Zaterdag 22/01/2022

Piepklein kaboutertje

Goed dat er een uitroepteken achter de partijnaam ‘Groen!’ staat, dan weet de modale burger dat enig enthousiasme hoort bij het zelfbeeld van de Vlaamse groenen. Dat wringt nochtans al een paar jaar met de lauwe reactie van de groene boodschap bij het Vlaamse publiek. Waar is de partij gebleven waarvan in 1993 kopstukken Mieke Vogels en Jos Geysels nog droomden dat Agalev (zo heette Groen! toen) het centrum zou zijn van “politieke herbebossing” in Vlaanderen. Kan kandidaat-voorzitter Wouter Van Besien (37) de trend keren? Want bij de Vlaamse verkiezingen van 6 juni was het weer van dattum. Groen! deed het behoorlijk in de peilingen, en aanknoping bij het oude succes lag in het vooruitzicht. “Ik ga voor tien procent. Dat is ‘maar’ de helft van de score die Ecolo haalt in de peilingen, dus waarom niet?”, zei voorzitter Mieke Vogels in De Morgen. Tot de verkiezingsdag zelf: 6,8 procent. Een achteruitgang van 0,8 procentpunten. Anders - dramatischer - uitgedrukt: tien procent van het toch al niet zo uitgebreide kiezerskorps dat de groene partij in de steek liet.En dat in een land waar aan de andere kant van de taalgrens bij dezelfde verkiezingen de groene zusterpartij Ecolo 18,54 procent haalde in Wallonië, en 17,94 in Brussel. ‘Het gras zal altijd groener zijn aan de andere kant van de heuvels’, zongen Liesbeth List en Ramses Shaffey met hoge stemmetjes. En als het ware ter attentie van Groen! voegden ze eraan toe: “Al zien de anderen om ons heen niet verder dan dit ene dal.”Zo is dat. Groen! zit in een dal en raakt daar niet uit. Zelfs niet als de grote concurrenten van de Vlaamse socialisten ook historisch lage cijfers neerzetten. Zelfs niet toen het dossier van de Oosterweelverbinding al een actueel thema was geworden. Zelfs niet na jaren oppositie te kunnen voeren tegen een Vlaamse regering die niet bepaald bulkte van de enthousiasmerende projecten. Mieke Vogels had al voor de verkiezingen begrepen dat de tijd van haar generatie voorbij was. Ze had de fakkel in schoonheid willen overlaten aan haar gedroomde opvolger, de man die straks voor het voorzitterschap gaat, Wouter Van Besien. De fakkel werd een kaars.Hoop doet natuurlijk leven, maar dat is niet echt waar. Een van de best bewaarde bedrijfsgeheimen van de Wetstraat werd in de aanloop naar de verkiezingen aan de top van Groen! meegedeeld: hun eigen electorale potentie. Die blijkt van kaboutergrootte. “Wat de onderzoekers ons vertelden, kwam aan als een koude douche”, zegt een insider: “Een doorgedreven analyse van de beschikbare cijfers, leert dat onze ‘vaste kern’ - je mag het ‘ons sociaal minimum’ noemen - schommelt tussen de 2,5 en de 4 procent. Alles erbij is extra. Het eerste cijfer (2,5 procent) is de groep die onvoorwaardelijk, in alle omstandigheden, voor Groen! zal stemmen. Het tweede cijfer (4 procent) is de extra die er is door specifieke omstandigheden. En alles daarboven moeten wij verdienen en halen. Keer op keer op keer. Dus terwijl wij grote plannen maakten voor tien procent, beseften we niet half dat het al een geweldige inspanning zou vergen om de 7,6 procent van 2004 over te doen. Door de euforie van de goede peilingen, leunden we bovendien nog een beetje achterover in de zetel. Het was een heerlijk overwinnaarsgevoel - voor de verkiezingen zelf. Terwijl de socialisten een tandje bijstaken, staken wij al de armen omhoog in het overwinnaarsgebaar. Zij verzamelden begin juni in de Antwerpse Zoo een paar duizend mensen. Wij hadden er amper een honderd. Maar wij relativeerden dat. Een flinke fout.”

