Vrijdag 07/10/2022

Naar het wilde land van Ingmar Bergman

Maandag is het vijf jaar geleden dat de Zweedse toneel- en filmregisseur Ingmar Bergman overleed, op 89-jarige leeftijd. Aan zijn zwaarmoedige films hield hij de reputatie van 'master of human misery' over. Een imago dat nog werd gecultiveerd toen hij in afzondering op het eiland Fårö ging leven. Jan Temmerman zocht hem daar samen met regisseurs Luc en Jean-Pierre Dardenne postuum op: 'Je zou kunnen zeggen dat ik hier mijn landschap gevonden heb, mijn werkelijke thuis.'

Lang geleden, ik was nog student, ging ik naar een film van Ingmar Bergman kijken op een moment dat ik nogal down was. Ik was toen al gepassioneerd door film en ik móést het nieuwste werkstuk van de grote Zweedse meester gezien hebben. De eerste kennismaking met zijn oeuvre dateerde al van het filmforum op school, waar ze ons onder meer Smultronstället/Wilde aardbeien en Det sjunde inseglet/Het zevende zegel lieten zien. Van die films herinner ik mij nu nog steeds de Zweedse titels. Een film als Sommaren med Monika/Een zomer met Monika kregen we op school niet te zien, want daar zat - zeker voor die tijd - nogal veel bloot in. Hoe dan ook, toen ik na de vertoning van die nieuwe film terug op straat stond, voelde ik mij helemaal opgelucht. De filmpersonages waren er immers nog veel slechter aan toe. Zij hadden pas reden om zich depressief te voelen.

Dat aura van pessimisme, somberheid en droefgeestigheid is altijd rond het leven en werk van Ingmar Bergman - zijn eerste voornaam was eigenlijk Ernst - blijven hangen. Dat imago werd nog meer gecultiveerd toen hij zich steeds vaker en steeds langer ging afzonderen op Fårö (spreek uit: fooreu), een afgelegen Zweeds eiland in de Baltische Zee, waar hij uiteindelijk ook definitief ging wonen.

"De binding met Fårö heeft verschillende redenen. Het begon met de signalen van mijn intuïtie: dit is jouw landschap, Bergman. Het beantwoordt aan je diepste voorstellingen van vormen, proporties, kleuren, horizonten, geluid, stiltes, licht en spiegelingen. Hier is veiligheid. Vraag niet waarom, verklaringen zijn niet meer dan onhandige rationaliseringen achteraf. (...) De tweede reden: ik heb een tegenwicht nodig tegen het theater. Aan het strand kan ik woedend zijn en brullen. Hoogstens een meeuw die vlucht. Op het toneel is dat een ramp. Sentimentele redenen: ik wilde me terugtrekken uit de wereld, de boeken lezen die ik nog niet gelezen had, mediteren, mijn ziel reinigen."

Ingmar Bergman in zijn autobiografieLaterna Magica

"Ik kon me niet herinneren ooit zo'n onherbergzaam oord te hebben gezien. Het zag eruit als een overblijfsel uit het stenen tijdperk. Maar in het zomerzonlicht was het ontroerend en bijna mysterieus. (...) Maar wanneer de dagen korter werden en de kleuren fletser en moeilijker te onderscheiden, werd het eiland tot een gevangenis waarin ik geen weg wist met mijn eenzaamheid en onzekerheid. Ik was voortdurend bang en verlangde ernaar daar weg te zijn. Maar ik heb dat nooit tegen iemand gezegd. (...) Ik wist dat Ingmar zijn eiland had gevonden en ik probeerde er net zo van te houden als hij. In nachten dat hij niet kon slapen, lag ik zwijgend naast hem, bang voor zijn gedachten. Misschien vond hij wel dat ik niet op het eiland paste, dat ik de harmonie verstoorde die hij in zichzelf in de natuur en de stilte probeerde te vinden. Mijn zekerheid ging daarin bestaan dat ik leefde zoals hij dat wilde. Want alleen dan voelde hij zich geborgen."

