Dinsdag 05/07/2022

Nieuw in Nederland

Een kale roman over kansarme snelheidsfreaks van Jan van Mersbergen, hyperparodisch proza van Arie Storm en een sprankelende verzameling zelfgebrouwen aforismen en wijsheden van hedonist Theo Kars: een drievoudige dosis nieuw Nederlands proza.

Jan van Mersbergen

De macht over het stuur

Cossee, Amsterdam, 176 p., 18,90 euro.

God is gaspedaal

Hun god is het gaspedaal/ Hun kick de kilometerteller/ Alsmaar sneller/ Alsmaar feller", zo schreeuwde wijlen Noordkaap het uit. De song houdt je onwillekeurig gezelschap bij het lezen van De macht over het stuur, de tweede roman van de Nederlander Jan van Mersbergen (°1971). "Knapen die razen/ als zotgedraaide dwazen" voeren immers de boventoon in deze nochtans traag en kaal geschreven roman, waarin onderhuids verdriet en woede veel schade aanrichten bij de emotioneel dichtgeschroefde personages. De jonge bouwvakker Ronnie voelt zich enkel in zijn sas achter het stuur van zijn opgedreven sportwagen: "Het bekende ronken van de motor was er weer, het drong als een vloeistof door de gehele auto en door hem, als bloed dat rondgepompt werd door zijn aderen." Dat zijn boezemvriend Leon zijn Monza kort voordien tegen een boom heeft "gevouwen" en nu in een coma ligt, brengt hem niet tot inzicht. In het omliggende polderland gaat Ronnie bij wijze van uitlaatklep nog vaker wild aan het racen: "De aarde was niet een draaiende bol van asfalt met een auto erop, de aarde werd aangedreven door de wielen van zijn auto, en nergens anders door."

Als een rapporteur, in toonloos proza, schrijft van Mersbergen over het bloedsaaie leven van de zwijgzame Ronnie en zijn vrienden Robert en Ed. Overdag peuteren de jongens aan auto's of labeuren ze hardhandig met de steenboor ("het was alsof de boor ook zijn gedachten wegsloeg"). Bij de meisjes slaan hun ruwe koppen en onbeholpenheid weinig gensters. 's Avonds rest er niets anders dan zich in de buurtkroeg te bezatten. De jaarlijkse dorpskermis is een hoogtepunt, want dan kan er in een discotent bier worden gehesen.

Net in die periode komt Leon te overlijden. Het overblijvende trio weet met zijn rouw geen blijf. Als stuurse binnenvetters kunnen ze er met niemand over praten. Bovendien zadelen Leons ouders (en eigenlijk het hele dorp) Ronnie op met de schuld van het drama: "Ronnie liep door zijn dorp en hij wist niet wat de oorzaak was van de kloppende leegte in zijn hoofd, het idee van Leon in die kist, de warmte, het bier van gisteren, de preek van de dominee of deze martelgang langs de zwijgende huizen."

Het contrast tussen de kermissfeer en de begrafenisstemming leidt tot de beste pagina's in De macht over het stuur. Wanneer Ronnie op het punt staat een schep aarde op de kist van Leon te gooien, klinkt "vanachter de bomen harde muziek, een opgewekte deun die de begraafplaats in een flits veranderde, de stilte het graf insloeg en Ronnie als versteend aan de rand van het graf deed staan." Ronnies wraakgevoelens concentreren zich vervolgens op de vreemde kermislui, gepersonifieerd in Daniël, de breed lachende jongen van de botsauto's, die met zijn branie en opvallende "gele auto" ("Heb jij ooit wel eens een fatsoenlijke wagen gezien die geel was?", schimpt Ronnie) de dorpsmeisjes inpalmt. Wanneer Ronnie later moet horen dat zijn lievelingszusje Lin door Daniël is verkracht, is het boek ten einde, de kermis vertrokken en de bodem onder zijn armetierige bestaan voorgoed weggeslagen.

Anders dan in De grasbijter (2001), zijn ontgoochelend en immobiel debuut over een stille solitair, kan van Mersbergen in De macht over het stuur de aandacht veel beter gevangen houden. Een bizarre, voortdurend op uitbarsten staande spanning doet je verderlezen. Soms zijn de dwingende monotonie en de repetitiviteit van Ronnies tientallen autoritten er te veel aan. Ook het uitgesproken fiorituurloze karakter van dit proza gaat weleens tegenstaan. In dat opzicht lijkt van Mersbergen een discipel van Voskuil. Kaal schrijven hoeft geen synoniem te zijn voor schraal schrijven.

