Vrijdag 01/07/2022

InterviewDe vragen van Proust

Professor Liesbet Stevens: ‘Mijn zoon zegt weleens: ‘Dat is hier voortdurend Sex Education’’

Liesbet Stevens: ‘Ik voel mij op vakantie wanneer ik besef: ik ben al een minuut niet aan het nadenken. Dat is voor mij de diepste ervaring van geluk.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Liesbet Stevens: ‘Ik voel mij op vakantie wanneer ik besef: ik ben al een minuut niet aan het nadenken. Dat is voor mij de diepste ervaring van geluk.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust ­beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een ­eigenzinnige draai aan. ­Eenentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: professor seksueel strafrecht Liesbet Stevens (49). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

Ann Jooris

1 Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel mij eigenlijk mijn leeftijd. Ik word dit jaar 50 en moet eerlijk zeggen dat ik 40 worden veel moeilijker vond dan 50. Ik weet niet of dat met de leeftijd te maken heeft of met het gevoel dat ik mijn weg een beetje gevonden heb. Ik heb nu mijn droomjob. Ik doe dit heel erg graag en dat creëert toch een soort van rust.

“Zonet had ik het er nog over met vriendinnen. Baby’s krijgen, dat is heel fijn, maar als je mij nu zou vragen of ik terug zou willen naar die periode is het antwoord resoluut neen. Ik zou ook niet meer terug willen naar het middelbaar of naar mijn studententijd, terwijl ik daar mooie herinneringen aan heb. Elke fase heeft gewoon haar schoonheid.”

2 Wat drijft u?

“Ik denk dat ik in totaal drie grote passies heb. De strijd tegen armoede, de strijd tegen kindermishandeling en de strijd voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Voor mij zijn die alledrie terug te voeren tot de fundamentele overtuiging dat mensen in essentie gelijkwaardig zijn en dat ze het op basis daarvan verdienen om respectvol behandeld te worden, ongeacht hun afkomst, leeftijd, geslacht of gender.

BIO * 49 jaar * behaalde in 1993 aan de KU Leuven een baccalaureaat in de filosofie * promoveerde in 2002 tot doctor in de rechten * werkte van 2004 tot 2009 als raadgever gelijke kansen voor de Vlaamse minister van Gelijke Kansen * werd in 2008 lid van de Raad van Bestuur van het Interfederaal Gelijkekansencentrum * sinds september 2014 aan de slag als adjunct-directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen * doceert seksueel strafrecht aan de KULeuven * schreef het boek Hoe legaal te flirten? (2019) * partner, vier kinderen

“Ik ben tot nu toe nooit het slachtoffer geweest van zware vormen van geweld. Daar komen mijn passies niet vandaan, wel vanuit het diepe besef dat het niet eerlijk is dat een vrouw andere dingen zou moeten doen dan een man of bepaalde dingen niet zou mogen.

“Ik ben mij altijd erg bewust geweest van het feit dat ik een meisje was. Waarschijnlijk omdat ik heel hard opkeek naar mijn vader, die een echte workaholic was. Als arts was hij het klassieke voorbeeld van de uithuizige, afwezige vader, waardoor ik hem als de kostwinner beschouwde. Dat mijn moeder even hard werkte als mijn vader, zag ik toen niet. Zij had ook een fulltime job en zorgde bovendien voor vier kinderen, deed het huishouden en onderhield de tuin.

“Tegen die rolverdeling heb ik zwaar gerebelleerd. Als meisje wilde ik net als mijn vader gaan studeren en een carrière opbouwen. Ik denk dat ik tot mijn dertigste trots was dat ik niet kon koken. (lacht) Ik kon ook niet strijken. Ik herinner mij nog dat mama vertelde dat zij op school lessen huishoudkunde kreeg. Dat je als meisje het huishouden moest doen vond ik een vreselijke gedachte, het leek mij bijna een straf.