Actrice Liv Ullmann, met wie Bergman vijf jaar een relatie had, in haar boek Forandringen/Veranderen

Ik heb Ingmar Bergman nooit kunnen interviewen. En ik heb hem slechts één keer in levenden lijve gezien, als jonge journalist tijdens een persconferentie in Venetië toen hij daar in 1983 de lange versie van Fanny och Alexander kwam voorstellen, waarvoor hij maar liefst vier Oscars zou krijgen. Bergman had reeds in 1982 aangekondigd dat deze grootschalige en duidelijk autobiografisch gekleurde familiekroniek zijn afscheid van de film zou betekenen. Dat bleek gelukkig niet waar. Maar dat wisten we toen nog niet. Ik weet nog wel dat ik het tijdens die persconferentie niet aandurfde om ook maar één vraag te stellen.

En nu, bijna dertig jaar later, ben ik dan toch bij Ingmar Bergman op bezoek geweest. Bij hem thuis op Fårö. En enkele kilometers verder, in zijn privébioscoop Dämba Cinema, heb ik naast hem nog eens naar Skammen/Schaamte gekeken, een oorlogsdrama uit 1968 met Liv Ullmann en Max von Sydow in de hoofdrollen.

"Mijn Fåröbioscoop biedt mij een onuitputtelijk genoegen. Dankzij de vriendelijke hulp van de cinematheek van het Filminstituut mag ik lenen uit een onuitputtelijke voorraad oude films. De stoelen zitten gemakkelijk, de ruimte is gezellig, het wordt donker en de eerste bevende beelden tekenen zich af op het witte doek. Het is stil. De projector zoemt zachtjes in de goed geïsoleerde projectiecabine. De schaduwen bewegen zich, keren mij hun gezichten toe, ze willen dat ik me verdiep in hun lotgevallen. Er zijn zestig jaar voorbijgegaan, maar mijn fascinatie is nog altijd dezelfde."

Ingmar Bergman in Laterna Magica

De privébioscoop - met slechts drie rijen van elk vijf zetels - is eigenlijk een omgebouwde stal, die door Bergman eerst gebruikt werd als een soort filmstudio waarin hij in 1973 grote delen van Scener ur ett äktenskap/Scènes uit een huwelijk, met Liv Ullmann, Erland Josephson en Bibi Andersson, zou draaien. Toen die opnames achter de rug waren, werd de studio verbouwd tot een bioscoop, waar hij later zelfs de 'wereldpremière' van Trollflöjten/De toverfluit, zijn verfilming van de beroemde opera van Mozart, zou organiseren voor enkele medewerkers en eilandbewoners. Boven de bioscoop werd ook een montagestudio ingericht, zodat hij voor dat werk niet altijd naar Stockholm of elders moest. De zetel vooraan rechts was het favoriete zitje van Ingmar Bergman. Er ligt nu een briefje op met de mededeling dat dit een voorbehouden plaats is. "Dat heeft een van zijn dochters beslist", vertelt Jannike Ahlund van de Stiftelsen Bergmancenter på Fårö. "Die plaats blijft gereserveerd voor de geest van haar vader. Indien die zin mocht hebben om nog eens een film te bekijken, zou die plots op de schoot van een toeschouwer terecht kunnen komen. En dat zouden ze dan allebei niet aangenaam vinden."

Elk jaar wordt, eind juni of begin juli, op het kleine eiland de zogenaamde Bergmanveckan of Bergmanweek georganiseerd door het Bergmancenter van Fårö, de Bergman Estate en het Göteborg International Film Festival. Er worden oude films van Bergman en nieuwe Zweedse films vertoond. Onder meer in Bygdegården, het lokale en dus ook al kleine gemeenschapscentrum dat indertijd in geldnood zat en toen door een forse schenking van de filmmaker gedepanneerd werd. Er zijn, verspreid over het eiland dat onder meer ook een Kafé Smultronstället heeft, allerlei lezingen, theatervoorstellingen, expo's en muziekoptredens. Er is zelfs een barbecue én een Stor Bergmansafari/Big Bergman Safari!