Gek van jaloezie

Arie Storm

Afgunst

Prometheus, Amsterdam, 196 p.,

16,95 euro.

Arie Storm (°1963) is geen al te serieuze schrijver. "Ik hanteer graag een ironische schrijfstijl", zei Storm onlangs in een interview met HP/De Tijd. In zijn eerste drie boeken nam hij met punch zijn eigen leven op de slof. Kristalheldere zinnen, vernuftige cavalcades en knipogen bij de vleet zijn Storms watermerk. Zijn debuut Hémans duik (1994) speelde in een banaal studentenmilieu en in Hemellicht (1997) volgen we Storms alter ego Kars Wal, intussen een veelbelovend schrijver, te midden van "het drassige literatuurgedoe". Vooruitsnellend op zijn literaire succes koopt hij zich alvast een zeilboot. De roem wil maar niet opstomen, wat in De ongeborene (2001) weer stof tot overpeinzing biedt. Intussen verkaste de schrijver van De Arbeiderspers naar Prometheus. "Jij bent een cultschrijver voor de fijnproever", had ex-AP directeur Ronald Dietz hem toevertrouwd. "Een kus des doods", zegt Storm, "want hij bedoelde: jij verkoopt gewoon niet." Hilarisch hoogtepunt van het vlot weglezende De ongeborene was een cursus Anna Enquist-proza. Storm, zelf ook schrijfdocent, liet geen spaander heel van zijn succesvolle collega met haar voorkeur voor "slachtoffers als hoofdpersonages", "relatieproblemen" en talent voor "rammelende, niets verklarende metaforen en vergelijkingen". Storm detecteerde bij Enquist "onnavolgbare vertelperspectieven en enorme aantallen, verwarring stichtende personages" die van "muziek houden" en bij voorkeur "hysterisch doen".

Aan verwarring en hysterie is er in Storms nieuwste roman Afgunst geen tekort. Is Storm doelbewust met het Enquist-recept aan de slag gegaan? Het heeft er alle schijn van. Wanneer de verteller terugblikt op een "periode van wantrouwen en achterdocht" tussen hem en zijn vriendin Mara gaat hij volledig aan het tollen - zij het op origineel ironische wijze: "Ik vertel over mijn leven en zal zorgen dat er schwung in zit. Gord de veiligheidsriemen maar om. Ik begin rustig en ga vervolgens steeds sneller."

Het zien van een sigarettenpakje met een groen oog erop (het green-eyed monster, hebt u 'm?) slingert hem op Proustiaanse wijze vijf jaar in de tijd terug. Volkomen tongue in cheek vertelt hij hoe hij het overspel van zijn vriendin vaststelt ("Er klonk gestommel op de wc. Ik vroeg luid: zitten jullie op de wc? Het was even stil en toen hoorde ik mijn vriendin zeggen: ja. Ze zei: ja, we zitten op de wc. (...) Ik had ze gevonden. Vijf minuten later zaten we met z'n drieën aan de koffie.") Later kijkt de verteller toe hoe Mara en haar minnaar tien seconden lang staan te tongzoenen. Maar of het allemaal veel voorstelt? Genoeg om het in zijn hoofd goed fout te laten lopen.

Storm strikt ons in een stoutmoedig ingenieuze val ('We're caught in a trap' is het wijze motto, afkomstig van Elvis Presley) en leidt ons door een romantechnisch gedurfde parodie waarin de gewiekste citaten uit Javier Marias, Reve of Mulisch je mee bij de les houden. We lezen over zijn amechtige en belachelijke pogingen om Mara terug te winnen en over gek makende jaloezie. We gaan mee in dwaze verzinsels, angstige wanen en zoeterige droompassages, waarin de verteller zich onder de douche bevredigt (waarbij je even aan Kevin Spacey in de film American Beauty moet denken). Verder zijn er potsierlijke bedreigingen met pistool en naald van Mara's minnaar evenals talrijke andere bokkensprongen van de verteller, die zich plots naakt op de vloer bevindt met Louise Pap, de vrouw van zijn tandarts. En dan is er het terugkerende verlangen naar de sinaasappelhuid van zijn ex-vriendin Daisy.

