Donderdag 30/06/2022

Oscar

'Such a bloody pianist. Never again.' Het zijn behoorlijk onvriendelijke woorden aan het adres van Oscar Peterson, volgens onbevestigde bronnen uitgesproken door Billie Holiday. Peterson was in 1954 kortstondig de begeleider van Holiday en duidelijk niet uit compatibel hout gesneden. Was Billie een vrouw van vlijmscherpe emotie, dan is Peterson een goedlachse bravoureboy. Sympathiek, mollig, de vingers huppelend en spurtend terwijl het logge lichaam de pianokruk doet kreunen.

Peterson

Loopjes, krulletjes en swingende vertellinkjes

Wie heeft hem eigenlijk in deze top twintig getild? Een heel klinkende naam, die Oscar Peterson, maar van specialisten zul je zelden horen dat hij tot de absolute top behoort. Komt dat omdat specialisten ongevoelig zijn voor de bekoringen van vingervlug virtuoos pianospel? Helemaal niet. De meeste specialisten zijn wild van Art Tatum, een pianist zo briljant, virtuoos en schrander dat Oscar Peterson er helemaal bij verbleekt. De meeste specialisten zijn ook wild van Bud Powell. Ook zijn vingers flitsten over de toetsen en ze vertelden een verhaal zo intrigerend, mysterieus en verontrustend dat je er soms ongemakkelijk van werd.

Dat moet je Peterson inderdaad nageven: van zijn muziek word je nooit ongemakkelijk. Ze glijdt binnen als zoete koek, stemt spontaan vrolijk maar lokt zelden echte verwondering uit. En mag ik dat toch wel de alfa en de omega van muziek vinden: verwondering over klank.

De onvriendelijke woorden van Billie Holiday waren nochtans de uitzondering die de regel bevestigde, want in werkelijkheid was en is Oscar Peterson 'everybody's friend'. Hij is nu tachtig en toert nog altijd vrolijk de wereld rond, zo goed als helemaal hersteld van een beroerte die hem in 1993 trof. Straks komt hij nog eens naar België voor een kwartetconcert in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel (26 juni). Bozar kondigt het aan met deze middenstandersslogan: "1,86 meter en 100 kg talent. Oscar Peterson is een reus met gouden handen..." Hij zal er bewijzen dat hij nog altijd heel indrukwekkend speelt, dat hij heel veelzijdig is, dat hij ook in turbo een solide timing heeft en dat hij soms echt wel fijntjes uit de hoek kan komen. Maar hij is Art Tatum niet, hij is Bud Powell niet en hij mist de muzikale persoonlijkheid om ook na jaren nog echt te verbazen. Al hoeft dat niemand te weerhouden om met veel plezier naar zijn loopjes, zijn krulletjes en zijn swingende vertellinkjes te luisteren.

Dat gezellige vertellersinstinct heeft Peterson wellicht van Nat King Cole geërfd. Behalve Tatum was Cole zijn grote idool. Tatum voor de snelheid, Cole voor de elegantie. De meesten kennen Cole vandaag vooral als zanger-pianist, maar voor hij met succes begon te zingen was hij een heel invloedrijk pianist, zelfs wegbereider van de beboprevolutie. Daar pikte de jonge Peterson vanuit zijn geboorteland Canada op in. Met zijn virtuositeit liep hij meteen in de kijker en toen hij in 1949 in jazzmekka New York belandde, werd hij daar via de grote poort binnengehaald. De grote poort, dat was het prestigieuze programma Jazz At The Philharmonic, opgezet door producer Norman Granz. Daar werd hij sterpianist en begeleider van talloze solisten. Behalve zijn virtuositeit kon hij er ook een andere troef uitspelen: zijn grote wendbaarheid, het vermogen om te huppelen van de ene naar de andere stijl zonder vettige vingers achter te laten. En dat moet je hem zeker nageven: die wendbaarheid is niet uit demonstratiedrang geboren, maar uit een oprecht gekoesterde vriendschap voor alle soorten muziekjes die de jazzgeschiedenis opgeleverd heeft (tot de jaren vijftig, want daar stopt zijn historische interesse wel). Hij presenteert ze graag en hij consumeert ze graag.

En precies daarin verschilt hij zo genadeloos van zijn grote voorbeeld Art Tatum. Michael Ullman heeft het eigenlijk perfect samengevat in zijn commentaarstukje bij de complete uitgave van de London House Sessions in 1996, zij het niet in deze woorden: Tatum was een duivelskunstenaar, Peterson is een 'pleaser'. Luisteren naar Art Tatum kan soms schrikwekkend zijn. Midden in een populaire ballade kan hij de grond onder je voeten wegnemen, het basisritme verlaten en de harmonie zodanig herschikken dat je wanhopig duizelt. En als je alle hoop op herstel opgegeven hebt dan komt hij terug, helemaal onverwacht, maar wel stevig op beide voeten. Maar met Oscar Peterson weet je altijd waar je bent. Het gaat soms heel snel, maar je voelt voortdurend dat je in veilige handen bent. Er is geen hoogtevrees noch ademtekort.

Bassist Ray Brown speelde tussen 1959 en 1962 in het trio van Oscar Peterson. Tijdens optredens plaagde hij de pianist toen graag met de leugen dat Art Tatum in het publiek gesignaleerd was. Op een dag was dat ook werkelijk zo en Peterson heeft toen geen noot meer gespeeld.

Volgende week: Toots Thielemans

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234