"Dit moet wellicht het kleinste filmfestival ter wereld zijn", lacht Jannike Ahlund. Niet verwonderlijk, want het is inderdaad niet makkelijk om ter plaatse te geraken. Eerst met het vliegtuig naar Stockholm. Dan van de luchthaven Arlanda naar het kleinere vliegveld Bromma. Vandaar een korte binnenlandse vlucht naar Visby op het eiland Gotland. En dan opnieuw de wagen in voor een rit naar het kleine eiland Fårö, waarvoor men eerst ook nog met de ferry Freja moet overgezet worden.

"Zolang we samen op het eiland woonden, moest je altijd met praktische dingen rekening houden als je er eens tussenuit wilde. Het was een hele heisa voor degene die plotseling weg wou en dat was ik altijd. Eerst moest ik drie of vier hekken door, die allemaal open en dicht moesten: de auto uit, hek open, erdoorheen, weer eruit en hek dicht. En dan de pont nog. Hij ging eens in het uur en onze ruzies klopten nooit met de vertrektijden. Als ik dan eindelijk aan de overkant was, moest ik nog een uur rijden naar het vliegveld. Tegen de tijd dat ik daar aankwam, was mijn woede meestal alweer gezakt en maakte ik rechtsomkeer."

Liv Ullmann in Forandringen

Fårö is slechts 113 vierkante kilometer groot. Van het noordelijkste punt tot helemaal beneden is het iets meer dan 20 kilometer lang en de breedte is nergens meer dan 10 kilometer. Er leven momenteel nog nauwelijks 520 vaste bewoners en hun aantal blijft afnemen. Voor de school zijn er al lang geen voldoende leerlingen meer, zodat het gebouw inmiddels functioneert als hoofdkwartier en tentoonstellingsruimte voor de Stiftelsen Bergmancenter på Fårö. Een postgebouw is er ook niet meer. Maar tijdens de korte zomer groeit de bevolking aan met vele duizenden dagjesmensen en verblijfstoeristen. Om van de stranden te genieten, te wandelen door de bossen of langs de rotsachtige kusten te klauteren. Er lopen natuurlijk ook heel veel donkergrijze tot zwarte schapen rond, want Fårö betekent niet voor niets Schapeneiland.

Het is eerder toevallig dat Bergman ooit op Fårö terechtgekomen is. In 1960 maakte hij aanstalten om Såsom i en spegel/Als in een duistere spiegel te draaien, een verhaal over vier mensen op een eiland. Zonder er ooit geweest te zijn, nam Bergman zich voor om zijn scenario op de Orkney-eilanden, ten noorden van Schotland, te gaan verfilmen. De producent vond dat veel te ver en dus te duur. Maar als alternatief kreeg de regisseur wel een helikopter ter beschikking om langs de Zweedse kust locaties te gaan zoeken. Bergman deed wat hem gevraagd werd en kwam terug met de conclusie: het moet en zal dus toch Orkney worden. Toen suggereerde iemand Fårö aan de stilaan wanhopige producent. Dat scheen namelijk op de Orkney-eilanden te lijken, maar eenvoudiger te bereiken en dus praktischer. En goedkoper. Bergman was niet onder de indruk, maar besloot toch een kijkje te gaan nemen en dan definitief voor Orkney te kiezen. Met zijn vaste cameraman Sven Nykvist reisde hij naar Fårö. En de rest is (film)geschiedenis.

"Eigenlijk weet ik niet precies wat er gebeurde. Om het plechtig uit te drukken, zou je kunnen zeggen dat ik mijn landschap gevonden had, mijn werkelijke thuis. Om het wat lichter te formuleren, zou je kunnen spreken van liefde op het eerste gezicht. Ik zei tegen Sven Nykvist dat ik de rest van mijn leven op dat eiland wilde wonen, dat ik een huis wilde bouwen precies op de plek waar het huis van de film zou komen te staan."

