Zondag 02/10/2022

Neil Young geeft historisch concert

'Ik weet nooit wat ik aan het doen ben, voor ik het heb gedaan'

Antwerpen

Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Een vijftal akoestische gitaren, een collectie harmonica's, een vleugel, een buffetpiano, een orgel, een megafoon, enkele kaarsen op het podium en, vooral, 21 onuitwisbare songs: dat waren de rekwisieten waarmee Neil Young vrijdagavond het publiek in een uitverkochte Elisabethzaal drie uur lang aan zijn pluchen zitje gekluisterd hield. Na dit opmerkelijke staaltje van massahypnose zijn we alvast van één ding zeker: Greendale, 's mans nieuwe langspeler, wordt een voltreffer vanjewelste.

Youngs optreden in Antwerpen valt om verschillende redenen historisch te noemen. Hoewel de 57-jarige Canadees al eerder in ons land te zien was, had hij tijdens zijn schaarse Europese solotournees de Belgische podia altijd overgeslagen. De fans kregen vrijdag dus een uitgestelde primeur, al moesten ze er wel wat voor over hebben: de kaartjes, tussen de 125 en 72,5 euro, waren, zeker voor een rockconcert, zowat de duurste uit onze nationale geschiedenis. Een gevaarlijk precedent, want als popmuziek het voorrecht wordt van een maatschappelijke elite, dreigt het genre zijn voornaamste wezenskenmerk te verliezen.

De mensen die wel een kaartje hadden gekocht, bleken gelukkig een grote luisterbereidheid te vertonen, want de artiest bestond het de eerste honderd minuten van zijn set uitsluitend nieuw, nog niet uitgebracht werk te spelen.

Neil Young is een grillig artiest. Vooral zijn unplugged-optredens staan doorgaans garant voor verrassingen en in dat opzicht is zijn huidige solotournee er een om spontaan bij te likkebaarden. Tijdens het openingsconcert in Stockholm, waar nu al bootlegs van circuleren, zorgde Young voor de nodige opwinding door er meteen alle songs uit zijn binnenkort te verschijnen Greendale-project door te jagen.

Het gaat om een 'roman op muziek', opgenomen met Crazy Horse, en een film die in augustus in première gaat tijdens een filmfestival in Colorado. Het verhaal waar de songcyclus op is gebouwd, speelt zich af in een fictieve landbouwgemeenschap aan de Noord-Californische kust en valt te omschrijven als een familiekroniek. Daarin wordt het wedervaren verteld van drie generaties Green: Earl, een Vietnam-veteraan die sinds zijn terugkeer van het front alleen nog psychedelische schilderijen maakt die niemand koopt, diens vrouw Edith, hun ouders en hun kinderen. De personages leiden een vredig bestaan, tot een van hen een politieman vermoordt en in de gevangenis belandt. Zo komt een abrupt einde aan de rust in Greendale: plots cirkelen helikopters boven de huizen en wordt de stad ingenomen door televisieploegen. Young gebruikt dat bizarre maar vaak geestige scenario als alibi om een aantal impliciete antioorlogsstellingen naar voren te schuiven, politici de mantel uit te vegen, de sensatiezucht van de media op de korrel te nemen en zijn eigen ecologische preoccupaties te accentueren. Als het eerste deel van het concert zolang duurde, kwam dat vooral doordat Young haast evenveel sprak als speelde. De man ontpopte zich daarbij als een bijzonder aanschouwelijk verteller en zijn droge, vaak sardonische humor zou zijn effect niet missen. Zo was er bijvoorbeeld de anekdote over de duivel die zich in een brief aan George W. Bush afvroeg of het een misdaad is boosaardig te zijn en tot op heden nog geen antwoord mocht ontvangen. De toeschouwers werden willoos meegezogen in Youngs fictieve wereld: na een poosje kregen ze zowaar het gevoel zelf in Greendale te wonen. De songs waren opvallend sterk, ook al hoorde je er af en toe nadrukkelijke echo's in uit Neil Youngs vroegere werk. 'Devil's Sidewalk' was gebouwd op een knappe gitaarriff; bluesy nummers als 'The Double E' en 'Leave the Driving' herinnerden aan de periode van On the Beach; 'Carmichael' was een fragiele folksong en ook 'Falling From Above', 'Bandit' en 'Grandpa's Interview' bleken nummers die, althans op het eerste gehoor, tussen 's mans hoogtepunten niet uit de toon vallen. In 'Sun Green' smokkelde Young zelfs een muzikale verwijzing naar John Lee Hooker binnen. Voorts vervormde hij occasioneel zijn stem met een megafoon, haalde hij herinneringen op aan zijn vader (sportjournalist Scott Young) en gaf hij toelichting bij de ontstaansgeschiedenis van de nieuwe liedjes. Typische Young-anekdote: "Ik weet nooit wat ik aan het doen ben, voor ik het heb gedaan." Het tweede deel van het optreden bestond uit bekender materiaal, maar ook dat is bij Dinosaur Sr relatief: door zijn onvoorspelbare keuzen weet hij er de spanning altijd tot de laatste noot in te houden. Het publiek genoot dus met volle teugen van 'Tell Me Why', 'Old Man', het prachtige, op een 12-string gespeelde 'Razor Love' en het sentimentele 'Harvest Moon' (aangekondigd als "grandma Green's favourite song") en reageerde verrukt op 'Powderfinger', bekend als elektrische countryrocker van Rust Never Sleeps, maar oorspronkelijk bedacht als akoestische song voor de nooit verschenen elpee Chrome Dreams.

