Dinsdag 09/08/2022

‘Nu ben ik nuchter, mijnheer de voorzitter’

Zeg niet zomaar bekertje tegen het verfrommeld colabekertje op de kille vloer van het Centraal Station. Dat is een tirelire. Een tirelire is het kostbaarste bezit van een dakloze in Brussel. Je kunt iemands jas pikken, zijn kartonnen doos of zijn vriendin: van de tirelire blijf je af. Erecode.Kan dat eventueel ergens een deel van het motief geweest zijn, oppert voorzitter Dominique de Haan maandag bij de aanvang van het proces tegen Claudio Balo (45) en zijn Poolse ex Lilia Gryko (38). Het slachtoffer, de Congolese Belg Gil Mbossa-Assaha (24) was die avond in hun gemeenschappelijke kraakpand aangekomen met de tirelire die hij had gepikt van een andere sukkelaar op het Flageyplein in Elsene.“Ik dacht het niet”, mompelt de beklaagde. “Toch niet dat ik het mij kan herinneren. Het was meer van: als ik hem niet had gedood, dan hij mij. Ik was niet dronken. Ik had maar een paar biertjes op.”

OP STAP MET EEN LIJK

In de tirelire zaten muntjes van 5, 10, 20 en 50 cent. Toen de politie de rechtmatige eigenaar wist op te sporen, beweerde die dat er “zeker 400 euro” in had gezeten. Er moet wel degelijk een zeker bedrag in hebben gezeten. De uitbaatster van de Brasserie du Marché kon zich herinneren dat Balo en Gryko in de avond van vrijdag 18 januari 2008 hun biertjes hadden betaald met een eindeloze sliert muntjes. Dat was rond vijf of zes uur ’s avonds. Dat was een uur of tien voor de beveiligingscamera voor de woning langs de Generaal de Gaullelaan 33 het beeld oppikte van drie silhouetten, twee staand en één horizontaal. Dit waren Balo en Gryko, die samen het lijk versjouwden.“Op zaterdag is het markt”, zegt hij. “Ik dacht: ze zullen hem wel vinden. Ik wou alleen niet dat ze hem vonden voor het kraakpand waar wij woonden. Zo’n dingen dacht ik allemaal in die tijd.”Lilia Gryko: “We woonden al een tijdje op het nummer 29, een bouwwerf. Wij sliepen in de garage. Gil is een week of drie voor de moord bij ons komen wonen. Wij hadden daar een kamer, met matrassen en een deur.”De voorzitter: “Als u spreekt over een deur, dan hebben we het over dat stuk plastic op de foto in het dossier?”Lili Gryko: “Wel ja, de deur.”Aan het eind van het proces zal er discussie zijn over een door de politie naar het labo gebrachte beha van Gryko en de urine van Gil. De beha was gedrenkt in bloed. Haar bloed. “Ik heb geen idee waar dat bloed vandaan komt”, zegt ze. “Het zal zijn dat ik heb gebloed, ik herinner me alleen niet meer waardoor. Er gebeurt veel als je op straat leeft.” De kwestie van de urine kan wel worden uitgeklaard. Als hij te dronken was om te stappen, plaste Gil naast zijn matras. Ook Lilia Gryko en Claudio Balo deden dat - stinken deed het toch. Gil Mbossa-Assaha had bij zijn overlijden 3,53 promille alcohol in zijn bloed.Op dag 2 luisteren de aanwezigen in de rechtszaal naar de uiteenzetting van Jan Tytgat. Hij is professor toxicologie aan de universiteit in Leuven en hij heeft de organen van Mbossa-Assaha onderzocht. “Ik kan u zeggen dat 3,53 promille veel is”, zegt de deskundige. “Een mens is niet langer meester over zijn motoriek, en zit niet ver meer verwijderd van de dodelijke dosis, het punt waarop men zich - letterlijk - dooddrinkt. De wetenschap situeert dat punt rond de 4 à 5 promille. Bij sommige mensen is het 3,5. Als u weet dat het menselijk lichaam alcohol afbreekt aan een tempo van 0,15 promille per uur en er wellicht nog een uur of meer is verstreken tussen zijn laatste slok en zijn overlijden, dan weet u dat het slachtoffer heel erg dronken moet zijn geweest.”Het promillegehalte van Claudio Galo is niet gemeten. In zijn eerste ondervragingen omschreef Balo zijn toestand ten tijde van de moord als “buitengewoon nuchter”. Een jurylid wil graag vernemen hoeveel biertjes men zich moet voorstellen bij “een paar”.Claudio Balo: “Ik leefde op straat. Ik dronk vier tot vijf liter rode wijn per dag. Tussenin biertjes: soms vijftien, twintig tot dertig per dag. Blikken Cara Pils van een halve liter. Voor ik ging slapen, zette ik mijn voorraad klaar voor ’s ochtends. Vijf tot zes blikjes. Waren die er niet, dan begon ik te trillen. Dan kon ik zelfs niet gaan slapen. Ik ben het dus niet eens met mijnheer de professor. Een mens kan veel méér alcohol verdragen dan hij zegt. Ik daag u uit om op een gemiddelde dag rond middernacht een alcoholtest uit te voeren bij de clochards in Brussel. Men zal raar opkijken.“Toen ik zei dat ik tijdens de feiten nuchter was, deed ik dat omdat ik dacht dat dat beter zou klinken. Een dronken automobilist die een kind doodrijdt, zegt ook dat hij maar een paar glaasjes op had.”

