Dinsdag 27/09/2022

InterviewFamilieklap

Oliver en Lawrence Naesen: ‘Hij heeft nog nooit een lief van mij afgepakt’

Lawrence (l.) en Oliver Naesen.   Beeld Tine Schoemaker
Lawrence (l.) en Oliver Naesen.Beeld Tine Schoemaker

De oudste is 31 jaar, renner bij het Franse AG2R Citroën, ex-Belgisch kampioen, kopman in de eendagswedstrijden. De jongste is 29 jaar, ook renner, ploegmaat zelfs, en rijdt vaak in dienst van de oudste. Oliver en Lawrence Naesen, broers.

Matthias Declercq

Oliver

“Als je op zoek bent naar twee doodgewone gasten, wel: hier zitten ze. Normale Vlaamse jeugd, normaal leven, niet te veel gedoe. Voilà. We zijn gewoon renners, worden betaald om met de fiets te rijden, en vinden dat fantastisch. Het voelt alsof we niet eens een job hebben. Het is bijzonder om samen renner te zijn, maar na een tijd went dat ook. Al lijkt het me speciaal, om later, als grootvader, tegen je kleinkinderen te kunnen zeggen: ‘Vroeger hè, dan waren uw nonkel en ik coureurs.’

“We komen goed overeen, dat was nooit anders. In onze tienerjaren was Law mijn grootste vijand en mijn beste kameraad, zoals dat gaat bij broers. Hij was toen wilder, ik rustiger. We groeiden op in Berlare, bij ons moeder. Met onze biologische vader hebben we al meer dan twintig jaar geen contact. Na de vechtscheiding – toen we nog peuters waren – heeft onze stiefvader die rol op zich genomen. Daar zijn we helemaal oké mee.

“Het is wat het is. Het zou mama pijn doen als we onze biologische vader opzochten en toelieten in ons leven, het zou de situatie veel complexer maken. Dat is het niet waard.

“Ik weet niet goed wat de grote verschillen zijn tussen ons. Ook niet op fysiek vlak. Als renner is onze longinhoud (de zogenoemde VO2-max, maximale zuurstofopname, red.) even groot, ons gewicht is op een kilogram na hetzelfde, en onze resultaten op fysieke testen zijn op 10 watt na gelijk.

“Waarom ik dan kopman ben, en hij niet? Cijfers zeggen niet alles. Sommige ploegmaats die in dienst van mij rijden presteren veel beter op tests. Daar schrik ik soms van – moet die echt voor míj rijden? – maar dan zie je in de wedstrijd dat de kaarten ­anders liggen en dat tests relatief zijn. En ik ben niet altijd kopman, integendeel. Soms trek ik de sprint aan voor Law. Hij is sneller dan ik. Ook wat karakter betreft, vind ik het niet eenvoudig om verschillen te vinden tussen ons. Dorien, vergelijk ons eens.”

(Dorien, de vriendin van Oliver, pikt in) “Ik vind Law directer en eerlijker.”

Oliver: ‘Ah, bon. Dat was niet de bedoeling hè. Gaat het ­Dorien?” (lacht)

Dorien: “Oli is altijd vriendelijk, maar misschien wat hypocrieter.”

Oliver: “Dat wordt hier alleen maar erger.”

Lawrence: “Voor alle duidelijkheid: Dorien is het lief van Oliver hè, niet van mij.” (lacht)

Dorien: “Nee, hypocriet is niet het juiste woord. Ik bedoel dat Oli conflicten mijdt. Als iemand hem aanklampt en een oninteressant verhaal vertelt, gaat Oli vriendelijk blijven en luisteren, terwijl Law zijn gedacht gaat zeggen: ‘Gast, het interesseert mij niet.’ Zonder zich daar iets van aan te trekken.”

Oliver: “Haaaaa, goed hersteld.”

Dorien: “De twee broers zijn ook gewoon heel relaxed, en hebben veel humor. Zeker Oli.”