Een van de dingen die Young, net als Dylan, tot zo'n boeiende artiest maken, is dat hij zijn liedjes vaak op een onverwachte manier nieuw leven inblaast. Dat was in Antwerpen het geval met 'Expecting to Fly' uit zijn Buffalo Springfield-dagen en zonder twijfel een van de mooiste nummers die hij ooit heeft geschreven. Op de plaat hult het zich in een onwerelds orkestraal arrangement, in de Elisabethzaal werd het helemaal uitgekleed aan de vleugelpiano.

Helaas pakte dat minder goed uit dan verwacht, ook al omdat Young als zanger systematisch naast de hoogste noten greep. De enigszins vertraagde orgelversie van 'Long may You Run' wist wel te bekoren, maar afsluiter 'After the Goldrush' maakte vooral duidelijk dat Young tijdens het Koningin Elisabethconcours voor piano bitter weinig kans zou maken. Meer dan eens viel hij van de toonladder, zelfs zijn smoelschuiver klonk vals, en ook in ritmisch opzicht ging het mis: het was alsof je naar een oude, ontregelde muziekdoos luisterde.

Zelfs de drie bissen ('The Old Laughing Lady', 'Comes a Time' en het onvermijdelijke 'Heart of Gold') konden niet verhinderen dat de tweede set iets minder imponeerde dan de eerste. 's Mans anders zo krachtige akoestische gitaarspel klonk deze keer tamelijk slordig, de bassnaren brachten voortdurend een storend gezoem voort en wie de setlists van de overige Europese concerten had bestudeerd, miste toch obscure parels als 'No One Seems to Know' en 'Hitch Hiker' of zelden gespeelde nummers als 'Ambulance Blues', 'Don't be Denied', 'On the Beach' of 'Campaigner'. Daar staat tegenover dat Neil Youngs Antwerpse concert, met 21 nummers, zowat het langste van zijn hele tournee was. "You're a good audience", liet de Meester zich ontvallen, terwijl de aanwezigen achteraf terecht van een belevenis gewaagden. Zelf hielden we er een dubbelzinnig gevoel aan over. Zeker, als hartstochtelijke fan hadden we dit avondje Young niet graag gemist. Maar laten we er geen doekjes om winden: geen enkel rockconcert is 125 euro waard.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234