Het GEVECHT

Op dag 2 laat onderzoeksrechter Berta Bernardo Mendez de aanwezigen kijken naar foto’s van het kraakpand zoals de speurders het na de moord aantroffen. Drollen. Bloed. Kaarsstompjes. Peuken. Bergen lege bierblikjes. Met op de werf gevonden isolatiematten heeft de dader geprobeerd de grootste plassen bloed aan het zicht te onttrekken. In een kartonnen doos zitten restanten van wat de bewoners op donderdagavond hebben opgescharreld in de vuilnisbakken van de Delhaize.“Mijnheer Balo was tijdens het vooronderzoek coöperatief”, zegt de magistrate. “Hij hielp ons waar hij kon, al had hij het lastig met data. De dag van de feiten wist hij zich niet te herinneren. Hij kon wel zeggen dat het de dag was waarop ze bij de Delhaize aan het Flageyplein de vuilniszakken buitenzetten.”Blijft de kwestie van het motief. Er was één getuige en die is betrokken partij. Ze zegt dat ze van de moord zelf niks heeft gemerkt.Lilia Gryko: “Claudio en Gil zaten op de matras en discussieerden. In het Frans, dus ik verstond er niet erg veel van. Een maand daarvoor had Claudio mij op het Flageyplein, waar iedereen het kon zien, een pets in mijn gezicht gegeven. Gil was daar boos over. Daarover hadden ze het. Gil zei: ‘Je mag een vrouw niet slaan als je niet met haar getrouwd bent.’ Het was een rustig gesprek. Tot Gil het woord ‘macho’ uitsprak. Claudio pakte zijn stok. Hij had altijd een stok naast zijn matras liggen. Het was een spijl van een trapleuning waar hij spijkers in had geslagen. Ik kende die stok, hij heeft me er ooit mee geslagen. Mijn hele onderbeen lag open.“Ik voelde dat ze gingen vechten en ben naar buiten gegaan. Daklozen vechten vaak. Eerst delen ze voedsel met elkaar, even later vechten ze. Aan het eind zijn ze weer vrienden. Ik heb geen seconde gedacht dat dit kon uitmonden in een moord.”Claudio: “Gil trok aan mijn haar. Hij gaf me een tik. Ik moest mij verdedigen. Ik heb hem een keer of tien geslagen met die stok.”De voorzitter: “Laat ons ernstig blijven. Het slachtoffer is meer dan vijftig keer geslagen. Uw stok brak en u bent op zoek gegaan naar een andere. Vervolgens bent u hem opnieuw beginnen slaan en hebt u een schaar in zijn hoofd gestoken. U bent even bezig geweest.”Claudio Galo: “In mijn herinnering duurde het niet zo lang.”Lilia Gryko: “Toen ik in de garage terugkeerde, zag ik Gil niet. Ik vroeg: ‘Waar is Gil?’ Claudio zei: ‘Hij is dood.’ Ik hoorde hem nochtans snurken. ‘Ja, hij snurkt’, zei Claudio. ‘Maar niet lang meer.’ Hij zei dat hij vroeger verpleger was geweest en dat het geluid hem deed denken aan dat van een stervende junkie bij een overdosis. Even later hoorden we niks meer. ‘Zie je wel’, zei Claudio. ‘Hij is dood.’”Claudio Balo: “Zij is gaan slapen. Ik niet. Ik heb nog wat biertjes gedronken.”

