Maandag 26/09/2022

Op zoek naar de essentie van het kunstwerk

Het festival van Saintes, de zomerstek van Philippe Herreweghe, bestaat dertig jaar. In een gedenkboek is de evolutie van het festival, dat sinds 1993 de naam Académies musicales de Saintes draagt, neergeschreven: van een ontmoetingsplek van enthousiastelingen van de oude muziek naar een plaats die vooral de benaderingswijze van Herreweghe illustreert: weg van de barok (behalve Bach), enerzijds naar de renaissance en anderzijds naar klassiek en romantiek, met een steeds ruimere aandacht voor de muziek van vandaag.

Saintes / Van onze medewerker ter plaatse

Stephan Moens

Dat laatste wordt nog duidelijker in de keuze van de man die dit jaar zowat als spiritus rector optrad, de Nederlandse componist en musicoloog Elmer Schönberger. In een typerend essay in het gedenkboek stelt hij met een gewaagde gedachtepirouette het historicisme dat de oudemuziekbeweging kenmerkte min of meer gelijk met het modernisme: "De oude muziek werd voor de muziekcultuur de grondslag van een nieuwe identiteit, of juister een gemoderniseerde identiteit."

Dat is een interessante en zeker discutabele stelling en in zekere zin zelfs een programmaverklaring, maar daarom nog geen programma voor een festival. Nochtans lijkt dat dit jaar voor een groot gedeelte een omzetting van die gedachte. De hartstochtelijke confrontatie met muziek waar men het "nieuwe oude" van heeft ingezien, heeft vaak plaatsgemaakt voor de intellectuele reflectie over dat verschijnsel. Dat resulteert in concerten die je met het dodelijke woord "interessant" moet omschrijven. Een voorbeeld: het Franse ensemble Le Poème harmonique van Vincent Dumestre brengt muziek van twee weinig bekende Italiaanse componisten uit de vroege barok: Belleforonte Castaldi en Domenico Belli. De moderniteit van hun muziek is inderdaad revelerend maar de valse dramatiek en het maniërisme van de uitvoering zijn ergerlijk. Of een concert waarin het ensemble Daedalus van Roberto Festa renaissancemuziek brengt die op een of andere manier getuigt van de bezigheid van die tijd, met de prosodie van de Latijnse dichters: interessant voor de neoclassicus maar op de duur ook erg vervelend. Een concert waarin Wyneke Jordans en Leo van Doeselaar een overzicht bieden van de transcriptiemogelijkheden die het vierhandig pianospel biedt (inclusief de tweede orkestsuite van Bach, erg vrij getranscribeerd door Max Reger), getuigt al evenzeer van intellectuele koketterie en van een postmoderne overschatting van de receptiegeschiedenis ten nadele van de essentie van het kunstwerk. Maar dat concert was dan tenminste nog met een aanstekelijk enthousiasme gespeeld en hield - met name in de Wagner-parodie Souvenirs de Munich van Chabrier en uiteraard in Le boeuf sur le toit van Milhaud - nog enige humor in, temeer omdat het in de afgebladderde neorenaissancekerk van Saint-Vivien plaatsvond. Nochtans is die intellectualisering van de programmering niet het enige wat er in Saintes veranderd lijkt. Het andere is minder tastbaar en vooral minder beredeneerbaar. Is het het feit dat de verzamelplek van artiesten en publiek verhuisd is van het terrasje van de bar Chez Gérard naar het blitsere maar ook veel minder authentieke festivalcafé in de abdij? Is het de steeds nadrukkelijkere aanwezigheid van een Vlaams (en in toenemende mate ook Nederlands en zelfs Duits) publiek, dat niet altijd de bescheidenheid in acht neemt die je van een gast mag verwachten? Is het gewoon het weer, dat althans de eerste dagen dit jaar niet meewilde?

Als uitleg volstaat dat allemaal uiteraard niet. Misschien is het gewoon het feit dat er minder concerten zijn dan vroeger. De hoogtijdagen, toen je nauwelijks de tijd kreeg om tussendoor een hapje te eten en je met een middernachtconcert naar bed werd gebracht, zijn duidelijk voorbij. Of is het de afwezigheid van Paul van Nevel, die voor minder exuberantie, introspectie en zelfs zuivere schoonheid zorgt? Die middernachtconcerten waren zijn idee, maar het was een idee dat, zoals heel het oorspronkelijke concept van Herreweghe voor het festival, niet uit een gedachte maar uit liefde was gegroeid. Wat uit deze aflevering van het festival bijblijft, zijn die momenten waar dat pure engagement nog voelbaar is, die enkele concerten waarin grootse muziek opwinding doet ontstaan. Daar was al iets van te merken in het slotconcert, waarin Herreweghe zich voor het eerst aan Debussy waagde, en waarbij hij vooral in het gedeelte 'Fêtes' van de Nocturnes kon aantonen dat darmsnaren en nauwer gemensureerde koperblazers een menselijkere forte produceren dan hun hedendaagse tegenhangers. Voor het eerst dirigeerde hij ook de 'grote', symfonische versie van het Requiem van Fauré. Mede door een niet helemaal adequate zangerskeuze (met name Johanette Zomer had moeite met het Pie Jesu) en door de voor deze muziek toch wel erg maniëristische (en prosodische fouten veroorzakende) 'Franse' uitspraak van het Latijn, maar ook door een klaarblijkelijk nog niet uitgerijpte balans kon dat niet de ontroering opwekken waartoe het werk in staat is.

Het sterkst van al was het oude engagement echter nog te voelen in drie op het eerste gezicht totaal verschillende concerten. Het eerste concert vond plaats op een stille avond waarop de Spaanse luitist Juan Miguel Moreno muziek van Bach en zijn tijdgenoot Sylvius Leopold Weiss speelde. Moreno is een muzikant die naar zijn innerlijke lied luistert, meer dan naar zijn instrument: technisch is hij misschien niet helemaal perfect maar zijn muziek zingt. Het tweede bracht het overweldigende Jetzt immer Schnee van Sofia Gubaidulina: een stuk waarin elke noot van een zo dwingende noodzakelijkheid getuigt dat het over je heen komt als een existentiële ervaring. Het Collegium Vocale en het Prometheus-ensemble - twee Vlaamse formaties - leverden een glasheldere, in de prachtige ruimte van de Abbaye aux Dames voluit resonerende lectuur af, zeker niet de enig mogelijke interpretatie - meer 'Russische ziel' is ook denkbaar - maar wel een heel valabele. Het derde was een heel gewoon concert: twee symfonieën van Beethoven - de vijfde en de zevende - uitgevoerd met die combinatie van tekstgetrouwheid (inclusief de opzwepende tempi), inzicht in de uitgekiende structuur en plebejische kracht, die de ware Beethoven-interpretatie kenmerkt. Niet meteen wat je van Herreweghe en het Orchestre des Champs-Elysées had verwacht maar toch: de opwinding, de buik waaruit het allemaal moet komen, hier was het allemaal aanwezig. Naar die instelling moet heel het festival terugkeren.

Het gedenkboek L'abbaye aux Âmes is uitgegeven bij Le Croît vif. www.croitvif.com. Herreweghe voert op 30 november het Requiem van Fauré ook in het PSK in Brussel uit.

Klassiek

De intellectualisering van de programmering is niet het enige wat er in Saintes veranderd lijkt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234