Woensdag 29/06/2022

DM.focus

Niet langer een utopie: werk in de industrie

null Beeld bas bogaerts
Beeld bas bogaerts

Of pure productiebedrijven in België nog wel een toekomst hebben? Het was de voorbije jaren vooral een retorische vraag, maar nu lijkt het tij stilaan te keren. Met dank aan het project Factories of the Future, een even ambitieus als tijdrovend traject dat innovatieve maakbedrijven opnieuw perspectieven biedt in eigen land.

Filip Michiels

Het klinkt, en dan drukken we ons nog voorzichtig uit, behoorlijk ongerijmd. Een bedrijf dat hier - meer bepaald op de rijke leemgronden van Sint-Truiden - onderdelen van automatische versnellingsbakken voor de Chinese markt vervaardigt en die vervolgens stuk voor stuk naar China transporteert. Laat dat nu nochtans het succesvolle businessmodel zijn van Punch Powertrain, een gewaardeerde wereldspeler op het vlak van automatische transmissiesystemen.

De onderdelen daarvan zijn 100 procent 'Made in Sint-Truiden', de markt en de eindassemblage zijn 100 procent 'Made in China'. In tijden van globalisering en loonhandicaps lijkt dit je reinste aanfluiting van elke economische logica. Want horen we hier niet al jarenlang datzelfde riedeltje: de lonen liggen te hoog, de toegevoegde waarde is te laag, en dus is elke vorm van puur industriële productie hier te lande op termijn tot uitsterven gedoemd?

"Precies ook het scenario dat ons hier in 2011 boven het hoofd hing", vertelt Marc De Wind. Hij is chief operating officer (COO) van Punch Powertrain, een van de zeven bedrijven die gisteren uitgeroepen werden tot Factory of the Future. Bedrijven die van de slimme maakindustrie in ons land een nieuwe economische speerpunt moeten maken.

De Wind: "Alle alarmbellen gingen toen af: onze Belgische fabriek in Sint-Truiden bleek gewoonweg niet flexibel en rendabel genoeg om aan het Chinese tempo mee te kunnen. Om te voldoen aan de eisen die de Chinese markt ons toen stelde, zeg maar. De conclusie lag dan ook voor de hand: laat ons de fabriek hier opdoeken, ze onder de arm nemen en ze vervolgens ergens in China opnieuw neerpoten. Het was echt erop of eronder, maar het Belgische management heeft toen beslist om niet voor de gemakkelijkste weg te kiezen. Integendeel, we hebben een soort aanvalsplan uitgetekend dat ons - in theorie althans - zou moeten toelaten om de fabriek in een periode van maximaal drie jaar volledig te transformeren."

Understatement

Stellen dat die doelstelling met verve gehaald werd, is anno 2016 een understatement van formaat: telde Punch Powertrain in 2012 nog 70 arbeiders, dan zijn dat er vandaag al 200 geworden. En werkten er in 2012 in totaal 500 werknemers voor het bedrijf, dan zijn dat er nu al 700 en moeten dat er in 2020 zelfs 1.200 worden. "Welja, we hebben vandaag dan ook 200 openstaande vacatures", klinkt het doodleuk.

Een aanvalsplan dus. Dat klinkt iets simpeler dan het was, geeft De Wind ook grif toe, al kwam er vooral een flinke portie gezond verstand, openheid van geest en economisch voluntarisme bij kijken. "Het begint bij je werknemers. Wil je als productiebedrijf in België blijven, dan moet je in eerste instantie hun hoge opleidingsniveau, hun ervaring én hun wil om er hier ook echt nog iets van te maken uitspelen. Het kwam er dus op aan hun betrokkenheid en motivatie te verhogen, en oude structuren en strategieën die dat in de weg stonden resoluut overboord te kieperen. Een grote bevraging van die werknemers wees uit dat zij vooral nood hadden aan meer kansen en uitdagingen en dat ze op alle niveaus beter wilden kunnen samenwerken, om zo tot een hoger rendement én betere producten te komen.

"Want wat bleek: we werkten dan wel al jarenlang in ploegen, maar communiceerden amper en leerden dus ook niets van elkaar. We hebben de ouderwetse ploegenstructuur dusvaarwel gezwaaid en zijn overgestapt op zelfsturende teams. Die teams hebben zelf alles in huis: eigen monteurs, eigen ingenieurs, eigen kwaliteitscontrole."

In dure managementtermen heet zoiets 5S-housekeeping, op de vloer kom het er in essentie op neer dat elk team zelf de producten én het productieproces kan verbeteren, innovaties uittesten, noem maar op. De Wind: "Dat alles heeft niet alleen een enorme impact gehad op het werkplezier, maar ook op de rendabiliteit. En jawel, vaak ging het dan om kleine verbeteringen of veranderingen in onze productie, maar ik geloof veel meer in het effect van duizend kleine veranderingen dan in die ene grote versnelling.

