Zaterdag 13/08/2022

Procureur Thierry Marchandise: een man boven alle verdenking

Uitgerekend in het meest solide hoofdstuk van het rapport van de commissie-Dutroux, dat over de autozwendel in Charleroi, komen merkwaardig genoeg ook een reeks hiaten en feitelijke onjuistheden voor. Hierdoor wordt, volgens waarnemers, de rol van procureur des konings in Charleroi, Thierry Marchandise, danig scheef getrokken. Heeft de commissie zich hierbij zelf bezondigd aan enige normvervaging of protectie?

Brussel/Charleroi.

Eigen berichtgeving

De commissie schrijft in het bewuste hoofdstuk hoe de toenmalige procureur-generaal van Bergen, Georges Demanet, in oktober 1995 niet alleen een grondige reorganisatie doorvoerde op het parket in Charleroi maar toen ook aan rijkswachtcommandant De Ridder vroeg om een speciale onderzoekscel met het oog op financieel opsporingswerk naar de autotrafiek in Charleroi. Volgens het commissierapport waren er destijds wel meningsverschillen tussen de magistraten over de te volgen strategie in verband met dit onderzoek. "Desondanks heeft de nieuwe procureur van Charleroi (Marchandise werd op 23 oktober 1995 benoemd, nvdr) en een aantal andere magistraten van dit parket de actie van de speciale onderzoekscel ondersteund", zo staat in het commissieverslag.

Volgens onze gegevens heeft procureur des konings Marchandise na zijn benoeming juist het omgekeerde gedaan. Vanaf zijn benoeming aan het hoofd van het parket werd het nationaal opgezette onderzoek naar de autotrafiek op aansturen van het parket in Charleroi binnen de kortste keren gekortwiekt. De vraag rijst waarom de commissie - die op heel wat andere punten alles in het werk stelde om protectiemechanismen aan het daglicht te brengen - op dit punt te kort schoot.

Het plan van procureur-generaal Demanet en nationaal magistraat Vandoren in de herfst van '95 had, blijkens tal van documenten, duidelijk tot doel om terug greep te krijgen op de corruptie die in alle geledingen van de justitie in Charleroi was doorgedrongen via de georganiseerde autotrafiek. Vanaf de eerste vergadering, waaraan op 22 september '95 niet alleen door de procureur-generaal van Bergen Demanet en de korpscommandant van de rijkswacht werd deelgenomen, was dat zonder meer duidelijk, ook voor de magistraten uit Charleroi die erbij waren zoals substituut Rondou. Demanet had generaal De Ridder van de rijkswacht ter hulp geroepen omdat hij de controle over parket en lokale speurdiensten (GP, BOB en gemeentepolitie) had zien verloren gaan. Hij slaagde er niet meer in om via de lokale hiërarchie de corruptie nog op afdoende wijzen in te dijken. Daarom reorganiseerde hij het parket van Charleroi. Bij die gelegenheid werden sommige magistraten, tot dan belast met de dossiers inzake autotrafiek, naar andere secties overgeheveld. Demanet besloot ook dat de lokale politiediensten geen nieuwe dossiers van autotrafiek meer mochten behandelen. Op dat moment liep er al een onderzoek bij het Comité P in Brussel tegen inspecteur Georges Zicot, de specialist inzake autotrafiek bij de GP in Charleroi.

Nadat op het hoogste nationale vlak het principe was besproken van de oprichting van een anti-corruptiecel voor Charleroi, duurde het nog tot 27 oktober '95 vooraleer er op het parket van Charleroi voor het eerst een tweede vergadering tot stand kwam over die cel. Op 27 oktober verklaarde Thierry Marchandise op de vergadering zonder omwegen "niet te begrijpen wat procureur-generaal Demanet er had toe aangezet substituut Labar niet langer met autotrafiek te belasten". Hij begreep ook niet, zei hij, waarom de GP zich op bevel van Demanet niet langer met onderzoek naar autotrafiek mocht bezighouden. Marchandise reduceerde het plan van procureur-generaal Demanet voor een speciale onderzoekscel tot een cel die gewoon voor een korte periode de dossiers inzake autotrafiek zou overnemen van de lokale opsporingsdiensten tot het onderzoek van het Comité P rond zou zijn. Hij sprak over een periode van twee tot drie maanden. Het thema corruptie was meteen van tafel geveegd. De nationale magistraat Vandoren en de nationale verantwoordelijken van de rijkswacht die al een concreet project voor een anti-corruptiecel hadden uitgewerkt, stonden voor schut.

