Woensdag 05/10/2022

'Missrabat' zoekt een lief

Bob Van den Broeck over allochtone internauten en hun identiteit

Hij is niet langer Ali uit Rabat die nu in Antwerpen woont. Hij is Ali, moslim in een westers land. Migrantenjongeren van nu hebben een geglobaliseerde identiteit. Als er in Antwerpen iets gebeurt, komen ze massaal op straat. Als er in Israël iets gebeurt ook. Internet heeft de leefwereld groter gemaakt en reactie op gebeurtenissen sneller. Maar het maakt het hen ook mogelijk aan de beperkingen van hun wereld te ontsnappen: meisjes gaan al chattend onder schuilnamen op zoek naar een lief.

Antwerpen

Eigen berichtgeving

Katrijn Serneels

De Turnhoutsebaan in Borgerhout is de straat met de meeste telefoon- en internetwinkels in heel België. En dat is geen toeval. "Er is een sociaal-economische reden voor het succes van de internetzaken in migrantenwijken", zegt Bob Van den Broeck, assistent rechten aan de Universiteit Antwerpen en publicist over het wel en wee van de multiculturele samenleving. "Weinig allochtone jongeren hebben thuis internet, omdat de aankoop van een computer er niet prioritair of te duur is. De komst van internetzaken ligt in het verlengde van de internationale telefoonwinkels. Het is hun virtuele venster op de wereld, om verder te kijken dan Borgerhout. Omdat ze weinig andere vrijetijdsbesteding hebben - te duur, te ver, te blank, niet welkom - spelen ze ook een belangrijke sociale rol."

De internetzaken zijn meer dan een plaats om wat te surfen, ze zijn ook een vrijplaats voor de migrantenjongeren. "Het is een plek waar ze kunnen communiceren met elkaar, waar de controle van de ouders en de gemeenschap, waar iedereen iedereen kent, even wegvalt. Je kunt er anoniem vragen stellen aan de cyberimam of chatten onder een schuilnaam. Jongens durven er naar erotiek en blote vrouwen kijken, wat thuis des duivels is."

"Meisjes leggen via de chat ook contact met jongens", zegt Fatiha, Bobs multiculturele echtgenote. "Mijn zus is de ene dag missrabat, een week later missteheran. Als de jongens te opdringerig worden - en in het geval van mijn zus zal dat nogal snel zijn -, dan verandert ze gewoon van naam. Ondertussen hoeft niemand te weten dat ze met jongens praat, of ooit interesse heeft gehad in meer dan één jongen. Geen schande voor de familie dus. Op de chat wordt er met andere meisjes ook over relaties en maagdelijkheid gepraat. De anonimiteit geeft een extra veiligheid. Zeg aan niemand dat ik verliefd ben, is het motto."

De opkomst van sms, e-mail en chat heeft een stille revolutie veroorzaakt. En niet alleen op het vlak van relatievorming. "Gsm, internet, satelliet-tv zijn een katalysator voor de vorming van een geglobaliseerde identiteit bij migrantenjongeren", zegt Marie-Claire Foblets, hoogleraar aan de KUL en samenstelster van het boek Migratie, zijn wij uw kinderen?, over identiteit bij migrantenjongeren. "Geglobaliseerde identiteit betekent: je bent Ali uit Rabat die in Antwerpen woont, en dat bepaalt je identiteit, maar je bent ook een lid van de wereldbeschaving die islam heet. Je leefwereld wordt groter, je ziet jezelf als deel van een groter geheel, een grotere beweging. Dat zorgt voor empowerment: als je deel uitmaakt maakt van een grote, belangrijke groep, dan sta je zelf ook sterker. Er is niet alleen schaalvergroting door de nieuwe communicatietechnologie, maar ook individualisering. Je wereld wordt groter, maar ook kleiner: als er ver weg iets gebeurt, lijkt dat dichterbij omdat je je er persoonlijker bij betrokken voelt. Palestina maakt heel veel los bij migrantenjongeren hier, ook al kennen ze geen enkele Palestijn."

