Maandag 27/06/2022

Old England overgedragen aan het Instrumentenmuseum

Gisteren werden de gebouwen van de vroegere 'Old England'-warenhuizen op de Brusselse Hofberg officieel overgedragen aan het Muziekinstrumentenmuseum (MIM). Dat betekent niet dat het museum er nu reeds is ondergebracht; daarvoor zal men nog moeten wachten tot de lente van 2000. Dan zal er een einde gekomen zijn aan een lange en pijnlijke lijdensweg.

In de vorige eeuw bracht de toenmalige directeur van het Brussels Muziekconservatorium, François-Joseph Fétis, een opmerkelijke verzameling muziekinstrumenten bij elkaar en gaf hij ze onderdak in zijn conservatorium. Daar werden later nog andere verzamelingen aan toegevoegd, zodat de huidige collectie van het in 1877 gestichte Instrumentenmuseum een van de grootste en rijkste ter wereld is, niet alleen wat de historische, 'klassieke' Europese instrumenten betreft maar ook voor volksinstrumenten en instrumenten uit andere culturen.

Nochtans is het nooit adequaat gehuisvest geweest. Oorspronkelijk bevond het museum zich in de Wolstraat, later werd het ondergebracht in de directeurswoning van het conservatorium op de hoek van de Kleine Zavel (directeur Arie Van Lysebeth bevestigde ons dat dit gebouw vanaf 2000 opnieuw door het conservatorium gebruikt zal kunnen worden, dat met een groot tekort aan ruimte kampt). Omdat het museum uit zijn voegen barstte, werden er andere huizen in de Wolstraat en op de Grote Zavel aan toegevoegd. Al in de jaren twintig werd de vraag gesteld naar één onderkomen maar de Belgische molens malen traag. Toen in 1978 de Belgische staat het vroegere Old-England-pand kocht, de combinatie van een van de classicistische gebouwen op het Koningsplein en een art-nouveauconstructie in gietijzer en staal aan de Hofberg, leek dat een geschikte uitweg. Het duurde echter nog elf jaar van catastrofale leegstand eer de restauratie begon en twintig jaar eer het gebouw klaar raakte: een opeenvolging van dromerijen, plannen, immobilisme, tegenwerking, lobbywerk van andere instellingen (waaronder het Museum voor Moderne Kunst aan de overkant) om het pand alsnog in handen te krijgen en gestaag doorwerken van enkele mensen.

Uiteindelijk plooide het raderwerk onder de druk van Brussel 2000: plots kon er toch geld vrijgemaakt worden en de afwerking gebeurde nog tamelijk snel. Zelfs de notoir noodlijdende Regie der Gebouwen, die vele projecten moet laten aanslepen bij gebrek aan geld, toonde wat zij waard was; zij kon mede putten uit het supplementaire miljard dat de ministerraad voor Brussel 2000 ter beschikking stelde. Minister van Ambtenarenzaken Flahaut, bevoegd voor de Regie, nam overigens de gelegenheid te baat om te wijzen op andere dossiers waarin schot is gekomen en op dossiers die nog staan te trappelen.

De eerste twee fases van de renovatie van het Old England-gebouw, die nu zijn afgesloten, hebben bijna driekwart miljard gekost. Voor de derde fase, die meubels en tentoonstellingsmaterieel inhoudt en die in januari begint, is tachtig miljoen begroot. Nog eens vijftig miljoen gaan naar de inrichting van de hal en de foyer van de bibliotheek. Minister van Wetenschapsbeleid Ylieff, bevoegd voor het MIM, gaf een overzicht van de werkingsmiddelen die het ter beschikking krijgt. Voor het verhuizen van de verzameling is 72,4 miljoen ingeschreven; binnen de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, waarvan het MIM sinds 1978 deel uitmaakt, "zal het ook kunnen genieten van de verhoging van de dotatie". Ylieff kon het niet nalaten nog even het institutionele debat te openen. "De vraag zal gesteld worden welk statuut de federaal gebleven culturele instellingen in de toekomst moeten krijgen. We moeten ons vragen stellen over een nieuwe verdeelsleutel." Hij doelde daarbij blijkbaar op een medeverantwoordelijkheid van de gemeenschappen.

Al werd het dossier zeker opnieuw in beweging gezet door Brussel 2000, toch was er enige commotie toen conservatrice Malou Haine meedeelde dat zij net had vernomen dat de Culturele Hoofdstad de openingsmanifestaties van het MIM niet in zijn projecten had opgenomen. Navraag bij Brussel 2000 leverde enige nuancering op: van de gevraagde acht miljoen zullen slechts twee en een half miljoen gefinancierd worden.

Een rondgang door de nog leegstaande gebouwen leverde een eerste indruk op: de tentoonstellingsruimtes, die in een naar de façadismemethode opgericht gebouw binnen de classicistische gevels aan de hoek van het Koningsplein en de Hofberg zijn ondergebracht, hebben een ietwat sombere en onpersoonlijke, weinig moderne vormgeving met weinig visie maar in de plaats daarvan veel marmer en donker hout. Het is wachten op de kwaliteit van de museale inrichting; in elk geval is Haine van plan om niet alleen aan tentoonstellen te denken maar ook aan educatieve activiteiten, waaronder een 'Tuin van Orfeus', waar kinderen de wereld van de muziekinstrumenten kunnen ontdekken. De kleine concertzaal op de vijfde verdieping zal haar akoestische kwaliteiten nog moeten bewijzen maar is eveneens log en niet erg mooi ingericht. Het metalen Saintenoygebouw is hard gerestaureerd maar waarschijnlijk was er na de verwaarlozing geen andere mogelijkheid meer; toch is de elegantie van de constructieve en ornamentele elementen zichtbaar gebleven. Het meest geslaagde gedeelte is wellicht de cafetaria op de hoogste verdieping, met de prachtige smeedijzeren lantaarn op de hoek en het mooiste zicht op Brussel dat je je kunt inbeelden. Dat wordt wellicht weer - zoals in de tijd van de Old England, toen de klanten er hun five o'clock tea kwamen gebruiken - een pleisterplaats.

Stephan Moens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234