Nog een volle maand later, half november '95, werd dan uiteindelijk alleen een 'Cel voertuigen-trafiek' (CTV) opgericht. Tijdens een bijeenkomst op het parket in Charleroi verklaarde de voortaan voor voertuigentrafiek bevoegde substituut Rondou niet te weten wat de juiste reden is voor de oprichting van die CTV vermits de GP in Charleroi steeds haar bekwaamheid heeft bewezen in de dossiers over voertuigenzwendel. Rondou voegde er ook aan toe dat in zijn ogen nog het eerste bewijs diende geleverd te worden dat er op zijn parket iets misliep. Voor hem volstond het dat CTV enkele controles in garages en op zondagmarkten in de streek zou uitvoeren. Rondou was zelf nochtans perfect op de hoogte van de oorspronkelijke plannen. Hij was er op 22 september '95 bij toen daar de beslissing viel over de oprichting van de anti-corruptiecel. Maar in november '95 voerde hij duidelijk de richtlijnen uit van zijn korpschef Marchandise. En die luidde: "Er is geen corruptie bij de justitie in Charleroi."

Op 31 januari '96 nam procureur Marchandise, naast Rondou, zelf deel aan een vergadering over de CTV. Tijdens de bijeenkomst belde hij zelf naar het Comité P om te weten te komen hoe lang het onderzoek inzake inspecteur Zicot nog zou duren. Zodra dat onderzoek was afgehandeld zou volgens hem de bestaansreden van de CVT overbodig worden.

Op een vergadering einde april '96 op het parket in Charleroi, waaraan ook nationaal magistraat Vandoren deelnam naast Marchandise, Rondou en rijkswachtofficieren, gingen de magistraten van Charleroi nog een stap verder. Nu verklaarden ze dat de speciale cel voertuigen van de rijkswacht uit Brussel (CVT) "puur tijdverspilling" was. Inmiddels was die cel nochtans al op sporen van corruptie bij de verschillende speurdiensten in Charleroi gestoten, zo staat in het rapport van de commissie-Dutroux te lezen. De cel zou ook, volgens dit rapport, op nog allerlei andere tegenkantingen in Charleroi gebotst zijn.

Het lijkt in elk geval ongerijmd wat de commissie-Dutroux in haar verslag over de oprichting en de roemloze ondergang van de bewuste anti-corruptiecel in Charleroi in '95/96 schrijft. Daar staat namelijk letterlijk te lezen dat de nieuwe procureur des konings, Marchandise, en een aantal verantwoordelijke parketmagistraten in Charleroi de speciale onderzoekscel van de rijkswacht steunden "in weerwil van bepaalde uiteenlopende opvattingen".

Dat diezelfde procureur des konings na zijn benoeming in october '95 het uiterst delicate dossier over 'Operatie Othello' rond Dutroux uitgerekend aan een van de toen nog minst ervaren magistraten van zijn parket heeft toevertrouwd, is de commissie-Dutroux overigens ook niet opgevallen. De bewuste magistrate, substitute Troch, gaat daarvoor nu in het commissie-rapport voor de bijl als de schuldige. Marchandise blijft ook op dit punt buiten schot. Hij was het nochtans ook die in januari '96 het dossier Othello op zijn parket persoonlijk heeft geklasseerd zonder het ooit over te maken aan het Luikse parket.

Walter De BockCommissie-Verwilghen ontziet procureur in Charleroi

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234