Dinsdag 04/10/2022

Open brief korpschefs van lokale politie

'De oplossing ligt in de verdere uitbouw van de interzonale samenwerking tussen de politiezones'

'De Belgische politie is doodziek', zo schrijft de pers (De Standaard, 6/9). Ondergetekenden, korpschefs van het lokale politiearrondissement Antwerpen, stellen een andere diagnose met betrekking tot hun korpsen: "patiënt met ernstige groeipijnen, doch met een nu al geleidelijke verbetering van de vroegere gezondheidstoestand".

De politiezones zijn opgericht op 1 januari 2002. Nu, nog geen twee jaar later, spreken van een mislukking is niet ernstig. Dat is het kind met het badwater weggooien. De vorige regering besloot om de politiehervorming snel door te voeren. Daarbij werd voorbijgegaan aan een aantal essentiële randvoorwaarden. Tot op heden is bijvoorbeeld de overdracht van de gebouwen nog altijd niet geregeld, er is nog altijd geen uniform, geen eenvormig informaticasysteem... En dan hebben we het nog niet gehad over de begeleiding en opvang van de politiemensen zelf. Wie op 31 maart 2001 een personeelsstatuut publiceert dat al de volgende dag van toepassing is en wie federale richtlijnen stuurt in ministeriële rondzendbrieven die véél te laat verspreid worden, waardoor de zones de woestijn worden ingejaagd, vraagt om moeilijkheden. Het is zoals verhuizen naar een nieuwe woning die uiteindelijk geen ramen, elektriciteit of water blijkt te hebben, zodat kamperen de boodschap is.

De nieuwe politieorganisatie heeft inderdaad nog te veel achilleshielen: de versnippering van de zones, de bureaucratie van de federale politie, de politieraden die geen democratisch gezag hebben, de nog altijd niet bestaande vaste commissie van lokale politie, de niet altijd duidelijke afbakening van de bevoegdheden, het starre statuut... Soms waren wij zelfs verwonderd dat het systeem hoe dan ook bleef werken.

Anderzijds moeten we stellen dat er op veel plaatsen gewerkt wordt op een aanvaardbare wijze en dat lokale problemen niet veralgemeend mogen worden.

De keuze van een politieorganisatie gestructureerd op twee niveaus geeft invulling aan de principes van de basispolitiezorg: een lokaal veiligheidsbeleid op maat waarbij de lokale politie verantwoording aflegt aan de lokale overheid, zoeken naar een schaal om soepel te kunnen inspelen op de lokale behoeften. In de praktijk werkt dat model niet altijd goed. Wanneer we ons beperken tot de werking van de lokale politiezones stellen we vast dat het gebrek aan deskundigheid in bepaalde materies (onder meer ingewikkeld tuchtstatuut en financieel personeelsbeheer) en operationeel personeel in vele zones structureel is, zodat de lokale behoeften te weinig aan bod komen. Zwak punt is de versnippering en het gebrek aan slagkracht op kritische momenten. De oplossing ligt volgens ons in de verdere uitbouw van de interzonale samenwerking tussen de politiezones, die enerzijds niet vrijblijvend kan zijn en anderzijds rekening moet houden met de lokale autonomie en lokale behoeften. Daarbij behouden de zones hun autonomie en verbondenheid met de lokale overheid en bevolking en kunnen ze voor gespecialiseerde taken en grootschalige opdrachten toch een beroep doen op het nodige personeel.

In twee jaar tijd werden in het arrondissement Antwerpen talrijke afspraken gemaakt op het vlak van de interzonale en bovenlokale samenwerking. Zo werd interzonaal tussen zes zones onder meer een akkoord bereikt over de opvang van gearresteerden en werd een gestructureerd maandelijks overleg tussen korpschefs, directeur-coördinator, gerechtelijk directeur en arrondissementscommissaris opgestart. Bovenlokaal werd onder meer een samenwerkingsakkoord tussen negen zones afgesloten; werken wij op dezelfde radiofrequentie en is er geen lokale dispatching meer nodig. Bovendien werden tussen de zones afspraken gemaakt over de gezamenlijk aanpak van inbraken.

Behalve het feit dat die akkoorden momenteel enkel kunnen worden afgesloten op basis van vrijwilligheid zijn er nog drie knelpunten die de efficiënte werking van de politie in de weg staan:

1. De correcte toepassing van het personeelsstatuut wat de vergoedingen en de dienstregeling betreft. Belangrijk is het gevaar van de concurrentie tussen de zones met als inzet 'de premies'. De voorspelde politieoorlog tussen de federale en lokale politie zou dan eens kunnen evolueren tot een politieoorlog tussen 197 politiekorpsen met als inzet de jacht op personeel. Dat zal de wetgever zeker niet gewild hebben. Dit is geen aantasting van de autonomie van de zones of een pleidooi voor eenheidspolitie, maar een pleidooi om elke politieambtenaar in België op dezelfde wijze te behandelen.

2. De uitvoering van de federale opdrachten (HYCAP). De wet bepaalt dat de lokale politie ook met federale opdrachten belast kan worden. In de praktijk betekent dat dat de kleine politiezones systematisch de grote zones ondersteunen door elk weekend extra personeel te leveren voor de ordehandhaving bij voetbalwedstrijden. Dit werkt ontwrichtend voor de kleine zones en zou een federale reserve meer soelaas moeten bieden.

3. Daar waar in eerste instantie de lokale politie als een niet gespecialiseerde dienst wordt omschreven die zich oriënteert op een beperkt aantal basisfunctionaliteiten stellen we vast dat taken die dikwijls een hogere specialisatie vergen bijkomend aan de lokale politie zijn toebedeeld.

Ondergetekenden wensen met dit schrijven bij te dragen tot de realisatie van een moderne, democratische en klantgerichte politieorganisatie zoals voorzien in de wet geïntegreerde politie van 7/12/1998.

Korpschefs Bart Van Cleuvenbergen, pz Brasschaat; Rudy Verbeeck, pz Grens; Dirk Lemmens, pz Schoten; Eddie Battle, pz Rupel; Frank Noël, pz Hekla; Bob Deboe, pz Minos; Luc Gers, pz Noord; Raphael Somers, pz Voorkempen; Rob Verbist, pz Zara.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234