Maandag 03/10/2022

modeontwerper-kunstenaar Hussein Chalayan

'Designer of kunstenaar, wie maalt er om die etiketten? Ik ben een idee�npersoon met als hoofdberoep ontwerper en als bijberoep kunstenaar''Niet alle ontwerpers zijn zo enthousiast over hun werk. In Londen ken ik er veel die het eerder voor de levensstijl doen. Daar heb ik weinig respect voor'

@9* eind blokje=

'Wat is een grens, behalve een lijn in je hoofd?'

Hij is pas 35, maar toch wordt Hussein Chalayan nu al in één adem genoemd met legendarische modevernieuwers

als Pierre Cardin, Paco Rabanne en Christobal Balenciaga. In een wereld

die wordt beheerst door geld en extravagantie, oppervlakkigheid en snobisme, slaagt hij erin filosofische en maatschappelijke thema's te verwerken tot een verfrissende esthetiek met een nieuwe vormentaal. Een gesprek over creatie en commercie, over grenzen verkennen en verleggen.

door Cathérine Ongenae

'Ik vind het moeilijk om over mijn werk te praten", zegt Chalayan aan het begin van het interview. "Ik weet niet wat mensen belangrijk vinden. Wat vinden ze interessant? Het creatieproces? De kleren? De materialen?"

We zitten op de eerste etage van het gezellige Café de Flore, in de Parijse wijk Saint-Germain. De dag voordien stelde Chalayan zijn wintercollectie voor aan een razend enthousiast publiek. Didier Grumbach, de voorzitter van de Chambre Syndicale de la Haute Couture en een van zijn grootste fans, knikte goedkeurend. Gelijk had hij. In tegenstelling tot de algemene teneur van de modeweek - commerciële en veilige, weinig fantasievolle collecties - zette Chalayan een dynamisch beeld neer van op het eerste gezicht moeilijke, maar erg aantrekkelijke volumes.

Er zijn genoeg ontwerpers die zelfs geen positieve respons nodig hebben om goed te staan met zichzelf, maar bij de eerste handdruk wordt het al duidelijk dat deze jongen niet naast zijn schoenen loopt. Dat hij niet meteen kan antwoorden op de vraag waarop hij zich baseerde voor de bultachtige jassen en kralenjurken zou echter gemakkelijk verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd. Maar Chalayan is geen moeilijk mens. Hij vraagt zich oprecht af of ik wel iets aan het antwoord zal hebben.

"Ik wilde vorm geven aan het onbekende", antwoordt hij uiteindelijk. "Daarvoor heb ik onderzocht hoe verschillende mensen reageren op een nieuwe omgeving. Hoe reageert een vreemdeling op een nieuwe plek? Hoe ontworteld voelt hij zich daar, hoe probeert hij zich aan te passen? Ik heb een film gemaakt waarin ik een dna-staal van vijf mensen met een verschillende raciale achtergrond heb gemixt met frequenties van typisch Londense stadsgeluiden. Dat leverde vijf totaal verschillende diagrammen op. Het Noord-Koreaanse dna gaf een ander resultaat dan het Japanse. Bepaalde pieken en golven uit die diagrammen keren terug in zakken, halsuitsnijdingen en vormen van jasjes. Maar het is niet zo dat je dit moet weten om de collectie te kunnen begrijpen. Het eindproduct moet het vertrekpunt volledig absorberen, uiteindelijk gaat het om kleren. Dus eigenlijk heb je niets aan dit antwoord. Het is alleen een manier van werken, waar ik persoonlijk erg veel plezier aan beleef."

Van een defilé van Hussein Chalayan mag je meer verwachten dan enkel mode. De man is een meester in het oproepen van een bevreemdende sfeer, van het vermalen van existentiële vragen tot draagbare en unieke kledingstukken. In zijn werk verkent hij de grenzen tussen natuur, architectuur, technologie, film en mode. Hij balanceert sierlijk tussen concept en commercie, tussen filosofie, maatschappelijk relevante thema's en lichtvoetigheid. Een van zijn dada's is genetische antropologie, een ander stokpaardje is de culturele smeltkroes.