Ingmar Bergman in Laterna Magica

De Big Bergman Safari, die door het lokale Bergman Center georganiseerd wordt, is een rondrit met kleine busjes langs de diverse plaatsen die indertijd door Bergman gekozen werden als locaties voor films zoals Såsom i en spegel, Persona, Skammen en Scener ur ett äktenskap. Het meest indrukwekkende landschap is een stuk strand, dat beheerst wordt door grote, grillige want geërodeerde kalksteenstructuren, de raukar. Vanop een afstand doen ze denken aan de mysterieuze beelden op Paaseiland. Toen hij die locatie voor het eerst zag, had Bergman het over "geheimzinnige godenbeelden die hun hoge voorhoofden ophieven naar de branding en de donker wordende horizon".

Tijdens de rondrit wordt er niet alleen tekst en uitleg gegeven over die locaties, maar op een flatscreen krijgen we ook de desbetreffende filmscènes te zien. Toen Bergman de personages van Såsom i en spegel filmde tegen de achtergrond van de raukar, bracht hij die rotsformaties integraal in beeld. Maar toen realiseerde hij zich dat die beelden zo indrukwekkend waren dat ze de aandacht zouden afleiden van de menselijke figuren. En dus liet hij Sven Nykvist die scènes opnieuw draaien, maar anders gekadreerd zodat de rotsen als het ware onthoofd werden.

Kerstin Blomberg, eilandbewoonster en onze safarigids, zegt hoe haar vader, 'een eenvoudige landbouwer', tot tweemaal toe in een film van Bergman mocht figureren. Na al die jaren praat ze er nog steeds vol enthousiasme en warmte over. Als een gekoesterde herinnering. Zeker als ze ook nog vertelt hoe zij als klein en geïntimideerd meisje een handtekening ging vragen aan de beroemde filmmaker. En hoe die handtekening vandaag in de vaste expositie hangt. "In het echt was hij niet die duivelse regisseur waarvoor hij bekend stond", verdedigt ze hem resoluut.

De verstandhouding tussen Ingmar Bergman en de eilandbewoners is blijkbaar altijd zeer goed geweest, ook al begrepen ze niet goed waarom hij daar een oude koeienstal kocht om er een filmstudio en later een bioscoop van te maken en waarom hij er een nieuw huis liet bouwen en daarbij zoveel grond opkocht, die bovendien onvruchtbaar was. Het huis kwam er in het midden van de jaren 60 en de bouw ervan zorgde natuurlijk voor jobs voor de eilandbewoners, die ook voor de constructie van filmdecors en andere klussen ingeschakeld werden. Of als figuranten. Die werkverschaffing was meer dan welkom. Daarnaast was er het feit dat Bergman, die nochtans niet van overdreven veel sociaal of politiek engagement verdacht kon worden, in 1969 de nu nog steeds aangrijpende documentaire Fårödokument draaide, waarin hij liet zien en horen hoe de eilandbewoners zich door de Zweedse welvaartsstaat vergeten en aan hun lot overgelaten voelden. Kerstin Blomberg citeert in dat verband een uitdrukking, waar ze zich vroeger sterk aan ergerde, maar waar ze intussen kan om lachen: "Ben jij zo dom of kom je van Fårö?"

Ten slotte was er het feit dat Bergman tijdens zijn verblijf op Fårö het liefst met rust gelaten wilde worden en dat vonden de bewoners zelf ook prima. Het was toen trouwens de gewoonte om als er eens een verdwaalde toerist kwam informeren waar die beroemde Bergman nu eigenlijk woonde, hem de verkeerde richting uit te sturen of gewoon te doen alsof ze nog nooit van die man gehoord hadden. "Ik wil nu nog altijd niet tonen waar hij gewoond heeft", lacht Blomberg.