Oliver: “En voilà, we zijn er. Merci Dorien. (lacht) In zekere zin heb ik het pad vrijgemaakt voor Law, die pas laat begon te koersen. Iedere stap vooruit die ik zette, werd ook zijn doel, om dat twee jaar later te bereiken. We trainen samen, maken deel uit van hetzelfde trainingsgroepje (De Parelvissers, waar ook Greg Van Avermaet en Gijs Van Hoecke toe behoren, red.) en zitten honderden uren per jaar samen op de fiets. Ben je de ander even beu, dan rijd je gewoon naast iemand anders.

“We hebben elkaar ook indirect sterker gemaakt. Law werkt binnen het team met een andere trainer, wat interessant is. We wisselen professionele info uit, zoals over de aerodynamica van een helm. Kleine dingen, maar die maken soms mee het verschil, want de tijd van de Planckaerts is echt voorbij.

“Ons lichaam is in zekere zin een machine die uit cijfertjes bestaat. Het gaat om wattages die je trapt, om lactaat, enzovoort, en dat knaagt een beetje aan de beleving en de romantiek van de job. Maar tegelijkertijd zie je dat er ondanks die wetenschap heel erg op instinct gekoerst wordt. Daar zijn mannen als Van Aert, Van der Poel en Alaphilippe mee verantwoordelijk voor. Het is fijn koersen met die mannen.”

Lawrence: ‘We wilden later allebei skater worden, maar profrenner is even goed.’
 Beeld Tine Schoemaker
Lawrence: ‘We wilden later allebei skater worden, maar profrenner is even goed.’Beeld Tine Schoemaker

Lawrence

“Je vraagt ons hoe het komt dat wij al 25 jaar geen contact hebben met onze vader. Je vindt dat heel ­opvallend, zeg je, maar voor ons is dat geen ­issue. Het leven is nu eenmaal zo gelopen. Mij raakt dat niet, eerlijk gezegd. Het is een onderwerp dat nooit in me opkomt, ook niet als ik urenlang met Oli ga trainen.

“Het voelt ook niet aan alsof dat onze jeugd heeft bepaald. Onze stiefvader werd onze vader, en dat was prima voor ons. Het is thuis nog altijd een teer onderwerp, dus snijden we dat niet aan. Het is zoals Oli zegt: het zou potjes openen die we beter dicht laten. Onze biologische vader heeft ook nooit geprobeerd om met ons in contact te komen.

“Skaten, dat is waar het voor ons vroeger om draaide. Ik was veel beter dan mijn broer. Op zijn kamer hing een poster – Skating is not a crime – en ooit zijn we met een groepje van vier, onder wie Oli, met ons skateboard onder de arm het gemeentehuis ingestapt, in Berlare. ‘Meneer den burgemeester, dat heeft hier lang geduurd. Zou je nu geen skatepark voor ons laten bouwen?’ En het is er nog gekomen ook.

“Professioneel skater, dat zouden we later worden. Het is profrenner geworden, en dat is even goed. Al kan ik me tijdens de wedstrijd wel ergeren aan Oli. Hij heeft de vervelende gewoonte om in volle inspanning, als je op een helling echt helemaal tussen je kader hangt en afziet, naast me te komen rijden en te beginnen praten, hoewel hij dan ook aan het sterven is. ‘En, ça va? Nog een kilometer en we zijn er!’ Ik word daar echt gek van. En dan scheld ik hem uit – ‘Houd uw bakkes!’ – maar na die helling zijn we dat weer vergeten.

“Verder zijn er heel weinig dingen waar ik me aan erger. Wij hebben nooit ruzie, of toch zeker geen diepgaande ruzie. Ik zou niet weten waarover. Hij heeft nog nooit een lief van mij afgepakt. (lacht) Misschien is dat het resultaat van onze opvoeding, dat we daar immuun voor zijn. We houden ons niet bezig met conflicten.”

Vreemde gewoontes

Oliver over Lawrence: ‘Net voor de start spuit Law een soort tape-lijm op zijn enkels, zodat zijn kousen op de juiste hoogte blijven.’

Lawrence over Oliver: ‘Hij zit altijd het langst in zijn onderbroek op de ploegbus, te chillen, om zich te moeten haasten en als laatste de bus uit te komen.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234