Zondag 25/09/2022

InterviewEmily St. John Mandel

‘Op tournee werd ik opeens benaderd door extreem opgewonden mensen die deden alsof ik een god was’

null Beeld NYT/TODD HEISLER
Beeld NYT/TODD HEISLER

Emily St. John Mandel (43) kwam in 2014 op het idee om in het ontroerend mooie Station Eleven de mensheid bijna te laten uitvegen door een razendsnel om zich heen grijpend virus. Hoewel de pandemie in haar boek en in de gelijknamige HBO-serie slechts een middel is om de overlevenden – samen met ons – te laten nadenken over waar het mens-zijn werkelijk om draait, wordt de Canadese schrijfster er sindsdien van verdacht over mysterieuze, voorspellende gaven te beschikken.

Stefanie De Jonge

Emily St. John Mandel houdt van mysterie. Dat blijkt ook weer uit haar nieuwe roman Zee van rust. Daarin beleven personages uit twee tijdsgewrichten – het ene in de Canadese provincie British Columbia in 1912, het andere drie eeuwen later op een maankolonie – dezelfde flitsende ervaring die de lezer, hijgend van spanning, naar een ontknoping zal leiden. In het personage Olive Llewellyn, een schrijfster die in de maankolonie woont, maar op aarde op tournee is om haar bestseller te promoten – een pandemieroman – herkennen we natuurlijk meteen Mandel zelf. We spreken haar in Los Angeles, waar ze een tv-adaptatie van haar vorige boek Het glazen hotel bij HBO aan het pitchen is.

Voor Station Eleven, dat in 35 talen is vertaald en overladen is met prijzen, hebt u een duizelingwekkende tournee ondernomen over de hele wereld.

Emily St. John Mandel: “Dat was héél intens, ja. Ik heb veel meer ja gezegd op aanvragen dan gezond voor me was, maar het was een enorme kans. Voor het eerst in mijn leven wilden mensen een boek van mij lezen (lacht). Station Eleven was al mijn vierde roman , dus ik dacht: het is nu of nooit, ik moet het ijzer smeden terwijl het heet is.”

In Zee van rust krijgt Olives boek een nieuwe betekenis doordat er écht een pandemie dreigt uit te breken. Dat overkwam u ook. Toen zes jaar na Station Eleven corona over de wereld begon te razen, dacht iedereen dat u een ziener was.

Mandel: “Inderdaad, terwijl ik voor Station Eleven gewoon een manier nodig had om de wereld aan haar einde te laten komen. Het was dat of een kernoorlog. Toen de coronapandemie uitbrak, was ik net zo verrast en geschokt als iedereen, hoor. De aanvragen voor interviews stroomden binnen, maar ik ben daar niet op ingegaan. Het voelde ongepast om van die massale tragedie een gelegenheid te maken om nog meer boeken te verkopen.”

Zee van rust speelt zich net als Het glazen hotel in een parallelle wereld af.

Mandel: “Ja. Het is een vraag die me mateloos boeit: wat voor leven zou ik nu leiden als ik op dit of dat beslissende moment een andere afslag had genomen? Jij wordt toch ook achtervolgd door de dingen die je anders had willen doen? We fantaseren toch allemaal over de levens die we niet geleid hebben? Mijn personages vragen zich allemaal af: ‘Wat als ik andere ouders had gehad? Of op een andere plek was geboren?’ Ik schrijf zo graag omdat ik daarmee mijn gepieker over mijn niet-geleide levens kan kanaliseren, en mijn personages die levens wél kan laten leiden.”

U bent zelf wel een keer een volkomen ander pad ingeslagen. U hebt eerst een leven als danseres geleid.

Mandel: “Klopt. Ik heb een dansopleiding gevolgd aan The School of Toronto Dance Theatre en heb daarna met verschillende onafhankelijke choreografen samengewerkt. Ik vraag me geregeld af wat er van mij zou zijn geworden als ik was blijven dansen, al weet ik bijna zeker dat ik de voorkeur zou geven aan mijn huidige leven. Ik heb het erg naar mijn zin op dit moment. Daar ben ik dankbaar voor. Ik ben me erg bewust van de willekeur van het leven. Het had ook helemaal anders kunnen lopen.”

Droomde u als kind al van andere levens?

Mandel: “Als kind las ik veel fantasy: Lord of the Rings, Susans Coopers The Dark Is Rising. Daarna las ik veel sciencefiction. In scifi creëer je niet alleen personages met allemaal eigen levens, maar ook een heel nieuw universum met eigen regels.”