Het Grote Trauma

Wouter Van Besien wordt dus hoe dan ook een voorzitter met een touw om zijn nek. Het touw van de kiesdrempel. Een onding dat Agalev in de overmoedige paarse jaren méé stemde. Het enige echte slachtoffer van die kiesdrempel waren overigens de groenen zelf, toen ze in 2003 de vijf procent niet eens haalden. Dat leidde tot het Grote Trauma van 2003. “Praat met de parlementsleden en de sterkhouders van toen, en nog altijd worden de oorzaken van dat verlies vooral extern gezocht”, zegt een van de tenoren van de partij. “Over Jos Geysels is voor sommigen nog altijd geen volwassen politieke evaluatie mogelijk. Alles van zijn beleid blijft sacrosanct. Terwijl er misschien lessen te trekken zijn uit de eigen fouten. Niet alleen voor de geschiedenis, maar ook voor vandaag.”Noemen we het de traumatologie - de ideologie van getraumatiseerd Groen!. Volgens die traumatologie zijn er twee boosdoeners waarom Groen! het slecht deed en au fond nog altijd klein blijft. De eerste zijn de Vlaamse socialisten. De tweede de media, de buitenwereld, het publiek, de kiezer, la Flandre profonde. Iedereen. Behalve de groenen.Beginnen we met de verderfelijksten ter linkerzijde, zeker in een aantal groene ogen: de Vlaamse socialisten. Zeker sinds oud-sp.a-voorzitter met zijn vriendelijkste glimlach op het gelaat probeerde om met de Vlaamse groenen in een groot progressief kartel te gaan, een aantal groene kopstukken hem volgden maar de partij de boot afhield en men op een besloten partijcongres manu militari Limburg verbood om op die roep in te gaan, zijn er diepe wonden geslagen, met littekens tot vandaag. De generatie van Jef Tavernier, Vera Dua, Joos Wauters: ze vergeven de socialisten tot het einde van hun dagen niet wat zij de moordpoging op groen zien. En en passant wijten ze ook de oorzaak van die misère - de zware nederlaag van 2003 - aan de sp.a.

Terwijl de waarheid ergens in het midden ligt. Het klopt dat de sp.a tussen 1999 en 2003 er véél energie in stak om de groene coalitiepartner het leven zuurder te maken dan moerasgrond. De groene kabinetsmedewerker Alex Polfliet schreef daarover een bitter maar bijwijlen ook leerzaam boek, Groentjes in de Wetstraat, een vorm van ‘het harde leven zoals het is in een coalitie’. Die pijnlijke ervaringen inspireerden hem op het bovenvermelde ‘traumatologiecongres’ tot de historische oneliner tegen Stevaert en de sp.a: dat hij niets moest hebben van dat “Schijnheilig Paterken van Hasselt”. Het was een oneliner die tegelijk de groene partij brak (minister Ludo Sannen had “plaatsvervangende schaamte”, brak met Groen! en trok als onafhankelijke naar de sp.a), maar ook haar vernieuwde zelfvertrouwen symboliseerde, haar assertiviteit vooral, zelfs enige frisheid. Dat leidde geen vol jaar later tot de slogan ‘Groen! is nodig’, een behoorlijk resultaat van 7,6 procent bij de Vlaamse verkiezingen, en vooral: een blijvende aanwezigheid in het parlement.Dat is één kant van het verhaal tussen groenen en socialisten. Een andere kant werd beschreven door Luc Barbé, kabinetschef bij Olivier Deleuze, schreef in Kernenergie in de Wetstraat. Dissectie van de deals: “Als wij successen behaalden in energiedossiers, was dat altijd in alliantie met anderen. Meestal was het de politieke tandem Deleuze-Vande Lanotte-Stevaert.” Tussen die twee uiteinden - het wantrouwen, het