Dinsdag 09/08/2022

Nicci French

Terug naar Congo

Méént gij dit? vroeg Annie.

Meen ik wat? vroeg Willy. Ge gaat nú toch al niet van uw vijs maken, zeker? Ge zijt nog maar een halve minuut bezig.

Dat ik de zeur ben, zei Annie boos.

Gij zijt de zeur niet, zei Willy. Ge zijt gewoon heel zenuwachtig. We zitten in het douanekantoor want we zijn met iets gepakt. Iets wat we niet bij mochten hebben, ik weet nog niet wat. En gij zijt gespannen, dat is alles. Dat is toch normaal, als ge in Kinshasa aankomt en ze steken u direct in een kot. Gij zijt nog nooit in Afrika geweest, ik wel - ik ken die mannen. Ik verzeker het u. Die spelen met uw voeten tot ze purper zien. Tot ge toch maar un cadeau geeft.

En wat zijt gíj aan het doen? vroeg Annie. Willy, in godsnaam. Wie is dat kind? Zijt gij niet beschaamd?

Ja, zeg, lees voort, zei Willy geërgerd. Als ge u bij elke zin gaat afvragen waarom hij er staat, gaat er niet veel van komen. Schrijven, dat is als borduren, Annie. Ge moet dat langzaam opbouwen, en pas na verloop van tijd ziet ge het hele prentje en zegt ge: ah, zo zit het. Anders moet ge uw cursus nog maar eens opnieuw lezen. Wat zitten wij al dat geld daar in te steken als ge na een maand de helft niet meer weet.

Oude dél? riep Annie.

Annie, schat, luister. Het is fìctie. Een roman. Het eerste wat ge moet doen als ge fictie schrijft, is uw verbeelding de vrije loop laten. Weet ge nog? Dat voorbeeld met die twee sprekende aapjes. Ge moet alles wat ge kent loslaten, anders rijdt ge uzelf binnen de kortste keren vast. Als ik u de hele tijd poeske of engeltje moet noemen, ga ik nooit de onderhuidse spanningen tussen ons naar voren kunnen brengen. Noch mijn verlangen naar het onbekende.

Hadt is niet met dt, zei Annie.

Hadt is wel met dt, zei Willy. Onregelmatig werkwoord met ge.

Willy, alstublieft, zei Annie. Uw halfharde lul. Zoiets zegt ge niet.

Het is zoals het is, zei Willy.

En hier begin ik wéér te zagen, zei Annie. Nee, Willy, sorry. De mensen gaan zeggen: wat is me dat voor een heks. Om van u nog maar te zwijgen, met uw gedrag hier. Dat kind, ocharme.

Zeg, wij zijn hier niet voor Ketnet bezig, hè, zei Willy kwaad. Als ge tegenwoordig kans wilt maken, moet ge een beetje pittig durven zijn. Onverwacht uit de hoek komen. Dat zat ook in de les, ge zijt precies álles vergeten.

Stomme koe, zei Annie hoofdschuddend. En mij maar afblaffen. En nu gaat ge die agente ook nog binnendraaien?

Ge moet de fantasie van de lezer prikkelen, zei Willy. Hij moet zich in uw plaats kunnen stellen, en dingen meemaken die hij anders nooit meemaakt. Dat is juist de bedoeling. Ge kunt geen verhaal schrijven over iemand die de hele dag in zijn zetel tv zit te kijken met een blik bier in zijn hand. De meeste mannen dromen hun hele leven van zo'n zwarte poes in een uniform. Het is de taak van de schrijver om deze zaken tastbaar te maken.

Stuurs, met de lippen op elkaar geperst, las Annie voort.

Taak van de schrijver, mijn oor, mompelde zij toen ze aan het eind van de A4 was gekomen.

En tegen Willy zei ze: als het is om uw vettige verbeelding te botvieren, schrijft ge maar alléén een boek. Het is mijnen toer.