“Pas na het overlijden van mijn mama ben ik de dingen in een ander perspectief gaan zien. En heb ik beseft dat zorgen voor de mensen die je graag ziet ontzettend waardevol is. Iedere generatie heeft haar eigen strijd. In het geval van mijn mama was dat om als getrouwde vrouw met een gezin het recht te hebben op een fulltime job buitenshuis. Voor mijn generatie is dat misschien de strijd om een job en een gezin vlot te kunnen combineren. Ik heb dus met heel veel stereotypen geleefd en het zijn vaak de stereotypen dichtst bij jezelf die het moeilijkst te doorprikken zijn.”

3 Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Toen ik de mening van mijn man vroeg, zei hij: ‘Je doorzettingsvermogen. Maar misschien ook je perfectionisme.’ Ik dacht van mezelf dat ik dat al had afgeleerd, dat perfectionisme. (lacht) We hebben zoveel informatie en het gaat allemaal zo snel, dat alles perfect opvolgen en op alles perfect reageren haast niet meer kan. Ik zeg altijd tegen mijn medewerkers: 80 procent is goed genoeg. Dan ligt de lat al hoog genoeg. Ik zie bij velen in mijn omgeving dat gedrevenheid vaak leidt tot perfectionisme en dat je daardoor je eigen grenzen soms niet meer respecteert. Ik zei daarnet al dat mijn ouders workaholics waren, maar ik ben dat duidelijk ook. Dat is het konijnengat waarin ik zou kunnen vallen. Tot nog toe is dat niet gebeurd, maar ik heb wel al met de grenzen geflirt.”

4 Is het leven voor u een cadeau?

“Het antwoord is ja. Ik vind dat ik heel veel geluk heb gehad. Waar je wieg staat, bepaalt ontzettend de kansen die je krijgt in het leven. Dat is fundamenteel onrechtvaardig, maar het is nog altijd wel zo. In die zin is het feit dat de ooievaar mij in het gezin van mijn ouders geworpen heeft het begin van alles. Daar zijn mijn kansen begonnen.

“Wat je aankan in het leven wordt bepaald door je draaglast en je draagkracht. Als je draaglast heel zwaar is, heb je heel veel draagkracht nodig om dat in evenwicht te krijgen. En veel draagkracht heb je omdat je uit een warm nest komt en kansen hebt gekregen, omdat je hebt kunnen studeren, een stel hersenen hebt dat goed werkt, geen beperkingen hebt... Die balans moet in evenwicht zijn en ik denk dat dat bij mij zo is. Hout vasthouden, want rampen kunnen ons allemaal overkomen.”

5 Aan wie voelt u zich schatplichtig?

“Schatplichtig ben ik aan de Belgische samenleving die mij heeft laten studeren, een doctoraat heeft laten schrijven en me zo de kans heeft geboden om te worden wie ik ben. Dat vind ik heel belangrijk om aan te stippen. Natuurlijk heb ik ook hard gewerkt, maar we vinden het zo evident om onze successen en verdiensten toe te schrijven aan onszelf. Onze negatieve ervaringen daarentegen schrijven we toe aan het toeval of het noodlot.

“Bij mensen die heel veel negatieve ervaringen hebben, is het net andersom. Als zij dan eens iets positiefs meemaken, gaan ze dat toeschrijven aan geluk, terwijl ze hun negatieve ervaringen aan zichzelf toeschrijven. Ik vind het dus heel belangrijk om uit te dragen dat de samenleving zo’n belangrijke rol speelt in het succes van mensen.”

6 Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“Ik kan superhard genieten van het groen van het gras, van het licht, van de geur van mattentaarten. (lacht) Dat zijn ook de momenten waarop ik niet nadenk. Ik denk veel na, tot op het punt waarop ik besef: het moet stoppen.

“Tijdens de coronacrisis ben ik beginnen mediteren. Dat heeft mij enorm geholpen om af en toe dat jachtige denken stil te leggen. Die computer in mijn hoofd stond nooit stil. Op de momenten waarop het groen van het gras mij opvalt, staat die computer uit. Ik voel mij op vakantie wanneer ik besef: ik ben al een minuut niet aan het nadenken. Dat is voor mij de diepste ervaring van geluk.”

7 Wat biedt u troost?

“Het korte antwoord is zwarte chocola. (lacht) Om dat toch een klein beetje onder controle te houden, koop ik van die kleine chocolaatjes, anders zou ik een hele reep ineens naar binnen werken.