jennen en de valsheid tussen coalitiepartners (de ervaring van Polfliet) en groenen en roden die toch zaken konden realiseren, als ze maar samenwerkten (de les van Barbé) - bewoog zich het hele spectrum van groene politici. Her en der leverden groene politici verdienstelijk, zelfs knap werk - maar dat is inmiddels allemaal vergeten. Wie herinnert zich de degelijkheid van Leen Laenens in de Lumumbacommissie nog? De voortreffelijke tussenkomsten van Vlaams parlementslid Ann De Martelaer over sociale huisvesting? Helaas blijft de herinnering aan het geringe soortelijk gewicht van een aantal groene ministers langer hangen. Het Dagboek van een groene minister van Adelheid Byttebier zou verplichte lectuur moeten zijn in de faculteiten politicologie. Hoe leerzaam bijvoorbeeld het relaas van la Adelheid na haar eerste begrotingsconclaaf: “Ik ben tevreden over mezelf. Als ik ga liggen, voel ik het overal tintelen in mijn lijf, nog altijd geconcentreerd tot in de diepste vezels. De onderhandelingen waren echt een kolfje naar mijn hand. Op de belangrijkste momenten de juiste inschatting gemaakt, af en toe wordt er geroepen, de zitting geschorst. Soms moet je hoog inzetten. Per sms contact houden met de back office. Zo werk ik graag.” Hoe geringer de politieke impact, hoe intenser de zelfbevrediging. Het uitgesproken ecologische antisocialisme blijft echter een van de meest wezenlijke kenmerken van Groen!. Het is een strekking die voor 2003 oneindig minder dominant was, doch natuurlijk permanent aanwezig. Groenen zijn nu eenmaal geen socialisten en vice versa, maar omdat ze zich beiden richten tot een progressief publiek zijn ze van nature zowel bondgenoot als tegenstander. In Antwerpen zijn zowel de groenen van de stedelijke oppositie als de socialisten van de meerderheid op ‘t Schoon Verdiep inmiddels om ter felst tégen de BAM-plannen. Waarbij het grappige is dat ze beiden ooit hun bocht namen. In den beginne accepteerde ook Mieke Vogels de BAM-oplossing. Maar zij draaide bij en om, in een tijd dat Patrick Janssens nog stug volhield van ‘walk and don’t look back’. En vandaag kijken beiden liever vooruit dan achterom. In Brussel liet het groene kopstuk Bruno De Lille zich meeslepen in het slimme ‘anti-s.pascal Smet’-manoeuvre van Open Vld-kopstuk Guy Vanhengel.Maar hier en daar zijn er die lak hebben aan die oude tegenstellingen. Bijvoorbeeld, jawel, Wouter Van Besien. Die noemde destijds al het afspringen van een nationaal kartel met socialisten “de grootste stommiteit die de partij ooit heeft gemaakt”. Misschien is dat straks de vervelendste uitspraak die hij ooit in de mond nam, misschien ook niet. Want in Borgerhout, dus dat stuk Antwerpen waar de opmars van het Vlaams Blok ooit begon, smeedt hij met ‘Open’ een progressief kartel van groenen, sp.a’ers en spiritisten. Die halen samen 43 procent, een succesverhaal dat geen enkele groene ooit klaar kreeg. Tenzij de groene schepen Toon Hermans in Hasselt, ook in kartel met de socialisten. Natuurlijk is een lokaal kartel nog iets anders dan een nationale eenheidslijst, maar het bewijst dat Van Besien het oertrauma van zijn partij voorbij is. Een groene éminence grise: “Mij verheugt vooral dat Van Besien niet wordt aangesproken op zijn kartel. Hij heeft tegenstanders, maar om andere redenen.” Onder die schaduw van Mieke Vogels is Van Besien alvast uit.