Hoofdstuk 2

Welkom in Kinshasa, mijnheer, ah, hier, Wagemakers, zegt de beambte met een vlugge blik op haar papieren. Gaat u zitten. U krijgt zo meteen de gelegenheid om de toiletten te bezoeken - de gang in, laatste deur aan de linkerkant, voor de heren. Wij moeten enkel snel deze documenten doornemen. Een formaliteit, hoor. Nog héél even ophouden!

Zij lacht overdreven.

Willy gaat zitten op de stoel tegenover de geüniformeerde dame.

Hij heeft een onbehaaglijk gevoel. Hij heeft jarenlang in dit land gewoond maar had het, de corruptie en de bureaucratische pesterijen beu, verlaten om zijn handelszaak in Europa voort te zetten. Nu komt hij hier voor het eerst terug. Op huwelijksreis, want Willy, die het grootste deel van zijn leven als vrijgezel doorbracht, heeft het geluk gevonden bij Annie, een vlotte en aantrekkelijke vrouw in wier armen hij tot rust is gekomen. "Had ik u niet gehad, ik weet niet wat er van mij zou geworden zijn", zegt Willy vaak tegen haar, onderwijl verdrinkend in haar prachtige lichtblauwe ogen.

Hoeveel deviezen brengt u dit land binnen? vraagt de ondervraagster, terwijl zij, afwezig, met de wijsvinger door de vellen in haar map bladert.

Geen, antwoordt Willy.

Europeanen! zucht de zwarte vrouw. Ze zullen van hun eerste leugen niet barsten! U weet dat er fikse straffen staan op onwaarachtige verklaringen omtrent de invoer van vreemde valuta?

Ja, antwoordt Willy, op zijn tanden bijtend.

Bovendien is uw inreiskaart verkeerd ingevuld, zegt de vrouw. Ook uw voornamen dienen in drukletters te worden geschreven. En ik kan het laatste cijfer van uw visumnummer niet goed lezen. Kijkt u even: is dat een vijf, of een acht?

Een acht, zucht Willy. Het is een acht.

Ik dacht dat het een vijf was, zegt de vrouw. Ziet u: deze twee beentjes raken elkaar niet. Misschien was de inkt in uw pen op. Mag ik uw pen even zien?

Willy haalt zijn pen uit zijn binnenzak en overhandigt ze.

Mooi, zegt de vrouw. Montblanc. Zij schroeft de dop van de vulpen en trekt enkele lijnen op het vloeipapier op haar bureau. Daarna vormt zij, langzaam, op het dikke roze papier een sierlijke acht, die fijne, donkerblauwe haartjes lijkt te krijgen.

Méér dan genoeg inkt, kijk, zegt ze lachend, om een acht te maken. U hebt toch niets te verbergen, mijnheer Wagemakers? U probeert de douane toch niet voor het lapje te houden door uw documenten te vervalsen?

Willy kijkt gelaten toe hoe de vrouw de dop weer op zijn Montblanc schroeft en vervolgens schijnbaar onnadenkend de pen in haar borstzakje laat verdwijnen.

Neen, mevrouw, zegt hij. Dat probeer ik niet. Het was werkelijk mijn bedoeling om ook zo'n mooie acht te vormen.

Worden we sarcastisch, mijnheer Wagemakers? vraagt de vrouw. Hoor ik een zekere spot in uw stem? U weet vast dat daar in dit land niet mee gelachen wordt, met spot - zeker niet door ambtenaren in functie.

Dit was niet mijn bedoeling, mevrouw, spreekt Willy keurig.

Wat ís precies uw bedoeling, mijnheer Wagemakers? vraagt de dame. Mag ik een paar keren raden? Bent u uit op meisjes? De voorbije maanden...

Mijn vrouw en ik..., onderbreekt Willy haar.

