Vrijdag 19/08/2022

Nederlands collectief Superuse wil zelfs woonwijken bouwen met afgedankte spullen

Architectuur met afvalmateriaal

Het Nederlandse architecten- en ontwerperscollectief Superuse werkt vrijwel alleen met afvalmaterialen. Van Miele-wasmachines maakten ze een espressobar, van een windmolen een speelplaats. Hun oogstrelende ontwerpen scoren zelfs in de VS, met dank aan Brad Pitt.

Door Han Ceelen

BRUSSEL l Bij recycling worden gebruikte producten doorgaans vermalen of versmolten tot iets anders. Maar het architecten- en designerscollectief Superuse, dat van de week te gast was in het Brusselse kunstencentrum Recyclart, gaat verder. 'Wij proberen afvalproducten in hun geheel te hergebruiken, het liefst zo dicht mogelijk bij de plek waar ze vandaan komen', zegt een van de oprichters, Jan Jongert.

Die aanpak leverde de afgelopen tien jaar schitterende creaties op. Zoals een metalen ruimteschip dat nu fungeert als espressobar op de faculteit architectuur van de Technische Universiteit in Delft. Het gevaarte is gemaakt van twintig Mielewasmachines die op ingenieuze wijze tot een nieuw geheel zijn gesmeed. Maar ook huizen en zelfs woonwijken blijken te kunnen worden gemaakt van afval. De aanpak van Superuse spreekt zo tot de verbeelding dat men zelfs in Amerika onder de indruk is. Onlangs kwam de publieke omroep PBS in Nederland een documentaire opnemen die werd ingesproken door Brad Pitt.

Superuse komt voort uit een groep Rotterdamse architecten en ontwerpers die zich in 1997 verenigden onder de naam 2012. "We vonden allemaal dat we iets moesten doen aan de groeiende afvalberg", zegt Jongert (37). "Maar we waren er ook van overtuigd dat we met afvalmateriaal mooiere ontwerpen konden maken. Dat het iets kon toevoegen aan de kwaliteit van je ontwerp. Dat was de theorie. Die moesten we alleen nog in de praktijk brengen."

De eerste proeve van bekwaamheid leverde het collectief met het Mieleruimteschip. Dat werd op verschillende plaatsen in Nederland tentoongesteld, voordat de TU Delft besloot het te kopen en in te laten richten als koffiebar. "Het is een mooi studieobject", verklaart de decaan bouwkunde zijn besluit in de PBS-documentaire. "En het heeft humor. Architectuur hoeft niet altijd serieus te zijn."

Niet veel later werd 2012 gevraagd om een hippe schoenenzaak in te richten. Omdat er in het pand geen plaats was voor een aparte opslagruimte maakte men met oude autoruiten doorzichtige schappen, waarop schoenendozen konden worden gestapeld. De zitjes werden gefabriceerd uit raamkozijnen, en klanten kunnen hun schoeisel uittesten op een transportband uit een supermarkt.

"We moesten onszelf een hele andere manier van werken aanleren", herinnert Jongert zich. "Normaal maak je eerst een ontwerp en kies je daar de benodigde materialen bij. Bij ons is het omgekeerd: we kiezen eerst de materialen en maken op basis daarvan een ontwerp." Naarmate men deze werkwijze beter onder de knie kreeg, werden de projecten omvangrijker. Had de schoenenwinkel nog een bescheiden oppervlakte, dan was dat wel anders in het pand van kunstenaarscollectief WORM. Dat wilde over een oppervlakte van 1.000 m2 een film- en concertzaal, een winkel, studio's en kantoren. Negentig procent van het gebruikte materiaal moest afval zijn.

Verbeeldingskracht

Bij die 'extreme' opdracht gebruikte 2012 voor het eerst een harvest map, een kaart waarop men aangaf waar in de omgeving gebruikte materialen te vinden waren. Een 'sloopploeg' haalde de spullen op, een bouwploeg hergebruikte ze op een creatieve manier. Zo werd de winkel aangekleed met autobanden, waarvan er in Nederland jaarlijks zes miljoen bij het vuil belanden.

De aanpak van Superuse doet, zeker in dat laatste geval, denken aan de 'Afval = voedsel'-gedachte. Die nieuwe kijk op duurzaam ontwerpen werd in 2002 naar voren gebracht in het boek Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things van William McDonough en Michael Braungart. 'Afval = voedsel' gaat uit van 100 procent hergebruik, maar hoewel Jongert die doelstelling nobel noemt, vindt hij ze vooralsnog niet realistisch. "Wij denken dat dit de komende dertig jaar nog niet mogelijk is, zeker omdat het transport nog niet schoon genoeg is. Daarom proberen we pragmatisch te zijn."

Het eerste echte huis dat Superuse bouwde, een villa in Enschede, bestond bijvoorbeeld voor 60 à 70 procent uit hergebruikte materialen. Die waren wederom afkomstig uit de buurt. De staalconstructie van het huis werd samengesteld uit onderdelen van een textielmachine. De lift was dezelfde die tijdens de bouw werd gebruikt, en het hout kwam van oude kabelrollen. Voor de architecten was het heerlijk werken, zegt 2012-medewerker Jeroen Bergsma in de film. "Het gaat allemaal over verbeeldingskracht."

Tot de laatste wapenfeiten van Superuse behoren een speeltuin die men maakte uit onderdelen van een windmolen, en een plan voor 12.000 sociale huurwoningen in Rotterdam. Die zouden afgebroken worden, maar het collectief maakte een plan waarin de woningen met gerecycleerd materiaal worden aangepast aan de eisen van de tijd. Dat zou per appartement 30.000 euro goedkoper zijn. Het laatste project komt aardig in de buurt van waar de Rotterdammers naartoe willen. "Het hoogste doel is projecten of steden te bouwen die zichzelf regenereren" zegt Jongert. "Waarbij slopers communiceren met bouwers en alles wordt gemaakt met tweedehands materiaal. Natuurlijk is dat mogelijk. Er is afval genoeg."

Jan Jongert (Superuse):

Normaal maak je eerst een ontwerp en kies je daar de benodigde materialen bij. Bij ons is het omgekeerd

n Twee realisaties van Superuse: een winkel die is aangekleed met autobanden en een espressobar gemaakt uit Mielewasmachines. Jan Jongert, een van de oprichters van Superuse: 'Het hoogste doel is projecten of steden te bouwen die zichzelf regenereren.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234