Vrijdag 07/10/2022

musea u Frank Gehry's Simon Wiesenthal Museum van de Verdraagzaamheid krijgt kritiek van israëli's en Palestijnen

'Het zoveelste voorbeeld van Amerikaanse filantropie en een voorbeeld van Amerikaans-joods cultureel imperialisme'

Toparchitect bouwt aan verdraagzaamheid in Jeruzalem

De Amerikaanse toparchitect Frank Gehry (75) zal het Simon Wiesenthal Museum van de Verdraagzaamheid ontwerpen, dat in 2008 in Jeruzalem moet verrijzen. Het project, een Amerikaans idee met een totale kostprijs van 200 miljoen dollar, stuit op nogal wat kritiek van zowel Palestijnen als Israëli's. De twee oorlogvoerende partijen zijn het erover eens dat het begrip verdraagzaamheid een veel te oppervlakkige, 'Amerikaanse' invulling krijgt.

Brussel

Eigen berichtgeving

Eric Rinckhout

Vroeger hield het Simon Wiesenthal Center zich bezig met de jacht op nazi-oorlogsmisdadigers. Elf jaar geleden richtte het een Museum of Tolerance (Museum van de Verdraagzaamheid) op in Los Angeles, een museum dat de boodschap van multiculturele verdraagzaamheid uitdraagt en inmiddels vier miljoen bezoekers kreeg. De Amerikaanse rabbi Marvin Hier, stichter en voorzitter van het Simon Wiesenthal Center, is ervan overtuigd dat een soortgelijk museum in Jeruzalem een heilzame invloed kan hebben op een van de meest verdeelde plekken ter wereld. Amerikaanse en Canadese sponsors hebben al 85 miljoen van de nodige 200 miljoen dollar bijeengebracht, de bouw moet over enkele maanden beginnen.

De Amerikaanse architect Frank O. Gehry, die onder meer het beroemde Guggenheim in Bilbao en de Disney Concerthall in Los Angeles heeft ontworpen, vindt dat het museum in Jeruzalem meer moet zijn dan een architecturale bezienswaardigheid. Gehry, die joods werd opgevoed en oorspronkelijk Goldberg heette, wil een museum ontwerpen dat in de letterlijke en de figuurlijke betekenis 'toegankelijk' is. "Bezoekers kunnen er uit alle richtingen in, alle soorten mensen mogen komen", zegt hij in The New York Times.

De Great Hall is een grote cirkel die over zijn hele omtrek toegangsdeuren heeft. Alle andere gebouwen op de campus - een concert- en een congreszaal, een educatief gebouw - kijken uit op het museum zodat je, in de woorden van de architect, "voortdurend gezinnen en kinderen ziet en bijgevolg niet vergeet waarover deze plek echt gaat".

Het geplande museum in Jeruzalem behoort tot een nieuwe generatie culturele instellingen die eerder op menselijke waarden dan op voorwerpen focussen, net zoals het geplande Vrijheidsmuseum op Ground Zero in Manhattan, New York, en het Museum van de Immigratie in Frankrijk. Het Museum van de Verdraagzaamheid in Los Angeles neemt de holocaust als uitgangspunt en bekijkt voorts de beweging voor gelijke mensenrechten in de VS en de activiteiten van Amerikaanse groeperingen die ijveren voor blanke suprematie, zoals de Ku Klux Klan. Hier en daar worden complexer problemen behandeld zoals raciale invloeden bij politieoptredens en de dunne scheidingslijn tussen vrijheid van meningsuiting en het oproepen tot haat in radioprogramma's.

Maar het project in Jeruzalem krijgt behoorlijk wat tegenwind. Zo zegt de Amerikaanse architect en criticus Michael Sorkin dat de grote, ongelijke steenblokken die Gehry in zijn ontwerp gebruikt "een onaangename verwijzing zijn naar de manier waarop Israëlische veiligheidstroepen Arafats hoofdkwartier in Ramallah tot een puinhoop 'gedeconstrueerd' hebben". De linkse Israëlische politicus Meron Benvenisti, de vroegere vice-burgemeester van Jeruzalem, veroordeelde het museum als "hallucinant, irrelevant, vreemdsoortig en megalomaan".

Zelfs doorsnee-Israëli's vragen zich af of een museum dat ingericht, gefinancierd en ontworpen wordt door Amerikanen de politieke en sociale tegenstellingen tussen Israëli's en Palestijnen zal kunnen peilen, laat staan oplossen. Nogal wat Israëli's zien het museum als het zoveelste voorbeeld van Amerikaanse filantropie, een geschenk van 'the American uncle' - meneer-weet-al vervuld van goede bedoelingen en voorzien van veel geld. "Een voorbeeld van Amerikaans-joods cultureel imperialisme", citeert Samuel Freedman in The New York Times.

En hij voegt eraan toe: "Het uitgangspunt van het museum, namelijk dat verdraagzaamheid gebaseerd is op de overtuiging dat er ruimte is voor iedereen, lijkt irrelevant, zelfs potsierlijk als je het overbrengt naar het Midden-Oosten."

"Als de beslissing over de museumprogrammering buiten Israël wordt gemaakt, zal het museum een mislukking zijn", aldus Ehud Olmert, de Israëlische vice-premier die vroeger nochtans een sterke voorstander van het project was. "Het zal leeg staan." De Palestijnen, die het zelden eens zijn met de Israëli's, hebben een soortgelijke scepsis geuit.

Het museum wil het verhaal van de Exodus brengen, een schip met honderden holocaust-overlevenden dat uiteindelijk toch mag aanmeren in Duitsland. Volgens rabbi Hier is dat verhaal "de eeuwige zoektocht naar verdraagzaamheid" en, meer specifiek, het verhaal van de vervolging en verdrukking van de joden.

Maar de geschiedenis van de staat Israël is onverbrekelijk verbonden met het Palestijnse 'tegenverhaal' van de 'nakba', de 'catastrofe' zoals de Palestijnen het ontstaan van Israël noemen. Daoud Kuttab, een gematigde Palestijnse schrijver, heeft er zijn twijfels over of het museum evenveel aandacht zal besteden aan de Palestijnse ervaring: "Vaak zien we dat het woord verdraagzaamheid een erg oppervlakkige betekenis krijgt", zegt hij in The New York Times. "Waarover men het niet heeft, is het waarachtige respect voor de anderen, voor hun menselijkheid en het recht op zelfbeschikking. Verzoening betekent ook dat je je vergissingen toegeeft."

Rabbi Hier reageert als volgt: "Het museum gaat niet over de ervaringen van het Palestijnse volk. Wanneer zij een staat hebben, kunnen zij hun eigen museum oprichten."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234