Maandag 24/01/2022

n Franse documentairemakers Jules en Gédéon Naudet over hun historische WTC-scoop'Zeg gerust: op het verkeerde moment op de verkeerde plaats'

Op de ochtend van 11 september waren ze twee obscure jonge filmmakers met een project waarin geen kat geïnteresseerd was: het documenteren van het leven van een stagiair-brandweerman. Aan het eind van de dag stonden alle tv-zenders met vette chequeboekjes bij Jules en Gédéon Naudet op de stoep. 'Ze hebben ons tot 2,5 miljoen dollar aangeboden, maar voor ons telde alleen het respect voor de gesneuvelde brandweerlui en hun families.'

Van onze correspondent

in New York Gert Van Langendonck

De eerste indruk is dat Jules en Gédéon Naudet stinkend rijk zijn geworden met 9/11. Het hek met de naam 'Naudet' op de bel geeft toegang tot een riant herenhuis in de chicste wijk van Manhattan, de Upper East Side. Maar schijn bedriegt: Jules en Gédéon hebben alleen het ouderlijk huis ingepalmd omdat hun eigen appartementen te klein zijn om alle tv-ploegen te ontvangen die hen willen interviewen over hun 9/11-scoop.

Vandaag is de Japanse televisie op bezoek, en ze zijn al vijf uur onafgebroken in de weer. Jules en Gédéon zijn de wanhoop nabij, te meer omdat ze de volgende dag naar Europa vertrekken voor interviews met de tv-stations die hun documentaire hebben aangekocht voor de eerste verjaardag van 9/11. Ook vader Naudet, die in New York voor het uitgevershuis Hachette werkt, heeft er stilaan genoeg van. Hij wil zijn living terug, zodat het gezin eindelijk aan tafel kan. "C'est un véritable cirque!"

Het is de prijs die de Naudets betalen voor de roem die ze ontlenen aan het feit dat Jules en, in iets mindere mate, Gédéon op 11 september vorig jaar precies op het juiste moment op de juiste plaats waren. "Zeg gerust op het verkeerde moment op de verkeerde plaats", zucht Jules. "Als ik het allemaal kon overdoen, zou ik die dag nergens in de buurt van het WTC zijn geweest."

Dat hij daar was, had alles te maken met een ontmoeting met James Hanlon (36), een New Yorkse brandweerman en parttimeacteur in tv-series als NYPD Blue en Law & Order. "James is getrouwd met een Française die nog met ons op school heeft gezeten, en hij kwam hier vaak eten", zegt Jules. "Hij vertelde dan telkens in geuren en kleuren over de branden die hij had meegemaakt, en over de figuren in zijn kazerne. Gédéon en ik zaten altijd met open mond te luisteren, als twee kleine kinderen." Toen ze afgestudeerd waren aan de filmschool van New York University besloten Jules en Gédéon dat ze een documentaire wilden maken over de brandweer. Jules: "De Amerikanen hebben altijd een fascinatie gehad voor de brandweerman als superheld. Maar niemand kende die wereld van binnenuit. Wij wilden weten wie de mannen waren die brandende gebouwen binnenrennen wanneer elk normaal mens de andere kant op rent."

Het was logisch dat de broers bij James belandden. Hij had al de voice-over gedaan voor hun eerste documentaire, over een boksersschool in Spanish Harlem. En vooral: hij kon hen binnenloodsen in de gesloten wereld van de FDNY. "Je moet weten dat de brandweer pre-9/11 en post-9/11 twee verschillende werelden zijn", zegt James. "Pre-9/11 had de brandweer er geen enkele behoefte aan te laten zien wat zich achter de muren van een kazerne afspeelt. Het publiek droeg ons sowieso op handen, waarom zouden we aan pr doen? Er was een gezegde: 'What you see here, what you say here, what you do here, stays here'."

Het was alleen dankzij de contacten van James dat Jules en Gédéon het uiteindelijk gedaan kregen dat zij negen maanden lang het leven mochten filmen van een zogenaamde probie, een brandweerman in opleiding. De voorgeschiedenis is relevant omdat de broers na 9/11, vanuit hun unieke onderhandelingspositie, de bazen van de zender CBS konden overtuigen om het oorspronkelijke concept van hun documentaire aan te houden. Zo komt het dat we in 9/11 allereerst kennismaken met de 21-jarige Tony Benetatos uit de Bronx, een overenthousiaste probie die met één groot probleem kampt: waar hij zich ook begeeft, branden doet het altijd elders.