Was het het leven zonder grenzen dat u daarin aantrok? U groeide op een afgelegen plek op Vancouvereiland op.

Mandel: “Ja. Daar heeft het zeker mee te maken. Bovendien kreeg ik thuisonderwijs. Ik heb me als kind en tiener erg geïsoleerd gevoeld. Dat was niet leuk, maar tegelijkertijd is het wel een vruchtbare bodem geweest voor mijn leven als schrijver nu. Ik las veel, leefde in mijn verbeelding en verzon verhaaltjes.”

De sfeer in uw romans is altijd onheilspellend en spookachtig.

Mandel: “Daar hou ik van. De plek waar ik woonde, was omgeven door bossen. Die hebben altijd iets spookachtigs, niet alleen door de mist en de donkerte, maar ook omdat er een mysterie lijkt te huizen. Bossen trokken me als kind erg aan, ook al waren ze gevaarlijk. Ze zijn enorm, en als je verdwaalt, ben je verloren. Maar bij mij bracht die dreigende sfeer alleen maar mijn fantasie op hol. Het is mijn natuurlijke habitat. Ik voel me er thuis.”

PRACHTIGE DANSERES

Zee van rust is, anders dan de titel suggereert, heel verwarrend en beklemmend.

Mandel: “Het is een totaal geschift boek, geschreven op een totaal geschift moment – 2020 in New York City. Ik heb het gevoel dat we tijdens de pandemie allemaal volslagen gek zijn geworden. Ik weet zeker dat ik Zee van rust niet had geschreven als ik niet constant loeiende sirenes van ziekenwagens had gehoord terwijl ik thuis voor mijn computer zat. Ik zat daar en dacht: alles is vreselijk. Het maakt allemaal niet meer uit, ik ga gewoon iets waanzinnigs schrijven, iets over euh… tijdreizen! Net als iedereen liep ik rond met het gevoel: ik wil ontsnappen aan deze realiteit, al is het maar voor een paar uur. Dus wilde ik mijn boek situeren op een plek zo ver mogelijk hier vandaan. In de verre toekomst op de maan was het verste dat ik kon bedenken.”

Maar u blijft tegelijk ook thuis, want net als in Het glazen hotel voert u personages op die we uit uw vorige boeken kennen. U laat ze uw niet-geleide levens leiden, zei u net. Betekent dat dat die personages soms alter ego’s zijn?

Mandel: “Soms wel (lacht). Vooral degene die ik laat terugkomen, natuurlijk.”

Zoals Vincent, de trophy wife uit Het glazen hotel, die getrouwd was met de steenrijke oplichter Alkaitis. Wanneer haar man in de gevangenis belandt, moet ze zichzelf opnieuw uitvinden. U hebt zichzelf, nadat u met dansen was gestopt, ook opnieuw moeten uitvinden. Waarom bent u er eigenlijk mee gestopt?

Mandel: “Omdat mijn liefde voor het dansen was uitgedoofd. Op mijn 6de ben ik tot over mijn oren verliefd geworden op ballet, nadat ik naar de balletvoorstelling van een vriendinnetje was gaan kijken. Mijn moeder vertelt altijd dat ik erdoor was betoverd. De schoonheid had me totaal in haar greep. ‘Dat wil ik ook’, was het enige dat ik nog kon uitbrengen. Ik was een ontzettend verlegen kind en mijn moeder was erg opgetogen dat ik eindelijk aan een groepsactiviteit wilde deelnemen. Ik heb me toen op het dansen gestort en ben er héél ver in gegaan.”

U had talent.

Mandel: “Ja. Nadat ik was afgestudeerd, werd ik toegelaten tot de beste programma’s voor hedendaagse dans. Ik was goed, maar ik weet niet of ik goed genoeg was. Ik behoorde tot die groep dansers die van choreografen ‘Je bent een prachtige danseres’ te horen krijgt, maar daarna toch niet voor een rol wordt gevraagd.

“Ik weet niet precies hoe het is gekomen, maar opeens begon dansen aan te voelen als een opdracht in plaats van iets wat ik graag deed. Ik had een grote studieschuld en stond elke ochtend om zeven uur in ijskoude studio’s. Om dat vol te houden, moet je het echt heel graag willen. En dat was niet meer zo.”

Dus vond u zichzelf opnieuw uit en werd u schrijver.

