Zondag 25/09/2022

Professor doctor Mondjedicht

Het bedrijfsleven én de politiek nemen het niet altijd nauw met wetenschappelijke onafhankelijkheid. Onlangs nog gaf Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) aan dat wetenshappers maar beter geen kritiek geven op beleidsplannen waarvoor ze zelf voorbereidend werk leverden. Hallo, onafhankelijkheid?

"Ik mag mijn resultaten niet publiceren van de minister. Maar ik kan daar verder niets over zeggen, want ik vrees dat ik dan mijn onderzoeksfondsen verlies"; "ik kreeg een brief van de minister waarin stond dat ze mijn onderzoek, dat nochtans erg stevig gedubbelcheckt was, in twijfel trokken en dat er voortaan mensen van het kabinet bij ieder overleg aanwezig zouden zijn"; of nog: "er is iets heel erg mis. Wetenschappelijk onderzoek moet resultaten opleveren die in het beleidsplan passen en als dat niet zo is, dan mogen de resultaten niet naar buiten komen. Maar ik durf niet met naam en toenaam in de krant, want ik wil niet dat mijn medewerkers hun job verliezen."

Het zijn maar enkele van de commentaren van onderzoekers aan Belgische universiteiten gevraagd naar een reactie op het incident tussen Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) en professor Bea Cantillon van het Centrum voor Sociaal Beleid (Universiteit Antwerpen).

Bourgeois pikte het niet dat de armoedespecialiste kritiek gaf op de vernieuwde kinderbijslag. De Vlaamse minister-president vond het vooral niet kunnen dat de experte uitspraken deed over beleidsvoorbereidend onderzoek waar ze zelf bij betrokken was geweest en waarin geheimhoudingsclausules stonden. Cantillon maakte daarop duidelijk dat ze in haar kritiek openbare cijfers hanteerde en het contract over die beleidsvoorbereidende studie al een jaar geleden was afgelopen.

Onder embargo

De politiek die de onderzoeker op de een of andere manier stuurt of de mond snoert, voor niet weinig academici blijkt het geen nieuw fenomeen. Voor de burger, met wiens belastinggeld de onderzoeken worden gefinancierd, wel. We weten dat de industrie met privégeld onderzoeksresultaten poogt te sturen. Dat overheden die studies bestellen ook een en ander dirigeren, is veel minder geweten.

De meeste academici die De Morgen contacteerde, hebben er begrip voor dat resultaten tijdelijk bevroren worden tot een politieke partij zeker is van een besluit of akkoord. In veel contracten staat dan ook een embargoperiode van een zestal weken.

"Het is logisch dat een kabinet dat de studie betaalt, eerst de resultaten wil inschatten voor wij alles publiek maken, al was het maar om te weten hoe ze moeten reageren", zegt bijvoorbeeld Ignace Glorieux, hoofd van het departement Sociologie aan de VUB.

Veel minder logisch wordt het wanneer vorsers een studie enkel mogen uitvoeren wanneer ze een strengere geheimhoudingsclausule tekenen of wanneer kabinetten hun afremmen bij de publicatie van resultaten die niet in het politieke kraam passen.

"Het is duidelijk dat dat af en toe gebeurt, al heb ik er zelf geen ervaring mee", zegt Glorieux. "Wel ervaring heb ik met talloze studies waar nooit nog iets mee gebeurt of met beleidskeuzes om iets dat volgens ons dringend moet worden onderzocht, links te laten liggen. Wij hebben eens letterlijk een rapport over de tijdsbesteding van werklozen recht naar de kasten op een kabinet moeten brengen. Daar is die studie nooit meer uitgekomen, ook al was die bruikbaar voor het beleid."

Kunnen burgers aanvaarden dat met hun centen maatschappelijk relevant onderzoek wordt gedaan dat nooit bekend raakt omdat een minister het niet lust? KU Leuven-rector Rik Torfs reageerde eerder al dat die kwestie aandacht verdient. Zijn Antwerpse collega Alain Verschoren geeft toe dat het "een delicaat gegeven is. De enige optie is heldere afspraken maken, zoals we ook met bedrijven doen."

Schering en inslag is de 'beteugeling' niet, zo stellen onder anderen VUB-rector Paul De Knop en de directeur Onderzoek van de Gentse universiteit Ignace Lemahieu. "Maar soms is het niet eenvoudig om niet-publicatieclausules die erg ver gaan, eruit te krijgen", zegt Lemahieu.