“Dan het lange antwoord. Ik vrees dat als ik met verdriet geconfronteerd word, ik een zeer sterke vluchtreactie heb. Ik sluit mij af voor het verdriet. Ik trek een muur op. Maar je kan verdriet natuurlijk niet zomaar achter een muur houden. Ooit komt het terug. En dan bieden verhalen mij vaak troost. Om te ontsnappen, maar ook wel om te zien hoe andere mensen met verdriet omgaan. Wat nu heel hoog op mijn lijstje staat is een boek over rouw van een grote feministe: Notes on Grief van Chimamanda Ngozi Adichie over het onverwachte verlies van haar vader.”

8 Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Toen ik in de dertig was, ben ik gescheiden van mijn eerste man. Lang vond ik dat de moeilijkste periode in mijn leven. Tot mijn mama stierf. Want naar wie ging ik tijdens de scheiding? Naar mijn mama, om een namiddag in de zetel te liggen huilen en slapen.

'Ik heb weinig behoefte om de mens achter het kunstwerk te leren kennen. Ik denk altijd: oei, wat als dat tegenvalt?' Beeld © Stefaan Temmerman
'Ik heb weinig behoefte om de mens achter het kunstwerk te leren kennen. Ik denk altijd: oei, wat als dat tegenvalt?'Beeld © Stefaan Temmerman

“Mijn mama heeft een ernstige hersenbloeding gehad. Ze is geopereerd en heeft nog drie weken in een coma gelegen voor ze gestorven is. Dat was het ondenkbare dat gebeurde. Ik zou het niemand aanraden om te bedenken hoe je je gaat voelen als een van je ouders wegvalt.

“Blijkbaar was mijn moeder een fundament dat ik niet gezien had. Dat fundament is weggeslagen en ik heb het daar heel moeilijk mee gehad. Mijn normale manier om met verdriet om te gaan, mij ervoor afsluiten en harder werken, ging deze keer niet.”

9 Waar hebt u spijt van?

“Ik heb niet zoveel spijt. Dat wil niet zeggen dat ik geen fouten maak, hè. Maar ik denk dat je moet proberen om met de kennis die je op een bepaald moment hebt de beste beslissing te nemen, recht in je schoenen te staan en daar dan later mee te leven.

“Ik kan wel nog steeds emotioneel worden wanneer ik een mama met haar dochter zie winkelen. Dan voel ik toch spijt dat we niet meer samen hebben gedaan. Ik had graag wat meer ervaringen gehad met mijn mama alleen, maar in een gezin van vier is dat niet evident. Ik vind het zelf ook een uitdaging om mijn aandacht te verdelen. Er is altijd wel iemand die iets wil vertellen.

“Net zoals mama mijn fundament was, ook al zag ik dat niet genoeg, ben ik een fundament voor mijn vier kinderen. Ik heb beslist dat zij er kwamen. Ik moet ze zo goed mogelijk wortelen. Ik kan niet zomaar zeggen: ‘Ik ben de wereld aan het verbeteren, trek even jullie plan.’ Die denkoefening maak ik voortdurend.

“Ik denk dat het Alfons Vansteenwegen (seksuoloog en relatietherapeut, red.) was die zei: ‘Je moet elke dag minstens vijftien minuten écht praten met je partner'. Dat probeer ik nu alleszins, maal vijf. En dat is een uitdaging. Wat eigenlijk straf is, aangezien er 24 uur in een dag zijn. Nu, als mij dat niet lukt, voel ik mij niet schuldig. Schuldgevoelens, daar doe ik niet aan. (lacht) Wat niet wegneemt dat ik het soms wel spijtig kan vinden dat ik niet bij hen kan zijn.”

10 Wat is uw grootste angst?

“De klassieker: dat er iets ergs met een van mijn kinderen gebeurt. Mettertijd is dat wel wat geëvolueerd. Nadat ik bevallen was van mijn eerste kind lag ik in het ziekenhuis. De adrenaline gierde nog door mijn lichaam, dus ik kon die nacht niet slapen en lag daar maar te piekeren over wat ik zou doen mocht er brand uitbreken. Hoe ging ik mijn kind in veiligheid brengen? Ik had al een heel plan bedacht met matrassen die ik uit het raam ging gooien. (lacht) Die allesoverheersende angst en dat gevoel dat je moet zorgen dat je kind veilig is... Hoe komt dat toch? In het begin voelde het echt alsof ze een stukje van mijn eigen lichaam hadden afgebroken dat dan handen en voeten gekregen had.

