Zaterdag 02/07/2022

'Mijn vragen waren ook die van de lezers'

Wibke Bruhns was vier jaar oud toen haar vader door de nazi's wegens hoogverraad in de gevangenis van Plötzensee werd opgehangen. Hans-Georg Klamroth was als samenzweerder betrokken bij de aanslag op Adolf Hitler van 20 juli 1944. Tientallen jaren later ziet Wibke haar vader bij toeval op een film van het proces. De beelden onthutsen haar. De journaliste van het opinieweekblad Stern besluit op onderzoek te trekken. Wat was er aan de hand in het Duitsland van haar vader? Wat gebeurde er in die tijd met het welgestelde koopmansgeslacht van de Klamroths in Halberstadt? Wie was haar vader eigenlijk? Door Joseph Pearce

Bruhns wacht tot ze met pensioen gaat. Haar werk als journaliste en moeder slorpt immers al haar tijd op. Maar wanneer Het land van mijn vader uiteindelijk verschijnt, is het een sensatie. Bruhns heeft duidelijk een gevoelige zenuw geraakt. Balancerend tussen emotie en objectiviteit doet ze de lezer nadenken over het Duitse oorlogsverleden van de twintigste eeuw. Bruhns vergoelijkt noch veroordeelt maar begrijpt. Een uitdaging voor wie met vastgeroeste voorstellingen over de nazi-tijd kampt.

Viel het u emotioneel zwaar om over uw vader te schrijven?

"In geen geval. Mijn vader stierf toen ik vier was. Ik heb zelfs nooit een beeld van hem gehad. Bovendien kom ik uit een tijd waarin een vader niet bestond. Miljoenen Duitse kinderen zijn zonder vader opgevoed. En omdat er geen band tussen mijn vader en mij bestond, heb ik hem niet gemist."

'Mijn geluk was de cesuur', schrijft u. 'Ik ben begonnen toen alles afgelopen was.' Is alleen afstand nodig om een eerlijk portret van iemand te kunnen tekenen?

"De afstand tot de nazi-tijd was in ieder geval cruciaal. Maar ik wilde zeker geen boek van een dochter over haar vader schrijven. Ik wilde door hem heen zijn land beschrijven omdat ik niemand anders had waardoor ik dat had kunnen doen. Bovendien wilde ik op de achtergrond blijven. Mij was het om de geaardheid van het land te doen. Wat is daar gebeurd tussen het begin van de twintigste eeuw en het einde van de Tweede Wereldoorlog?"

'De Duitsers betaalden voor hun hybris met het verlies van de toekomst.' Waarom hoogmoed? Zijn ze niet twee keer een oorlog begonnen omdat ze zich onzeker voelden en bedreigd door vijanden?

"Zet dat maar snel uit uw hoofd. De Duitsers wilden Europa domineren. Vijanden? Quatsch. Zelfs tijdens die krankzinnige nazi-tijd zullen er niet veel Duitsers gedacht hebben dat de andere landen de boosdoeners waren. Duitsland dacht hegemoniaal. Toen het keizerrijk in 1871 werd uitgeroepen, zei Bismarck dat Duitsland een grootmacht was geworden en daarom niets meer nodig had. Wilhelm II was het daar niet mee eens. Hij zette Bismarck aan de dijk omdat hij van Duitsland de grootste macht in Europa wilde maken. Dat verklaart waarom Duitsland de Eerste Wereldoorlog is begonnen, en die mentaliteit heeft zich na die oorlog tot aan de volgende voortgezet."

U laat zich nogal sarcastisch uit over de nationalistische tijdgeest van toen. Is dat niet te makkelijk? Zelfs de meeste intellectuelen en kunstenaars waren patriotten en trokken met enthousiasme ten oorlog.

"Sarcastisch? Absoluut niet. Wel verbaasd. Extreem nationalisme is niet meer van deze tijd. In 1914 was heel Europa patriottisch. Iedereen dacht dat ze de besten waren. Het vaderland voor alles. Zelfs de tegenstanders van de oorlog hebben zich laten meeslepen."