"Promotoren moeten dan kiezen tussen limieten aanvaarden of een mogelijk interessant onderzoek verliezen. Vanuit de juridische dienst proberen we erover te waken dat er met industrie en overheden geen contracten worden getekend die de academische vrijheid schaden."

In de praktijk passeert echter niet iedere vorser langs die dienst, met soms ontnuchterende gevolgen. Zoals de onderwijsonderzoeker met faam die van een onderwijsminister te horen krijgt dat hij zijn resultaten niet publiek mag maken. De sociologe en professor ruimtelijke ordening die hetzelfde meemaken en en passant zwartgemaakt worden. Anderen die door hun broodheren worden 'verzocht' bepaalde passages of tabellen dieper in het rapport weg te moffelen.

"Ik ben al zestien jaar vorser en de laatste jaren is de greep van de politiek groter geworden", zegt Andrea Rea, directeur van de Groupe d'étude sur l'Ethnicité, le Racisme, les Migrations et l'Exclusion aan de ULB. "En dat is zowel zo op regionaal, federaal als Europees niveau."

Zo mocht Rea's onderzoek naar etnische profilering bij grenscontroles voor het European Fundamental Rights Agency niet gepubliceerd worden omdat een minister van Binnenlandse Zaken dat niet zag zitten. "We hadden niet eens een niet-publicatieclausule ondertekend zoals je dat steeds vaker ziet", zegt Rea. Pas na twee jaar armworstelen met een bemiddelaar mocht zijn team de resultaten vrijgeven.

Niemand beweert dat onafhankelijk onderzoek voeren of publiceren onmogelijk wordt. Maar het wordt wel moeilijker, zo klinkt het her en der. "Voor de meesten is Europa de grootste financier en als je via het departement Onderzoek gaat, dan is je autonomie gegarandeerd", zegt Rea. "Maar doe je iets voor een agentschap of een kabinet, dan is dat minder het geval en moet je heel goed opletten welke kleine lettertjes je tekent, want voor je het weet ben je geen eigenaar meer van je data."

En net dat gebeurt volgens Rea en anderen steeds meer.

Zo zijn clausules waarin staat dat resultaten pas vrijgegeven mogen worden wanneer de minister akkoord gaat, de laatste jaren standaard geworden bij onderzoek, vooral bij de regionale overheden. "Bovendien zijn steeds meer contracten een zogenaamde 'dienst'. In dat geval verlies je als onderzoeker de eigendom over je gegevens", zegt Rea. "Het is dan aan ons om niet te tekenen. Maar dat betekent dan vaak wel dat je naast onderzoek grijpt dat je zeer goed zou kunnen gebruiken om financiële en inhoudelijke redenen."

Marsrichting is aangegeven

Naast niet-publicatieclausules wijzen Rea en professor communicatiewetenschappen Katia Segers (VUB), tevens Vlaams parlementslid voor sp.a, op twee evoluties die volgens hen de politisering van de wetenschap dreigen aan te wakkeren.

"De competitie is steeds groter, waardoor meer mensen uit de boot vallen voor FWO-onderzoek (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek, red.)", zegt Segers. "Dat betekent dat onderzoekers, zeker jonge, meer nood hebben aan overheidsopdrachten en nog meer druk voelen om toch opdrachten te aanvaarden waarbij ze zelf niet over de resultaten kunnen communiceren. Maar ondertussen worden de financieringskanalen voor fundamenteel onderzoek, die onafhankelijkheid garandeerden, herverkaveld en afgeslankt en steunpunten voor beleidsonderzoek afgeschaft. Die steunpunten maakten het mogelijk om toch in 4 jaar tijd een onderzoekslijn te ontwikkelen die beleidsrelevant was, maar die je toch ook wetenschappelijk genoeg kon valideren. Nu zal alles meer ad hoc zijn en zullen er steeds meer opdrachten rechtstreeks van de kabinetten komen, die dan vaak via stuurgroepen de marsrichting aangeven."

Daarnaast hebben Rea en Segers het over een toenemend dedain voor wetenschappers in de politiek.

