Zaterdag 21/05/2022

Over sportieve strijd en politieke uitvluchten

Iran - VS 2-1 Lyon, 21 juni 1998

Wie op een wereldkampioenschap speelt, heeft rendez-vous met de geschiedenis van het voetbal. Overal ter wereld schatten pers en publiek de prestaties van de vedetten van Japan-Korea 2002 in en vergelijken ze hen met de helden van Italië 1990 of Engeland 1966. De huidige lichting Rode Duivels speelt niet alleen tegen Rusland, zij bokst ook op tegen de schaduw van Jan Ceulemans en Guy Thys. Vandaar dat De Morgen dat roemrijke WK-verleden weer in herinnering brengt. Iedere dag een eigenzinnige focus op de beste spelers, de hardste schoten, de vuilste overtredingen en de bitterste ontgoochelingen. Nieuw licht op voorbije glorie en verval, vijftig dagen lang. Walter Pauli Het bijzondere rijk van Koning Voetbal

Het was een van de merkwaardigste voetbalmatchen ooit, die zwoele zomeravond in het Stade de Gerland in Lyon. Perfecte grasmat, uitverkocht huis en... een politiemacht van tienduizend manschappen, met een rij sterk bewapende CSR'ers als speerpunt. Zelfs volgens de scherpe veiligheidsmaatregelen voor een WK een bizar staaltje van machtsontplooiing, zeker voor een wedstrijd uit de eerste ronde. Maar de VS speelde dan ook tegen aartsvijand Iran, en in de voorbeschouwingen halen de geopolitieke verhalen het van sportieve analyses.

Het werd dus een speciale avond.. Er wonen tienduizenden Iraanse évacuées in Frankrijk, en die trokken die avond met zijn allen naar Lyon. Bleek dat velen daar op de tribunes hun politieke boodschap wilden uitdragen. En omdat ook de Iraniërs ook in ballingschap in tientallen fracties versplinterd zitten, was het de hele wedstrijd lang een gejouw en gescandeer tegen elkaar op. Dat stopte pas telkens als de Iraanse voetballers over de middellijn kwamen, met snedige aanvallen van sterspeler Ali Daei. Als bij toverslag begonnen al die Iraanse sociaal-democraten, liberaal-democraten, royalisten, liberaal-royalisten en wat er nog zat dezelfde slogan te roepen. Hup Iran, of zo iets. Het ging in ieder geval om voetbal.

De politieke tegenstellingen staken dus op en gingen weer liggen in een ritme dat bepaald werd door koning voetbal. Telkens wanneer de magie van de bal begon, verstomde de rest. Niet alleen de intern-Iraanse spanningen waren die avond ondergeschikt aan de sport. Toen de Iraanse spelers naar buiten kwamen, hadden ze allemaal een forse bloemenruiker bij, voor hun rechtstreekse Amerikaanse opponent. De klassieke familiefoto vooraf stonden de beide teams samen, haast arm in arm, en ontroerend was dat wel, dat signaal van... ja, zeg maar: van sport, van voetbal, 'dat de beste mogen winnen'. Het was zo'n zeldzaam en daarom zo broos ogenblik, geen halve minuut lang, van broederlijkheid. Iran won trouwens, met 2-1, en de VS legde zich daar voor eenmaal bij neer.

In dat kleine ogenblik toonde de sport zich van zijn grootste zijde, zijn krachtigste: als bindteken, meer dan als bron voor naijver en domme frustraties. Dat wil niet zeggen dat politiek geen rol kan of mag spelen. Dat de Sovjet-Unie voor de WK-kwalificatie van 1974 weigerde om in Chili in hetzelfde stadion te spelen waarin Pinochet amper een paar maanden daarvoor zijn eerste lading politieke gevangenen had samengedreven, was terecht. (Dat de Fifa Chili niet dwong een ander stadion te kiezen, getuigde dan weer van onvergeeflijke blindheid.) Kroatië-Joegoslavië of Joegoslavië-Bosnië zal nog wel even een bittere bijklank hebben. Dat Israël voor het voetbal mag aansluiten bij Europa, en niet verplicht is zijn voorrondes af te werken in een groep met Syrië en Jordanië is in de gegeven omstandigheden wijs en verstandig. Daar gaat het dus niet om. Het gaat er niet om dat sport reële politieke omstandigheden moet miskennen of negeren. De antiapartheidsboycot destijds was goed. Maar zodra een toernooi plaatsvindt, eenmaal als de afspraken gemaakt zijn, moet het sportieve alle andere tegenstellingen kunnen overstijgen.