De voorbije maanden, gaat de beambte onverstoord verder, hebben de politiediensten van dit land ettelijke buitenlanders gearresteerd die zich niet hadden gestoord aan... Hoe zal ik het uitdrukken... Europese mannen denken soms dat ze méér mogen in dit land dan thuis... Dat ze het niet zo nauw hoeven te nemen met de wettelijke bepalingen. U was toch niet van plan om het niet al te nauw te nemen met de wettelijke bepalingen, mijnheer Wagemakers?

Neen, zegt Willie.

'Neen', zoals in: ik ga het niet al te nauw nemen? vraagt de vrouw.

Neen, zegt Willie, 'neen' zoals in: ik ben het niet van plan.

Om het nauw te nemen? vraagt de vrouw.

Ik ben niet van plan om het niet al te nauw te nemen, zegt Willy, met moeite zijn zenuwen in bedwang houdend.

Waarmee? vraagt, gespeeld verbaasd, de beambte.

Willie buigt het hoofd. Hij zucht diep. Kneedt zijn handen.

Het is goed, zegt hij, en hij haalt zijn portefeuille uit zijn achterzak.

Dat is goed, zegt de zwarte vrouw, en zij grijnst breed. Willy ziet nu pas dat zij haar twee middelste bovenste snijtanden mist.

Allebei staan zij op van hun stoel; Willy overhandigt de vrouw de bankbiljetten. Zij telt deze na, en nog eens, glimlacht en knikt tevreden naar Willy.

U hebt op uw schoenen gemorst, mijnheer Wagemakers, zegt zij, wijzend. Zonde, zulke prachtige dure schoenen.

Zwijgend, hooguit zuchtend, trekt Willy zijn schoenen uit, en schuift ze met zijn tenen in de richting van het bureau.

Een cola gaan drinken

Méént gij dat? vroeg Willy.

Natuurlijk, antwoordde Annie.

Maar dat klópt helemaal niet! riep Willy. Dat vólgt niet! Ik ging die vrouw... Dat is een hete voenk, geen moe zonder tanden! En waar zijt gíj ineens naartoe? Gij zat in dat kot met dat meisje! Ik ging...

Ge zult hier en daar iets moeten aanpassen aan uw deel, zei Annie. Het was als eerste hoofdstuk ook een tikkeltje te heftig. Dat stond óók in de cursus, Willy: temporiseren! Niet al uw kruit in het begin verschieten! Laten we maar rustig op de luchthaven aankomen en een cola gaan drinken of zoiets. Wat bekomen van de lange vlucht. En dan spreken ze ons aan, om mee te komen naar het douanekantoor. En daar wachten wij even, in spanning. En er zitten geen minderjarige meisjes. Die komt ge misschien later nog wel tegen. Hier hebt ge uw A4 terug. Lees het eerst nog maar eens rustig opnieuw na.

Kwaad pakte Willy het vel papier aan.

Ik ben precies een halve snul die de kaas van zijn brood laat eten, zei Willy al lezend. Ik geef alles maar af. Dat van die schoenen is overdreven - ik heb genoeg ervaring met Afrika om te weten dat ze zo ver nooit zouden gaan. Die pen, tot daar aan toe.

Ge ziet het te somber in, zei Annie. Ge focust te veel op uzelf. Hóógte nemen, en het overzicht behouden: ge weet hoe ze daar op hamerden. En uzelf wegcijferen. Het is het verhaal dat telt, niet de schrijver.

Dit wordt niks, gromde Willy hoofdschuddend.

Kom, lees het nu op uw gemak nog eens na, uw eerste deel, zei Annie. Dat van die lome ventilator met zijn nutteloze rondjes kunt ge laten staan - dat is goed gevonden. En die metalige wirwar: echt goed. Ge hébt het, Willy - ge moet alleen nog wat aan de inhoud schaven.

Hoofdstuk 1

Het is broeierig heet in het krappe kamertje. Loom draait de oude, stoffige ventilator aan het plafond zijn nutteloze rondjes.

