Dinsdag 27/09/2022

Op het randje

Anna Enquist behoeft, als een van de succesrijkste Nederlandse auteurs van de jaren negentig, vermoedelijk geen introductie meer. Vanaf morgen treedt zij, aan de zijde van Leonard Nolens en pianist Luc Devos, aan voor de nieuwe Geletterde Mensen-tournee. En over drie weken kan het lezend publiek haar van nog weer een andere zijde leren kennen: dan verschijnt haar eerste verhalenbundel, De kwetsuur. 'Ik wil altijd wat nieuws proberen. Je kunt nooit zeggen: nu ben ik er; ik kàn het.'

Das angenehme dieser Welt hab' ich genossen / Die Jugendstunden sind schon lang verflossen / April und Mai und Junius sind ferne / Ich habe nichts mehr, ich lebe nicht mehr gerne!" dichtte Hölderlin in zijn beroemde vers 'Hälfte des Lebens'. Als Anna Enquist al ooit geleden zou hebben onder dit 'de mooiste helft is voorbij'-gevoel, dan heeft het in ieder geval geen blijvende invloed gehad. Na jaren van psychoanalytische praktijk, het vak dat zij onder haar echte naam Christa Widlund-Broer nog steeds uitoefent, en van muziek spelen, haar passie, begon zij in de tweede helft van haar leven poëzie te schrijven. Niet zonder resultaat.

Wat heet - zeg maar gerust met overdonderend succes. Haar debuutbundel Soldatenliederen (1991), die zij publiceerde op haar 46ste, kreeg de C. Buddingh'-prijs, en werd ondertussen negenmaal herdrukt. Een tweede bundel, Jachtscènes (1992), driemaal herdrukt, werd bekroond met de Van der Hoogtprijs. Twee andere dichtbundels zagen daarna nog het licht, Een nieuw afscheid (1994, vijfmaal herdrukt) en Klaarlichte dag (1996, driemaal herdrukt), en een vijfde is in de maak. Behalve een dichtbundel verscheen in 1994 ook een roman van haar, Het meesterstuk, drie jaar later gevolgd door Het geheim. Beide boeken werden elk niet minder dan 200.000 maal verkocht en bekroond met, respectievelijk, de Debuutprijs en de Trouw Publieksprijs. Succes is mooi, maar is dit eigenlijk nog wel te verwerken?

Anna Enquist: "Het is ook wel eens lastig, ja. En dan bedoel ik niet dat mensen je aanspreken of zo, dat vind ik niet erg, maar dat je overal voor gevraagd wordt, lezingen, panels, noem maar op. Ik kan slecht nee zeggen, maar dat heb ik ondertussen wel moeten leren, of ik hield geen dag meer voor mezelf over. Maar ik kan er ook wel van genieten hoor. Succes hebben is heerlijk, maar anderzijds heb ik er ook weer niet zoveel aan omdat ik wel altijd wat nieuws wil proberen. En dat brengt dan toch weer onzekerheid met zich mee. Je kunt nooit zeggen: 'Nu ben ik er; ik kàn het.' Het is net als met muziek, je moet altijd blijven oefenen en studeren, iedere dag, of je behoudt niet eens het peil dat je had. En wat dat nieuwe betreft, dat is extra spannend omdat ik er geen zestig jaar de tijd meer voor heb" (Enquist wordt dit jaar 54, HJ). Een van die nieuwe dingen is, na de poëzie en de romans die ze publiceerde, de eerste verhalenbundel van Enquist, De kwetsuur.

"Het zijn eigenlijk stijloefeningen, ik heb verschillende dingen geprobeerd die ik nog niet eerder had gedaan. Zoals een historisch verhaal schrijven ('De oversteek', een op historische feiten gebaseerd relaas van een visser die met zijn twee zoons hartje winter twee weken lang rondzwalkt op een ijsschol in - toen nog - de Zuiderzee), of een verhaal uit het standpunt van een man (wat het geval is in vier van de tien verhalen in De kwetsuur)."

Zo nieuw is dat laatste niet - in beide romans zijn toch passages te vinden die vanuit een mannelijk personage zijn geschreven?