Als Turkse Cyprioot die in Londen woont, heeft hij ervaring met het leven in, en met botsingen tussen verschillende culturen. Terwijl andere mensen de krant lezen en televisie kijken, brengt hij zijn leven al experimenterend door. Toen hij in 1993 afstudeerde aan de Londense modeschool Central Saint Martins, presenteerde hij een collectie in metaalhoudende stoffen die hij eerst in de tuin van een vriend had begraven. De hippe boetiek Browns kocht terstond de hele collectie, wat hem meteen de reputatie van grensverleggend modemaker opleverde. Een jaar later startte hij zijn eigen merk op.

Van in het begin probeerde hij vorm te geven aan het onmogelijke. In zijn collecties verschenen al kleren als meubelstukken, uit papier, in glasvezel. De filosofische referentie is nooit ver weg. Ontworteld zijn, reizen als permanente staat van zijn, vluchtelingen, het menselijk lichaam; met schijnbaar gemak kneedt hij deze thema's tot wonderbaarlijke collecties. Nu, tien jaar later, is hij al twee keer uitgeroepen tot Brits designer van het jaar en werden er al enkele tentoonstellingen rond zijn werk georganiseerd, onder meer in Tate Modern. De volgende vindt plaats in het Groninger Museum in Nederland en opent half april.

U bent zowel ontwerper, filmmaker als kunstenaar. Maakt u een onderscheid tussen deze disciplines?

"Nee, alles is verbonden met elkaar. Mijn films, collecties en installaties zijn media voor wat ik wil vertellen. In de praktijk hou ik me vooral bezig met ontwerpen, omdat dat mijn job is. Maar de films vormen de fundamenten van mijn collecties. Het zijn korte artistieke video's die ik samen met een galerie in Istanbul maak. Deze manier van werken maakt me intellectueel en creatief een rijker mens. Ik zou nooit op de traditionele manier kunnen ontwerpen. Tekeningen maken, historische referenties zoeken, daar word ik warm noch koud van. Ik heb vrijheid nodig om te kunnen creëren."

U stelt vragen en zoekt al experimenterend naar het antwoord. Wat daarna gebeurt, verwerkt u in uw kleren. Dat maakt uw werk heel onvoorspelbaar. Gebeurt het wel eens dat een experiment mislukt?

"Natuurlijk, maar dat maakt deel uit van het proces."

Als kunst u zo inspireert, waarom koos u er dan voor ontwerper te worden in plaats van voltijds kunstenaar?

"Omdat ik het interessanter vond om mijn ideeën toe te passen op kleren. Op die manier kon ik iets nieuws creëren, iets dat nog niet gedaan was. Dat vond ik verfrissend. Mode is à la limite functioneel en wordt gedragen door levende wezens. Als ik een vrouw zie in een van mijn creaties, word ik helemaal warm vanbinnen. Als ik kunstenaar was geworden, zou het veel moeilijker geweest zijn om me uit te drukken. Nu zou ik voltijds kunstenaar kunnen zijn, omdat ik intussen naam heb gemaakt. Maar tien jaar geleden dacht ik dat ik als kunstenaar niet zo snel een nieuwe vormentaal zou kunnen ontwikkelen. Maar ach, designer of kunstenaar, wie maalt er om die etiketten? Ik ben een ideeënpersoon met als hoofdberoep ontwerper, en als bijberoep kunstenaar."

De kracht van uw collecties ligt in het feit dat ze naast conceptueel ook commercieel zijn.

"Mode moét nu eenmaal verkopen, daar draait het uiteindelijk allemaal om. Je mag nog zo'n geweldige show organiseren, als je maar twintig stuks verkoopt, wat voor zin heeft het dan? Daarom ben ik ook met Chalayan gestart, een tweede, goedkopere lijn. Die commerciële druk is best stresserend. Als je iets maakt dat je heel mooi vindt en niemand koopt het, dan doet dat pijn.

"De kracht van mijn ontwerpen ligt ook in het feit dat ik erg hard werk. Ik durf te zeggen dat ik harder werk dan veel andere ontwerpers. Niet alle ontwerpers zijn zo enthousiast over hun werk. In Londen ken ik er veel die het eerder voor de levensstijl doen. Daar heb ik weinig respect voor."

