Donderdag 06/10/2022

Piet Van Eeckhaut, assisenadvocaat

'Deze zaak had nooit voor een rechtbank beslecht mogen worden'

"Ik heb een paar bedenkingen bij dit geval", begint meester Van Eeckhaut. "Ten eerste heeft het Openbaar Ministerie een sportieve houding aangenomen. Ik sta achter het uitzonderlijk pleidooi. Dat neemt niet weg, en dit is mijn tweede opmerking, dat ik artikel 71 hier niet echt toepasbaar vind. Onweerstaanbare dwang wordt meestal gepleit voor passionele moorden, hier was er veeleer sprake van uitlokking."

Maar wat de strafpleiter vooral stoort, is dat deze zaak voor een strafhof werd beslecht. "Dat had nooit mogen gebeuren. Helaas ontbreken er creatieve rechtsmiddelen om het anders te doen, maar ik ben van mening dat voor een dergelijk geval bijvoorbeeld op het niveau van de raadkamer een aangepaste oplossing moest worden bedacht. Zodat die jongens verder konden met hun leven, en niet nog eens voor een jury moesten verschijnen."

Frank Verbruggen, professor strafrecht KU Leuven

'Lage maar symbolische straf ware beter geweest'

"De demarche van het Openbaar Ministerie heeft iedereen met verstomming geslagen", bevestigt Frank Verbruggen. "Toch is het een beetje typisch voor een assisenproces, voor een beroepsrechtbank zou dit hoogstwaarschijnlijk niet gebeurd zijn. Ik maak me sterk dat een correctionele rechter de beklaagden naar huis zou hebben gestuurd met een straf, om aan te geven dat ze fout waren. Bij een assisenjury is het alles of niets. Voor hen is elke zaak hun enige zaak, en bovendien laaien de emoties al eens hoog op.

"Wat de dubbele vrijspraak betreft, heb ik de indruk dat men artikel 71 wel erg ver heeft opengetrokken, om te compenseren dat het gerecht vroeger geen aandacht had voor Bouchats klacht. Op zich is daar niets mis mee, maar volgens mij was een lage, symbolische straf geschikter geweest. Men heeft het hier wel heel persoonlijk en psychologisch gespeeld."

Steven Vandromme, wetenschappelijk medewerker UA

'Dit is een feitenkwestie, de jury heeft haar plicht gedaan'

"De assisenjury heeft onweerstaanbare dwang aangenomen basis van de feiten. De uitspraak is dus correct", zegt de Antwerpse jurist Steven Vandromme. "Ook Jef Vermassen heeft regelmatig artikel 71 gepleit, waarop zijn cliënt werd vrijgesproken. Dat is een kwestie van feiten.

"De vraag is natuurlijk hoe je artikel 71 invult. Normaal gezien moet het heel strikt geïnterpreteerd worden. Pas wanneer je in zodanig dwangmatige toestand verzeilt dat je wil volledig wordt uitgeschakeld en je bijgevolg haast niet anders kan dan het misdrijf plegen, is er sprake van onweerstaanbare dwang. Ik ben akkoord dat men het hier ruim heeft geïnterpreteerd, maar dat is nu eenmaal de taak en de beslissing van de jury. Je kunt daar weinig commentaar op hebben: de jury heeft immers geen motivatieplicht. Daarom denk ik ook dat dit precedent niet de toon zet voor andere ophefmakende vrijspraken."

Eric Schoentjes, kinderpsychiater UZ Gent

'Veel slachtoffers van seksueel misbruik willen erkenning, niet per se wraak'

Dokter Eric Schoentjes van het Gentse Universitaire Centrum voor infant-, kinder- en adolescentenpsychiatrie heeft jaren ervaring met slachtoffers van seksueel misbruik. Het is niet ongewoon, aldus de prof, dat slachtoffers later "in het reine" proberen te komen met de dader. "Bijna alle slachtoffers van incest of pedofilie zijn op zoek naar een vorm van erkenning dat ze slachtoffer zijn geweest. Zij hechten daar veel belang aan. Het laat hen toe om niet in dat slachtofferschap te blijven hangen.

"Nu, die erkenning komt zelden van de dader, maar meestal van de familie of het gerecht. Als de dader zelf aangeeft dat hij fout is geweest en eventueel zijn excuses aanbiedt, komt dat eens zo krachtig over. Maar daders krijgen hun misdrijf moeilijk over de lippen, en de meeste slachtoffers durven niet zelf naar hun agressor te stappen om erkenning te eisen."

Daarom hoeft een slachtoffer toch geen geweld te gebruiken? "Ook wraakgevoelens steken soms de kop op. 'Jij hebt mij pijn gedaan, nu is het jouw beurt om te lijden', redeneren slachtoffers. Ze willen hun dader laten voelen hoe hard ze gekwetst zijn. Bij de meesten speelt dat proces zich af in het hoofd, slechts een minderheid voert het in de praktijk uit, afhankelijk van hun agressie en de persoon van de dader. Niet zelden is de dader van seksueel misbruik namelijk een verwant van het slachtoffer."

Walter Van Steenbrugge, strafpleiter

'Openbaar Ministerie zou altijd zo goed zijn werk moeten doen'

"Dat een openbare aanklager de vrijspraak pleit op basis van onweerstaanbare dwang, is inderdaad hoogst exceptioneel", zegt de Gentse advocaat Walter Van Steenbrugge. "Dat maakt deze zaak zo ophefmakend. We zijn het immers gewoon dat het Openbaar Ministerie, dat de burgerlijke partij vertegenwoordigt, een straf vordert tegen de beklaagde. Zo is het altijd in de realiteit.

"Toch moet de aanklager in theorie alle elementen afwegen, zowel à charge als à decharge. Dat zou de normale gang van zaken moeten zijn, en zo is het hier ook gebeurd. Het is de obligate plicht van een procureur om de vrijspraak tengevolge van artikel 71 van het strafwetboek te vorderen, als daar voldoende elementen voor aanwezig zijn. Nogmaals: dat gebeurt slechts uitzonderlijk, maar de uitzondering zou eigenlijk de regel moeten zijn. Over de inhoud van de zaak doe ik geen uitspraken, dat is mijn taak niet."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234