"Jawel, maar hier is het echt het hele verhaal door. Ik merk wel dat het moeilijker is, met een man heb ik altijd meer gedoe nodig, spullen, gebeurtenissen, om hem als mens een beetje uit de verf te laten komen. Met een vrouw als hoofdpersonage kan ik veel makkelijker opschrijven wat ze denkt of wat ze voelt." Het meesterstuk is inderdaad, al gaat de roman uiteindelijk over de rivaliteit van de schilder Johan Steenkamer met zijn broer Oscar, kunsthistoricus, om de aandacht van hun moeder Alma, minstens voor de helft uit vrouwelijk standpunt geschreven, bijvoorbeeld dat van de psychotherapeute Lisa, een vriendin van Johans ex-vrouw Ellen. Het geheim is de geschiedenis van de pianiste Wanda Wiericke, weliswaar versneden met het verhaal van haar ex-man Bouw Kraggenburg. Een citaat uit Het meesterstuk: "De vrouwenvriendschap is mijn redding, heeft Ellen vaak gedacht." Zou de schrijfster beledigd zijn als haar werk gekwalificeerd werd als 'empathisch vriendinnenproza', zoals een Nederlandse critica onlangs de hele nieuwe 'vrouwengolf' in de letteren schamper omschreef?

"Nou ja, wat moet ik daar nou op zeggen... Ik voel echt niet de behoefte om mijn boeken te gaan verdedigen. Als mensen ze niet mooi vinden, dan is dat maar zo."

Terug naar het nieuwe: ook aan toneel zou Enquist zich nog wel willen wagen. "En ik zou ook graag een historische roman schrijven. Die zou ik eind achttiende eeuw situeren, dan heb je de combinatie van de Verlichting en Mozart. Dat lijkt me een heel positieve tijd, men was toen heel optimistisch over wat de toegenomen kennis voor mens en maatschappij ten goede zou kunnen betekenen. Het was het laatste tijdperk waarin het idee van de homo universalis gekoesterd kon worden. Dat zijn we nu wel voorgoed kwijt. Dat hele moedeloze gedoe dat je nu hebt over de overdaad aan informatie, dat had je toen nog niet.

"Je kunt wel zeggen, daar zijn netwerken toch voor, je zou er een sociale uitdaging in kunnen zien om die lawine van kennis en informatie gemeenschappelijk te beheren en de baas te worden. Maar dan moet je toch weer gaan uitzoeken hoe je elkaar dan vindt. Elkaar aanvullen op kennisgebied, het klinkt wel mooi, maar je komt naar mijn idee ten slotte toch weer terecht bij de vraag: hoe moet je met elkaar omgaan? En dat dat wel eens niet zo eenvoudig is, zie ik telkens weer in mijn praktijk."

Iets van die professionele bezigheid is nogal duidelijk terug te vinden in Enquists romandebuut, Het meesterstuk - en niet eens zozeer omdat het personage Lisa ook psychotherapeute is. "Ja, je zou dat boek uit pedagogisch oogpunt een aardige illustratie kunnen noemen van het begrip 'narcisme'."

Maar wat heeft dat voor zin? Is het niet zo dat de psychoanalyse geput heeft uit de literatuur - denk alleen maar aan het oedipuscomplex, dat Freud ontleende aan de beroemde tragedie van Sophocles -, en dat het dus een stap terug is om voor de literatuur weer te gaan putten uit de psychoanalytische theorie? "Tja - maar waarom zou men van mij verwachten dat ik de literatuur vernieuw? Ik vind het al heel knap van mezelf dat ik erin geslaagd ben zo'n dik boek te schrijven. En het is toch wel meer dan een casestudy, het is een roman, die overigens niet op Freud gebaseerd is, maar op Mozarts opera Don Giovanni. Maar goed, misschien heb ik mij in dat boek wel te weinig los kunnen maken van mijn psychoanalytische denken, dat kan."

Een ander citaat, uit Het geheim ditmaal:

"Helderheid was goedkoop, gemakkelijk en misleidend. Het verhulde de geheimzinnige ondoorzichtigheid waarin de kern van alle muziek schuilging. Je wist toch niet wat je hoorde? Zo moest het dan ook klinken als je speelde. Zo was het. Schubert helder? Brahms? De helderheidsmaniakken lieten je geloven in een valse eenvoud. Luister maar, zo logisch en klaar zijn de dingen die zich voordoen. Niets is raadselachtig, alles is van begin tot eind moeiteloos te volgen. Een leugen. (...)