Een chaotisch en onstuimig volgepakt boek, zo laat Afgunst zich nog het beste samenvatten, en niet zo rechttoe rechtaan als we van Storm gewoon zijn. De bekommernis om het leescomfort blijft (gelukkig) intact. Storm vergast ons op tempowisselingen, terzijdes, stembuigingen en ironie à la carte en voor je het goed beseft, heb je het boek uit. Maar hoe vrijblijvend wil Afgunst eigenlijk zijn? Tot het bittere einde gaat de Enquist-persiflage door. Waarom eigenlijk zo'n immense moeite om een kennelijk zo slechte schrijfster uit te kleden? Het onophoudelijke knipogen van Storm werkt contraproductief. Van een storm in een glas water kijk je ten slotte ook niet meer op.

Sierlijk hedonisme

Theo Kars

Praktisch verstand

Querido, Amsterdam, 192 p., 19,95 euro.

Sinds Seneca voor managers en een eindeloze stoeterij zelfhulpboeken, waarin kwistig met herkauwde aforismen en gepolijste epigrammen wordt geklooid, ben je beducht voor een vademecum met de titel Praktisch verstand (al mag de titel dan naar Epicurus verwijzen). Maar de naam van Casanova-vertaler en erotisch romancier Theo Kars (°1940), de ondertitel Klein vademecum voor non-conformisten en de ranke, smaakvolle vormgeving van het zakboekje lokken je blindelings het voorwoord binnen. De sierlijk schrijvende Kars zingt er de lof van selectieve boekenwijsheid die "een huisapotheek tegen alle kwalen" kan vormen. Dankzij een sneer van Henry de Montherlant, een voorschrift van Baltasar Gracián of een aforisme van Chamfort weet een individualistisch en nadenkend mens zich in het dagelijkse leven staande te houden, zo betoogt hij. In de 190 pagina's die volgen wil de wijs geworden Kars zijn meest nuttige leef- en leeservaringen met ons delen. Een niet te versmaden gunst, zo blijkt al gauw. Kars propageert een beheerst streven naar zintuiglijk genot ("Geniet en bewerk dat anderen genieten, zonder jezelf of hen te schaden. Zo gezien is het bedrijven van de liefde zowel het plezierigste als het beste wat een mens kan doen") en lengt dit aan met een superieure nuchterheid en scepsis tegen modes, mystiek en massadenken. Hoge borstzetters moeten bij Kars niet aankomen, terwijl opdringerige lieden de deur wordt gewezen: "Pas op voor mensen die jouw levenssappen willen aftappen voor eigen gebruik." De "filosofische garderobe" van Kars bestaat uit een sliert puntige aforismen en dwarse stellingen over zo verschillende kwesties als liegen, onbruikbare kennis ("kennis waar je niets aan hebt, is geen kennis, dixit Cicero), afgunst ("de obsessie die het ons onmogelijk maakt het geluk van anderen te verdragen"), verliefdheid ("een tijdelijke overschatting van de waarde van een ander, voortkomend uit eigenliefde"), lijden ("lijden verheft een mens niet, maar verlaagt hem"), besluiteloosheid, doemdenken of idealisme ("het kwaad dat idealisten aanrichten valt makkelijker vast te stellen dan het goede dat zij tot stand brengen").

Bij zoveel goed geformuleerde wijsheden is driftig aanstrepen onontkoombaar. Op andere momenten prikkelt Kars tot tegenspraak. Heel sporadisch verliest hij zich in een onbenulligheid. Volgens hem kun je Praktisch verstand "het beste lezen met de ogen waarmee u de gereedschapskist van een ander inspecteert. Misschien hebt u wat aan een van mijn schroevendraaiers of ziet u een paar moeren die u goed kunt gebruiken."

Op zijn beurt haalde Kars alaam bij in aforismen excellerende leermeesters als Montherlant, Chamfort, Casanova, Somerset Maugham of Anatole France. Toch vervloeien zijn eigen ideeën en wenken moeiteloos met de oekazes van zijn lievelingsschrijvers. Dat maakt het boekje erg consistent en rechtlijnig. Kars heeft er dan ook lang aan geschaafd. Reeds in zijn Beschermengelen uit 1979 vind je voorzetten terug. Praktisch verstand staat garant voor rare bijwerkingen. De lezer wordt een declamerend en orakelend gevaar voor zijn omgeving en gaat Kars' vertroostend hedonisme met gulle hand rondstrooien. "Het gaat er niet zozeer om veel boeken te lezen, als wel een beperkt aantal boeken vaak te herlezen", zo wist Paul Léautaud al. Praktisch verstand bezit iets tijdloos en verdient tenminste een status als cultboekje.

Dirk Leyman

Theo Kars deelt in 190 pagina's zijn meest nuttige leefervaringen met ons.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234