“De kinderen worden nu ouder en ze nemen de fiets of gaan al een keertje uit, maar toch ben ik daar rustiger in geworden. Dat allesoverheersende gevoel van angst is er niet meer. Wat niet wegneemt dat ik wel bezorgdheden heb. Doordat ik professioneel zo vaak met seksueel grensoverschrijdend gedrag bezig ben, probeer ik hen wel grenzen te leren stellen en respecteren. Zowel de meisjes als de jongens en in beide richtingen. Mijn zoon zegt weleens: ‘Dat is hier voortdurend Sex Education (Netflix-serie, red.)’.” (lacht)

11 Wat is uw vroegste herinnering?

“De geur van Dettol. De crèche waar ik als kind naartoe ging, werd schoongemaakt met Dettol. Ik vind dat heel lekker ruiken. Dat is ongetwijfeld een vreemde vaststelling, maar ik ben er zeker van dat dat met die herinnering te maken heeft. Dettol roept bij mij veiligheid, zonlicht, warmte en alles wat ik associeer met mijn crèche op.”

12 Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Niets. Ik had maar een klein kamertje. Er was niet veel plek voor posters en ik had ook geen abonnement op de Joepie. Maar ik ben ook niet zo idolaat aangelegd. Smachtend opkijken naar iemand heb ik nooit gehad. Ook niet het verlangen om iemand anders’ leven te leiden. Wat niet betekent dat ik grote kunstenaars of musici niet heel erg kan appreciëren, maar ik heb weinig behoefte om de mens achter het kunstwerk te leren kennen. Ik denk altijd: oei, wat als dat tegenvalt?”

13 Welk boek heeft voor u een bijzondere betekenis?

“Een boek dat ik een paar jaar geleden gelezen heb: South of Forgiveness van Thordis Elva en Tom Stranger, over het herstelproces dat zij hebben doorgemaakt nadat hij haar verkracht had na een schoolfeest, en de rol van vergeving daarbij. Jaren later is zij hem weer gaan opzoeken. Dat boek opende mijn ogen. Ik had vergeving eigenlijk bij de katholieke concepten geklasseerd. Ik dacht dat ik daar niets mee had, maar hun verhaal heeft mij doen inzien dat vergeving een heel belangrijke rol kán spelen in het verwerkingsproces. Zowel voor daders als voor slachtoffers. Ik zeg wel kán, want het is geen traject dat iedereen moet volgen. Dat boek heeft echt wel iets losgemaakt bij mij.”

14 Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik huil niet zo makkelijk. Ik denk dat dat met mijn muur te maken heeft. Maar als de golf erover slaat, gaat het snel. Ik ben met mijn kinderen naar de film Encanto gaan kijken. Daar zit een stukje in over mensen die met hun hele hebben en houden uit hun land wegvluchten en achtervolgd worden. Dan sprongen de tranen mij wel in de ogen.”

15 Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Kijk, ik heb professioneel geleerd dat als je echt je zelfbeheersing verliest, je ook het gesprek, het conflict, de discussie verliest. Pas op, ik ben op zich een passioneel wezen. Er zit wel wat kracht in mij. Het vraagt dus ook wel wat kracht om rustig te blijven. Ook privé hoor. Ik ben heel verbaal en dat heeft het grote nadeel dat ik perfect weet hoe ik iemand met woorden kan kwetsen. Ik zou echt niet makkelijk fysiek iemand aanvallen, maar ik heb een superscherpe tong. Op sommige momenten moet ik ze in bedwang houden, want als ze losgaat brengt ze schade aan. (lacht) Schade die ik eigenlijk niet beoog.