Mandel: “Het schrijven voelde aan als iets waar ik naartoe werd gezogen, als thuiskomen. Het was niet nieuw. Ik heb van jongs af geschreven. Misschien was ik in mijn drang om te ontsnappen gevlucht van iets dat meant to be was.”

Dat is ook iets waar u in uw boeken vaak over reflecteert: wat is echt en wat is nep? Iedereen is weleens een bedrieger, zegt Olives vader in Zee van rust.

Mandel: “Die passage gaat over roem. Toen ik op tournee ging na het succes van Station Eleven, werd ik opeens benaderd door extreem opgewonden mensen die deden alsof ik een god was. ‘Je hebt mijn leven veranderd’, zeiden ze. Maar die gigantische persona, samengesteld uit roem en glorie, had niets met mij te maken. En telkens als ik toch in die rol werd geduwd, voelde ik me een bedrieger. Ik wil zeker niet klagen over mijn bekendheid, ik ben er heel blij mee, maar roem is heel ingewikkeld om mee om te gaan.”

Station Eleven heeft uw leven wel helemaal veranderd. Eerst werd het boek een wereldhit, en nu de serie ook.

Mandel: “Het is krankzinnig. Ik probeer het zelfs niet meer te begrijpen, ik probeer het gewoon te ‘leven’.”

U bent ook niet bepaald verlegen meer.

Mandel: “Nee, ik ben echt extravert geworden. Dat is, denk ik, erg goed voor me.”

Op YouTube zag ik u in vroegere interviews alleen maar naar de grond kijken.

Mandel (schatert): “Echt! Ik was vroeger altijd erg op mijn hoede, ook tijdens interviews. Dat maakte die gesprekken heel saai. Ik ben ook veel roekelozer geworden. Heel bevrijdend is dat. Het maakt dit soort gesprekken veel interessanter. Ook voor mezelf.”

Miranda is, zo vermoed ik, ook een alter ego. Zij is het personage dat de strip Station Eleven tekent, de rode draad in het gelijknamige boek. U voert haar ook op in Het glazen hotel. Ze kiest, net als Vincent, voor een leven als trofeevrouw, zodat ze haar strips kan blijven tekenen. U bent in 2002 in New York ingetrokken bij een schrijver. U had een boekrecensie van hem gelezen, bent met hem beginnen te corresponderen en hup!

Mandel: “Haha, ja! Zo is het gegaan. Al heeft die relatie niet lang geduurd. Daarna ben ik de vader van mijn kind tegengekomen, een toneelschrijver, met wie ik ben getrouwd. Miranda is heel autobiografisch. Ik heb lang geschreven, terwijl ik, net als zij toen ze trofeevrouw af was, jobs van negen tot vijf had. Ik ben barista en secretaresse geweest, heb broodjes belegd, heb subsidiebudgetten opgesteld voor kankeronderzoek… Ik zocht steeds baantjes die niet te stressvol waren, zodat ik genoeg energie overhad om ’s avonds te schrijven.”

In Station Eleven volgen we The Travelling Symphony, een troep acteurs die na de apocalyps rondtrekt om voor groepjes overlevenden Shakespeare te spelen. Ze houden hartstochtelijk van kunst en hun voorstellingen lijken de overlevenden op de been te houden. Het motto van de groep is: ‘Survival is not enough’. Hebben we kunst nodig om ons mens te voelen?

Mandel: “Dat denk ik wel, ja. Ik geloof in de kracht van verbeelding. In het portret dat journaliste Katy Waldman over mij maakte in The New Yorker, schreef ze: ‘Art can know things that the artist can’t.’ Kunst kan soms dingen vatten die zelfs de maker het hoofd te boven gaan. Kunst is belangrijk en nodig. Ik móét boeken lezen om me goed te voelen. Ik moet schrijven om mijn gepieker te kanaliseren. Maar toch worstel ik ook met het hoogdravende idee over kunst. Ik moet schrijven zien als iets wat ertoe doet, om niet constant te denken: wat zit ik hier eigenlijk te doen? Want wat ik doe, is natuurlijk minder nuttig dan wat een verpleger doet, of een leraar.”

Maar u geeft het mooie voorbeeld van hoe men uit een nood aan schoonheid in Parijs meteen na de Tweede Wereldoorlog weer grote modeshows begon te organiseren.