Het is dus onder begeleiding van Jan Göransson, perschef van het Svenska Filminstitutet, dat we na een lange rit door de bossen en over niet-geasfalteerde wegen aankomen bij een bordje met de mededeling Privat Område en een hekken, waar gids Jannike Ahlund ons tegemoetkomt, terwijl een onvriendelijke, metallieke computerstem luid laat weten dat we ons op privédomein bevinden. Niets van aantrekken, zegt de gids. Het blijkt een beveiligingssysteem te zijn dat blijkbaar efficiënt op elke beweging reageert. Het huis zelf is een bungalowachtige, houten constructie, die door de jaren heen in de lengte werd uitgebouwd met enkele bijkomende segmenten. Eerst met een grote ruimte voor de eigen videotheek. En dan daarachter nog een grote ruimte voor zijn uitgebreide privébibliotheek, die niet alleen de vier wanden in beslag neemt, maar centraal ook enkele lagere kasten. Veel kunstboeken - over Da Vinci en Hogarth, maar ook over Léon Spilliaert - en ook veel wereldliteratuur in de afdeling 'Skönlitteratur'. En natuurlijk een uitgebreide sectie 'Strindbergiana', met werk van en over August Strindberg, het grote theateridool van Ingmar Bergman.

In de videotheek blijken de wandkasten eveneens van de grond tot het plafond gevuld met honderden cassettes. Er is een aparte plek voor de films die Bergman zelf vijf sterren waard vond, zoals Sunset Boulevard, de klassieker van Billy Wilder. Maar tussendoor wilde de regisseur ook wel eens naar de avonturen van Indiana Jones kijken of naar Reservoir Dogs van Quentin Tarantino. De eigenlijke woonruimten zijn sober. Veel hout. "A seventies sauna-feel", zoals de gids het omschrijft. Ze wijst er ook op dat er in het hele huis eigenlijk opvallend weinig kunst aan de muren hangt. Behalve in de bibliotheek, waar er een ets van Edvard Munch hangt, een portret van... jawel, August Strindberg.

De ruimtes zijn licht, maar de ramen zijn minder groot dan men in zo'n 'natuurlijke' omgeving zou verwachten. Zeker in de werkkamer, met zicht op zee. Daar zijn de ramen zelfs opvallend klein. "Dat had allemaal met controle te maken", legt Jannike Ahlund uit. "Zo'n raam diende om zelf naar buiten te kunnen kijken wanneer hij dat wilde. Maar hij wou zich niet door de natuur laten overdonderen."

Op het houten meubilair, zowel in de woon- als in de slaapkamer, staan allerlei droedels en inscripties gekrabbeld. We herkennen hier en daar het typische duiveltje met drietand, dat een soort Bergmanhandtekening werd. Maar ook persoonlijke ontboezemingen, die in vertaling ongeveer klinken als: 'Ik haat deze verdomde kerstnacht', of 'Ik heb een carrière, maar ik kan niet slapen'. En ook nog: 'Liv heeft mij verlaten'.

"Tijdens de opnames van Persona (1966) werden Liv en ik hartstochtelijk verliefd op elkaar. Ik maakte de grootste fout te denken dat we in het huis dat ik liet bouwen, samen zouden gaan wonen. Ik vergat Liv te vragen wat zij vond. Dat kreeg ik later te lezen in haar boek Forandringen. Haar getuigenis is, denk ik, over het geheel genomen liefdevol correct. Ze bleef een paar jaar. We bestreden onze demonen zo goed we konden. Toen kreeg ze de rol van Kristina in Utvandrarna/The Emigrants (1971). Die bracht haar ver. Toen ze wegging, wisten we dat het voorbij was."

Ingmar Bergman in Laterna Magica

"Ik kijk naar foto's - fragmenten van ons leven samen: wandelingen langs het strand, waar we als kinderen munten in het zand begroeven om ze vele jaren later weer terug te kunnen vinden. Voor het geval we dan arm waren of er oorlog was. Een bergje stenen ter herinnering aan een zomerdag en twee mensen die wisten hoe samen te spelen. (...) We wandelden langs het rotsige strand en maakten foto's van elkaar. Op al die foto's zie ik er gelukkig uit, maar ik weet nog dat ik toen dacht: dit is een droom. Ik zit in de droom van een ander."