Vervolgens de media, en dat voor groenen zo barre Vlaanderen. Wij tegen de rest van de wereld. Onze mooie boodschap die niet werd begrepen. “Dat beeld leeft intern eigenlijk nog altijd”, zegt een medewerker. “Als Groen! het niet zo goed deed als verwacht bij de verkiezingen, komt dat niet door onze boodschap. Onze boodschap is per definitie goed. Dat komt ook niet door onze mensen. Die zijn immers bewust groen, en dus per definitie goed. Dan komt dat doordat de gemiddelde Vlaming en vooral de doorsnee journalist niet oppikken wat goed en juist en rechtvaardig is, namelijk de groene boodschap, uitgedragen door de groene partij. En omdat Groen! geen grote partij meer is, is de aanstroom van nieuwe mensen ook eerder gering. Zijn het vooral redelijk overtuigde groene geesten die erbij komen. En zo versterkt dat clubeffect zichzelf. Groenen trekken andere groenen aan, en in plaats dat de fouten uit het verleden gecorrigeerd worden, bestaat er een tendens om ze te cultiveren. Ook - en dat is het meest beangstigende - bij een deel van de jonge generatie.”Bestaat dat, een groen sektegevoel? Een wat aparte mentaliteit, veel uitgesprokener dan bij andere partijen. Met de naamsverandering - Agalev stond voor Anders Gaan Leven en Vrijen, Groen! gewoon rechttoe rechtaan voor de groene partij - leken de Vlaamse groenen eindelijk een bocht te hebben gemaakt waar elke professionele organisatie eigenlijk al lang aan toe is. Onverdachte groenen als Jos Geysels en Mieke Vogels schreven al in het bovenvermelde boekje uit 1993 dat Agalev moet afstappen van “de navelstaarderij die tot intern immobilisme leidt”, van “de bekrompenheid van een misbegrepen basisdemocratie”.Die zin, inmiddels zestien jaar geleden geschreven, vat nog altijd de cruciale ‘scheiding der geesten’ bij de Vlaamse groenen samen. Het legt ook uit waarom tot donderdagavond laat zo lang gezocht werd naar een tegenkandidaat voor Wouter Van Besien. Dat zou eerst Wouter De Vriendt zijn. Daarna Meryem Almaci. Vervolgens kwam zelfs Tinne Van der Straeten in beeld. Als het maar een federaal parlementslid was. “Jos Geysels heeft de federale parlementsleden op een etentje de kop zot gemaakt”, zegt een ex-parlementslid. “Waarom zou de nieuwe voorzitter begot een kamerlid of senator moeten zijn? Omdat dat goed uitkomt voor de federale verkiezingen van 2011? En dan de man of vrouw maar inwisselen voor een Vlaams parlementslid, met het oog op de Vlaamse verkiezingen van 2013? Onzin. En een dekmantel voor een ander debat: dat over de koers van de partij.”Waarover gaat het? In de structuren van de Vlaamse groenen bestaat er een discussiecultuur die haar gelijke niet kent in het westerse halfrond. “Ik krijg soms een punthoofd van interne discussies. Zijn de broodjes wel biologisch? Zijn ze juist biologisch? Kan dat wel dat er op een groene kaderdag usb-sticks worden uitgedeeld? Usb-sticks die bovendien in plastic verpakking zitten? Uren en uren gaan verloren aan dergelijke trivia. En de echt belangrijke politieke opties moeten dan soms in een paar minuten afgeraffeld worden. Omdat er geen tijd meer is, en omdat iedereen uitgeput in de stoel hangt van een non-debat over een non-item. Het ergste van al is dat die groene variant van het zwarte gat iedereen meezuigt. Clevere politici als Wouter De Vriendt of Stefaan Van Hecke willen zich dan ineens ook bewijzen in zo’n flutdebat. Nergens wordt zoveel politieke energie verspild als in deze anders zo spaarzame partij.”Een aantal politici - zeg maar: ‘de professionelen’ - krijgt daar horens van. Europarlementslid en ex-VU’er Bart Staes bijvoorbeeld. Of een Jos Geysels. Of her en der een parlementslid. De insider: “Vaak gaat het om mensen die een heel instrumentele relatie met het groene ideeëngoed hebben. Zij zien de partij als een middel om aan politiek te doen. Politiek als een vak waarvoor ze best getalenteerd zijn. En zij staan tegenover die brede basis van mensen die absoluut geen kaas hebben gegeten van politiek, die het politieke bedrijf voortdurend verwisselen en verwarren met het etaleren van groene principes. Om het met een boutade te zeggen: negentig procent van Groen! is alleen bekommerd om het ideeëngoed en zou daarvoor de partij kapot maken. De andere tien procent is alleen bekommerd om de partij en zou daarvoor het ideeëngoed opofferen.”