Mandel: “Een nog beter voorbeeld is de ondergrondse geheime bibliotheek van voormalige studenten tijdens de burgeroorlog in Syrië, in een belegerde voorstad van Damascus. Darayya werd constant gebombardeerd, maar toch vonden mensen toen de tijd om naar die bibliotheek te gaan. Ik geloof echt dat overleven niet genoeg is en dat die mensen in Damascus lazen om herinnerd te worden aan wat waardevol is, wat beschaving is, en wat het betekent om mens te zijn.”

Daar hebben we niet alleen Shakespeare voor nodig, volgens u. In Station Eleven is het stripverhaal dat Miranda maakte bijna van levensbelang.

Mandel: “Natuurlijk is popcultuur van minstens even groot belang als zogenaamde intellectuele cultuur. Shakespeare is voor ons nu wel hoogstaand, maar iedereen vergeet dat zijn theater in die tijd was wat televisie nu voor ons is. Shakespeare was entertainment. Het is iets waar ik veel over nadenk nu ik hier in L.A. Het glazen hotel aan het bewerken ben voor televisie. Je kunt iets heel diepgaands willen zeggen over het menselijk bestaan, maar waarom zou je het niet entertaining mogen maken? Plezier is ook waardevol.”

LEVEN ZONDER LUXE

Uw vader was loodgieter en uw moeder sociaal werker. Waren kunst en cultuur voor u als kind al belangrijk?

Mandel: “Jaaaa! Mijn ouders hadden geen geld, maar ik had het grote geluk dat ze veel om cultuur gaven. Ze hadden tonnen boeken en heel veel goeie muziek. Dat we geen geld hadden, kwam omdat ze hippies waren. Hun ouders waren niet onbemiddeld, maar zij hebben andere keuzes gemaakt. Mijn vader heeft ons huis zelf gebouwd terwijl we in tenten leefden. Mijn ouders streefden niet naar luxe en consumptie, hun leven draaide om boeken, muziek en kunst. Dat ik in die sfeer kon opgroeien, vind ik een enorm cadeau. Ik keek voor eerst tv toen ik 13 jaar was. Mijn ouders hebben toen een kleine zwart-wittelevisie gekocht, wat voor hen een grote toegeving aan de moderne wereld was. We konden op dat eiland maar twee tv-zenders ontvangen. Eén ervan bracht Star Trek. Uren en uren heb ik daarnaar gekeken. Ik vond er iets tegendraads in, een gevoel van ontsnappen. ‘Survival is not enough’ is een citaat uit Star Trek.”

Is het uit weerzin voor de moderne wereld dat uw ouders u thuisonderwijs gaven?

Mandel: “Niet helemaal. Op het eiland was er maar één school, en die was niet zo goed. Mijn oudere broer werd er erg gepest en omdat ik zo vreselijk verlegen was, hebben mijn ouders besloten me voor dat geweld te behoeden en me thuis les te geven. Ze zijn dat blijven doen tot ik 15 was. Dat heeft me erg geïsoleerd. Het is een keuze die ik voor mijn eigen kind nooit zal maken. Gelukkig had ik boeken. En mijn verbeelding.”

Klopt het dat het landschap in Station Eleven lijkt op dat van Denman Island, waar u vanaf uw 10de in een kleine gemeenschap woonde?

Mandel: “Ja. Het was daar even desolaat. Het was er prachtig, maar ook heel claustrofobisch. Toen ik daarna naar New York verhuisde, voelde de anonimiteit als een bevrijding aan.”

Vincent, die ook is opgegroeid op een afgelegen eiland, leidt in Het glazen hotel een luxeleven in Manhattan. Ze keert in Zee van rust weer terug. U bent erg gehecht aan dat alter ego.

Mandel: “Ja. Ik hou van Vincent, al vind ik haar moeilijker te begrijpen dan vroeger. Ik leek vroeger meer op haar dan nu. Ze is is erg op zichzelf en beheerst, eigenschappen waar ik nu minder waarde aan hecht.”

Is het waar dat de naam Vincent verwijst naar dichteres en selfmade vrouw Edna St. Vincent Millay?

Mandel: “Ja. Ik was haar biografie aan het lezen toen ik Het glazen hotel schreef. Ik was erg onder de indruk van hoe zij zich heeft weggekatapulteerd uit haar niet zo fijne leven, puur op wilskracht. Die wilskracht heb ik Vincent ook gegeven, al doet zij er iets helemaal anders mee. Millay schreef op haar 17de al briljante gedichten en baande zich daarmee een weg naar een nieuw leven. Vincent pakt het anders aan: op het moment dat ze genoeg heeft van haar karige bestaan als barkeeper en barista, besluit ze een trophy wife te worden. Maar beide vrouwen zijn even doelgericht en wilskrachtig.”

