Maandag 27/06/2022

Ode an die Freude

Kempowski

Das Echolot 1943-1944

Albrecht Knaus, 1993.

Op een winteravond van het jaar 1950 wordt Kempowski in Bautzen over de binnenplaats van de gevangenis geleid, en daar hoort hij een vreemd gezoem. De agent zegt: "Dat zijn je kameraden in de cellen, ze vertellen je iets." Op dat ogenblik bedenkt hij dat uit de gevangenis nu al jaren een babylonisch koor uitgezonden wordt en het begint Kempowski te dagen dat hij de enige toehoorder is. En dat de toehoorder macht heeft: hij hoort, verwerkt en kan het woord verder verspreiden. Kempowski besluit een stem te verlenen aan zijn Brüder, ongeacht leeftijd, ras, geslacht, overtuiging, en hij begint alle mogelijke schrijfsels uit de oorlogsperiode te verzamelen. Met een strategie zo verfijnd als die van de doorsnee-sorteermachine ordent Kempowski de documenten volgens datum, zonder verder onderscheid. Zijn arbeid leidt tot Das Echolot, een collectief dagboek waaraan ontelbare mensenbroeders meeschreven.

Wanneer alle stemmen op hoogst democratische wijze door elkaar praten blijkt hoe relatief en tijdsgebonden de begrippen 'goed' en 'fout' zijn in the family of Man. Walter Kempowski, een Hamburgse koopman grossierend in ruimdenkendheid, slechts bekommerd om de dagverse aanvoer, laat het oorlogskoor aan het woord zonder aantekeningen of bronnenkritiek toe te voegen. Het onderliggende fundament waar het kloeke Echolot op steunt: mensen zijn zoals zij zijn, en zullen dat altijd zijn, zij zijn goed, zij zijn kwaad, in goede en in kwade dagen. Op een grondvesting zo wankel en fragiel zakken de begrippen 'goed' en 'fout' weg in het niets. Soldatenbrieven illustreren bijvoorbeeld dat 'eer' en 'geweten' ook in nazi-Duitsland een hoogstpersoonlijke lading dekken. Sommige soldaten genieten er orgastisch van de vijand neer te leggen, anderen excuseren zich omstandig bij hun geëerde lotgenoten aan de andere kant van de frontlijn.

Het eerste deel van Das Echolot verscheen in 1993 en omvat meer dan 3.000 bladzijden egodocumenten, alle geschreven tijdens de eerste twee maanden van het jaar 1943.

Bij het openen van het boek krijgt de argeloze lezer een lawine over zich. Zakt hij weg in een moeras. Een stinkend moeras. (Het door mij ontleende exemplaar oogde maagdelijk, ongebruikt. Doch! Een niet minder ijverige, mij voorafgaande persoon werd nog voor het openslaan van het lijvige boekdeel overweldigd door een fatale mengeling van ontzag, vrees en de lijkgeur die hem uit de letters tegemoet kwam, en van de weeromstuit kotste het creatuur op de harde kaft. Een odeur die niet onderdoet voor die van verbrand kanonnenvlees. Dit is heel zeker fout.)

De onverschrokken lezer gaat verder en kan een halsbrekende tocht ondernemen, met de luchtmacht als een adelaar scherend over het strijdtoneel, langs de militaire hoofdkwartieren waar de landkaarten worden hertekend, met gebogen rug door de loopgraven, met de Duitse kinderen snoep bedelen in de eerste dagen van het nieuwe jaar 1943, in de keukens van werkloze huismoeders,... Kortom: een ervaring waaruit een veel grotere authenticiteit en bewogenheid spreken dan de officiële geschiedschrijving ooit kan weergeven. Nogal verwarrend eveneens, zo midden in de gebeurtenissen gesmeten worden, rondspartelen, proberen zich vast te klampen aan de mijlpalen van de Tweede Wereldoorlog. De eerste twee maanden van 1943 zijn een keerpunt voor Duitsland: Hitler laat de Wehrmacht de Sovjet-Unie binnenmarcheren tijdens zijn grootse campagne 'operatie Barbarossa'. In het Duitse binnenland vertrekken alle zigeuners onder dwang naar de kampen, terwijl ook in den vreemde Roosevelt en Churchill niet bij de pakken blijven zitten. Ze ontmoeten elkaar in Casablanca om een strategie uit te denken voor de geallieerde tegenaanval. Even later bezetten de Britten Tripoli en wordt de eerste aanval van de VS op Duitsland uitgevoerd. 5 februari 1943 betekent een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog: aan het Oostfront gaat der 6. Armee ten onder in de slag om Stalingrad. Steeds meer treinen gaan richting Auschwitz. De geallieerde bombardementen van het Ruhrgebied nemen een aanvang.