Dat gebeurt niet altijd. Neem dat opgefokte sfeertje dat iedere Nederland-Duitsland oproept. Dat zou, zo luidt een cliché, teruggaan tot de Tweede Wereldoorlog. Dat is een uitleg die geen steek houdt. Als dat zo zou zijn, dan zou Polen-Duitsland nog meer vonken moeten geven, of Rusland-Duitsland. Neen, het punt is dat de Nederlanders pas begonnen zijn met een manie tegen Duitsland te ontwikkelen na de verloren WK-finale van 1974. Op het ogenblik van die bewuste wedstrijd waren de Duitsers nochtans al zo vriendelijk geweest om die afschuwelijke Nederlandse charmeur Rudi Carrell artistiek asiel te geven, als restitutie voor het bombardement op Rotterdam volstond dat wel. Dat Oranje die dag een schok kreeg, had dus niets meer met oude wonden te maken, maar met nieuwe. Na één minuut in de finale voelde Oranje zich gewonnen, en vergat men dat de Duitsers het recht hadden om Gerd Müller en Sepp Maier op te stellen. Het opportunisme van die spits en de klasse van die doelman zorgden ervoor dat Oranje één doelpunt te veel incasseerde en geen tegentreffer meer lukte. Dat was inderdaad sneu.

Maar moet daarom iedere latere Nederland-Duitsland gezien worden als een 'revanche', een uitwissen van onrecht? De Nederlanders hebben hun gram trouwens allang gehaald. In 1978 spelen ze 2-2 gelijk, maar stoot Nederland door naar de finale en is Duitsland uitgeschakeld. In 1988 wordt Nederland Europees kampioen, in Duitsland nota bene, na Duitsland te hebben uitgeschakeld. Je zou denken: nu is het mooi geweest. Maar neen. In 1990 is er dan het WK, staan Duitsland en Nederland in de achtste finales tegenover elkaar, en begint de minzame Frank Rijkaard ineens in Völlers gelaat te spuwen, en gaat een opgefokt Nederlands team er uiteindelijk uit met 2-1-verlies. In 1992 (Europees kampioenschap) neemt Nederland zijn revanche zoals dat hoort. Sportief, In een wedstrijd van een niveau dat ze zelfs in 1988 niet haalden, leren de Nederlanders de Duitsers eens wat voetbal is. De 3-1-zege was niet eens overdreven. Nu is het weer aan Duitsland om terug te slaan, liefst op een groot toernooi.

Net zo met Nederland-België. Zit België daar nog steeds het Nederlandse regime van Willem I van voor 1830 te verwerken? Neen toch. Maar wat wel klopt, is dat de Rode Duivels, zeker in het begin van de jaren tachtig, niet zozeer tegen de erfenis van Willem I speelden, dan wel tegen de geest van Johan Cruijff. Nederland had zich voor het WK in 1974 kunnen kwalificeren en was België daarna in de kwartfinale van het EK 1976 en bij de kwalificatie voor het WK 1978 te sterk af geweest. Die dominantie had lang genoeg geduurd. Die eerste België-Nederland die de Rode Duivels wonnen, 1-0 na strafschop, in de herfst van 1980, was een kwestie van sportief eerherstel, van ambitie ook. België wilde erbij zijn op het WK 1982, wat trouwens netjes is gelukt.

Sport moet reële politieke omstandigheden niet miskennen of negeren, maar zodra een toernooi plaatsvindt, moet het sportieve alle andere tegenstellingen kunnen overstijgen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234