Dinsdag 05/07/2022

Oorlog is geen spel zonder grenzen

De conventies van Genève bestaan precies zestig jaar. Axel Vande Veegaete, hoofd Internationale Zaken van Rode Kruis-Vlaanderen, buigt zich over de vraag of het Internationaal Humanitair Recht in de praktijk wel werkt.

Al sinds mensenheugenis wordt gevochten en oorlog gevoerd. Toch zou het verkeerd zijn te denken dat oorlogsregels pas in de twintigste eeuw het levenslicht zagen of dat er vóór Henri Dunant geen aandacht was voor de slachtoffers van conflicten. Een aantal millennia geleden verklaarde Hammurabi, koning van Babylon: “Ik heb deze regels uitgevaardigd om te voorkomen dat de sterke de zwakkeren zouden onderdrukken.”Wat is dan zo speciaal aan de Verdragen van Genève van 1949? Hebben die regels inzake oorlog wel zin? En is er reden om deze verjaardag te vieren?De Verdragen van Genève (het eerste verdrag dateert al van 1864) vormen de hoeksteen van het Internationaal Humanitair Recht en werden in het leven geroepen om regels op te stellen ter bescherming van de burgerbevolking en personen die niet (meer) betrokken zijn bij gewapende conflicten. Na de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog werden op 12 augustus 1949 de Verdragen van Genève door alle staten wereldwijd erkend en onderschreven, wat ze universeel maakt.De afgelopen zestig jaar zijn de verdragen aangepast aan de realiteit en de evolutie van oorlogvoering. Zo werden er aanvullende regels (protocollen en verdragen) opgesteld die rekening houden met de onafhankelijkheidsoorlogen, de interne conflicten, nieuwe soorten wapens (biologische en chemische wapens, landmijnen) en werd het Internationaal Strafhof opgericht.Spijtig genoeg duurt het wel een aantal jaren voor de Statengemeenschap de nodige stappen onderneemt en een algemene consensus wordt bereikt, zodat de regels de feiten soms achternahollen. Het voorbeeld van de conventie over het verbod op landmijnen van 1997 toont echter ook aan hoe de civiele maatschappij door zich internationaal te mobiliseren erin kan slagen om dit proces te versnellen en er op relatief korte termijn concrete resultaten kunnen worden geboekt.

Groot verschil

De blijvende relevantie van het Internationaal Humanitair Recht werd opnieuw aangetoond door de resultaten van een opiniepeiling, die in opdracht van het Internationale Rode Kruiscomité werd uitgevoerd ter gelegenheid van de zestigste verjaardag. Deze studie, uitgevoerd in Afghanistan, Colombia, de Democratische Republiek Congo, Haïti, Libanon, Liberia en de Filippijnen, onthult wat voor gedrag tijdens vijandigheden als aanvaardbaar wordt beschouwd door bewoners van oorlogszones en hoe zij de effectiviteit van de Geneefse akkoorden inschatten. Ongeveer 75 procent van de ongeveer vierduizend bevraagden meent dat er grenzen moeten bestaan over wat strijders mogen doen tijdens een conflict, 97 procent vindt dat er tijdens een aanval een duidelijk onderscheid moet zijn tussen strijders en burgers, en 90 procent is tegen het gebruik van voedsel als wapen.Regels zijn inderdaad nodig, maar dan stelt zich uiteraard de vraag of het Internationaal Humanitair Recht in de praktijk wel werkt. In Liberia, bijvoorbeeld, had 65 procent van de respondenten al gehoord over de verdragen en binnen deze groep verklaarde 85 procent dat de verdragen een “groot verschil” hadden gemaakt tijdens het conflict dat dit land jarenlang heeft geteisterd.De resultaten tonen aan dat de basisideeën van de Verdragen van Genève en het Internationaal Humanitair Recht genoeg steun genieten bij personen die daadwerkelijk in conflictzones hebben gewoond. Het is bemoedigend te merken dat, hoezeer men ook heeft geleden onder de horror van gevechten, men blijft onderkennen dat bepaalde soorten gedrag ongeoorloofd zijn, zoals het treffen van de burgerbevolking, kidnappings, marteling, aanvallen op religieuze monumenten, plunderingen en seksueel misbruik. De studie legt ook bloot dat de waargenomen impact van de regels in de praktijk veel zwakker is dan de steun die ervoor werd uitgesproken. In de laatste jaren is het belang van het Humanitair Recht meer in vraag gesteld naarmate conflicten steeds ingewikkelder werden, moeilijkheden optraden bij het onderscheid tussen strijders en de burgerbevolking, en fenomenen opdoken als terrorisme en asymmetrische oorlogsvoering. Er bestaat echter geen twijfel over dat de huidige regels ook in zulke situaties relevant blijven, en de uitdaging bestaat erin om te garanderen dat de regels in toenemende mate gerespecteerd worden. Daarom blijft de verspreiding van de regels wereldwijd, ook in vredestijd, van groot belang.

Bijstand

Dag in dag uit zijn duizenden medewerkers van het Internationale Rode Kruiscomité in meer dan tachtig landen actief om te voorkomen dat het Internationaal Humanitair Recht wordt geschonden, en om mensen die bescherming genieten daadwerkelijk te helpen. Als schendingen worden vastgesteld, zullen ze bij de verantwoordelijken verslag uitbrengen en hen wijzen op hun verplichtingen. Dat werk gebeurt in alle stilte, weg van de camera’s. De resultaten ervan worden bijna nooit openbaar gemaakt. Het is moeilijk aan te tonen dat wanneer het recht niet (meer) geschonden wordt dat mede dankzij de inspanningen van deze medewerkers is. Bepaalde activiteiten, zoals het jaarlijks wereldwijd bezoeken van meer dan een half miljoen gevangenen, leveren echter concreet aantoonbare resultaten.Daarnaast zijn er ook de miljoenen slachtoffers van conflicten die onder meer dankzij de regels van het Internationaal Humanitair Recht bijstand kunnen genieten. Momenteel lopen er 85 projecten in 25 landen voor de hulp aan slachtoffers van mijnen en explosieve oorlogsresten.Ondanks de grote uitdagingen van bijvoorbeeld de nieuwe vormen van oorlogsvoering en de nood om de regels voortdurend te verspreiden, is er de afgelopen zestig jaar toch al heel wat bereikt en sterkt de realiteit op het terrein ons om de inspanningen voort te zetten en nog op te drijven. Reden genoeg dus om het Internationaal Humanitair Recht naar aanleiding van deze verjaardag onder de aandacht te brengen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234