‘Ik ben een passioneel wezen. Er zit wel wat kracht in mij. Maar ik heb professioneel geleerd dat als je echt je zelfbeheersing verliest, je ook het gesprek, het conflict, de discussie verliest’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik ben een passioneel wezen. Er zit wel wat kracht in mij. Maar ik heb professioneel geleerd dat als je echt je zelfbeheersing verliest, je ook het gesprek, het conflict, de discussie verliest’Beeld © Stefaan Temmerman

“Een vriendin vertelde me ooit een parabel: ‘Je kunt spijkers in een hek slaan en je kunt die spijkers er weer uit halen, maar de gaten blijven wel.’ Daarom doe ik heel erg mijn best om mijn zelfbeheersing niet te verliezen. Met ouder worden gaat dat ook steeds beter.”

16 Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Integendeel. Ik was altijd heel erg bang om een religieuze ervaring te hebben. Wij hadden thuis zo’n typische stoffige zolder met een klein raampje erin. Als de zon daardoor viel zag je de stofjes ronddwarrelen in zo’n brede stralenbundel. Telkens als ik op zolder iets moest gaan halen, dacht ik: ‘Hopelijk staat Maria daar niet.’ (lacht)

“Ik ben niet gelovig, maar kom wel uit een katholieke familie. Mijn oma’s waren heel erg in de ban van Maria van Lourdes, vandaar. En ik heb lang naar de mis moeten gaan. Dat was al genoeg om er geen zin in te hebben. Juist dat opgaan in een religieuze ervaring is iets wat mij heel erg afschrikt. Het verliezen van jezelf. Dat is ook de reden waarom ik zeer zelden naar concerten ga. Ik maak fysiek niet graag deel uit van een massa.”

17 Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Ik ben tegenwoordig eigenlijk veel meer bezig met de binnenkant van mijn lichaam dan met de buitenkant ervan. (lacht) Er komen wel wat kwaaltjes op mijn leeftijd. Daar moet een mens zich dan toe verhouden.”

18 Hoe definieert u liefde?

“Ik heb ooit de volgende zin gelezen van iemand die dertig jaar samen was met zijn vrouw: ‘Natuurlijk dat ik haar nu nog veel liever zie dan toen'. Dat vind ik zo’n mooie gedachte, dat liefde groeit.

“Ik heb één lange relatie gehad die na tien jaar geëindigd is in een scheiding. Daarom ben ik heel aandachtig in mijn nieuwe relatie. Zo was ik heel benieuwd naar the seven-year itch. Of onze liefde na zeven jaar barstjes zou vertonen of nog groter zou worden en zou verdiepen. Ik ben zo blij dat het het laatste is. Voor mij is liefde dus vooral samen verder groeien.

“Onze kinderen zijn altijd gechoqueerd als we zeggen dat we nog eens met ons tweetjes weggaan. ‘Waarom mogen wij niet mee?’ (lacht) Omdat je op een bepaald moment van je kinderen toch weer afstand moet nemen, dus je moet voldoende met je partner blijven delen.”

19 Wat vindt u erotisch?

“Wat ik een heel erotisch moment vind, is wanneer je een man op wie je verliefd bent voor het eerst naakt ziet. Er zijn nu allerlei programma’s, zoals Dating Naked, waarin je mensen eerst bloot ziet en dan pas in hun kleren. Dat slaat toch nergens op? Een man die zich uitkleedt, ik vind dat het toppunt van erotiek. Voor alle duidelijkheid: dit is geen uitnodiging aan wildvreemde mannen om me naaktfoto’s op te sturen. Dickpics sturen aan iemand zonder dat je zeker bent dat die persoon die wil ontvangen, daar kan ik dan weer echt niet bij.”

20 Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“Ik ben niet graag bezig met niet betrapt worden. In de veiligheid van een kamer vrijen vind ik prima.”

21 Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Ik vind dat een vreselijk idee. Ik ben zo blij dat wij in een land wonen waar de doodstraf is afgeschaft. Weten dat het de laatste keer is dat je eet, zou mij denk ik alle eetlust ontnemen.

“Maar als er één gerecht is dat mij troost biedt, dan is het wel vogelnestjes met tomatensaus en champignons. Mijn mama maakte dat altijd als ik jarig was. Toen zij gestorven is, kon ik dat zelf niet klaarmaken. Hoe ik dat uiteindelijk geleerd heb? Met het kookboek van Jeroen Meus in de hand.” (lacht)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234