Dit alles wordt in Das Echolot op geheel eigen wijze beleefd, besproken, vervloekt, verzwegen door de dagboekaniers, tot u spreken de live-verslaggevers uit alle hoeken van de wereld, Margarete Hauptmann vanuit Agnetendorf, Thomas Mann rechtstreeks van Pacific Palisades, Otto Benn, Carl Gustav Jung, Lion Feuchtwanger, André Gide, Winston Churchill vanuit Casablanca, Max Mannheimer vanuit Auschwitz-Birkenau, tot elkaar spreken de ambtenaren, de eenzamen en de liefdesparen uit de geschiedenis, Kommunalbeamter, Heinrich Himmler aan Joseph Goebbels, Papst Pius XII, Henry Miller aan Anaïs Nin, Adelheit, Hildegard, Heinrich Böll en Hans Grimm, Anne aan Kitty, Albert Speer over Goebbels' toen al befaamde pleidooi voor de Totale Krieg, tot u spreken losgeslagen geesten, blijmoedige seuten, vertekende karikaturen, moegetergde soldaten, strijdlustige grootmoeders, kaaslullen, onafhankelijke smokkelaars en professionele nachtbrakers, roddelwijven, tot u komen de doorsnee, de middenmaat, de decadentie en de ascese, de bloeddorst en devotie, de grillen en constanten uit het oorlogsfeuilleton, zoals daar is de dagelijkse ronde van lijfarts Theodor Morell in het Führerhauptquartier. Iedere ochtend dient hij de leider Zwei Traubenzucker toe. Klaarblijkelijk had Hitler last van appelflauwtes, wat te verklaren is door een combinatie van temperamentvolle toewijding en de progressieve eetgewoontes van de leider, die het vegetarisme omhelsde. In de ellendige oorlogsdagen waren echter nog geen volwaardige ersatzproducten op de markt. Suiker dan maar.

Smokkelwaar, recepten voor reuzel, coupons, bestelbonnen, telegrammen, concerttips, verslagen van ministerraden en het Reichspropagandaministerium, kranten, filmverslagen, een overzicht van sabotagehandelingen van de Sicherheitspolizei, transcripties van radioverhalen, vlaggenschip van propaganda, droomgedachten, filosofische handleidingen, intimistisch, grootsprakerig gebral, redevoeringen, briefjes aan geliefden, scheldtirades, bespiegelingen, het pandemonium van de geest.

Er is één bezwaar: het egodocument behoort de geletterde mens. Het woord is bemiddeld, het schept afstand. Omdat het beeld meer onmiddellijk spreekt last Kempowski op gezette tijden beeldmateriaal in. Alsof men in een draaiboek van het feuilleton van de Tweede Wereldoorlog bladert en stuit op willekeurige cuts, momentopnames.

Het Berliner Sportpalast in 1943. Triomf van de lenigheid. Een man houdt een vrouw bij de enkels en zwaait haar lichaam, zij zweeft evenwijdig aan de aarde. Zelfde dag, andere plaats: een berg poedersuiker is uitgestrooid over zwarte vlekjes, bij nader toezien zijn boomstronken zichtbaar, tientallen benen, een onduidelijke dans met de dood, gapende wondes zijn dichtgesneeuwd.

De veelheid van materiaal in Das Echolot dwingt bijna tot het leggen van verbanden. Tussen het Europese strijdtoneel en de Staten over de Plas bijvoorbeeld. Je kunt de vraag opwerpen of de brutaliteit van de Wehrmacht voortkwam uit het navolgen van de ideologisch-nazistische ideologie, door de mentale afstomping na jaren strijd of door de invloed van de wereldmacht Amerika op Europa en vooral op Duitsland tijdens het interbellum. Niet enkel Hollywood-films en negermuziek veroverden het moedercontinent, maar vooral overweldigden techniek en technologie de stuurloos geworden Duitsers. De ambachten worden gemechaniseerd, de Amerikaanse massaproductie wijst de Duitsers de weg, Henry Ford vindt de voorganger van de Volkswagen uit. Voor de technologie-idolatrie in het Derde Rijk was Amerika in menig opzicht een voorbeeld. Hitler gaat prat op de technische superioriteit van zijn volk en zijn welgevormde soldaten. De Wehrmachtsoldaten zijn geen met bloed bespatte slachters maar vormen samen een efficiënte pletwals. En worden op hun beurt platgewalst door de Amerikanen, enige jaren later. Het is de gang van de wereld. De mechaniek van leven en dood zoals terug te vinden in Kempowski's handleiding tot de wereld. Er is geen slot aan Das Echolot, maar zo groet een soldaat zijn moeder: lass Dich herzlich grüssen - und sei nicht so traurig.

Saskia de Coster

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234