Zondag 14/08/2022

Plastic nostalgic

In het Gemeentemuseum van Den Haag loopt een tentoonstelling over Tupperware. En Nederland loopt intussen storm. Want Tupperware blijft tot de verbeelding spreken. Zeker in tijden van crisis is het prettig schuilen onder een dakje van ‘plastic nostalgic’. Neem nu de zes zelfvulfrisco’s van Tupperware, daar wordt een mens meteen vrolijk van. Idem voor de 99 andere memorabilia uit de jaren ’50. Allemaal pastelkleurig goed voor je humeur. Wax dus naar Den Haag. door An Olaerts

Gemeentemuseum Den Haag toont hoe Tupperware vrouwen leerde netwerken

Eerste vaststelling: ‘I've got the Tupper feeling up in my head, up in my head, up in my head’. Er bestaat zoiets als de Tupperette Song, die heel Amerika kan meezingen. Het liedje dartelt door de exporuimte van het museum. Het is twee keer niks, pure marketing ook nog, maar je wordt er wel goedgezind van.

Er is iets met Tupperware. Dat had de directeur in Den Haag goed begrepen toen hij de Tupperware-collectie van Monique Hageman wilden lenen. Zij verzamelt al jaren origineel Amerikaanse modellen uit de jaren ’40, ’50 en ’60. Tegelijk met brochures, advertenties en uitnodigingen voor de party. Het brengt ons meteen bij de tweede vaststelling: Brownie Wise. Want iedereen heeft het altijd maar over Earl Tupper als de revolutionair van het moderne huishouden. Maar ook Brownie Wise, née Brownie Humphrey, heeft een aardige vinger in de geschiedenispap. Zij was namelijk de bedenker van de home party.

Eerst verkocht ze huishoudgerief deur-aan-deur. Maar op de duur zat ze met een netwerk van vriendinnen en buurvrouwen waarlangs ze haar keukenspullen verdeelde. Ze noemde haar bedrijfje Patio Parties. Uiteindelijk stelde ze haar verkoopskunde exclusief ten dienste van Earl Tupper en zijn potjes. Het werd een formidabel succes, zo groot dat Brownie Wise op 17 april 1954 de eerste vrouw was die op de cover van BusinessWeek stond. Helaas bleef het niet boteren tussen Tupper en Wise. De ene noemde het meningverschillen over management, de andere had het over samenzweringen. Uiteindelijk zette de raad van bestuur Wise buiten en kreeg Tupperware Home Parties Incorporate een nieuwe vicepresident.

In die tijd - we schrijven begin jaren ’50 - was Tupperware allesbehalve een vanzelfsprekend verhaal. Voor de vrijgevochten vrouw niet, en voor de potjes evenmin. Laten we beginnen bij de potjes. Earl Tupper had eigenlijk niets met plastic. Hij had iets met de natuur. Earl Tupper was een boomchirurg. Tupper Tree Doctors heette de zaak. Alleen gingen de zaken niet zo goed. De wereld zat met een economische depressie en dus ging ook Earl Tupper failliet. In de plaats nam hij een baantje aan bij DuPont, afdeling plastic. Daar leerde hij de stiel op korte tijd, want een jaar later richtte hij zijn eigen Earl S. Tupper Company op. Hij begon te prutsen met afval uit de olieraffinage, met name zwarte blokken polyethyleen. Evenwel niet om de huisvrouw een plezier te doen. Plastic in het huishouden was niet populair. Sterker nog, plastic was in het gemiddelde huishouden ongezien. Bovendien waren de grondstoffen niet zo makkelijk te krijgen. Earl Tupper maakte zijn uitvinding dan ook niet onmiddellijk te gelde in het Amerikaanse huisgezin. Hij had een paar behoorlijke contracten bij het Amerikaanse leger. Onderdelen voor gasmaskers en lampen voor de zeemacht waren de specialiteiten. Daarenboven liggen in het Haags Gemeentemuseum vreemd genoeg ook Tupperwaredoosjes voor sigaretten. Ideaal voor soldaten.

Het beroemde potje met het nog veel beroemdere dekseltje kwam er pas na de oorlog. De idee voor de Tupper Seal haalde de uitvinder bij een verfblik. Logisch dat de Amerikaanse huisvrouw niet onmiddellijk gebrand was om plastic in haar keuken binnen te halen. Je zou wel gek zijn om je eten in plastic te bewaren. Giftig! Stinkend! Onbetrouwbaar! Maar het polyethyleen van Tupper was geurloos, flexibel en had mooie kleuren. Plus er waren de home parties van Brownie Wise. Aldus ging de huisvrouw overstag en kwamen de voorspellingen van de kleine Earl Tupper uit. Hij werd rijk.

Terug naar Tupperware en de vrouw. In de jaren ’50, op het eerste hoogtepunt van de Tupperware home party was de vrouw nog braaf en bedeesd. Zij deed haar werk thuis. Haar man bracht de centen binnen. Brownie Wise, ja, dat was andere koek. Die was gescheiden, deed de straat met potten en pannen en was een uitzondering. Het leven van de picobello vrouw zag er anders uit. Hoe, dat zie je in de advertenties van Tupperware. De vrouw lacht tevreden. Man en kinderen eten. De keuken is een toonbeeld van efficiëntie. Of iets rebelser. De vrouw lacht. Ze hangt aan de telefoon met een vriendin. Haar kinderen spelen braaf met de keukenrobot. Vertier, dat vond de vrouw veilig thuis. Niet toevallig is een van de eerste items uit de cataloog een partyschaal met vakjes. Vrouwen opereerden niet buitenshuis en al helemaal niet in hun eentje. Laat staan dat ze er geld uit sloegen. De home party bracht daar op slinkse wijze verandering in. Met feminisme had het evenwel niks te maken. Het was een kleine bevrijding, compleet keurig van aard. Niemand vond een home party rebels. De home party was een moderne variant op de huiselijkheid. Met vriendinnen, wie kon daar nu bang voor zijn. Ook de geschenkjes waren navenant: een naaisetje, een patroon voor een schort of een recept voor family dinner rolls.

De advertenties met ’There’s the new car Mary bought by selling Tupperware’ komen pas later. Overigens staat Mary-met-de-nieuwe-auto aandoenlijk te zwaaien op de achtergrond. Mary is voortaan vrij en mobiel, maar een ontvoogdingsstrijd met bommen en spandoeken is daar niet aan te pas gekomen. Alleen een home party van Tupperware. Als dat geen mooie droom is. Een mens wordt er goedgezind van, ook al is het eventueel een halve leugen. En al te sceptische zielen kunnen zich in het Gemeentemuseum van Den Haag altijd nog laten troosten door zes zelfvulfrisco’s, een taartdoos of een sandwichprikker. Want in de herinnering aan je kindertijd is het altijd prettig toeven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234