Met gierende motoren komt een passagiersvliegtuig over het tarmac getaxied, op enkele tientallen meters van de openstaande, getraliede ramen van het kantoor. De luchtverplaatsing doet de verbleekte lamellen sidderen. Een man schreeuwt paniekerig bevelen - het taxiën loopt niet van een leien dakje. Zijn walkietalkie braakt een metalige wirwar van antwoorden uit.

Het lawaai van de motoren ebt langzaam weg, als plots de deur van het kantoor openzwaait.

Zijt gij op uw kop gevallen? sist Annie.

Shhht! antwoordt Willy geërgerd.

Ge zit in het douanekantoor, fluistert Annie kwaad. Er kan elk moment iemand anders binnenkomen. En als er iemand binnenkomt is het er zeker één met een kepie.

Hou uw mond, snauwt Willy. Ik kan mij niet concentreren.

Ik ben vijf minuten naar de wc, zegt Annie, en als ik terugkom staat ge hier... Godlievenhemel! Waar komt dat kind vandaan? Zat dat hier?

Ik had die bij in mijn valies, sakkert Willy. Natuurlijk zat dat hier, mens. Te wachten op haar voogd of zoiets. Wacht!

Willy gaat op de tippen van zijn tenen staan en grijpt het meisje bij de keel. Zij piept angstig.

Ik ben er bijna! gromt Willy. Ik ben er! Zijn billen petsten tegen de tafelrand.

Wat is dat in haar mond? vraagt Annie. Is dat uw sok?

Dat is de keukenhanddoek van Yasser Arafat, zegt Willy. Natuurlijk is dat mijn sok, oude del. Ge hadt toch niet gewild dat dat hier de hele luchthaven bij elkaar zat te schreeuwen?

En nu? vraagt Annie. Wat gaat ge nu doen?

Betalen wat we moeten betalen, en weg zijn wij, zegt Willy.

Met dat arme schaap bedoel ik, zegt Annie geïrriteerd. Met die sok. Als ge die er uithaalt, gaat het geroep beginnen.

Ik sluit ze op in dat kotje, zegt Willy, terwijl hij voorzichtig zijn halfharde lul in zijn onderbroek te rusten legt, zijn jeansbroek optrekt en zijn broeksriem vastmaakt.

Ze is precies bewusteloos, zegt Annie, die nu ook op de tippen van haar tenen staat en haar nek uitrekt om het gezicht van het zwarte meisje te kunnen zien.

Dat zou de eerste keer niet zijn, dat Willy ze perte totale vlamt, zegt Willy trots. Deze heeft nog omnium, denk ik. Wat zou dat zijn? Vijftien, zestien? In elk geval nog nooit mee gereden, dat voelt ge direct. Ruikt nog naar het nieuw. Man man - en hoofdschuddend en met zijn vuisten in zijn zij staat hij zijn daden te overzien, nagenietend, als een generaal die over de rokende slagvelden vol kermende vijanden en doodbloedende paarden uitkijkt, wetend dat hij het goede heeft gedaan en dat bij thuiskomst roem en eer zijn deel zullen zijn.

Willy's lul jeukt van tevredenheid.

In het vervolg probeert ge uzelf wel wat in te houden, Willy, zegt Annie. In dit soort landen lachen ze daar niet mee.

Luister, zegt Willy. Ik heb tien uur op een vliegtuig gezeten. De ene gaat dan direct een sigaret smoren, de ander gaat zo rap mogelijk op zoek naar een kut. Ik ben van de tweede soort. Niks ongezonds aan. Ik denk zelfs dat ge méér dokters gaat vinden die mijn manier aanmoedigen.

Verstop haar nu maar rap, zegt Annie.

Met hun tweeën dragen zij het slappe zwarte prinsesje naar een kamertje dat is volgestouwd met dossiermappen en kaften.