De professionelen versus de basis. Het vertaalde zich een hele tijd in een aangekondigd duel tussen kamerlid Wouter De Vriendt en ondervoorzitter Wouter Van Besien. Twee Woutertjes, gezien de werkelijke omvang van hun partij, twee kaboutertjes. De Vriendt, de professional, in gedachten al de Vlaamse variant van de wonderboy van Ecolo, Jean-Michel Javeaux. De bebaarde Van Besien als de man van de basis.Correctie. Niet als man, maar als de baas van de basis. “Hij bedient zich van de basis”, zegt een man die niet zo hoog wegloopt met Van Besien. “Na de verkiezingen stelde het pr-bureau Germaine, waar Groen! toen mee samenwerkte, een plan voor om snel en gericht over te gaan tot politieke actie. Waarom geen man als Luckas Vander Taelen, een goed debater en een clever politicus, als gezicht van een soort groen ‘schaduwkabinet’ de vuurlinie insturen? ‘Komt niets van in huis’, zei Wouter Van Besien. ‘Eerst moeten we kamerbreed beraad voeren.’ Hij legt terug naar de basis om, verscholen in het bos, zijn ding te doen. Toen al had hij ambitie om zelf voorzitter te worden.”Hoe dan ook, welke stille ambitie Wouter Van Besien koesterde en hoe zeer Jos Geysels pushte en duwde, Wouter De Vriendt haakte in de laatste rechte lijn af en verantwoordt dat forfait “om privéredenen”. Een kies argument dat elk publiek debat toedekt: privé is privé. Zo durft niemand luidop te zeggen wat nu wel vaststaat: dat die vlotte Wouter zichzelf ontmaskerde als labbekak, en dat het uiteindelijk goed is dat hij nu al door de knieën ging - in het andere geval was de kans groot op vaandelvlucht van de voorzitter bij de eerste zware Wetstraat- of partijcrisis. Het forfait wekt bitterheid bij collega-parlementsleden (“weken, maanden loopt hij mensen warm te maken en ideeën te spuien”), legt de tweespalt bij Groen! open en bloot - ze bléven maar zoeken naar iemand om Van Besien nog een beetje uit te dagen, en verlegt de aandacht van het wezenlijke probleem van Groen!.Dat de omvang bijzonder gering is en blijft. Dat de boodschap zo moeilijk aanslaat. Dat dit zelfs de schuld niet is van Groen!. De tijdgeest is immers niet wat die ooit was. In de jaren tachtig stemden hele cohorten aan de Vlaamse universiteiten, en zeker aan faculteiten als Letteren, Pol. & Soc., Psychologie & Pedagogie, in grote meerderheid voor Groen!. In het harde debat vandaag zijn zachte waarden uit. Krijgt Groen! van politieke commentatoren de raad mee om ermee op te houden: ze zouden irrelevant geworden zijn. Dat is de grauwe realiteit voor groenen in een land dat Dedecker en De Wever als politieke vedetten en publieke chous koestert. Waar de boodschap best grof, hard, cynisch mag klinken, zo lang het verhaal maar welgebekt gebracht wordt. In zo’n land is het moeilijk werken voor een politieke formatie die niet spreekt van een congres, maar ‘een Partijbreed Beraad’. Partijbreed, maar eigenlijk piepklein.Volgende week: sp.a

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234