VADER EN ZOON

Claudio Balo is in 1965 geboren in Buenos Aires. Zijn moeder was een naar Argentinië geëmigreerde Brusselse. Op zijn zevende werd Claudio in een instelling geplaatst om hem te beschermen tegen zijn vader, die hem en zijn jongere broertje dagelijks sloeg. Toen vader enkele jaren later stierf, emigreerden moeder en zonen naar België. Claudio ontwikkelde een viscerale afkeer voor alles wat hem deed denken aan zijn vader, zijn land en Zuid-Amerika in het algemeen. Op het Flageyplein kon je Claudio herkennen aan de Belgische vlag die hij om zich heen had gedrapeerd.Eén van de getuigen op het proces is Erminio Galo, de jongste van twee zonen uit Claudio’s eerste huwelijk. Erminio is 18 jaar oud, studeert en oogt opgelaten en energiek. Erminio heeft zijn vader pas echt leren kennen in 2000. Het huwelijk liep spaak voor hij kon stappen. Papa, dat was de man die hen af en toe kwam ophalen in het weekend en dat af en toe vergat. In 2000 had Galo nog een flat. Hij had een uitkering, hij had vrienden.Erminio Galo: “In 2000 raakte mijn moeder betrokken bij een ongeval. Ze lag in het ziekenhuis en mijn broer en ik trokken bij hem in. Het was een geweldige tijd. Op school schoten mijn punten omhoog. Hij ging met ons vissen, we gingen op vakantie naar Spanje. Na 2000 was er een vrij intens contact. Ik was er bij toen de deurwaarder kwam en al zijn meubelen in een bestelwagentje liet laden. Dat was in 2004. Hij is nog enkele maanden in de lege flat blijven wonen, zonder de huur te betalen. We denken dat dat het punt is waarop hij dakloos is geworden.”Ook de oudste zoon, Pablo, komt getuigen. “Het is niet waar”, zegt Claudio Galo opeens, “dat ik ooit de spaarrekening van mijn zoon heb geplunderd om te kunnen drinken. Ik kan mij daar niks van herinneren. Trouwens, waarom zou ik dat doen? Ik bedelde. Ik bedelde elke dag.”In zijn eerder zakelijke getuigenis zegt Pablo dat het er wat hem betreft niet meer toe doet. “Ik ben ouder, nu”, zegt hij. “Ik ben negentien. Ik kan dingen relativeren, en ik ben niet meer zo kwaad als ik ooit op hem was. Hij heeft me vanuit de gevangenis een brief geschreven waarin hij dingen heeft gezegd die hij beter eerder had gezegd. Als hij ooit vrijkomt, kan hij op mij rekenen.”Claudio Balo heeft nog een derde zoon uit een tweede, eveneens spaak gelopen huwelijk. Hij werd depressief na de zelfmoord van zijn broer. Hij kreeg de drievoudige alimentatie niet meer bij elkaar, werd betrapt op zwartwerk en moest een boete betalen. Hij besloot de enveloppes met hoofdingen van gerechtsdeurwaarders simpelweg niet meer te openen. Tijdens het proces zijn enkele daklozen uit de periode 2005-2007 opgeroepen als getuige. Dat is geen succes. Justitie kent hun adressen niet, of moet het stellen met de melding dat deze persoon al een hele poos door niemand meer is gezien. Er kan enkel worden gespeculeerd over de vraag of Claudio en Lilia nog zouden leven als Gil niet was vermoord.

