Woensdag 25/05/2022

AnalyseGelijke kansen

Nee, de aanval op het Instituut voor Gelijkheid van Man en Vrouw is geen verrassing

null Beeld Sven Franzen
Beeld Sven Franzen

Na de opeenvolgende veroordelingen van Bart De Pauw (belaging) en Jeff Hoeyberghs (seksisme) is het, verrassend genoeg, vooral het Instituut voor Gelijkheid van Mannen en Vrouwen dat onder kritiek bedolven wordt. Die aanvallen passen in een bredere trend.

Bart Eeckhout

Het kan de trouwe kijkers van De afspraak maandagavond moeilijk ontgaan zijn. Het gesprek met professor Liesbet Stevens, adjunct-directeur bij het Instituut voor Gelijkheid van Mannen en Vrouwen, draaide uit op een hard interview. Het tv-gesprek ging voort op een eerder, ook al stevig interview in Het Laatste Nieuws over hetzelfde onderwerp: de (financiële) rol van het Instituut in de zaak-De Pauw.

In beide gesprekken diende Stevens zich te verantwoorden voor de beslissing om de advocatenkosten van de slachtoffers van De Pauw te betalen en voor de weigering om klaarheid te geven over de totale kosten daarvan. “Dat doen we altijd in rechtszaken waar het Instituut zich burgerlijke partij stelt”, zei Stevens daar eerder over in De Morgen. “Wij betalen onze eigen advocaat en voor dat werk hoeft het slachtoffer dat dus niet meer te doen.” De financiering past binnen de wettelijke opdracht, zo herhaalde ze meermaals in De afspraak.

Kritiek op de tussenkomst van het Instituut in de zaak is overigens legitiem. Dat Stevens na een conflict met een journalist zowel bij minister van Media Benjamin Dalle (CD&V) als bij de CEO van DPG Media (dat ook deze krant uitgeeft) per mail suggereerde om in te grijpen, is onbehoorlijk, zeker vanwege een instelling die vaak slachtoffers van intimidatie verdedigt. Het mea culpa dat ze daarover sloeg in de tv-studio’s was gepast.

Brandpunt

Alle legitieme kritiek terzijde blijft het een opmerkelijke vaststelling. Na de veroordeling van Bart De Pauw voor de belaging van meerdere vrouwelijke medewerkers gaat het publieke debat vooral over wie de advocaten van de slachtoffers heeft betaald. Na de veroordeling van plastisch chirurg Jeff Hoeyberghs, in een totaal andere zaak, gaat de discussie vooral over de afschaffing van de wet die de veroordeling heeft mogelijk gemaakt.

In het brandpunt staat telkens het Instituut voor Gelijkheid van Mannen en Vrouwen, dat in beide zaken als burgerlijke partij optrad. De hardste kritiek werd wellicht in deze krant geformuleerd door columnist en socioloog Mark Elchardus. “Ik betwijfel of het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen, dat Hoeyberghs voor de rechter bracht, heeft bijgedragen tot meer gelijkheid tussen vrouwen en mannen”, schrijft hij. “Dergelijke instituten leggen er zich vooral op toe de opvattingen over gelijkheid van hun kaderleden uit te dragen via vervolging, straf en onderdruking. Zij vormen de nieuwe inquisitie. Ze afschaffen is waarschijnlijk de kortste weg naar een betere, meer doeltreffende en evenwichtigere strijd voor vrijheid en gelijkheid.”

Elchardus staat niet alleen. In De Standaard viel N-VA-voorzitter Bart De Wever hem volmondig bij. Ook hij viseert de seksismewet én het Instituut. Vreest Elchardus de “tirannie van gevoeligheden”, dan vreest De Wever “de tirannie van slechte wetten”. Maar een tirannie is het dus zeker en vast. Dat beide heren elkaar vinden in die kritiek is niet zo verrassend. Het verzet past in een breder, conservatief offensief tegen antidiscriminatiewetten, mensenrechten en de instellingen die toezien op de naleving ervan.

Vlaams Mensenrechteninstituut

Het blijft niet bij harde woorden. Onder impuls van N-VA beloofde de huidige Vlaamse regering in haar bestuursakkoord de samenwerking met het federale gelijkekansencentrum Unia stop te zetten en te “vervangen door een eigen Vlaams gelijkekansencentrum”. Dit inmiddels door bevoegd minister Bart Somers (Open Vld) voorgestelde ‘Vlaams Mensenrechteninstituut’ zal zich ook op genderdiscriminatie toeleggen, en dus in het vaarwater van het nu geviseerde Instituut voor Gelijkheid van Mannen en Vrouwen komen.

Hoe dat Vlaams instituut zal gaan werken, is nog onduidelijk. Maar dat het minder met juridische bijstand bezig zal zijn, lijkt vast te staan. In De Standaard heeft De Wever het alleszins misprijzend over “een soort door de overheid gefinancierd, geprivatiseerd openbare ministerie”, waarmee hij zowel Unia als het Instituut bedoelt.