Ik verdenk u van evenveel wilskracht. U katapulteerde uzelf ook weg van het eiland waar u opgroeide.

Mandel: “Dat deel is autobiografisch, ja. Klopt. ”

In Zee van rust loopt het niet goed af met Vincent. De weg naar een nieuw leven baan je toch beter via eigen talent, lijkt u te willen zeggen na het succes van Station Eleven.

Mandel (schatert: “Inderdaad.”

In Zee van rust duikt verschillende keren de uitspraak op: ‘It’s a great life, if you don’t weaken.’

Mandel: “Ja, ik zie die nu overal in de culturele wereld, en ze wordt aan verschillende mensen toegeschreven. Misschien valt het citaat me ook op omdat ik het gevoel heb dat het op mij van toepassing is, al denk ik dat het eigenlijk voor iedereen geldt. Het is nogal hard, hè?”

Ik krijg er eerlijk gezegd kippenvel van. Het doet me iets te veel denken aan het idee van survival of the fittest.

Mandel: “Misschien geldt het ook meer in Amerika dan in Canada. Toen ik naar New York verhuisde, wist ik niet hoe hard het leven er zou zijn. Er liggen spectaculair veel kansen in de VS, maar de risico’s zijn óók immens. Je mag hier echt niet ziek worden als je geen ziekteverzekering hebt. Dan kun je het wel vergeten. Dat is echt gestoord. Canada lijkt in veel opzichten op Amerika, maar daar gaan ze wél beschaafd om met mensen die hulp nodig hebben. Amerika is echt onnodig wreed, maar als je het aankunt, kun je geweldige dingen doen, zoals je eigen tv-serie maken met je vrienden in Los Angeles. Ik ben me hier nu zo aan het amuseren.”

STOFJE IN DE RUIMTE

U was niet betrokken bij de serie Station Eleven. Waarom wilde u Het glazen hotel wel zelf bewerken?

Mandel: “Ik denk dat dat met de pandemie te maken heeft. Wat we de afgelopen twee jaar hebben doorgemaakt, heeft ons allemaal veranderd. Na die diepgaande isolatie hunkerde ik ernaar om niet meer helemaal alleen in een kamertje dingen te moeten creëren. Televisie maken doe je samen. Dat ik nu elke dag met mensen kan samenwerken die even gedreven zijn en even begaan zijn met verhalen vertellen, daar geniet ik intens van – ik droom er zelfs van ooit films te maken. Het is creatief gezien allemaal erg spannend, al is het soms ook moeilijk.”

Tegen Miranda wordt in Station Eleven op een gegeven moment gezegd: ‘You’re not an asshole, you’re an artist.’

Mandel (lacht): “Ja, ik ben het hier geregeld totaal oneens met iemand, en ik vind het niet simpel om daarmee om te gaan. Maar het is zo leerzaam. Als iemand tegen mij zegt: ‘Dat werkt niet. Dat zou dat personage nooit doen’, dan voel ik me in eerste instantie gefrustreerd, maar na de daaropvolgende discussie is er altijd een uitkomst waarvan ik moet toegeven dat die het verhaal alleen maar beter maakt.”

Voelt u zich soms een asshole?

Mandel: “Ik probeer dat natuurlijk niet te zijn, maar Miranda was dat wel. Ze gaat heel onzorgvuldig om met haar relaties. Ze klampt zich zodanig vast aan haar kunst dat ze zich moeilijk op iets anders kan focussen. Je kent de mythe dat het onmogelijk is om een goede kunstenaar én een goed mens te zijn, maar ik vind dat je dan gewoon harder je best moet doen.

“Nu is het wel zo dat kunst maken veel aandacht en energie vergt. Ik heb mijn dochter een paar uur geleden gezien, maar ik zie haar vandaag niet meer. Ze is dichtbij en heeft een leuke babysit, maar ik heb nog een vergadering en ga uit eten, en daarna wil ik nog aan mijn nieuwe boek werken. Maakt dat een asshole van mij? Misschien wel, maar voor mij kan het vandaag gewoon niet anders. Ach, zolang het evenwicht tussen wel en niet een asshole zijn maar redelijk blijft.”

Uw man is ook kunstenaar. Het kan niet simpel geweest zijn om tijdens de pandemie met twee in één huis kunst te creëren en ondertussen een kind op te voeden.

Mandel: “Neen. Hij is nu ook mijn ex-man. Dat is natuurlijk geen direct gevolg van de lockdown, maar die heeft de dingen wel scherper gesteld.”