"En was helderheid niet een knieval voor de luisteraar? Voor de luisteraar spelen is te gevaarlijk, dacht Wanda. Je denkt hem iets voor te toveren, je wil hem beïnvloeden, manipuleren, vangen en binden. Allemaal grootspraak en verwatenheid. Het is al ingewikkeld genoeg om in gesprek met de componist te zijn, om je te verstaan met de toetsen en het mechaniek van je instrument. De luisteraar doet er niet toe. Je mag hem negeren."

Dat liegt er ook niet om.

Enquist, glimlachend: "Ja - maar bij mijn poëzie voel ik het ook zo. Die komt direct uit mezelf en daarin hou ik met niemand rekening. Bij een roman is het anders, daar moet je wel een verhaal hebben, en dus een structuur, je moet op het tempo letten, het ritme, het evenwicht tussen de delen - in die zin schrijf je zo'n boek directer voor een publiek.

"Overigens, meer in het algemeen: je kunt wel doen alsof je alle structuren begrijpt, maar dat is een illusie, geloof ik. Daar hadden we het daarnet ook al over, met die kwestie van een mogelijk sociaal, bovenpersoonlijk kennisnetwerk. Zelfs voor één enkel individu is helderheid alleen, zoals ze in België zo mooi zeggen, 'in de mate van het mogelijke' te bereiken. En dat is altijd minder dan je zou denken. Totale beheersing, zoals wij zo graag zouden willen, is niet mogelijk, denk ik." Glücklich ist, wer vergißt, was doch nicht zu ändern ist.

"Het motto van de moeder in Het geheim - die er maar niet toe komt zich van haar geheim te ontdoen en probeert het weg te drukken. Dat is niet goed, en daar zie je in het boek dan ook de gevolgen van. Naar mijn opvatting moet je erkennen wat niet te veranderen is. Gewoon je ogen sluiten, dan gaat het mis. Nu zie ik in mijn praktijk natuurlijk ook alleen maar mensen bij wie er iets mis is gegaan. Maar ik denk echt dat dingen wegmoffelen, eroverheen leven, dat dat niet goed is. Dat zie ik vaak genoeg gebeuren, dat zich dat wreekt.

"Natuurlijk, ik kan me goed voorstellen dat er dingen zijn die je bewust uit je geest weghoudt, eenvoudig omdat ze te pijnlijk zijn om mee te leven. Maar dat is nog wat anders, dat is geen verdringing in psychoanalytische zin. Nee, je moet dingen onder ogen leren zien. En dat is waar je als psychotherapeut mensen bij helpt. Therapie is niet eenvoudig een deksel van een diepe put wegtrekken en mensen daar dan ingooien; wat je doet, of probeert te doen, is de afweer versterken, je reikt mensen middelen aan om zich tegen de dingen uit die put te verdedigen.

"Waar je op aanstuurt is mensen zichzelf thuis te leren voelen in zichzelf, je probeert ze meer te laten worden zoals ze echt zijn. En vaak levert dat toch wel wat op. Niet dat je na afloop van een therapie volmaakt gelukkig weer weggaat. Dat hopen mensen vaak, maar zo werkt het niet. Je leert jezelf te zien zoals je bent, als het goed is, je raakt meer in harmonie met jezelf. En dat is vaak niet eens zo prettig. Maar het helpt wel.

"Nou ja, je kunt zeggen, zoals Lisa in Het meesterstuk doet tegen haar chef de clinique als die weer eens erg enthousiast is over een nieuwe therapie - begeleid hardlopen - waarmee hij experimenteert: alles helpt. En dat is ook zo, althans in het begin. Iedere vorm van aandacht helpt aanvankelijk. Even. Maar dat is natuurlijk alleen de eerste stap. Er is echt wel meer nodig om mensen weer de weg te helpen vinden in zichzelf. En dan is de psychoanalytische benadering toch heus niet zo'n slecht instrument.

"Er wordt veel kwaad van gesproken, maar je ziet dat ook mensen die ertegen zijn toch met dat psychoanalytische begrippenkader werken. En jawel, ik ken die kritiek ook wel, dat het niet wetenschappelijk is, dat de theorie àlles verklaart, dat je er àlles in kunt inpassen, zodat ze niet falsificeerbaar is - maar ik denk altijd: 'Levert het iets op?' Of je nou gelijk hebt of niet, of het klopt of niet: levert het wat op? Ik ben niet zo'n strakke theoretica, ik beoefen ook niet de klassieke psychoanalyse, ik ben daar nogal eclectisch in. Maar het levert wel iets op, is mijn ervaring."

