Zondag 26/06/2022

Nog even en ook in Sant'Anna is de Tweede Wereldoorlog voorbij

Bijna elk kind van het dorp Sant'Anna di Stazzema werd gedood toen de SS hoog in de Toscaanse heuvels een bloedbad aanrichtte onder burgers. Het proces tegen zes beschuldigde SS-officieren is eindelijk begonnen. Peter Popham analyseert het trauma van een gemeenschap.

Het is een hele tocht van de Toscaanse kustvlakte naar het dorp Sant'Anna di Stazzema, een slingerende en kronkelende klim hoog in de beboste heuvels. Het plaatsje wordt niet eens vermeld op een gedetailleerde kaart van Toscane: borden staan er pas wanneer je er bijna bent. De tocht naar deze afgelegen en vredige kloof in de rotsen, voelt aan als een bedevaart. De rust van vandaag, met ver weg een gonzende maaimachine, kwetterende vogels en de verlatenheid van een lome namiddag, staat in schril contrast met de gruwel van 12 augustus 1944.

Deze week wordt beneden aan de Ligurische kust, in de stad La Spezia, eindelijk gestart met het proces tegen zes voormalige Duitse SS-officieren die beschuldigd worden van betrokkenheid bij het bloedbad van Sant'Anna di Stazzema. Op die dag in 1944 maakten vier colonnes van Hitlers uitgelezen 16de SS Panzer Grenadier Divisie, bekend om hun ideologische heftigheid, de kronkelende tocht vanuit de vlaktes naar 'Sant'Anna. Rome was twee maanden eerder bevrijd; de Britten en de Amerikanen drongen de Duitsers langzaam terug, hoger op het Italiaanse schiereiland, waar ze eerder dat jaar naar beneden waren gedenderd nadat de Italiaanse koning Mussolini de laan uitgestuurd had en het land zich aan de kant van de geallieerden geschaard had.

In augustus 1944 verdedigden de nazi's de 'Gotische Linie', die zich uitstrekte van het noorden van Viareggio aan de Ligurische kust tot de toppen van de Apennijnen. Maar ze vochten ook op een ander front. Na de val van Mussolini ontstonden in Noord-Italiaanse steden en dorpen antinazi-groeperingen. Ze voerden een guerrillastrijd tegen de nazi's vanuit bastions in de heuvels.

Toen vier SS-compagnies voor zonsopgang uit de heuvels kwamen, sliep het relatief veilige Sant'Anna de slaap der onschuldigen. Er woedde een oorlog boven en onder de Gotische Linie. Duizenden nazi-troepen waren gelegerd in de nabije stad Santa Pietra. Geterroriseerde burgers waren in grote aantallen de heuvels in gevlucht. "De mannen ontvluchtten de stad omdat de nazi's hen oppakten voor dwangarbeid in Italië of Duitsland", zegt Enio Mancini, conservator van het Historisch Museum van het Verzet van Sant'Anna.

"Bovendien waren de geallieerden gestart met bombardementen op de Duitse frontlinie. Volledige families ontvluchtten de steden en ongeveer 1.000 vluchtelingen arriveerden in Sant'Anna. Het dorp was immers geïsoleerd, er leidden toen geen autowegen heen, dus het leek veilig. Er waren families uit de streek, maar ook van veel verder uit Genua en Napels." De bevolking van het dorp telde normaal slechts 400 mensen. "De mensenstroom zorgde accommodatieproblemen", vertelt Mancini. Maar er werd altijd wel een oplossing gevonden." Er waren geen partizanen in het dorp, zegt hij, omdat hun schuilplaatsen zich bevonden op veel hogere en minder toegankelijke plekken.

De aankomst van vier nazi-compagnies bij het ochtendgloren was dan ook hoogst ongewenst door de dorpelingen en hun gasten. Maar ze hadden geen reden om te geloven dat het noodlottig zou uitdraaien. De Duitsers waren berucht om hun verschrikkelijke vergeldingsacties wanneer hun kameraden omkwamen (tien burgers voor een dode nazi was het gebruikelijke tarief) maar in de regio waren nog geen nazi's gedood, dus er werden geen vergeldingsacties verwacht. Maar het was niet onverstandig om voorzichtig te zijn. Toen de dorpelingen rond 6 uur 's ochtends een vuurpijl van de Duitsers zagen, het beginsignaal voor hun actie, verdwenen bijna alle gezonde mannen in het dorp de bossen in.