"Er zijn de laatste tijd te veel voorbeelden", zegt Segers. "Neem professoren ruimtelijke ordening Dirk Lauwers (UGent) en Kobe Boussauw (VUB), die vorig jaar hun onderzoek naar de effecten van Uplace presenteerden in het Vlaams Parlement", zegt Segers. "De resultaten waren negatief, maar tijdens de zitting deelde het Verkeerscentrum Vlaanderen een nota uit aan de parlementsleden waarin de methodologie van de onderzoekers onderuit werd gehaald. Wat duidelijk onterecht was."

Ook Rea heeft die ervaring: "Dan zegt iemand van een kabinet bijvoorbeeld dat je de verkeerde vraag hebt gesteld. Zomaar. Bij de voorstelling van onderzoek naar de integratie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt, ben ik geconfronteerd met commissieleden die de resultaten misprijzend wegbliezen omdat zij een andere mening hadden, gebaseerd op enkel hun ervaring in hun stad. Ik vrees dat door die tendens steeds minder onderzoekers beleidsopdrachten zullen willen aanvaarden, wat zeer slecht nieuws is voor zowel de wetenschap als voor de politiek."

Gevraagd naar een reactie zegt het kabinet van staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs (N-VA) dat de wetenschappelijke onafhankelijkheid bij beleidsvoorbereidend onderzoek cruciaal is en ondanks de hervormingen "uiteraard niet onder druk staat. Wel merk je dat wetenschappers soms van mening verschillen met politici over de interpretatie van resultaten", zegt woordvoerder Jeroen Lemaitre. "Maar dat moet natuurlijk kunnen, zeker als je weet dat ook onderzoekers geen compleet neutrale mensen zijn, maar ook een ideologische bril op hebben."

Dat laatste geven sommige onderzoekers ook zelf toe. "Ik zit 35 jaar in het vak en eigenlijk valt de sturing door de politiek mee, zéker als je ze vergelijkt met de enorme bedragen die de industrie besteedt aan het masseren van resultaten", zegt een hoogleraar die niet met naam en toenaam in de krant wil. "En ja, ook wetenschappers hebben een eigen politieke voorkeur en weten hoe je resultaten zo kunt voorstellen dat ze daar beter in passen. Politici beseffen dat en zij hanteren studies als wapen in het machtsspel. Zolang er geen sprake is van censuur en verdraaiingen van de feiten, is dat ook hun goed recht."

Het doet denken aan een uitspraak van Johan Vande Lanotte (sp.a) tijdens een tv-debat met een liberale tegenstander met wie hij het absoluut oneens was. "We laten het uitzoeken door vier wetenschappers", zei de liberaal. Waarop Vande Lanotte: "Twee van ons en twee van u." Waarmee hij dus stelde dat wetenschappers voor een ideologische kar te spannen zouden zijn.

Partijvazallen

Toch is het al te makkelijk om onderzoek gelijk te schakelen met een politieke mening en de spanning tussen politiek en wetenschap af te doen als een machtsstrijd. Dat stellen Gentse onderzoekers naar aanleiding van een recente aanvaring in de Gentse gemeenteraad met Siegfried Bracke (N-VA), die zich laatdunkend uitliet over wetenschappelijke bijdrages in een discussie over OCMW-beleid. Hij citeerde Vande Lanotte om dat te laten blijken.

"Het klopt dat wetenschappers dikwijls verschillen van inzichten en soms kunnen die inzichten niet helemaal los gezien worden van de economische en maatschappelijke positie die ze zelf innemen", zeggen postdoctoraal onderzoekers Luce Beeckmans (FWO, UGent), Pascal Debruyne (UGent) en hoofddocent sociale geografie Ben Derudder (UGent).

"Maar dat bekent daarom niet dat die inzichten kunnen gereduceerd worden tot die economische en maatschappelijke positie", zo stellen de vorsers. "Wetenschappers dienen een aantal regels te volgen die, als ze goed worden toegepast, ervoor zorgen dat hun conclusies die van de toogpraat overstijgen. Dat betekent meteen ook dat wetenschappelijke debatten niet te herleiden zijn tot meningsverschillen tussen partijvazallen. Noch dat politici met wetenschappelijke studies om het even wat kunnen bewijzen of rechtvaardigen."

Het conflict tussen Bourgeois en Cantillon heeft dat nog eens goed laten doordringen. Net daarom nemen de meeste wetenschappers die erop reageren, zich voor extra scherp te waken over hun onafhankelijkheid en het respect voor "feiten, feiten en niets dan driedubbel gecheckte feiten".

Andrea Rea (ULB)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234