U bent een kroniekschrijfster, beweert u. Maar waarom doorspekt u dan de historische gebeurtenissen voortdurend met persoonlijke commentaar?

"Het was niet mijn bedoeling om over alles mijn zegje te doen, maar toen ik aan het schrijven was, merkte ik dat er voortdurend vragen opwelden. Nu ben ik lang genoeg journaliste om te weten dat het doodzonde is om je eigen mening overal tussen te stoppen. Toen dacht ik, wacht eens even. Dit is mijn boek. Ik kan ermee doen wat ik wil. Bovendien besefte ik dat de lezers met een kroniek alleen niet aan hun trekken zouden komen. Tenslotte zouden ze ook willen weten wat door mijn hoofd ging. Na de publicatie heb ik gemerkt dat de meeste lezers mijn boek precies daarom zo goed vinden. Mijn vragen waren ook die van hen. Nu ben ik uiteraard dolblij dat ik die strategie gevolgd heb."

Was uw vader een typische Pruis?

"Zonder twijfel. Discipline, geldingsdrang, loyaliteit. En zeer patriottisch en autoritair. Wanneer hij tijdens de Eerste Wereldoorlog een Rus doodschiet, schrijft hij er in zijn brief naar huis over alsof hij een stuk wild tijdens de jacht heeft neergeschoten. Maar wanneer hij een Duitse soldaat, die van de diefstal van een zwijn beschuldigd wordt, ombrengt, blijft hem dat zijn hele leven lang achtervolgen. Zijn vader verwachtte ook veel van zijn zoon. Te veel. Hij gaf hem voortdurend raad, hij verloor hem geen ogenblik uit het oog."

Maar zijn vader dacht veel minder extreem. Hij was diplomatisch, hij stond met beide voeten op de grond.

"Ten eerste had de vader uiteraard meer levenservaring, hij was rijper. Ten tweede was hij een zakenman. Zijn familiebedrijf bestond al heel lang. Hij wist dat je veel gezond verstand moest hebben om in de zakenwereld te overleven. Met patriottische slogans alleen kom je niet ver in die wereld. Mijn grootvader besefte dat het leven na een oorlog verder ging. Mijn vader was te jong om dat al te begrijpen, hij was wijsneuzig en pompeus, onuitstaanbaar, zeg maar."

Maar is zijn obsessie met uniformen en vlaggen en parades echt zo gevaarlijk? 'Als het niet zo gevaarlijk was, was het belachelijk', schrijft u. Maar is het eigenlijk niet veel meer dan grote jongens die met speelgoedgeweren exerceren?

"Nee, hoor, het was verdomd gevaarlijk. De Pruisische bourgeoisie wilde natuurlijk geen oorlog, dat wilden de militairen en de adel. Maar wat mij fascineerde was dat de gewone burger meedreef in dat enthousiasme voor dat militaire vlaggenvertoon. Goed, dat operettegedoe bestond ook in Frankrijk en Engeland en in Oostenrijk en Rusland, maar in Duitsland nam het overdreven vormen aan. Het land was een parvenu tussen de andere grote staten, en het leek alsof zij twee keer zoveel veren op hun helm moesten hebben en twee keer zoveel medailles op hun borst moesten spelden. Een kinderachtig spel, ongetwijfeld, maar een dat heeft geleid naar onverholen agressie en gelijkhebberigheid."

Waarom geloofden zo goed als alle Duitsers in 1918 dat ze de oorlog hadden verloren omdat ze door de joden en sociaal-democraten waren verraden?

"Ludendorff heeft die leugens verspreid. Toen de oorlog niet meer te winnen leek, wilden de sociaal-democraten vredesonderhandelingen beginnen. Ludendorff ging daar aanvankelijk mee akkoord, maar drie maanden later veranderde hij van mening. Na de oorlog beschuldigde hij de sociaal-democraten van verraad. Ze waren in de val gelopen. De republiek had niet onder een ongelukkiger gesternte kunnen beginnen. Hitler nam de leugens van Ludendorff naadloos over. Geen wonder dat hij in München in 1923 samen met Ludendorff een coup wilde plegen."

