Donderdag 06/10/2022

'On the road again'

"Als je kunt, kom in september of oktober", zeg ik aan mensen die vragen wanneer het de beste tijd is om New York te bezoeken, "het weer is dan vaak ideaal." Zoals nu bijvoorbeeld. De lucht is droog, helder en warm. Overdag is het rond de 25 graden en 's nachts koelt het genoeg af om een deken te verdragen. Een New Yorker die nu naar het door orkanen bedreigde zuiden trekt, is gek. Zoals Tom en ik.

Zonder eerst goed na te denken hadden we aan een vriendin beloofd om op haar huis in Zuid-Florida te gaan passen. Vandaag is het zover. We laten twee huisoppassers achter die hun geluk niet op kunnen dat ze de grijze Belgische lucht hebben verwisseld voor een diepblauwe New Yorkse hemel. Het is halfzes als we in de auto stappen. Halfzes 's avonds welteverstaan. We hebben anderhalve dag vertraging opgelopen.

We vertrekken met gemengde gevoelens maar spoedig raken we in de juiste stemming. Het Amerika buiten New York is zo exotisch. Zelfs het benzinestation waar we na 160 kilometer tanken. Elke pompbediende is blank en draagt een das. Het heeft iets grappigs en zou in New York ondenkbaar zijn. Bij ons zijn benzinestations het domein van verse immigranten. We passeren plaatsen met namen die doen dromen en die nooit het nieuws halen zoals Havre de Grace, Magnolia, Joppa en Rising Sun.

Enkele uren later, in een toilet op de autweg-relay aan de grens tussen de staten Maryland en Virginia, realiseer ik me dat New York even goed in een ander land zou kunnen liggen. Er staan automaten met pijnstillers, anti-histaminen, twee soorten cafeïnepillen, tampons en maandverband, maar geen condooms. "Is er bij de mannen een condoomautomaat?", vraag ik aan Tom. "Natuurlijk niet", zegt hij, "we zijn in de bible belt." De godsvrezende, vaderlandslievende 'bijbelgordel'. Natuurlijk. Het was me al opgevallen toen ik iets op de radio zocht dat de naam Jezus zo vaak viel.

Om halfelf stoppen we aan een motel vlakbij de autoweg. Wie wil zien wat de globalisatie in petto heeft, moet eens op een plek als deze logeren. Keuze genoeg: Er zijn er duizenden. Je kunt ze niet missen. Van op de autowegen zien ze eruit als landingsplaatsen voor ruimteschepen. Feloranje verlicht, beplant met neonreclameborden op vijf verdiepingen hoge poten, enorme lappen asfalt gekerfd uit het groen met in het midden een zesbaanvakkenweg met links en rechts benzinestations, motels en fast food joints van dezelfde ketens die je in het hele land en straks misschien in de hele wereld terugvindt. Voet-, fiets- of zebrapaden zijn er niet: je kunt hier enkel met de auto in en uit.

Naast ons motel is een winkel die Gospel and Things heet. In de etalage bijbels, 'Bible'-dieetproducten en andere vrome waren tussen Amerikaanse vlaggen. Er is een serie videobanden getiteld 'I'll never do that again! The temptation series', gepresenteerd door ene eerwaarde TD Jake, die de blik heeft van een man die zelf aan menige verleiding is bezweken. En dus weet waarover hij preekt. Daarnaast wappert de Amerikaanse vlag boven de Dairy Queen, een fastfoodtent waarvan het lichtbord verkondigt: "Jezus died so you would live."

Op de I-95, de autosnelweg waarop we de komende twee dagen rechtdoor zuidwaarts rijden, blijven reclameborden hetzelfde spel spelen van verleiding, schuld en boete en dan weer verleiding. "Will the road you travel take you to my place?" ondertekend 'God', vraagt er een. Vijf minuten verder roept een ander: "We dare to bare! Café Risque." Nog wat verder: "We need to talk. God."

De tweede avond slapen we in een zo mogelijk nog deprimerender consumptietros langs de autoweg. De enige mens op de parking van ons motel is een oude Indiase dame in een rode sari. Biddend wandelt ze op en neer. Misschien is ze de moeder van de Indiase eigenaar. Veel moteluitbaters in het zuiden komen uit Zuid-Azië. "Van de Middeleeuwen naar zoiets", zegt Tom, "stel je een wereld voor bezaaid met dit soort plaatsen uitgebaat door immigranten."

Tegen beter weten in fietsen we een zijstraatje vlak naast het motel in. Het leidt naar een kleine villawijk waar voor elk huis drie, vier auto's en een boot staan geparkeerd. Hier wonen rijke mensen zo te zien maar ze moeten wel leven met het permanente gebulder van de snelweg en kunnen nergens te voet of met de fiets heen. Er zijn maar drie straten en ze lopen beide na enkele honderden meter dood in een pikdonker bos waar krekels en nachtvogels zingen. Een gordeldiertje spurt weg.

Vanuit het motel hebben we aan de overkant zicht op Louis' Truck Stop, een witte metalen hangar, waar in een aanpalende container discreet 'Massage Therapy' aan chauffeurs wordt aangeboden. Daarnaast is er een 'Waffle House', waar Tom de volgende ochtend een wafel wil eten. Het menu leest als een funky gedicht. Het biedt gebakken, geraspte aardappel (hash browns) op acht wijzen aan: "scattered, smothered, covered, chunked, topped, diced, peppered en scattered all the way".

Terug in de auto voor de laatste etappe, botsen we weer op een christian rock-radiostation. De dj-dominee wisselt de muziek af met aansporingen om een petitie te tekenen om Bush te steunen in zijn campagne voor oorlog tegen Irak. "Pull a gun, get 10 years. Shoot a gun, get 20. Hurt or kill with a gun, get 25 tot life. It's the law in Florida", dreigt een bord net over de grens van Florida. We hebben nog drie uren rijden in de plenzende, warme regen voor de boeg.

Jacqueline Goossens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234