Liv Ullmann in Forandringen

Ingmar Bergman is vijfmaal getrouwd geweest en had daarnaast ook langdurige relaties met de actrices Harriet Andersson, Bibi Andersson en Liv Ullmann. In totaal had hij negen kinderen bij zes vrouwen. Zijn laatste huwelijk was met Ingrid von Rosen, met wie hij 24 jaar getrouwd bleef. Zij overleed in 1995 en ligt nu samen met Ingmar begraven op het kleine kerkhof van Fårö. Als Ingrid Bergman.

"Het laatste wat Ingmar Bergman geregisseerd heeft, was zijn eigen begrafenis", vertelt Jannike Ahlund. "Hij heeft zelf het hout voor zijn kist gekozen, zelf de plaats uitgezocht, in een uithoek van dit kerkhof. Ver van de baan, want hij hield niet van verkeer. En met zicht op zee. Hij heeft vaak gezegd dat hij vroeger nooit wortels heeft gehad. Maar hij is naar Fårö gekomen en heeft toen besloten dat hij hier wilde leven, wilde sterven en dat hij ook hier begraven wilde worden."

Ik bezoek het graf samen met de gebroeders Luc en Jean-Pierre Dardenne. Ze zijn dit jaar als eregasten door Bergmanveckan uitgenodigd om een lezing te geven - ze maakten er liever een interessante Q&A-sessie van -, hun film Le gamin au vélo voor te stellen én hun favoriete Bergmanfilm te introduceren.

Dat werd geen klassieker, zoals bijvoorbeeld Det sjunde inseglet of Smultronstället, want "een beetje te symbolisch", maar een eerder onbekende en vaak vergeten film, namelijk Nära livet/Au seuil de la vie uit 1958, waarvoor Bergman in Cannes gelauwerd werd als beste regisseur en zijn vier hoofdvertolksters (Eva Dahlbeck, Ingrid Thulin, Bibi Andersson en Barbro Hiort af Ornäs) collectief bekroond werden als beste actrice. Het is een verhaal over het mysterie van leven en dood: over zwangerschap, moederschap, abortus en kindmoeders.

Toen de broers Nära livet enkele jaren geleden in Parijs zagen, waren ze verrast door het documentaire aspect van de film. Ook zij hebben het werk van Ingmar Bergman in eerste instantie ontdekt via de filmclub op school. En wat hen daarvan vooral is bijgebleven, is het gebruik van close-ups. Hij was voor hen dé regisseur die als eerste zo dicht bij de gezichten is gekomen. "Onze camera zoekt meer. Het gezicht bewaart zijn mysterie", zegt Jean-Pierre Dardenne. "Maar Bergman was ook de regisseur van de lichamen van vrouwen." Broer Luc vult aan: "Voor een zeventienjarige scholier waren die lichamen ook een mysterie."

Als ze ten slotte nog maar eens moeten antwoorden op de vraag hoe het is om als broers samen te werken, gebruikt Jean-Pierre Dardenne een citaat van de Coen-brothers: "Samenwerking tilt u naar een hoger niveau." En dat vindt hij zelf ook: "Als men met twee is, kan men geen goeroe of profeet worden." Luc heeft ook een citaat klaar, van Groucho Marx over zijn broers: "Houden van? Neen, maar ik ben eraan gewend geraakt."

Grapje natuurlijk. Maar er bestaat wel degelijk een verband tussen houden van en wennen aan. In tegenstelling tot Ingmar Bergman zou ik niet aan de onherbergzaamheid en eenzaamheid van Fårö kunnen wennen, maar ik ben er wel een beetje van gaan houden. En zonder met Ingmar Bergman of zijn geest gesproken te hebben, heb ik toch het gevoel dat ik hem weer wat beter heb leren kennen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234