De SS-colonnes trokken het dorp binnen en begonnen te schieten. Ze schoten iedereen dood die ze op hun weg ontmoetten: oude mannen en vrouwen, kleuters, kinderen, zwangere vrouwen. "De mensen werden in schuren of stallen gestouwd en afgemaakt met machinegeweren", zegt Mario de Paolis, de militaire aanklager van het huidige proces. "In een kleine ruimte werden 50 of 60 mensen bij elkaar gebracht en dan werd het vuur geopend. Sommigen hadden geluk en werden beschermd onder de lijken van anderen."

Alle vrouwen en kinderen van volledige families werden gedood. Acht zwangere vrouwen kwamen om. Een van hen, Evelina Berretti, had die ochtend barensweeën gekregen. De soldaten schoten haar dood, trokken de baby uit haar baarmoeder en doodden hem ook. De acht kinderen van de Tucci-familie stierven, van drie maanden tot 16 jaar oud. Het jongste kind dat omkwam, Anna Pardini, was slechts 20 dagen oud. De andere vrouwen die stierven waren Gelsoma, 40, Orietta, 15, Sara, 12, Bruna, 36, en Maria, 15. Hun namen staan op een enorme herdenkingsplaat voor de slachtoffers in de dorpskerk. De soldaten doodden ook al het vee in het dorp. Ze openden het vuur op alle huizen. En toen ze stopten met schieten, verbrandden ze de lijken. In totaal stierven 560 mensen tussen 7 en 10 uur 's ochtends. Toen ze klaar waren, gingen de soldaten zitten en aten hun lunch met uitzicht op de verkoolde lijken.

Het bloedbad van Sant'Anna was het op een na ergste van Italië wat dodental betreft. Het was het begin van de tactiek van de verschroeide aarde van de nazi's. Daarmee hoopten ze blijkbaar de gemeenschappen te elimineren die de partizanen gunstig gezind waren, en waarin zich konden mengen of van waaruit ze verrassingsaanvallen konden lanceren. In meer dan een dozijn afzonderlijke gruweldaden tussen 23 juli en 16 september 1944 (toen Santa Pietra bevrijd werd door de geallieerden) kwamen 1.430 Italianen om. Volgens historici werden in het hele land 7.500 burgers afgeslacht.

Sant'Anna leeft verder met de littekens van het bloedbad. "Het weegt zeer zwaar op ons", zegt Mancini. Net als in vele afgelegen Italiaanse dorpen is hier een triest gebrek aan jonge mensen, omdat er geen werk is voor hen; het dorp is oud geworden met bittere herinneringen. Het bloedbad werd de rode draad in het dorpsleven: het dorp is nu het epicentrum van het Nationaal Park van de Vrede. Onmiddellijk na het bloedbad kwamen overlevenden naar de plaats van de gruwel: de mannen die zich in het bos hadden verstopt, de gewonden en de mensen als Enio Mancini, wiens familie geluk had met die ene SS-colonne die enkel de huizen in brand stak en niemand doodde. Ze begroeven de doden in een reusachtig massagraf voor de kerk.

In 1948 werden de overblijfselen opgegraven en opnieuw begraven bij een nieuw herdenkingsmonument hoog op de heuvelflank. Het hele dorp is bezaaid met andere monumenten voor de slachtpartij, van een kitscherige cirkel van dansende kinderen tot een indrukwekkend standbeeld ter ere van de partizanen. Terwijl Sant'Anna bijna een overvloed aan gedenktekens heeft, leed de Italiaanse overheid aan een langdurig geheugenverlies over de gebeurtenis. Toen de Tweede Wereldoorlog eindigde en de details aan het licht kwamen van de daden van de terugtrekkende nazi's, werd gesproken over een Italiaans Nuremberg.

Maar zover kwam het nooit: het IJzeren Gordijn en de Koude Oorlog gooiden roet in het eten. Plots leken de gruweldaden van de nazi's slechts een historische voetnoot, in vergelijking met het belang om Italië op een lijn met Amerika en het Westen te houden en de Italiaanse communistische partij, de grootste van West-Europa, van de macht. Twee generaties lang omhulden de opeenvolgende Italiaanse regeringen de bittere bloederige strijd tussen partizanen en fascistische restanten met een discrete sluier.