Godverdoeme, ze drupt, zegt Willy.

Op uw nieuwe schoenen, zegt Annie vermanend. Kalfsleer!

Het doet toch deugd om zo'n jong teefje vol te blazen, zegt Willy. Het besef dat die iets meemaken wat ze nog nooit hebben meegemaakt, dat is het verschil. Dat ge die iets aanleert wat ze zich hun leven lang gaan herinneren. Als ge dertig zijt wordt alles een soep. Dan weet ge niet meer wie u heeft doen janken van de pret, die ene keer. Maar ge moogt gerust zijn: dit snolletje denkt op haar sterfbed nóg aan Willy Wonder met zijn grote vleesworst.

Allee, het is u gegund, zegt Annie, die vooral opgelucht is dat ze niet betrapt werden.

Godverdoeme, er is iemand, zegt Willy, met zijn wijsvinger voor zijn lippen.

In het kantoor kriept een deur, die vervolgens wordt dichtgeslagen. Dan blijft het stil.

Wie is het? fluistert Annie.

Dat kan ik toch niet weten, stomme koe! sist Willy.

Wie daar? blaft iemand in het kantoor in het Engels.

Ik! roept Willy. Ik was, euh, de wc aan het zoeken!

Kom tevoorschijn! beveelt de stem.

Beschroomd stapt Willy het berghok uit, en blijft dan stokstijf staan, geschrokken, alsof hij een spook ziet.

Godverdoeme! zucht hij.

Voor hem staat een douane-agente met een glanzende, ebbenhouten huid, in een strak zwart uniform. De drie bovenste knoopjes van haar diensthemd staan open, waardoor Willy diep in de donkere voor tussen de twee formidabele borsten van dit fabeldier kan kijken.

Ginder blijven! bijt hij Annie toe. Willy gaat nóg eens neuken!

Ik weet waarmee ge mij van dienst kunt zijn, zegt Willy met een schunnige knipoog tegen de agente, die naar hem glimlacht en met haar tong haar kersenrode lippen nat maakt.

Welkom in de hemel, mijnheer Wagemakers, fluistert ze.

Geachte heer Wagemakers

Geëerde cursist,

Beste Willy,

Onze Cursus Creatief Schrijven is erop gericht de deelnemers technieken aan te leren om een goed samenhangende tekst te schrijven, ze inzicht te laten verkrijgen in diverse vertelperspectieven en ze de verschillende verhaalgenres te leren kennen.

Onze ervaren docenten verkeren echter niet in de mogelijkheid om naderhand cursisten individueel op te volgen; zij kunnen al zeker geen uitspraken doen over de onenigheid tussen uw echtgenote en uzelf omtrent de opbouw en de spanningsboog van het boek dat u samen schrijft. U lijkt me uw eigen hoofdstuk aanzienlijk hoger in te schatten, doch over smaken en kleuren valt er, zoals u weet, mijnheer Wagemakers, niet te redetwisten.

Zoals u in uw brief aangeeft, zijn er inderdaad enkele voorbeelden bekend van uitermate succesvolle schrijversduo's. Besef echter dat hiervoor een buitengewone onderlinge verstandhouding vereist is, alsook een grote uniformiteit qua stijl en inhoud. Mogelijk is het aangewezen om eerst een tijdlang individueel te oefenen en vervolgens tot goede afspraken te komen, vooraleer u zich aan de lastige taak van het schrijven van een boek begeeft. Praten helpt!

Vergeet niet: alle begin is moeilijk. Herinner u ook onze slagzin omtrent inspiratie en transpiratie. Meer informatie hierover vindt u op onze website.

Uw beider lesgeld is helaas niet terugvorderbaar, ook niet gedeeltelijk.

Met hartelijke schrijfgroeten,

en met goede moed vooruit,

Gaétan Vangerreweij

Directeur

www.schrijfnuzelf.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234