Zowel de schilder Johan Steenkamer als de pianiste Wanda Wiericke zijn kunstenaars die het niet van het woord moeten hebben; ze zijn trouwens geen van beiden erg goed met taal - het zouden geen makkelijke patiënten zijn. Opmerkelijk dat een schrijfster nu net zulke betrekkelijk a-verbale figuren als hoofdpersonages kiest. Heeft dat te maken met een zeker wantrouwen tegenover de taal?

"Dat is misschien wat sterk uitgedrukt. Maar het is wel zo, als mensen zeggen: 'Het gedicht ontstaat uit de taal', daar kan ik me niets bij voorstellen. Ik heb op het conservatorium gezeten, ik ben met muziek begonnen, en naar mijn gevoel is de volledige ervaring die je van en via muziek kunt hebben niet in taal weer te geven. In de taal heb je maar een randje van wat je kunt voelen. Alles wat je zegt in taal moet ook begrijpelijk zijn, anders heeft het niet veel zin, maar er zijn ervaringen die niet op dat niveau begrijpelijk te maken zijn. In die zin is taal een armer instrument dan muziek. Het is leuk dat het er is, we zouden ook niet zonder kunnen natuurlijk, maar het dekt nooit helemaal wat je voelt en ervaart. En dat inzicht, dat totaal dekkende, dat is voor mij de muziek. Eigenlijk zou componeren voor mij ideaal zijn, ja. Maar dat kan ik niet.

"Eigenlijk hebben we het nu over een heel essentiële ambivalentie van de mens. Je hebt enerzijds de taal van de muziek, die emotioneel is, letterlijk onuitsprekelijk. En dan heb je de kariger, duidelijker, aanwijzender taal van de woorden. Ik denk dat mijn poëzie ergens in het midden tussen die twee zit. Het is een compromis, zou je kunnen zeggen, maar het is niet voor niets dat ik in de tweede helft van mijn leven dat compromis ben aangegaan. En ik voel me daar best goed bij."

De komende Geletterde Mensen-tournee zal in het teken staan van de muziek, zoals eigenlijk vanzelf spreekt met deelnemers die niet alleen passief, maar ook actief hun hart aan de volmaaktste der kunsten hebben verpand: Luc Devos doet het nog steeds, maar ook Enquist en Nolens hebben nog als pianist opgetreden - Nolens in een zigeunerorkestje, lang geleden. Maar het is niet de bedoeling dat de dichters ook zelf achter het klavier plaatsnemen.

"Nee, we moeten Luc niet in de weg gaan zitten. Ik ga gewoon lezen, prozafragmenten en gedichten. Ik moet zeggen, ik heb er eerst erg tegen opgezien, tegen deze tournee, maar langzamerhand begin ik het leuk te vinden. En je komt ook nog eens in al die Belgische steden, dat is ook interessant."

Van België gesproken, ergens in Het meesterstuk wordt een vrouw omschreven als "Belgisch opgedirkt". "Ja, niets ten kwade hoor, maar dat valt je hier in Nederland toch wel als Belgisch op: dat goed verzorgde, keurig opgemaakte en opgedofte dat Belgische vrouwen kunnen hebben. Het heeft iets ouderwets, maar er gaat wel iets van uit, je hebt het idee dat die mensen er iets aan ontlenen. Hier in Nederland is het toch vaak wat slonziger op dat gebied."

Het werk van Anna Enquist wordt uitgegeven door De Arbeiderspers, Amsterdam. De kwetsuur, 206 p., 699/900 frank (pb./geb.) verschijnt op 3 maart. De Geletterde Mensen-tournee begint morgen in het CC van Hasselt (011/22.99.33) en vervolgt op 13/2 in De Ster, Willebroek (03/860.97.91), 14/2 in het CC van Lokeren (09/340.50.51), 17/2 in de Minnepoort, Leuven (016/22.21.13), 19/2 in Theater Teater, Mechelen (015/20.37.80), 20/2 in De Werf, Aalst (053/73.28.12), 24/2 in het CC van Berchem (03/286.88.25), 25/2 in de Velinx, Tongeren (012/39.38.00), 26/2 in de Vooruit, Gent (09/267.28.28), 27/2 in 't Papeblok, Tervuren (02/768.03.00), 28/2 in De Bogaard, Sint-Truiden (011/69.39.90) en 4/3 in het Paleis voor Schone Kunsten, Brussel (02/507.82.00).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234