"Tony was wat wij een white cloud noemen", zegt James, "iemand die branden lijkt af te stoten. Het was om wanhopig van te worden: 24 uur aan het werk zonder het minste brandje, en de jongen is nog geen vijftien minuten naar huis of er ontploft een appartementsgebouw in Chinatown. Drie maanden heeft dat geduurd."

Het is typerend voor New Yorkse brandweermannen dat een white cloud als negatief wordt ervaren. Een black cloud, iemand die branden aantrekt, geniet veruit de voorkeur, want geen enkele brandweerman mist graag een grote brand. Maar zelfs voor New Yorkse brandweermannen is er een limiet. James: "Ik herinner mij dat ik begin september tegen een collega liep te klagen over Tony en hoe we elke brand misliepen. Hij zei: 'Doe dat nu niet. It's bad luck. Als je te hard smeekt om een brand, zou je wel eens ergens kunnen belanden waar je liever niet was geweest'." Op 11 september komt er een abrupt einde aan Tony's white cloud.

Jules: "Ik was die ochtend met chief Pfeifer in Church Street om een gaslek te controleren. Dat was op zich een toeval, want het was het einde van Toby's nachtshift en normaal gezien zouden we dan naar huis zijn gegaan. Maar ik was twee weken eerder begonnen met filmen - Gédéon was altijd de cameraman van ons twee - en ik nam elke gelegenheid te baat om te oefenen.

"We zijn op zo'n tien blokken afstand van de torens, wanneer ik plots een enorm gerommel hoor. Iedereen kijkt naar boven en omdat ik aan het filmen ben, richt ik automatisch de camera naar boven. Ik zie het vliegtuig tussen twee gebouwen in. Ik zie heel duidelijk American Airlines op de flank, zo dichtbij is het, en ik zie het vliegtuig zich de toren inboren. "Mijn eerste gedachte is: wat een verschrikkelijk ongeval. Maar chief Pfeifer twijfelt geen moment. In de documentaire hoor je hem over de radio zeggen: 'Het is een aanslag. Het vliegtuig viseerde de toren.' Voor de meeste mensen komt dat besef pas na de inslag van het tweede vliegtuig."

Geluk bestaat niet. Als Jules en Gédéon niet eerst gedurende drie maanden moeizaam het vertrouwen van de kazerne hadden gewonnen, had de chief Jules wellicht nooit laten meegaan naar de brand aller branden. "Het was routine geworden dat wij er altijd bij waren. Chief Pfeifer zei mij achteraf dat hij het zo gewoon was dat er telkens als hij zich omdraaide een Frenchie op de achterbank zat, dat hij er niet eens over nagedacht heeft. On faisait partie du décor." Zo komt het dat Jules zich met de chief in de lobby van de noordertoren (eerst geraakt, laatst ingestort) bevindt op het moment dat de zuidertoren instort. "We horen een oorverdovend geluid. We weten niet wat het is maar het komt steeds dichterbij. We zetten het op een lopen en bereiken nog net een passage die naar 6 WTC, een bijgebouw, leidt. Ik geraak halverwege een roltrap en laat mij vallen. Het gebouw stort op ons in. Eerst: paniek, angst, ik ga dood. Een moment van kalmte, en dan wordt alles donker. Dan begint het stof de keel binnen te dringen en je denkt: oké, ik ben niet verpletterd, ik ga sterven door verstikking. Ik hoor brandweermannen, ik doe het licht van de camera aan. We weten nog altijd niet dat de zuidertoren er niet meer is, we denken dat alleen het bijgebouw op ons is ingestort." De rest is geschiedenis. Met behulp van het licht van de camera, die de hele tijd blijft lopen, vinden Jules en de overlevende brandweermannen een uitweg. Onderweg stoten ze op het levenloze lichaam van brandweeraalmoezenier Michael Judge. (De foto van Judge die uit het puin wordt gedragen werd later een van de iconen van 9/11.) Eenmaal buiten moeten ze het bijna onmiddellijk op een lopen zetten wanneer de noordertoren op zijn beurt instort. Er is een moment waarop de chief mogelijk Jules' leven redt door zich in zijn brandweeruitrusting bovenop hem te gooien wanneer de wolk van stof en puin hen inhaalt. Driehonderd drieënveertig brandweermannen blijven in het puin achter.

Vervolg op pagina 56

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234