Dinsdag 04/10/2022

ReportageOorlog in Oekraïne

Poolse onderzoekers leggen de oorlogsverhalen van hun Oekraïense buren vast: ‘Ze zijn allemaal belangrijk’

 Leven in tijden van oorlog: een gemeentearbeider snoeit struiken, terwijl er vlakbij net een huis getroffen is door een granaat, in Bakhmut, Oost-Oekraïne. 
 Beeld AFP
Leven in tijden van oorlog: een gemeentearbeider snoeit struiken, terwijl er vlakbij net een huis getroffen is door een granaat, in Bakhmut, Oost-Oekraïne.Beeld AFP

In Polen verzamelt een historisch onderzoeksinstituut voor oorlogsmisdaden getuigenissen uit buurland Oekraïne. De verhalen klinken bekend in het land dat in de vorige eeuw leed onder het nazisme en het communisme. ‘De geschiedenis herhaalt zich.’

Arnout le Clercq

Ljoebov Prokopovytsj (60) drukt haar pen haast door het papier als ze opschrijft wat ze heeft meegemaakt. Geconcentreerd, haar leesbril iets naar beneden gezakt, schrijft ze een uur lang over de gebeurtenissen in haar thuisstad Marioepol. En over wat haar verder is overkomen tot het moment dat ze hier zit, aan een tafeltje in het grootste vluchtelingencentrum van Europa, iets ten zuidwesten van de Poolse hoofdstad Warschau. Soms neemt ze een korte pauze en houdt de hand van haar 80-jarige moeder vast.

Op tafel ligt een formulier met 46 vragen, opgesteld door het Pilecki-instituut in Warschau. Het onderzoeksinstituut richt zich normaal gesproken op het verzamelen en archiveren van Poolse ooggetuigenverslagen van de totalitaire regimes die het land in de 20ste eeuw bezetten; het nazisme en het communisme. In maart richtten de medewerkers een speciaal centrum op, vernoemd naar Raphael Lemkin (zie kader onderaan), om getuigenissen uit Oekraïne te verzamelen. “De geschiedenis herhaalt zich”, zegt persvoorlichter Barbara Konarska somber.

De verzamelde verhalen moeten de geschiedenis van de Russische invasie vastleggen terwijl die nog plaatsvindt. Ook wil het instituut de aandacht voor de oorlog vasthouden door ruchtbaarheid te geven aan de verslagen uit het oorlogsgebied. Er is ook samenwerking met het Openbaar Ministerie (OM) in Polen, dat bewijs voor oorlogsmisdaden verzamelt. Deze inspanningen maken deel uit van de internationale steun die het OM in Kiev krijgt bij zijn eigen onderzoek naar oorlogsmisdaden op Oekraïense bodem. Het Pilecki-instituut nam sinds dit voorjaar honderden getuigenissen af, op meerdere plekken in Polen.

Binnen een klein uur komt al een dozijn mensen af op de tafeltjes met onderzoekers en vrijwilligers, tussen de douches en de receptie van het vluchtelingencentrum. Later moeten er stoelen worden bijgezet. Een paar meter verderop beginnen de lange rijen ligbedden van oorlogsvluchtelingen. Hier bevinden zich zo’n vierduizend mensen. De getuigen schrijven, of ze spreken, waarbij vrijwilligers hun verhalen neerpennen en doorvragen. “Ieder verhaal is belangrijk”, zegt instituutsmedewerker Andrzej Zawistowski, die vluchtelingen begeleidt bij het getuigen. “Elke grote geschiedenis bestaat uit kleine verhalen.”

Eerder werkte hij bij het Museum van de Opstand van Warschau, gewijd aan de opstand in 1944 waarbij de nazi’s de stad vernietigden en circa tweehonderdduizend Poolse burgers doodden. “Ik sprak getuigen zestig jaar na de gebeurtenissen. Nu spreek je ze na drie maanden. We hebben een unieke kans dit nu vast te leggen.” Dit gebeurt geheel vrijwillig, benadrukt Zawistowski, ze oefenen geen druk uit op getuigen. “Je moet beseffen dat je mensen vraagt een traumatische ervaring opnieuw te beleven.” Daarbij past voorzichtigheid en empathie.