MOEDER EN DOCHTER

Lilia Gryko kwam in 2002 naar België aan de zijde van een Poolse echtgenoot-bouwvakker. Het ging kort daarna mis, en ze begonnen allebei te drinken. Zij leerde een andere man kennen, en toen die haar in september 2007 dumpte, belandde ze op straat. “Het leven als dakloze was voor haar een dagelijkse zelfmoord”, zegt advocate Cathérine Toussaint in haar pleidooi. “Ze was bang, altijd, elke dag. Weet u wat ze me laatst zei? ‘In de gevangenis voelde ik me veilig. In de gevangenis kan mij niks overkomen.’ Ze was in dat milieu ‘maar’ de Poolse vriendin van Claudio, en niets meer. Ze kreeg dagelijks klappen. Ze ontnamen haar alles, ze gaven haar zelfs een andere naam, Josephine.”Lilia heeft twee dochters en op woensdag neemt de jongste van de twee plaats in de getuigenbank. Net als de verschijning van de twee broers schiet dezelfde gedachte door tientallen hoofden. Zelfs al zit je vader of je moeder op een stuk karton in het station of wentelt die zich in een kil hol in de eigen uitwerpselen, dat hoeft nog altijd niet te verhinderen dat je een baan kunt hebben en er leuk kunt uitzien.Julita Gryko (23): “Mijn zus en ik hebben jarenlang geprobeerd om mama bij ons te doen inwonen. Dat is soms ook gelukt. Nu eens had ze een kamertje bij mij, en dan weer bij mijn zus. Maar ze liep altijd weer weg. Drie jaar geleden hebben we geprobeerd om haar naar Polen te brengen. We zouden haar bij oma laten inwonen. Oma, haar moeder dus, is de enige naar wie ze luistert. Ze is heus geen slechte mama hoor, als ze maar niet drinkt.”“We zouden haar dus naar Polen brengen. We waren Brussel nog niet uit of ze vroeg of ze even kon uitstappen: ‘Ik moet pipi doen!’ Ze is op straat beginnen tieren dat ze ontvoerd werd. Mijn zus heeft toen gezegd dat ze de volgende keer de trein moet nemen.”Lilia Gryko wordt beticht van het niet-verlenen van hulp aan een persoon in nood en het ‘helen van een lijk’. Ze riskeert maximaal twee jaar cel. Aangezien ze in 2008 al acht maanden in voorarrest zat, kan dit proces voor haar enkel eindigen met de vrijheid. Wat dan, wil de voorzitter graag weten.Julita Gryko: “Haar advocaten hebben mij gevraagd om hier te komen verklaren dat we haar zullen opvangen. Ik zal u zeggen hoe het werkelijk zit. Ze is welkom, ik zal voor haar zorgen. Ik zal alles doen wat ik kan. Maar als ik haar nog één keer zie drinken, wil ik haar nooit meer zien.”Het meisje kijkt haar moeder strak aan. De voorzitter bladert wat in zijn dossier en heeft nog een vraag: “Ik zie, mademoiselle, dat u hetzelfde adres hebt als uw vader. U woont dus nog bij hem in?”Julita Gryko: “Nee, het is omgekeerd. Hij woont bij mij in. Ik betaal de huur.”

