Donderdag 18/08/2022

ReportageFranse boeren

Over het Franse platteland hangt een rouwsluier: elke dag pleegt een boer zelfmoord

De boerderij van Eve Palacios, die nu door haar kleinzonen Jimmy en Jeff wordt beheerd.  Beeld Aurélie Geurts
De boerderij van Eve Palacios, die nu door haar kleinzonen Jimmy en Jeff wordt beheerd.Beeld Aurélie Geurts

De idylle van het Franse platteland heeft een macabere schaduwzijde. Iedere dag pleegt een boer in Frankrijk suïcide. Daarmee is het land in Europa de trieste recordhouder zelfdoding onder boeren. Wat is er aan de hand?

Eline Huisman

Een boer in nood huilt niet. Eve Palacios (70) zegt het met overtuiging. “Als je alles verloren ziet gaan, zijn er geen tranen. Een boer in nood huilt niet, die hangt zichzelf op.” Precies zo schreef ze het ook aan de minister van Landbouw, enkele jaren geleden. Het was de ultieme noodkreet van een schapenboer die zo verstrikt raakte in een aaneenschakeling van schulden dat ze niet meer wist waarheen te gaan.

De tranen schieten haar in de ogen, elke keer als Palacios erover begint. Aan haar keukentafel in Ezy, een gehucht in de bergen achter Grenoble, vertelt ze als een grofgebekte spraakwaterval over de crisis die ze ternauwernood te boven kwam. “Ik heb een luide stem en fors temperament, ik kon me laten horen. Maar hoe is dat voor al die anderen die in stilte aanzien hoe hun dieren vertrekken, hun materieel wordt verkocht, hun schuren verdwijnen?”

Het verhaal van Palacios staat symbool voor een fenomeen dat ieder jaar honderden slachtoffers maakt onder Franse boeren. Volgens cijfers van de socialezekerheidsdienst voor de landbouw MSA maakt in Frankrijk iedere dag een boer een eind aan zijn of haar leven. De aanleiding is vaak een ongeluk – ziekte, brand, een verwoeste oogst door slechte weersomstandigheden – maar daaronder ligt een web aan structurele problemen. Schulden, hoge werkdruk, eenzaamheid, gekrenkte trots en een inkomen dat nauwelijks genoeg is om van rond te komen. Het is de macabere schaduwzijde van de Franse plattelandsidylle.

Armoedegrens

In de collectieve verbeelding is dit het ‘echte Frankrijk’: de romantiek van boerendorpjes in afgelegen streken, rode Limousin-runderen in een glooiend landschap, en verse eieren rechtstreeks uit de stal te koop. Het Frankrijk waar het boerenbedrijf een familiezaak is van opa, vader en zoon, kleinschalig en authentiek. Of, zoals bij Palacios, waar oma’s schapenhouderij tussen de bergen wordt overgenomen door twintigers Jimmy en Jeff, haar kleinzonen.

In werkelijkheid is het een wereld die op het punt staat te verdwijnen. In tien jaar tijd slonk het aantal boerenbedrijven in Frankrijk met meer dan 100.000 (naar 389.000 in totaal). Vooral in de veeteelt ging dat aantal hard onderuit, het aantal boeren gespecialiseerd in melk- en vleesproductie nam met 31 procent af.

Wat vrijwel onveranderd bleef: grofweg de helft van het Franse grondgebied wordt gebruikt voor landbouw. Het enige dat groeide, is het aantal grote bedrijven met een omzet van 250.000 euro en meer en gemiddeld 136 hectare omvang. Die trend is al decennia gaande, terwijl de productie gaandeweg bleef toenemen.

 Eve Palacios in de schapenstal. Beeld Aurélie Geurts
Eve Palacios in de schapenstal.Beeld Aurélie Geurts

Na de Tweede Wereldoorlog was het Europese landbouwbeleid gericht op flink opvoeren van de productie, om betaalbare voeding veilig te stellen. Inkomenssteun moest de landbouw rendabeler maken en boeren compenseren voor diensten waaraan ze niet direct verdienen, zoals landschapsbeheer. Tegelijkertijd werd het een vangnet voor boeren die onder druk van liberalisering en wereldhandel te maken kregen met stevige concurrentie en prijsschommelingen.

Die EU-subsidies zijn voor veel Fransen intussen van levensbelang – zonder dat geld is een bestaan voor ondernemers als Palacios onmogelijk. Grofweg 58 miljard euro uit de EU-begroting (ongeveer een derde van het totaal) gaat jaarlijks naar landbouwbeleid, onder meer in de vorm van directe inkomenssteun. Als grootste producent van landbouwproducten in de EU is Frankrijk daarvan de grootste ontvanger. Desondanks leeft bijna een op de vijf Franse boerenhuishoudens onder de armoedegrens – onder veehouders is dat zelfs een kwart.