In het vluchtelingencentrum nabij Warschau schrijft Ljoebov Prokopovytsj (60) op wat haar en haar moeder (links) de afgelopen maanden is overkomen. Beeld Piotr Malecki
In het vluchtelingencentrum nabij Warschau schrijft Ljoebov Prokopovytsj (60) op wat haar en haar moeder (links) de afgelopen maanden is overkomen.Beeld Piotr Malecki

Schuilkelder

Ljoebov Prokopovytsj brandt van verlangen om haar verhaal te delen, ook nadat ze dit al aan het papier heeft toevertrouwd. Ze noemt haar adres in Marioepol, vlak bij de Azovstal-fabriek, een van de meest zwaarbevochten delen van de stad. Van haar straat is niets meer over. Prokopovytsj, een kleine vrouw met een vrolijke bloemenbroek, toont foto’s van haar woning: een asgrauw blok in het zwartgeblakerde geraamte van wat ooit een gebouw was.

Toen de beschietingen eind februari begonnen, vluchtte ze met haar moeder (80) en zoon (33) naar de kelder van een nabijgelegen school, propvol schuilende mensen. “Twintig dagen zaten we in de kelder. Er was nauwelijks water of voedsel. We aten hondenvoer uit blik: drie mensen deelden één blikje.” Buiten bleef de artillerie inslaan. “Die kelder zou ons graf worden, dat wist ik zeker.

Prokopovytsj en haar familie verlieten de kelder, waarna ze in handen vielen van het Russische leger. Ze werden via een filtratiekamp gedeporteerd naar Rusland, vertelt ze, elk detail nog scherp op haar netvlies: het tijdstip waarop ze de kelder verlieten (17.45 uur), de uniformen en het uiterlijk van de soldaten, de route naar het oosten (via Taganrog naar een gehucht in Penza Oblast), het aantal treinwagons (elf), het aantal uren dat haar zoon doorbracht in ondervraging bij de grens (vijf). “Hij heeft me daar nog steeds niet alles over verteld.” In Rusland wilden de autoriteiten dat Prokopovytsj haar Oekraïense paspoort zou inleveren. ‘‘Waarom zou je terug willen?’, vroegen ze me.’

Bewijsmateriaal

“In totalitaire staten zijn daders doorgaans anoniem”, zegt projectleider Jakub Kiersikowski, eenmaal terug in het instituut. “Maar deze getuigenissen zijn dat niet: ze hebben een naam, een plaats, een beschrijving van wat er is gebeurd. Daders kunnen zich zo minder goed verschuilen.” De getuigenissen worden zowel fysiek als digitaal op een veilige plek bewaard: Russische cyberaanvallen op het instituut komen regelmatig voor. Geschreven getuigenissen, zoals die van Prokopovytsj, worden gedigitaliseerd en vertaald.

Sommige verslagen gaan direct naar het Poolse Openbaar Ministerie, dat als onderdeel van een speciaal Joint Investigation Team (JIT) oorlogsmisdaden in Oekraïne onderzoekt. Het JIT werd begin maart opgericht door Oekraïne, Litouwen en Polen. In april sloot het Internationaal Strafhof (ICC) zich aan, nog een maand later de landen Letland, Estland en Slowakije. Ieder van deze instanties voert haar eigen onderzoeken uit en verzamelt bewijsmateriaal. Wanneer landen te veel op eigen houtje werken, ontstaat volgens deskundigen ‘over-documentatie’. Als getuigen meer dan eens gehoord worden, kan dit onnodig traumatiserend zijn. En ook nog eens inefficiënt.

Om dit te voorkomen is er intensief overleg tussen de landen in kwestie en hebben de officieren van justitie toegang tot het bewijsmateriaal en de informatie van hun collega’s over de grens, zegt Ton van Lierop, woordvoerder van Eurojust, het Europees agentschap voor juridische samenwerking. Landelijke aanklagers bepalen zelf wie ze verhoren, Eurojust ondersteunt de uitwisseling van gegevens om dubbel werk te voorkomen. Als een Oekraïense getuige bijvoorbeeld in Polen is gehoord en daarna besluit door te reizen naar Vilnius, kan het Litouwse OM nagaan of deze persoon eerder heeft getuigd en wat deze heeft gezegd.