DE VLUCHT NAAR DUINKERKE

In de nacht van de moord was het kwik in Brussel gedaald tot rond de 5 graden. In de garage vormden kaarsjes en alcohol de enige bronnen van verwarming. Claudio zoop de hele nacht door en toen Lilia wakker werd, trokken ze de stad in met de tirelire. Claudio ging eerst het bloed van zich afwassen in het toilet van een café. “De schaar en de stokken heb ik in een vuilnisbak aan de vijvers van Elsene gegooid. Ik ben ook van broek veranderd, want die zat onder het bloed.”Claudio en Lilia gingen op restaurant, ze vulden in de Aldi zakken vol pils en ’s namiddags namen ze de metro richting Grote Markt. Claudio liet er een karikatuur van zichzelf tekenen in Chinese inkt. Later die dag klampte hij een vriend aan met de vraag of die kon komen helpen met het doen verdwijnen van een lijk. De vriend vond het prima, als daar wat pilsjes tegenover stonden. Maar de vriend ontmoette een andere vriend die hem een biertje trakteerde en vergat zijn belofte.Nadat ze het lijk hadden verplaatst, werden Claudio en Lilia opgemerkt in een bar, waar hij in tranen uitbarstte. “We hebben daar besloten dat we naar de politie zouden gaan”, zegt Lilia. “Onderweg naar de politie is hij weer van gedacht veranderd. We namen de bus naar Zaventem en doolden drie dagen rond op de luchthaven. Waar we overnachtten? Het herentoilet.”Na drie dagen stapte het koppel op een trein richting De Panne. “We zijn de grens overgestoken via het strand”, zegt zij. “Het was koud, en het was donker. We hebben ons verborgen in een oude Duitse bunker op het strand.”In die bunker smakte hij haar op een dag keihard met haar hoofd tegen de muur. “Hij was nukkig. Er was altijd wat. Ik mocht van Claudio niet op voetpaden lopen, toch niet op voetpaden met plavuizen. Hij zei: ‘Als ik een plavuis zie, moet ik aan Gil denken.’ Aan het eind van de vechtpartij heeft hij met een plavuis op Gils hoofd geslagen.”Het paar verraadt zichzelf op 23 april 2008 met een telefoontje vanuit een opvangcentrum van het Leger des Heils in Duinkerke. Drie dagen later worden ze gearresteerd en even later uitgeleverd aan België. En dat, beseffen ze vandaag allebei, is het beste wat hen ooit overkwam.

SCHAAMTE

Gil Mbossa-Assaha was rapper. “Hij kon in de buurt rond het Flageyplein geen café binnen gaan zonder dat iemand hem groette”, zegt Denis De Bruyn, een vriend. “Hij had geen verblijfplaats, hij sliep links en rechts. Hij had één probleem, hij vroeg nooit wat. Bood je hem een matras aan, dan was het goed. Deed je dat niet, dan trok hij zijn plan.”Een andere vriend zag Gil op een ochtend tevoorschijn komen uit het kraakpand aan de Generaal de Gaullelaan. “Het is tijdelijk, zei hij me. Enkele dagen later beweerde hij dat hij was ingetrokken bij zijn zus. Maar diezelfde avond zag ik hem opnieuw het kraakpand binnengaan.”Gil Mbossa-Assaha had zoals veel van zijn vrienden in het Elsense uitgaanswereldje gekozen voor een leven zonder verplichtingen. Hij had baan noch inkomen. Haast was voor hem een abstract concept. “Hij kon úren en dagen aan een stuk op een bankje zitten op het Flageyplein”, zegt Manu Wouters. “Hij keek naar de mensen en schreef liedjesteksten. Hele dagen aan een stuk. Ik heb nog een paar nummers van hem op mijn computer staan.”Gil Mbossa-Assaha was lid van een boksclub in La Louvière. “Hij ontfermde zich er op woensdagnamiddag over jochies uit de buurt. Hij trachtte hen geweldloosheid bij te brengen. Geweld kanaliseren, via de sport. Iemand moest die jongens van de straat houden. Dat was Gil. Hij was geen idioot, hij had gewoon geen geld.”