Vincent en haar broer Paul hebben als kind littekens opgelopen door het verlies van hun vader. Ze zijn allebei wantrouwig en worden snel bang als mensen te dichtbij komen. Vincent plooit zich behendig naar wat anderen van haar verwachten, zonder ooit veel van zichzelf prijs te geven.

Mandel: “Klopt. Daarmee heb je Vincent goed beschreven (lacht). Ik ben wat dat betreft wel aan het evolueren.”

Uw vader is vorig jaar in september overleden. Was hij trots op u?

Mandel: “Dat is niet helemaal duidelijk. Hij was een goed mens, maar emotioneel niet erg communicatief. Ik weet zelfs niet zeker of hij ooit één van mijn boeken heeft gelezen. Wat oké is voor mij, hoor. Hij moest mijn boeken niet lezen. Ik had zijn erkenning niet nodig.”

Nu moet ik denken aan Lou Reed die in ‘Coney Island Baby’ zingt: ‘I wanted to play football for the coach’, waarmee hij zijn verlangen uit ergens bij te willen horen. Ieder kind wil van zijn ouders horen: ‘Goed gedaan!’

Mandel: “O, dat nummer ga ik straks opzoeken. Je hebt gelijk, we dragen dat verlangen naar de goedkeuring van onze ouders allemaal in ons. En ik hou ook wel van het idee dat mijn vader trots op me zou zijn geweest. Maar toch. Neen, het is voor mij echt niet nodig dat de mensen uit mijn directe omgeving mijn boeken lezen en die goed vinden. Ik mag dat niet verwachten. Ik heb me daarvan losgemaakt.”

In de serie van Station Eleven zit een poëtische gedachtestroom die steeds terugkomt: ‘I remember damage / And escape / Then... adrift in a stranger’s galaxy for a long time / But I’m safe now / I found it again. My home.’

Mandel: “Ja, maar ik wil er wel even op wijzen dat dat een toevoeging is van tv-schrijver Patrick Somerville, met wie ik nu ook aan de serie van Het glazen hotel werk. Soms kom je schrijvers tegen die de kern van je werk bijna beter weten te vatten dan jijzelf. Hij is zo iemand. Het gevoel dat je een stofje bent in de ruimte dat daar helemaal op zichzelf ronddwarrelt: veel van mijn personages hebben dat.”

U noemde de terugkeer naar het schrijven net ook ‘thuiskomen’. Is het schrijven een thuis voor u?

Mandel: “Op dit moment in mijn leven is het schrijven de enige constante. Ik reis van hot naar her, dus schrijven voelt inderdaad aan als mijn enige thuis. Mijn boeken, mijn serie, mijn verhalen: eigenlijk zijn ze voor mij een plek om in te schuilen.”

Uw ene boek eindigt vaak waar het andere begint, de verhalen verwijzen naar elkaar en uw personages duiken overal weer op. Het is net alsof u werkt aan één meesterwerk, één grote schuilplaats dus, begrijp ik nu.

Mandel: “Ik hou van het idee dat er een mysterieuze orde bestaat. Ik heb helemaal niet zo’n masterplan als waar jij op doelt, maar ik ben natuurlijk wel zelf de rode draad in wat ik maak. Weet je, er is een klein detail in Het glazen hotel: als de oplichter Alkaitis naar de gevangenis gaat, ziet hij boven zijn bed deze zin in de muur gekrast staan: ‘No star burns forever.’ Zijn celgenoot zegt dan: ‘Dat is van je voorganger, Robert. Hij las altijd boeken over tijdreizen.’ Ik ben toen al verliefd geworden op het idee van een mysterieuze Robert die door de tijd reist. Toen ik tijdens de pandemie aan Zee van rust begon en ik iemand in 1912 en in de 23ste eeuw liet opduiken, dacht ik opeens: maar dat is hij! Dat is die gast die voor Alkaitis in de gevangenis zat! Zo ontstaan mijn boeken, per ongeluk, maar toch ook expres. Het geeft me een veilig gevoel dat er op de één of andere manier orde zit in mijn chaos. We zijn net de tv-bewerking gaan pitchen bij HBO, en voor de titel combineerde de ploeg Mandel en Universe tot ‘The Mandelverse’. Mijn eigen universum! Dat is pas een thuis!”

Emily St. John Mandel, Zee van rust, Atlas Contact

null Beeld rv
Beeld rv
null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234