“Van het geld dat je verdient met de verkoop van lammetjes onderhoud je je dieren”, zo legde een andere boer me eens uit. “Van de Europese landbouwsubsidies houd je jezelf in leven”, vertelt Palacios terwijl ze de schaapskooi binnenloopt. “Het klinkt absurd, maar dat is precies zoals het is.”

Weg subsidie

Op zoek naar een plek voor haar kudde kocht Palacios in 2008 de boerderij van Paul, een hoogbejaarde man die ze er als huisgenoot bij kreeg. Ze zou hier tot zijn sterven, een paar jaar geleden, voor hem zorgen. Ondertussen stortte ze zich op zijn dierbaarste wens: het voortbestaan van de boerderij verzekeren. “Het was een bouwval destijds, de distels kwamen tot je oksels, je kon hier nauwelijks rondlopen”, zegt Palacios. Haar schapen, toen nog vijftig stuks, moesten het omringende land opschonen – 35 hectare in totaal, waarvan 10 hectare bos. Palacios knapte het woonhuis op, breidde de stal uit tot 200 schapen, en bouwde een gastenverblijf om “een brug te leggen met de mensen uit de stad”. De winstmarges op melk en vlees zijn marginaal, de boerderij leverde haar een paar honderd euro per maand op, maar het ging.

Tot 2017. Eén tegenvaller zet een aaneenschakeling van problemen in gang, tot op het punt dat Palacios zo wanhopig was dat ze zichzelf schreeuwend terugvond in het kantoor van de Direction départementale des Territoires (DDT), verantwoordelijk voor landbouwbeleid op departementsniveau. In het bos en de bergen waar haar schapen grazen, is een groot deel van het terrein slecht toegankelijk en moeilijk te exploiteren. Palacios krijgt daarvoor speciale compensatie uit Europese landbouwsubsidies. Maar in 2017 sluit ze een nieuwe overeenkomst met een grondeigenaar die haar kudde op zijn land laat grazen in ruil voor onderhoud. Wat ze niet heeft voorzien, is dat daardoor de totale grond die ze voor haar schapen gebruikt niet langer voor de vereiste 80 procent, maar voor 78,45 procent als moeilijk toegankelijk geldt. Ze verliest vrijwel de volledige toelage van 8.600 euro. “Op mijn jaaromzet is dat enorm.”

Palacios besluit daarop minder terrein van de grondeigenaar te lenen, al is het een pijnlijk verlies aan goedkope voeding. Een jaar later zegt hij plots de hele bruikleenovereenkomst op en wordt de situatie echt penibel. Duizenden euro’s aan extra dierenvoeding blijken niet genoeg. De kudde gaat achteruit, de ooien krijgen te weinig lammetjes om aan de productie-eis te voldoen en zo verliest ze ook de schapenpremie, ruim 6.000 euro per jaar.

“Dat was het begin van de catastrofe”, zucht Palacios. “Een opeenstapeling van problemen die zich door elkaar voordoen, zo gaat het altijd met boeren.” Na talloze onbeantwoorde brieven aan allerlei instanties, tot aan de landbouwminister aan toe, stapt ze het kantoor van de DDT binnen. “Ik zat totaal aan de grond, stond te gillen in de gang: het enige wat ik vroeg, was gehoord te worden”, vertelt Palacios, opnieuw met tranen in de ogen. “Dat was de eerste keer dat ik reactie kreeg. De DDT heeft de jongens gebeld: laat haar niet alleen thuis vanavond.”

Een psycholoog op de boerderij

Niet lang daarna komt Christelle Guicherd voor het eerst op de boerderij om een kop koffie te drinken met Palacios. De boerin heeft haar bedenkingen, maar ze moet wel: voor een schuldenregeling zijn vijf sessies met de psycholoog verplicht. Het blijkt een belangrijk keerpunt voor Palacios. “Al die jaren had ik de boerderij alleen draaiend gehouden. Ik had zoveel opgebouwd, enorme investeringen gedaan. Ik was kapot, psychisch en fysiek.”

Het is een herkenbaar verhaal voor Guicherd. Al meer dan vijftien jaar werkt ze met boeren in nood, vooral kleine en middelgrote boeren gespecialiseerd in veeteelt. Een groep die volgens haar “nog altijd op grote afstand staat van psychische zorg, met ontkenning van de eigen nood en schaamte om hulp te vragen”. De boeren die ze begeleidt, komen nooit uit zichzelf bij haar terecht, maar via een van de vele instanties in de landbouw of iemand uit de eigen omgeving. Steeds is er hetzelfde patroon: te veel werk, financiële nood, fysieke en psychische uitputting, depressieve klachten of suïcidale gedachten.