Is het niet ironisch dat de firma Klamroth zonder kleerscheuren zowel de hyperinflatie als de depressiejaren overleeft, maar bijna failliet gaat tijdens het Derde Rijk, op een ogenblik dat uw vader lid van de NSDAP wordt en zelfs lid van de SS?

"Grappig, nietwaar? Mijn vader kon er wel niet om lachen. De nazi's wilden alles controleren en in regels gieten. Vader heeft er zich ontzettend over opgewonden. Ondernemingsgeest is de hoeksteen van een gezonde economie, niet alleen uit zuiver economische redenen maar ook uit menselijke overwegingen. Je kunt het alleen goed hebben als het goed gaat met de economie. Die nazi-politiek was weliswaar niet de hoofdreden waarom hij zijn SS-uniform heeft uitgetrokken en zijn handen van het nieuwe regime heeft afgetrokken. Ik geloof dat hij aan de goede bedoelingen van Hitler begon te twijfelen toen die na de Nacht van de Lange Messen SA-leider Ernst Röhm en een aantal andere politieke tegenstanders op bloedige wijze uitschakelde. Vader moet op dat moment begrepen hebben dat de hoop van de conservatieven om Hitler aan banden te leggen, mislukt was."

Maar het ging toen toch al goed met Duitsland? Het land krabbelde recht uit de crisis.

"Ja, tussen 1934 en 1938 was het voor de meeste burgers een paradijs. Ze hadden werk, kregen voor het eerst vakantie, ze hadden afgerekend met het naar hun gevoel vernederende Verdrag van Versailles, Duitsland had weer zijn plaats tussen de grote naties ingenomen, er waren Olympische Spelen in Berlijn. De vrijheid hebben ze natuurlijk niet gemist, want ze hadden niet of nauwelijks geweten wat vrijheid betekende."

Propagandaminister Goebbels zei dat de democratie de nazi's een vrijkaart in de handen had gestopt om, eenmaal aan de macht, die democratie af te schaffen. Heeft Duitsland daaruit lessen getrokken? Zullen de burgers vandaag meer burgermoed tonen om voor die democratie op te komen mocht ze in een crisis raken?

"Vandaag is de democratie in Duitsland niet in gevaar. De waakzaamheid van alle partijen is te groot. Zelfs het - relatieve - succes van de NPD zal dat niet veranderen. Sommigen vinden dat we nu in een crisissituatie leven. Er zijn problemen met buitenlanders, er is de enorme werkeloosheid. Maar vandaag worden werklozen niet aan hun lot overgelaten, en wat het extreem-rechts geweld van skinheads betreft, dat lijkt over zijn hoogtepunt heen. Ik wil de problemen nochtans niet onderschatten. Rechts geweld blijft veel te hoog, vooral in het oosten van het land. En er is nog altijd latent zowel als openlijk antisemitisme."

De familie zorgt ervoor dat ze al in 1933 raszuiver is. Ik heb zelden zoveel slaafsheid gezien, schrijft u. U vraagt zich af of ze allemaal hun verstand verloren hebben. Waarom was u zo ontgoocheld in uw familie?

"Niet zozeer ontgoocheld als geërgerd. In de notulen van die familievergadering staat dat ze hun raszuiverheid wilden aantonen omdat ze dachten dat ze dan geen zogenaamde ariërpas nodig zouden hebben. Nu kan ik begrijpen dat ze uit praktische overwegingen hebben gehandeld. Maar waarom wilden ze de regering voor zijn? Het was dom en opportunistisch, en het heeft niets opgeleverd, want later moesten ze toch opnieuw bewijzen dat ze raszuiver waren."