"Om het even concreet te maken: de productiekost van de componenten die we hier produceren voor een versnellingsbak is 300 euro. Vijf jaar terug hadden we voor 5 euro 'uitval' - spullen die we in de afvalcontainer moesten werpen, zeg maar - per versnellingsbak. Vandaag is dat nog welgeteld 1 euro. Daarnaast zitten we vandaag in 95 procent van de gevallen met een volledig goed bevonden product aan het einde van de productieketen. In 2011 haalden we nog maar een score van 90 procent. We werken nu sneller en efficiënter én de kwaliteit gaat omhoog. In die mate zelfs dat we het ons vandaag perfect kunnen veroorloven om gewoon hier in België te blijven produceren, terwijl - daar hoef ik geen tekening bij te maken - de loonkost hier uiteraard een pak hoger ligt. Daar komt nog bij dat je dit op langere termijn natuurlijk ook strategisch moet bekijken: als het even kan, moet je er echt alles aan doen om je expertise en knowhow hier te houden en niet naar China te verkassen."

Groei van 50 procent

Je wilt ze liever niet te eten geven, de productiebedrijven in ons land die er de voorbije jaren enkel maar van konden dromen om hun personeelsbestand te zien aangroeien. Bij Punch Powertrain liggen de ambities vandaag zelfs nog hoger: de verwachting is dat omzet, volume en personeel de komende vijf jaar met 50 procent zullen groeien. Jaarlijks welteverstaan. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat uitgerekend dit bedrijf uit Sint-Truiden voortaan als bedrijf van de toekomst door het leven mag gaan.

Nadat er ook vorig jaar al vier bedrijven dat label hadden ontvangen, kwamen er daar gisteren nog eens zeven bij. Niet meteen een aantal dat ons euforisch moet stemmen, maar elk begin is moeilijk en de cijfers die deze elf bedrijven samen kunnen voorleggen, zijn alvast meer dan bemoedigend. Samen tekenden ze tot nog toe - sinds de prille start van het Factories of the Future-project in 2011 - voor een personeelsgroei van 21 procent.

"We moeten daar niet flauw over doen: dat is bijzonder opmerkelijk", vertelt Herman Derache. Hij is algemeen directeur van Sirris, het innovatiecentrum voor de industrie in ons land, en de grote bezieler van het project. "De maakindustie is anno 2016 in België dan wel nog goed voor zowat driehonderdduizend arbeidsplaatsen, de algemene trend de voorbije jaren ging natuurlijk in dalende lijn. De vele delokalisaties van productiebedrijven waren daar niet vreemd aan."

Het label Factory of the Future mag dan al behoorlijk futuristisch klinken, de achterliggende visie klinkt niet bepaald als hogere wiskunde. Derache: "In essentie komt het er vooral op neer dat die bedrijven zich veel meer gaan toeleggen op producten met een zeer hoge toegevoegde waarde. Moeilijk te maken producten zeg maar, waarmee je je als bedrijf echt kunt profileren in een wereldmarkt. Net omdat die wereldmarkt zo snel evolueert, vraagt dit van die fabrieken ook een bijzonder hoge mate van flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Wat dan weer grote consequenties heeft voor het machinepark en de werkomgeving, maar zo mogelijk nog meer voor de werknemers.

"Vanuit die inzichten hebben wij een zevental werkdomeinen vastgelegd waarop productiebedrijven zichzelf kunnen en moeten heruitvinden. Iets wat dus veel verder gaat dan zomaar een nieuw product op de markt brengen. Dat gaat dan bijvoorbeeld van de transformatie naar een volledig digitale fabriek over een veel grotere betrokkenheid van alle medewerkers in de veranderingsprocessen tot de evolutie naar een netwerk van slimme fabrieken. Allemaal met het oog op een maximale flexibiliteit en toegevoegde waarde. Concreet komt dit voor een bedrijf neer op een constante zoektocht naar de verbetering van zowat alle mogelijke processen binnen de fabriek, een doorgedreven automatisering en een veel sterkere focus op continue opleiding van het personeel."

null Beeld bas bogaerts
Beeld bas bogaerts
Marc De Wind van Punch Powertrain: 'We hebben de ouderwetse ploegenstructuur vaarwel gezwaaid en zijn overgestapt op zelfsturende teams. Die teams hebben zelf alles in huis: eigen monteurs, eigen ingenieurs, eigen kwaliteitscontrole.' Beeld bas bogaerts
Marc De Wind van Punch Powertrain: 'We hebben de ouderwetse ploegenstructuur vaarwel gezwaaid en zijn overgestapt op zelfsturende teams. Die teams hebben zelf alles in huis: eigen monteurs, eigen ingenieurs, eigen kwaliteitscontrole.'Beeld bas bogaerts

Busconstructeur Van Hool

Dat klinkt allemaal heel goed, maar waarom zou een productiebedrijf zich al die moeite getroosten, als het gewoon ook de hele zwik naar Slowakije of Vietnam kan verhuizen, waar je dan tegen pakweg een vijfde van de Belgische productiekost aan de slag kunt? "Sommige bedrijven doen dat gewoon ook", geeft Derache toe. "Tegelijk merken we ook dat almaar meer succesvolle bedrijven hier er echt wel in slagen om nieuwe investeringsbudgetten los te krijgen. Deels vanuit een soort overtuiging of koppigheid om toch in eigen land te willen blijven, al geldt dit natuurlijk vooral voor kmo's. Veel meer speelt evenwel de overtuiging dat de verankering hier binnen een veel ruimer netwerk van toeleveranciers kan gebeuren én het Belgische kennislandschap echt wel een grote meerwaarde kan bieden. In de eerste plaats gaat dit dan over de expertise van goed opgeleide Belgische medewerkers, maar daarnaast vaak ook over eigen onderzoeksafdelingen, samenwerkingsverbanden met universiteiten hier, noem maar op.

