van personages. Ze zullen het James Dillard kwalijk nemen dat hij in een hotel woont, maar ze stellen die vraag niet zo snel aan hun omgeving: waarom woon ik eigenlijk nog steeds in dit rijtjeshuis?"

Herkennen mensen zich weleens in je personages?

"Alleen m'n ex-vriendinnetje heeft zich weleens herkend. Ze was tamelijk hysterisch en ging af en toe in de kast zitten als het haar te kwaad werd. In IJstijd doet het meisje dat ook. Een tijdje geleden kreeg ik een bericht van haar: 'Haha, weet je nog dat ik telkens in de kast ging zitten?'. En dat is dan ook weer goed.

"In IJstijd heb ik de namen van mijn ouders en broer verwerkt. Het eiland waar James Dillard naartoe gaat, heet Irmgard, naar mijn moeder Irma. De hond heet Bas, net als mijn broer. En de man met wie de moederfiguur vreemdgaat heet Gerard. Het meisje op wie James verliefd is, heet Marie. Zo heet mijn vriendin ook. Dat zorgde voor de nodige bezorgde vragen uit de periferie van onze vrienden, want de fictieve Marie is anorectisch en ronduit raar, terwijl mijn Marie een en al kalmte is. Nou ja, mensen die ons kennen, weten wel beter. En de mensen die ons niet kennen, weten weer niets.

"In non-fictiestukken voor kranten en tijdschriften gebruik ik mijn familie natuurlijk wel. Eén kant van mijn familie is behoorlijk white trash: heel veel drinken, lekker rommelig en licht ontvlambaar. Dat is natuurlijk ook vruchtbare grond voor een schrijver. Mijn vader en moeder hebben er geen enkel probleem mee als ik het in een stuk verwerk. Ze zijn allang blij dat het marginale gedoe in ieder geval nog zin heeft gehad.

"Vorige week had ik voor de krant een verhaal over mijn broer geschreven. Daarin beschreef ik hoe hij een keer bijna dood was geweest, omdat hij als twaalfjarige was gevoerd met Apfelkorn en bijna gestikt was. De vriend van mijn nicht met wie hij mee was, heeft hem toen laten liggen, omdat-ie zo geschrokken was."

Ze kijkt vrolijk op en neuriet. "Lalalalalala. Het was een beetje een familiegeheim. Voordat het in de krant kwam, heb ik het wel aan mijn broer laten lezen, maar die had er geen problemen meer mee, want ja, hij leeft nog. Maar goed, dan bellen er natuurlijk weer allemaal vrienden naar mijn ouders om te vragen of het waar is. Ooit schrijf ik een boek over die familie. Maar nu nog niet."

In je twee romans en in veel van je verhalen is de verteller een man. Waarom?

Ze praat iets zachter, maar zonder twijfel: "Ik schrijf vanuit een man die een meisje leuk vindt, omdat ik weet hoe de mannelijke personages naar een meisje kijken. Niet letterlijk, want sommige personages zijn heel naar in de manier waarop ze vrouwen benaderen, maar ik snap de emotie beter."

Zijn je favoriete personages uit andermans werken ook vaak mannelijk?

"Vooral in de zomer moet ik extreem vaak aan Jean-Baptiste Grenouille denken, uit Süskinds Het parfum. Op vakantie zie ik mensen lopen die een triestheid met zich meedragen, letterlijk zonder geur lijken te zijn. En sinds ik John Williams' Stoner heb gelezen, denk ik regelmatig aan dat hoofdpersonage. Zoveel mensen leven zoals hij, als nobele lapzwanzen die net niet doen wat ze zelf zouden willen, omdat ze het risico te groot vinden om hun leven te veranderen. Sindsdien durf ik meer, of heb ik mezelf verplicht meer te durven, doe ik soms ook weer de verkeerde dingen, maar onderga ik het leven in ieder geval niet lijdzaam.

"Iemand aan wie ik ook vaak denk, is Lee Mellon. Hij is een jongetje uit A Confederate General from Big Sur van Richard Brautigan. Dat is deels vanwege zijn naam, waarmee ik me erg verwant voel. Je kunt de persoon vergeten zijn, maar je weet altijd nog dat er iemand was die Lee Mellon heette. Op de eerste pagina moet Lee kiezen. Hij heeft een dollar, waarmee hij of een hamburger kan kopen of patronen voor de revolver van zijn vader. De winkels zitten naast elkaar. Hij heeft heel veel zin in een hamburger, maar hij koopt toch de patronen. Iets later schiet hij per ongeluk zijn buurmeisje neer. Hij raakt geobsedeerd door hamburgers. Hij gaat in een hamburgertent werken en blijft de rest van zijn leven bezig met hamburgers.

"Het klinkt misschien wat jolig, maar het is ook een serieus verhaal over keuzes maken. Je kunt beslissingen nooit helemaal ongedaan maken, hoezeer je het ook probeert te bezweren."

Bio

Maartje Wortel

Geboren in Eemnes, Nederland, op 26 oktober 1982

Volgt de opleiding Beeld & Taal aan de Rietveld Academie in Amsterdam

Debuteert in 2009 met de verhalenbundel Dit is jouw huis

Publiceert in 2011 haar eerste roman Half mens

In 2014 verschijnt de roman IJstijd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234