De opvolgers van de fascisten, de Italiaanse Sociale Beweging, werden nooit toegelaten tot de regering, maar ze werden ook niet verboden. De misdaden waarbij de beweging betrokken was, door de fascistisch-nazistische overeenkomst, werden nooit nauwkeurig onderzocht, uit angst om oude wonden opnieuw open te rijten. Ook de overheid wilde niet dieper graven in dat vreselijke verleden. Antonio Tabucchi, een van de bekendste Italiaanse intellectuelen, schrijft voor het portrettenboek van Oliviero Toscani van de overlevenden van Sant'Anna en zegt: "Toen ik nog kind was, mompelden de volwassenen soms onder elkaar over 'wat gebeurde in Sant'Anna di Stazzema'. Ze zeiden het met de medeplichtigheid van volwassenen waarin kinderen niet toegelaten worden... maar wat was er gebeurd? Ik vroeg het aan de grote mensen, mijn ouders, mijn nonkel, mijn tante. En ze gaven geen antwoord. Op een dag vroeg ik het aan mijn grootvader. Hij had gevochten in de Eerste Wereldoorlog en was niet bang om te zeggen wat anderen niet zeiden. Iedereen was al gaan slapen, op sommige avonden stopte hij me in bed... Opa pookte in het vuur. 'Het was walgelijk', zei hij, 'walgelijk'. En verder zei hij niets..."

Zwijgen was het beste. Dat was de consensus. Nochtans was er opschudding in 1994 toen een journalist, die rondsnuffelde in de kelders van de militaire aanklager in Rome, op een verzegelde kast stootte die met de deur naar de muur gedraaid was en waarin hij meer dan 600 dossiers vond over de gruwel die in 1944 door de Britse en Amerikaanse troepen ontdekt werd op hun weg naar het noorden van Italië. In dorp na dorp vonden ze bewijzen van afslachtingen van burgers. Ze schreven verslagen over wat ze zagen en verzamelden getuigenissen. Toen de ijver van de vervolging van oorlogsmisdadigers in Italië wegebde, werd de heleboel achter slot en grendel geplaatst en stilletjes vergeten.

In 1994 kwam Italië in een nieuwe fase: het einde van de Koude Oorlog en de vernietiging van het oude Italiaanse politieke systeem met de corruptieprocessen van 1992, kondigde een nieuwe eerlijkheid aan, en de wens, niet volmaakt maar wel verbeterd, om de kwelduivels van het verleden in de ogen te kijken. Enerzijds kwamen de postfascisten terug, met hun leider Gianfranco Fini, die vice-premier werd. Anderzijds lagen de wandaden van de fascistische vrienden in de oorlog open voor onderzoek. De 'kast van de schaamte', zoals ze werd genoemd, werd leeggemaakt en onderzocht en eindelijk ging het proces tegen de zes overlevende SS-officieren van het bloedbad in alle ernst van start.

Dit is niet de volmaakte manier om een punt te zetten achter de gruwel van Sant'Anna. De zes mannen zijn allemaal de tachtig voorbij en geen van hen zal worden uitgeleverd door Duitsland. Het waren allemaal lagere officieren: de naam van hun bevelhebbende officier, Anton Galler, werd pas ontdekt in 1999. Galler stierf in 1993. Zelfs als het hof een zware schuld uitspreekt, zullen de SS'ers de rest van hun leven ongestoord doorbrengen. Een van de zes, Gerhard Sommer, vertelde de Duitse televisie in 2002 dat hij een SS-officier geweest was, maar hij voegde eraan toe: "Ik heb een absoluut zuiver geweten."

Ondanks de beperkingen wordt het proces in Sant'Anna enthousiast onthaald: bijna het hele dorp reisde naar La Spezia. "We zijn niet geïnteresseerd in wraak", zegt Mancini vastberaden. "Maar de afwezigheid van gerechtigheid heeft zwaar op ons gewogen. We willen de waarheid en rechtvaardigheid. We willen een beetje moreel herstel."

© The Independent

Nadat er twee generaties lang een consensus over bestaan had dat zwijgen het beste was, begint zestig jaar na de feiten dan toch het proces tegen de SS-officieren die betrokken waren bij het bloedbad van Sant'Anna di Stazzema

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234