"Het is ook niet altijd een zwart-witverhaal: soms kiezen bedrijven ook voor een gedeeltelijke delokalisering, waarbij de basisproductie wél verhuist maar de complexe producten hier in eigen land blijven. Een bedrijf als Van Hool is daar een fraai voorbeeld van. In 2012 kondigde de busconstructeur aan dat het ook in Macedonië een fabriek zou bouwen, maar tegelijk gaf die investering ook extra zuurstof aan de Belgische fabrieken."

Factories of the Future zag vijf jaar terug het levenslicht. Vandaag begeleiden een dertigtal consultants al ruim 250 bedrijven in hun transformatietrajecten - tegen betaling - en welgeteld elf daarvan mogen zich nu dus al een fabriek van de toekomst noemen. Er lijkt dus wel nog wat werk aan de winkel?

"We krijgen meer aanvragen dan we kunnen verwerken", erkent Herman Derache. "Het bewustzijn groeit ongetwijfeld, en we zouden dus wel wat meer middelen kunnen gebruiken. Ik heb wel het gevoel dat we almaar meer waardering krijgen met dit project, maar de politieke en daaruit voortvloeiende financiële steun zou wel nog wat beter kunnen. De Vlaamse regering bekijkt momenteel wat de speerpunten moeten zijn in haar economisch beleid, maar de maakindustrie maakt daar vooralsnog geen deel van uit. Ik hoop dat dit de komende jaren zal veranderen, maar toegegeven, we staan zelf ook nog maar aan het begin van ons verhaal.

"Tegen 2018 hopen we een vijfhonderdtal bedrijven te bereiken, een verdubbeling van het huidige aantal dus. Daarmee zouden we dan ook het merendeel van het laaghangende fruit geplukt hebben. Voor de resterende drieduizend bedrijven in de sector zie ik het een stuk somberder in, daar zal het veel moeilijker worden om een dergelijk traject op te starten. Vaak heeft dat te maken met het soort product dat ze hier vervaardigen. Als dat niet voldoende innovatief en complex is, dan wordt het hier een lastig verhaal. Het klinkt wat paradoxaal, maar hoe moeilijker een product te vervaardigen is, hoe groter de kans dat we het hier kunnen blijven maken."

Vijfhonderd bedrijven op een totaal van 3.500, dat klinkt niet meteen bijster veelbelovend of ambitieus? "Toch wel. Het aantal jobs in de maakindustrie loopt al jaren terug, maar wij denken dat er binnenkort opnieuw een lichte groei in zit. Die vijfhonderd bedrijven waarover ik het nu heb, vertegenwoordigen wel ruim de helft van de totale tewerkstelling in hun branche."

Over een andere boeg

"Als we willen blijven produceren in West-Europa dan is een project als Factories of the Future gewoon ontzettend belangrijk", geeft ook Marc De Wind aan. "Neem nu de audit waaraan ieder bedrijf dat in dit project wil instappen onderworpen wordt, om de sterke en zwakke punten én het potentiële veranderingstraject te meten en vast te leggen. Bij Punch waren we op dat moment het roer al volop aan het omgooien, maar toch heb ik daar zelf ook nog heel veel van opgestoken. En ik kan het niet voldoende benadrukken: alles valt of staat met de wil van het bedrijfsmanagement om het resoluut over een andere boeg te gooien. Zomaar wat rommelen in de marge, zal niet volstaan om onze industrie hier te redden.

"Ik vervul al 25 jaar een leidende rol in uiteenlopende productie-omgevingen en zie heel veel innovaties en transformaties stranden omdat de directie niet echt mee wil of het langeretermijnverhaal niet ziet, terwijl het middenmanagement wél beseft dat het vijf voor twaalf is. Het goede nieuws is dan weer dat dit heus niet allemaal stukken van mensen moet kosten. De verbeteringsprocessen die bij ons voor de grote ommekeer hebben gezorgd zijn relatief goedkoop te introduceren.

"Tegelijk is ook enig realisme op zijn plaats. Het is natuurlijk ook een stuk makkelijker om het volledig over een andere boeg te gooien als het beslissingscentrum van een bedrijf nog in België of elders in West-Europa zit. Voor een Belgisch filiaal van een grote multinational wordt dit een veel lastiger verhaal." Wat meteen ook bevestigd wordt door het profiel van de elf huidige bedrijven van de toekomst: zes daarvan zijn ook familiale kmo's. Wie pleitte daar ook alweer voor een fiscale voorkeursbehandeling voor multinationals?

null Beeld bas bogaerts
Beeld bas bogaerts
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234