De voornaamste uitdaging is de hoeveelheid getuigenissen, nu die op grote schaal worden verzameld. Van Lierop: “Er komt een zeer grote hoeveelheid bewijsmateriaal aan, het is zaak om het overzicht te behouden.” Eurojust heeft extra mensen aangenomen. In Polen worden getuigen nog steeds opgeroepen zich te melden via folders en gerichte sms-campagnes. Het OM wordt daarbij geholpen door ngo’s en de grenswacht. Ze verzamelden tot nu meer dan 1.200 getuigenissen.

Projectleider Jakub Kiersikowski: ‘In totalitaire staten zijn daders doorgaans anoniem. Maar deze getuigenissen zijn dat niet.’ Beeld Piotr Malecki
Projectleider Jakub Kiersikowski: ‘In totalitaire staten zijn daders doorgaans anoniem. Maar deze getuigenissen zijn dat niet.’Beeld Piotr Malecki

Rechtszaken

Getuigen van het Pilecki-instituut die bewijsmateriaal voor oorlogsmisdaden leveren, worden nogmaals benaderd door het OM, zegt openbaar aanklager Ryszard Rafalski aan de telefoon. “We moeten een formele juridische procedure doorlopen.” Hierbij biedt het OM psychologische ondersteuning, medewerking is op vrijwillige basis. Meer details wil Rafalski niet kwijt, omdat het een lopend onderzoek betreft.

Het materiaal dat het instituut verzamelt, kan zo uiteindelijk terechtkomen in rechtszaken. Maar dat is een zaak van de lange adem, zegt projectleider Kiersikowski. “Dit gebeurt nu, dus we moeten dit nu vastleggen. We spreken ook mensen die vanuit Polen verder trekken naar het westen en niet terugkeren, of straks misschien zijn overleden tegen de tijd dat een rechtszaak begint.”

Het werk van het Pilecki-instituut beperkt zich niet tot Polen: er zijn ook medewerkers in Oekraïne, die ter plekke materiaal verzamelen. Kiersikowski laat video’s op zijn laptop zien. Een vrouw vertelt over de executie van haar man door Russische soldaten, een jong meisje laat een plek zien waar de lichamen van geëxecuteerde burgers zijn verbrand. Het gaat het instituut overigens niet enkel om bewijs van misdaden, maar ook om dagelijkse realiteit in oorlogsgebied.

Prokopovytsj wist uiteindelijk met haar familie te ontsnappen uit het complex waar ze zat en bemachtigde met behulp van kennissen treinkaartjes naar Sint-Petersburg. “Daarvandaan gingen we naar Estland. En nu zijn we hier.” Het verlangen om haar verhaal te delen wordt verder aangewakkerd door wat ze op Russische nieuwssites leest. “De Russen ontkennen alles, ze zeggen dat ze ons komen bevrijden. Maar ze steken onze huizen in brand en vermoorden onze kinderen.” Of er ooit gerechtigheid zal komen, weet ze niet. “Maar ik wil dat jullie mijn verhaal horen.”

Het Pilecki-instituut

Het onderzoeksinstituut is vernoemd naar Witold Pilecki (1901-1948), een Poolse militair. In 1940 liet hij zich vrijwillig oppakken en naar Auschwitz deporteren, om de gebeurtenissen in het kamp vast te leggen. Hij was tot 1943, toen hij ontsnapte, de voornaamste bron van informatie voor de geallieerden over de omstandigheden in het kamp. Na de oorlog streed hij tegen de overname van Polen door de communisten. Hij werd gevangengenomen en in 1948 in Warschau terechtgesteld.

Raphael Lemkin (1900-1959), naamgever van het onderzoekscentrum, was jurist en bedenker van de term genocide. In de periode na de Tweede Wereldoorlog verrichtte hij baanbrekend werk op dit gebied. Hij is de geestelijke vader van het Genocideverdrag van de Verenigde Naties. Zijn leven en werk worden deels beschreven in het boek Galicische wetten van Philippe Sands, jurist en onderzoeker naar internationaal recht en oorlogsmisdaden. Sands pleitte eind februari in de Financial Times voor de oprichting van een internationaal tribunaal om de misdaden in Oekraïne te vervolgen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234