Na de Kristallnacht schaamt uw moeder zich dat ze Duitse is. Over de joden heeft ze het niet, schrijft u. Maar impliceert die schaamte niet dat ze begaan was met het lot van de joden?

"Dat weet ik niet. Uit de brieven en dagboekaantekeningen kan ik niet concluderen wat ze voor de joden voelde, want ze schreef niet over hen. Misschien uit angst, dat weet ik niet. Best mogelijk dat ze haar gezin wilde beschermen en dat ze niet in het oog van de Gestapo wilde lopen."

Weet u beter waarom uw vader in het verzet tegen Hitler is gegaan?

"Eigenlijk niet, nee. Veel geschreven materiaal had ik sowieso niet. Wie tegen Hitler was, schreef dat niet op en hield zijn mond. Daarom weet ik niet goed wat ik met dat woord 'verzet' moet beginnen. Zeker is dat hij van bepaalde plannen op de hoogte was. De samenzweerders niet aangeven was op zich al landverraad, natuurlijk. Maar waarom gaf hij ze niet aan? Toen hij werd gearresteerd, moet hij alvast verrast geweest zijn, want tegen mijn moeder had hij kort daarvoor gezegd dat hij geen gevaar zou lopen. Toch moet hij geweten hebben dat zijn naam in vele adressenboekjes stond, net zoals vele leden van het verzet in zijn boekje stonden. Ik wacht met spanning op de vrijgave van Deense oorlogsarchieven later dit jaar. Daaruit zou moeten blijken in hoeverre mijn vader tijdens zijn verblijf in Kopenhagen de Denen heeft geholpen in het verzet tegen de nazi's."

Hebt u tijdens uw speurtocht naar uw vader parallellen met uzelf ontdekt?

"O ja, een hele reeks karaktertrekken zelfs. Zo ben ik ook ontzettend pietluttig, hoewel ik niet zoals hij alle vertrektijden en aankomsttijden van de trein tot op de minuut in een notitieboekje opschrijf. Ik ben ook een workaholic en even fantasierijk. De fantasie heb ik moeten afleren, natuurlijk. Een journaliste moet zich aan de feiten houden. Hij was een womanizer, ik liep in mijn jonge jaren de mannen achterna. Dat heb ik ook afgeleerd. Ik ben ook zeer lang erg onrijp gebleven. Mijn vader dweepte met het vaderland, ik dweepte met het marxisme. Allebei even dom, uiteraard."

Houdt u nu van uw vader?

"Ik sta heel dicht bij hem. Is dat liefde? Ja, zeker? Niet omdat hij mijn vader is, maar omdat hij een mens als alle anderen was. Eerlijk gezegd heb ik me nooit zo nauw met iemand verbonden gevoeld als met hem. Dat kan natuurlijk alleen met mensen die dood zijn. Van een levende ken je zijn beperkingen, dan heb je minder geduld. Maar mijn vader heb ik leren accepteren zoals hij werkelijk was, met al zijn goede en slechte kanten. Ik heb respect voor hem. Alleen dan heeft de liefde een kans."

Waarom heeft ooit iemand 'Heil Hitler' gezegd, schrijft u ten slotte. Ja, waarom? Is dat stof voor uw volgende boek?

"Nee, hoor, dat thema is voltooid verleden tijd. Een antwoord op die vraag heb ik trouwens niet. Ik weet echt niet waarom zoveel Duitsers die tierende gnoom zolang als hun Messias hebben willen zien."

Wibke Bruhns

Het land van mijn vader

Oorspronkelijke titel: Meines Vaters Land

Vertaald door Hans Driessen

De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 336 p., 18,95 euro.

'Extreem nationalisme is niet meer van deze tijd. In 1914 was heel Europa patriottisch. Zelfs de tegenstanders van de oorlog hebben zich laten meeslepen''Het leek alsof de Duitsers twee keer zoveel veren op hun helm en medailles op hun borst moesten hebben. Kinderachtig, maar het heeft geleid naar agressie en gelijkhebberigheid'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234