Professor Liesbet Stevens,  adjunct-directeur bij het Instituut voor Gelijkheid van Mannen en Vrouwen. Beeld Wouter Van Vooren
Professor Liesbet Stevens, adjunct-directeur bij het Instituut voor Gelijkheid van Mannen en Vrouwen.Beeld Wouter Van Vooren

De Vlaamse exit uit Unia komt er na jarenlange volgehouden hetze. Hetzelfde scenario lijkt zich nu bij het Instituut voor Gelijkheid van Mannen en Vrouwen te ontvouwen. Het Instituut is gewoon het volgende strijdperk in de conservatieve cultuuroorlog tegen overheidsinstellingen die het gelijkekansenbeleid overzien. Die instellingen zijn, volgens de conservatieve blik, bevolkt met progressieve ‘weldenkenden’ die er na een “lange mars door de instellingen” de stuurknuppel van de macht vasthouden. Liever dan zelf een lange ‘tegenmars’ te ondernemen willen conservatieven de instituten weer afschaffen.

Internationale methode

De gebezigde techniek - eerst afmatten met kritiek en dan aftakelen - is dus niet nieuw of uniek Vlaams. Ze is juist een internationaal kenmerk van de conservatieve strijd. Kijk bijvoorbeeld naar de voortdurende aanvallen op de pers in de VS. Het Amerikaanse nationaal opinieonderzoek General Social Survey leert dat in 2018 liefst 65 procent van de Republikeinse kiezers en 28 procent van de Democratische ‘zo goed als geen vertrouwen’ in de pers hadden. In 1973 was dat respectievelijk 16 en 13 procent. Ook de ‘mainstreammedia’ worden door conservatieve critici gezien als progressieve bolwerken die de realisatie van de ware volkswil dwarsbomen. En ook die boodschap klinkt niet bepaald onbekend in Vlaamse, Nederlandse of Europese oren.

Vooral: de techniek van de voortdurende kritiek wérkt. Ook welmenende mensen gaan denken dat het helemaal mis zit. Gerechtvaardigde kritiek, bijvoorbeeld op onevenwichtige verslaggeving, raakt zo vermengd met een bredere strategie om media te discrediteren. Van de weeromstuit gaat op redacties de neiging bestaan om vanzelf bij te sturen, om te bewijzen dat zij ‘niet zo’ zijn.

In Vlaanderen kreeg deze beweging een nieuw theoretisch fundament in het recente boek Reset van, alweer, Mark Elchardus. Een centraal begrip is ‘volkssoevereiniteit’. De volkswil, zo meent de auteur, wordt vandaag grotendeels geblokkeerd door internationale afspraken en verdragen en wetten die de vrijheid (onder meer van meningsuiting) juist beperken. Die ‘juristocratie’ van slechte wetten en de vrijheid van rechters om ze breed te interpreteren staat haaks op wat de gemeenschap écht wil.

Reset is een boek met intellectuele bravoure, maar origineel is dat standpunt niet. In de kritiek op instellingen en verdragen die de gemeenschap dwarszitten, klinkt een echo door van de strijd van de Amerikaanse Republikeinen tegen de ‘deep state’, een ondemocratische en oncontroleerbare overheidselite die het gezwollen en ondoorzichtige beleid naar eigen goeddunken zou vormgeven. Het verschil met de Vlaamse variant is dat in die Amerikaanse klassiek-conservatieve cultuurstrijd ook het socio-economische beleid van een welvaartsstaat geviseerd wordt. In Vlaanderen openen Elchardus, De Wever en co. enkel identitaire verzetshaarden. Meer nog, hun strijd dient naar eigen zeggen om de sociale zekerheid te vrijwaren voor de gemeenschap.

Vooruitgang

Wat bij Elchardus en anderen wel buiten beeld blijft, is dat de voorbije jaren in onze samenleving belangrijke stappen vooruitgezet zijn in de gelijkwaardige benadering van mensen, ongeacht geslacht, kleur of seksuele voorkeur. Zou dezelfde vooruitgang geboekt zijn zonder aangepaste wetgeving en het toezicht daarop? Mark Elchardus meent dat minderhedenbeleid een “echt gelijkheidsstreven” in de weg zit en dat bijvoorbeeld vrouwen dus juist beter af zouden zijn zonder al die instituten, quota en wetten.

Klopt dat ook? Over de seksismewet mag het oordeel genuanceerd zijn. Ook eminente, veeleer progressieve juristen als Jogchum Vrielink vrezen dat de wet te brede interpretatie toelaat, die de vrije meningsuiting in het gedrang brengt. Inperking van dat recht noopt altijd tot grote voorzichtigheid.

Maar om dan meteen het hele Instituut voor Gelijkheid op de schop te gooien, dat ook maar toeziet op wetten die met democratische meerderheid goedgekeurd zijn? En om meteen de volledige antidiscriminatiewetgeving en het gelijkekansenbeleid mee overboord te gooien? Niet elke poging om meer stem te geven aan groepen die nu of in het recente verleden minder gelijkwaardige kansen gekregen hebben, komt voort uit ‘woke’ moralisme. Wie dat meent, dreigt vanzelf in weer een andere tirannie te belanden. De tirannie van de meerderheid.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234