U staat liever met beide voeten op de grond?

"Ik ben de normaalste ontwerper ter wereld. Ik doe dit werk niet om beroemd te zijn. Als je in de modewereld werkt, verwachten mensen dat je een bepaalde persona bent. Sommigen denken dat ze daardoor beter verkopen. Kijk naar Viktor & Rolf of John Galliano, dat zijn fictieve personages, geen echte mensen. Voor hen werkt het misschien, maar voor mij niet. Ik heb geen behoefte om in de spots te staan, ik wil gewoon mezelf kunnen zijn. Ik mag dan conceptueel werken, dat betekent nog niet dat ik een concept ben.

"Ik ken amper mensen uit de modewereld. Ik heb veel respect voor Nicolas Ghesquière, de ontwerper van Balenciaga, maar echt goed ken ik hem niet. Met wie ik wel af en toe contact heb, zijn Veronique Branquinho en Raf Simons. Ik heb ook goede herinneringen aan het maken van nummer C van ABCmagazine (een publicatie van het Flanders Fashion Institute, CO). De toenmalige hoofdredacteur, Gerdi Esch, is bijvoorbeeld een prachtmens. Iemand met wie je echt kunt praten, die geen fashion bullshit verkoopt. Zo bestaan er niet veel in dit wereldje."

In juni vertegenwoordigt u Turkije op de Biënnale van Venetië. Zelf bent u Turks-Cyprioot.

"Het is een hele eer dat ik Turkije mag vertegenwoordigen. Ik heb een bijzondere band met dat land. Ik ben opgegroeid in het Turkse noorden van Cyprus. De Turkse kwestie daar ligt me ook na aan het hart. De situatie is triest. De sancties tegen de Turkse Cyprioten zijn dodelijk voor het noorden van het eiland. Ik vind de Grieks-Cypriotische overheid agressief, enggeestig en racistisch. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van Grieks Cyprus en veel van mijn vrienden zijn Grieks. Maar de regering is slecht.

"Wat weinig mensen schijnen te weten is dat het probleem begonnen is met Griekenland. De Grieken wilden Cyprus laten aansluiten. De meeste mensen denken dat Turkije er gewoon is binnengevallen, omdat Turkije barbaars zou zijn. Terwijl Turkije de Cyprioten te hulp kwam, omdat niemand anders het deed. Als Turkije dat niet had gedaan waren er nog veel meer doden gevallen. Er was een miniholocaust aan de gang, mensen werden afgeslacht omdat ze geen deel wilden uitmaken van dat systeem. Dus ik begrijp niet waarom de Griekse Cyprioten zoveel steun krijgen. Zij hebben de problemen veroorzaakt, maar wij worden ervoor gestraft.

"Pas op, ik ben geen fanaticus. Ik vind het enkel oneerlijk. De wereld ziet de Turken als de bezetters, terwijl wij hen zien als de bevrijders. Maar de grens tussen de twee groepen begint te vervagen. Vroeger werd er over de grens enkel de eigen taal gesproken, vandaag leren jonge mensen de andere taal. Er wordt ook meer gereisd tussen de twee gebieden.

"Eigenlijk is de invloed van de Grieks-orthodoxe kerk het meest beangstigend. Ik ben in mijn hele leven nog nooit in een moskee geweest. Het is geen verplicht deel van onze opvoeding. Terwijl in Grieks Cyprus de kerk een instituut is. Anderzijds vind ik Cyprus een van de bijzonderste plaatsen ter wereld. Ik ben blij dat ik daar geboren ben. Zo is familie bij ons nog heel belangrijk. En de mensen zijn open, omdat ze van jongsaf aan worden geconfronteerd met verschillende culturen en andere manieren van denken en leven."

Komt u er vaak?

"Zo vaak als ik kan. Maar mijn favoriete plek is Istanbul. De beste stad ter wereld, waar vriendelijke en tolerante mensen wonen. Je ziet er zoveel verschillende soorten mensen. Gesluierde vrouwen en LA-babes, punkers en traditionele families. In Istanbul kijkt niemand er nog van op. De mix van culturen is ook bevorderlijk voor de samenleving."