EIND GOED AL GOED

Met Claudio Balo en Lilia Gryko gaat alles goed. Zij werd op 26 februari 2009 wel nog door de politie opgeraapt voor het Zuidstation in Brussel, ladderzat. Ze werd opgenomen in een opvangtehuis, waar ze eindelijk stopte met drinken. Ze is nu elf maanden clean. Haar oudste dochter is deze zomer gehuwd. Ze reisde mee naar Polen voor het feest en raakte geen druppel aan. “Helemaal gerust zullen we misschien nooit zijn”, zegt Julita. “Maar ik was toen toch een beetje trots op haar.”Lilia Gryko: “Nu ben ik nuchter, mijnheer de voorzitter. Ik drink niet meer. Ik kan ook niet meer, want mijn lever is kapot.”Claudio Balo werkt in de gevangenis van Vorst als schoonmaker en vertaler Spaans. Twee op het proces opgeroepen cipiers typeren hem als de meest voorbeeldige onder alle gedetineerden. Galo gaat in regel nooit in op het aanbod voor de dagelijkse wandeling op de binnenkoer. Hij voelt er niks voor om een uur te wandelen “tussen al dat tuig”. Een gevangenenbezoeker komt getuigen: “Je komt in zo’n gevangenis in contact met mensen van alle slag. Maar toch eerder zelden met iemand die het met je wil hebben over Jung en Freud. Claudio Galo is in de gevangenis beginnen studeren, hij vreet cursussen en boeken.”Claudio Balo: “Ik weet dat ik iets ergs heb gedaan. Ik moet daarmee leven. Ik kan het niet veranderen, ik kan enkel proberen om iedereen van dienst te zijn. Mevrouw de onderzoeksrechter liet ons hier kijken naar foto’s van de reconstructie. Ik met mijn stok, en ik met die schaar. Ik stond daar te poseren, maar ik herinner me van de juiste positie weinig of niets. Ik dacht: ik wil niemand tot last zijn, en zal maar gaan staan waar men mij zegt dat ik moet staan.”“Gil was een vriend. Wij waren een beetje zoon en vader. Ik gaf hem die eerste slag en werd opeens heel bang voor zijn reactie. Hij was veel sterker dan ik. Ik wou hem niet dood. Op dat moment wou ik enkel dat hij ophield met bewegen.”De hoofdbeklaagde is bestudeerd door gerechtspsychiaters Jean-Paul Beine en Marc Goltzberg. Zij omschrijven hem in hun getuigenis als een man die altijd was wat hij niet wilde zijn. “Hij wou geen Argentijn zijn, maar kon zijn Spaanse tongval nooit helemaal verstoppen. Wellicht heeft het woord ‘macho’ hem doen ontploffen. Hij sloeg zijn vriendin wel, maar het besef dat hij was geworden zoals zijn vader, maakte hem woest.”Moordenaars vinden het over het algemeen tijdverlies om te converseren met psychiaters. Ze hebben de feiten bekend, wat doet dat gebazel er nog toe? “Hij was altijd blij om ons te zien”, zegt Beine. “Ook toen we klaar waren, drong hij erop aan dat we nog eens zouden komen. Wij hebben moeten uitleggen dat wij geen therapeuten zijn.”Zelden was het verdict op een assisenproces minder relevant dan hier, op vrijdagavond. Claudio Galo heeft zich een nieuw leven aangeschaft door dat van een ander af te nemen. Lilia Gyrko heeft haar tweede leven gekregen door te assisteren bij het versjouwen van het lijk.“Je ziet het vaker bij mensen die geen deel meer uitmaken van de samenleving”, zegt Marc Goltzberg. “Niemand bekommert zich nog om hen. Dan plegen ze een moord en krijgen ze plots wél aandacht. Van speurders, van onderzoeksrechters, van advocaten en van psychiaters. Hun misdaad heeft hen niet alleen een dak boven hun hoofd opgeleverd, ze heeft hen ook gewekt.”De jury achtte beide beklaagden gisteravond schuldig over de hele lijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234