Jeff samen met Obelix, een van hun patous ( Pyreneese berghond). Beeld Aurélie Geurts
Jeff samen met Obelix, een van hun patous ( Pyreneese berghond).Beeld Aurélie Geurts

“In hun problemen komt veel samen: de politiek en economische context van de landbouwwereld vermengen zich met persoonlijke nood en familierelaties”, vertelt Guicherd, die naar aanleiding van haar werkpraktijk onderzoek deed naar de onderliggende problemen. “Het vak is de afgelopen decennia diepgaand veranderd. Denk aan al het papierwerk, de bureaucratie die hoort bij het subsidiesysteem. Dat leidt tot extra werkdruk en veel spanning, veel boeren zijn daar niet goed voor opgeleid.” Het veroorzaakt samen met de afhankelijkheid van die subsidies voor een groot verlies van controle, terwijl vrijheid ook een belangrijke waarde in het vak is.

“De stress is voor boeren alomtegenwoordig”, zegt Guicherd. Ook omdat op de boerderij alles samenkomt: het werk én het privéleven, en vaak ook een langdurige familiegeschiedenis met alle trots die daarbij hoort. “Die vermenging maakt dat ontsnappen aan de problemen soms onmogelijk voelt. Het welzijn van de boerderij is zo belangrijk, omdat het op alle vlakken houvast en betekenis geeft.” En dan is er nog de kwestie van de overdracht, het voortzetten van het bedrijf, terwijl het financiële perspectief vaak moeilijk is. “Dat is een verantwoordelijkheid die zwaar drukt op de psyche van de boer. Een van de boeren die ik begeleid, zei: ‘De boerderij die ik heb gekregen, is een vergiftigd cadeau, want ik zal mijn leven lang onder schulden leven.’”

Telefonische noodlijnen

In Frankrijk is de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekomen voor de hoge zelfmoordcijfers onder Franse boeren. Naar aanleiding van meerdere parlementaire onderzoeken voor de problematiek lanceerde de regering eind vorig jaar plannen om het aantal zelfdodingen te verminderen. Voor het eind van 2022 moeten speciale stuurgroepen op lokaal niveau worden opgericht om preventie beter te organiseren. Een netwerk van ‘schildwachten’ moet problemen eerder signaleren, er komt meer geld voor vervanging van boeren die tijdelijk rust nodig hebben, en versterking voor de telefonische noodlijn.

De boerenorganisatie Solidarité Paysans, die vakgenoten in moeilijkheden ondersteunt, reageerde kritisch op de plannen. Het ziet de hoge suïcidecijfers als bewijs van een gefaald systeem van industriële landbouw gericht op altijd meer produceren, dat schulden, hoge werkdruk en isolement aanwakkert. “Wat boeren vandaag nodig hebben, is waardig kunnen leven van hun werk, een autonomie terugvinden, de controle over hun eigen bedrijf terugkrijgen”, schreef de organisatie in reactie op het ministerie. Boeren zouden meer professionele training moeten krijgen, toegang tot schuldsanering, en meer ruimte voor herstel van hun bedrijf.

Nieuwe toekomst

Aan de keukentafel klapt Palacios haar laptop open. Al haar brieven staan op een USB-stick verzameld. De laatste dateert van eind 2021. “Meneer de president”, opent de brief die afwisselend is geschreven in rode, blauwe en groene inkt, “Ik verzoek u tot gratie. Nee, ik ben niet tot de dood veroordeeld door de rechtbank, (...) maar de radeloosheid van mijn situatie (...) klinkt als de doodstraf.” Aan het eind van haar relaas een PS: “Wees niet geschokt over deze te kleurrijke brief, mijn printer werkt niet meer in het zwart.”

Jimmy geeft een lammetje de fles.
 Beeld Aurélie Geurts
Jimmy geeft een lammetje de fles.Beeld Aurélie Geurts

Twee jaar geleden ging ze met pensioen, kleinzonen Jimmy en Jeff namen de boerderij over. Om haar resterende schuld af te betalen werkt de zeventiger Palacios nu bij postbedrijf Chronopost. Ze is trots op de jongens, maar ze heeft ze op het hart gedrukt dat overname geen verplichting was. “Ik heb de jongens gezegd: doe het alleen als jullie dit echt willen. Het is zwaar.” Door het werk te verdelen en zich alleen te richten op de directe verkoop van vlees aan particulieren, zonder tussenkomst van anderen, houden ze het hoofd boven water. “Het is niet gemakkelijk, maar dat zullen ze niet zeggen”, verzekert Palacios. “Het woord misère mag ik van hen niet uitspreken, zij hebben ook hun trots.”

Wie met vragen zit over zelfdoding kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op www.zelfmoord1813.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234