Kortom, als de wereld beeft, trilt het na in Borgerhout. "De solidariteit van de oemma, de idee dat alle moslims één zijn, ook al zijn ze verschillend, speelt een belangrijke rol", zegt Bob Van den Broeck. "De solidariteit binnen de migrantengemeenschap is heel groot. Als er in Antwerpen een moslim vermoord wordt, komt iedereen massaal op straat. Wordt er in Mechelen iemand opgepakt, dan staan ze er ook in Antwerpen. Als er iets in Palestina of Israël gebeurt, dan is er betoging op de Meir." "Er is grote steun, ook op persoonlijk vlak", zegt Fatiha. "Als mijn moeder hoort dat iemand ziek is in de gemeenschap, dan gaat ze die in het ziekenhuis bezoeken. Of als twee migrantenkindjes uit het raam vallen op de Luchtbal, zijn de ouders in Borgerhout ook aangeslagen."

De grote solidariteit heeft ook nadelen: je krijgt niet alleen een geglobaliseerde, maar ook een reactieve identiteit omdat het gemeenschapsgevoel zo sterk is. Van den Broeck: "Als je kritiek op één van hen hebt, heb je al snel iets tegen alle moslims. Een eenvoudig voorbeeld: een leerkracht zegt 'zit stil' tegen een Marokkaanse leerling. De leerling denkt dan vaak niet: de leerkracht heeft gelijk, of heeft iets tegen mij, maar onmiddellijk: 'dat is een racist'. Vaak ontbreekt elke introspectie en zelfkritiek."

Het wij-zijn-een-en-solidair-met-de-wereldgevoel moet met een korreltje zout genomen worden. "De jongeren hier identificeren zich sterk met de Palestijnen. Dat zijn immers de enige moslims die onderdrukt worden door een externe vijand: Israël en Amerika. In andere Arabische landen worden ook moslims onderdrukt, maar dan door hun eigen leiders. Het is echter makkelijker om solidair te zijn met een groep die hetzelfde vijandbeeld heeft als jij, en met argumenten uit hun strijd het eigen protest te legitimeren. De AEL maakt in e-mails die oproepen voor betogingen dan ook niet voor niets gebruik van foto's van strijdende Palestijnse jongeren.

"Eigenlijk halen jongeren overal argumenten vandaan. Ze halen ze van radicale websites maar ook uit de geschiedenis van de Belgische arbeidersbeweging. Je hoort migrantenjongeren zeggen: ook jullie arbeiders hebben geweld moeten gebruiken om zich te emanciperen. Dergelijke parallellen worden al eens gemaakt in teksten zoals je ze op de interculturele website kifkif vindt. In die zin heeft alle commotie overigens nog een positief effect: ze leren er de Belgische geschiedenis door kennen, wat de samenhang op lange termijn alleen maar kan bevorderen."

De internetgeneratie voelt zich meer betrokken bij de wereld, maar is ook meer betrokken bij het Belgisch beleid. "De eerste generatie voelde zich een gast hier, ze bemoeide zich niet met het Belgisch beleid. Nu heb je een moslimelite binnen de tweede en derde generatie, die geschoold is en de vaardigheden heeft om als woordvoerder op te treden voor de gemeenschap. Maar de jongeren op straat hebben geen boodschap aan de Fauzaya Talhaoui's of de Nahima Lanjri's, ze doen er smalend over. Dat zijn bounty's: bruin vanbuiten, wit vanbinnen. Of excuus-fatima's, alibi-ali's of troetelallochtonen. De 'bounty's' vertegenwoordigen allicht vooral blanke autochtone stemmers en het gematigde deel van de migrantengemeenschap. Het andere deel, dat minder openstaat voor nuance en zelfkritiek, vindt nu ook een stem. Zij hebben meer sympathie voor de AEL, die hun frustraties kent en erkent. Uiteindelijk zal van deze organisatie een positief effect uitgaan. Niet door haar constructieve opstelling, verre van, maar wel door haar strijdbaarheid die ervoor zorgt dat het politieke debat niet snel meer zal luwen."

Info: www.kifkif.be. De cyberimam kunt u vinden op www.al-islaam.com.

Van den Broeck: 'De jongeren voelen zich een deel van een groter geheel. Dat zorgt voor empowerment: je staat sterker als je deel uitmaakt van een grote groep'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234