Staat u achter de wens van Turkije om toe te treden tot de Europese Unie?

"Natuurlijk. Het zou jammer zijn als het niet gebeurde. Sommige Turken denken dat het enkel praatjes zijn, dat Europa beleefd is omdat het politiek correct is. Ik denk dat Europa er veel bij te winnen heeft. Turkije heeft veel grondstoffen en er zijn veel jonge werkkrachten, iedereen zal er wel bij varen. Turkije wil niet alleen een deel van Europa worden, geografisch ís het er al een deel van. Bovendien, wat is een grens, behalve een lijn op een kaart en in ons hoofd? Grenzen zijn gemaakt door mensen, dus kunnen ze ook worden afgebroken door mensen.

"De mens is geneigd te demoniseren wat hij niet kent. Daarom bekijkt hij de wereld zoals hij denkt dat ze is, in plaats van de realiteit te zien. Erger nog is dat er vaak naar die foute percepties wordt gehandeld, met alle destructieve gevolgen vandien. De enige oplossing is opvoeding. Veel foute beslissingen worden genomen uit onwetendheid."

Hebt u uw open geest geërfd van uw ouders?

"Zeker. Vooral mijn vader was een wereldburger. Hij was maar een eenvoudige restauranthouder, maar hij had veel vrienden uit andere culturen. Joden, Spanjaarden, mensen van over de hele wereld. Ik ben opgegroeid in een multiculturele omgeving, vandaar dat ik zo van Londen hou. Het is een multiculturele stad, een smeltkroes. Indiërs, Pakistanen en Chinezen wonen er broederlijk naast elkaar. Het mooiste voorbeeld vind ik dat de kapitein van de nationale cricketploeg, toch de Britse sport bij uitstek, Nassar Hussein heet. Dat vind ik zo fantastisch aan Londen. Niet waar je vandaan komt, maar wie je bent en wat je doet, dat telt."

Gelooft u in de gelukkige multiculturele samenleving?

"Perfect zal het nooit zijn, maar als ik naar Londen kijk, ben ik ervan overtuigd dat het mogelijk is. De nieuwe mensensoort, mensen met een biculturele achtergrond, zoals bijvoorbeeld half-Koreaans, half-Amerikaans, die dan ook nog eens in een andere cultuur leven dan degene waarin ze zijn opgevoed, groeit aan. Zij zijn de toekomst. Dat is interessant voer voor antropologen."

Sommige mensen die op een kruispunt van culturen leven, hebben het moeilijk om hun identiteit te vinden.

"Daar heb ik ook een tijd mee geworsteld. Tot ik besefte dat ik die mix van tegenstellingen ook positief kon aanwenden. Ik spreek Engels, maar ook vloeiend Arabisch. Dat is toch fantastisch? Ik concentreer me liever op de opportuniteiten dan op de nadelen. Het wordt pas een probleem als je als jongere niet wordt gestimuleerd om je te ontwikkelen. Of als je ouders niet geïnteresseerd zijn in de cultuur van het gastland. En zelfs dan. Als je je als moslimmeisje niet traditioneel wilt kleden, en je vader gooit je daarom het huis uit, dan bestaan er organisaties waar je heen kunt. Als je wilt, kun je overleven en je eigen leven opbouwen.

"Je kunt best van twee culturen houden zonder daarbij je identiteit te verliezen. Ik hou bijvoorbeeld van het Turkse ritueel van het koffiedrinken, van de gebruiken en de warmte tussen familieleden. Met hen praat ik op een manier die ik niet in het Engels kan herhalen. Er heerst een soort menselijkheid die ik in Groot-Brittannië niet vind. Maar daar vind ik dan weer breeddenkende mensen, daar kan ik doen wat ik wil. Ik kan er anoniem zijn. Dus het hangt er allemaal van af hoe je het bekijkt."

n

INFO 10 jaar Hussein Chalayan loopt van 17 april tot 4 september in het Groninger Museum, Museumeiland 1, 9700 ME Groningen, 0031-50/366.65.55, www.groninger-museum.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234