Dinsdag 09/08/2022

'Racing Genk is het kroonjuweel van Limburg'

Hij begon vier jaar geleden als voorzitter van Racing Genk en kreeg meteen dreigbrieven. Maar hij zette door. Herbert Houben (41) is ex-dj en notaris, maar toch vooral voorzitter. Eentje met stijl, visie en veel succes: Racing Genk is 'on a roll'. De stad bloedt, het voetbal stelpt. 'Een beetje ontspanning, dat is het.'

De Bochtlaan in Genk, het is een mistroostige asfaltweg. Gehuld in niks dan nevel en mist oogt de laan lelijk en grauw. Het notariaat H. Houben valt meteen op. Een moderne, stijlvolle nieuwbouw, met hout en dooraderd marmer, een rijzig gebouw dat contrasteert met de onpersoonlijke appartementsblokken aan de overzijde. Ook binnen het notariaat zijn kosten noch moeite gespaard. Het bureau van Herbert Houben is een kleine zaal met een enorme flatscreen, een met leer overspannen tafel, vier aktetassen, en het pièce de résistance: twee schilderijen van de Genkse schilder Jules Claes. "Ik kan erin verdwalen", zegt Houben. Ook hij: stijlvol, de haren strak achterovergekamd. "Koen Van den Broek, daar heb ik ook een werk van gekocht. Die man is fantastisch."

Het is een contrast: de droogkloterij van een notariaat en de opvallende schilderijen. Claes doet hier denken aan Mondriaan. Vaste lijnen, vaste kleuren. De looplijnen van een ploeg in vorm. Er komt een journalist en dan weet Houben dat het niet gaat over eigendomsrecht en vruchtgebruik. Hij is de zoon van de Limburgse ex-provinciegouverneur Hilde Houben-Bertrand, kleinzoon van Alfred Bertrand, ooit minister van de CVP, maar toch vooral voorzitter van Racing Genk. De vraag moet amper gesteld, het antwoord rolt eruit. "Ik ben trots, tevreden."

Kan ook moeilijk anders. Het drááit in Genk. Als enige Belgische club nog actief in Europa, de uitdager van Anderlecht in de competitie en ook te duchten bekerploeg. Drie fronten, voor een goed gewapend leger. "Vier jaar geleden begon ik eraan bij Genk. Op verzoek van Jos Vaessen. Ik nam mijn verantwoordelijkheid."

Er moest iets gebeuren in het soms vreemde Genk. Altijd de geur van de neergang. Titels eind jaren negentig en begin jaren tweeduizend, dat wel. Maar wat volgde was geen consistente opbouw naar meer. De top was een krabbenmand. Besluiteloos de dieperik in. Om dan terug te keren, te scoren, en toch weer te verzeilen in het verzopen moeras van de Jupiler League. In 2009 zat Genk in slechte papieren. Een financiële mesthoop boven op de sportieve droefenis zette het kot in brand. Er kwam een nieuwe top, met algemeen directeur Dirk Degraen en voorzitter Herbert Houben als exponenten. Houben kreeg meteen vreemde post. Dreigbrieven van supporters. "Brieven met scheldproza. 'Stap het af of er overkomt u iets.' Zulke dingen. Ik was niet bang. Er was alleen het besef dat er veel idioten zijn in de wereld.

"Het eerste werk bij Genk was ook niet simpel: een sanering. Mensen ontslaan, mensen doen inleveren. Plezant is dat niet. Maar het kon niet anders. Het gaf één voordeel: je zag dat het personeel écht van Genk houdt. Van het nu, en van het verleden: Thor Waterschei tegen Paris-Saint-Germain. Niemand vergeet dat. Iedereen heeft ingeleverd. En niemand is vertrokken. Dat weet je: dit is geen gewoon bedrijf.

"Alles loopt nu perfect. Dat voel je op de club, aan de sfeer. Niemand is kregelig, er zijn geen interne relletjes, iedereen is enthousiast. Iedereen loopt in het gareel. Er is die fierheid.

"De titel, twee jaar geleden, dat was het sportieve hoogtepunt natuurlijk. Het was ook de bekroning van onze visie. Het gevoel dat het gelukt was. Er is geïnvesteerd in de omkadering, in de club zelf, meer dan in spelers. Sef Vergoossen gaf me raad: 'Vijfhonderdduizend euro voor een speler? Ach, stop dat geld in de jeugdwerking of in de medische begeleiding.' We gingen niet te snel. Stap voor stap, zonder onze plannen al te gretig rond te bazuinen. Want dan kun je alleen maar op je bek gaan. En dan spelen we kampioen met mannen als Courtois en De Bruyne, mannen uit onze jeugd. Dat was genieten. De titel was als mijn trouwfeest: één lange roes. Daar plaats ik het. Er is de geboorte van de kinderen, het huwelijk, maar dus ook die titel.

"Het is een droom om ooit met een volledig Genkse ploeg aan te treden. Zoals Barcelona onlangs nog deed, een ploeg met alleen jeugdproducten. Als zij het kunnen, waarom wij niet? Alleen speelt hier het geld bij. Talent kun je maar twee jaar bij je houden. Dan moeten je ze loslaten. Je kunt niet anders."

Na de titel kreeg Houben opnieuw brieven. Geen bagger meer op papier. Hij kreeg felicitaties. Handgeschreven brieven: 'Beste voorzitter...'

Wat ook opvalt: STVV dobbert rond in tweede, zelfde verhaal voor Lommel United. Het maakt van Genk meer dan een provincieclub. "Racing Genk is de derde club van het land als je de laatste vijftien jaar bekijkt. Dat is terecht. Alleen Club en Anderlecht staan voor ons. We willen de kloof dichten. En dat kan. Alleen zal het nog wat tijd kosten om die twee clubs te pakken. Een club als Anderlecht kunnen we niet ieder jaar aftroeven. Maar geef ons nog wat jaren en er is veel mogelijk. Je moet eerst keer na keer aan de top spelen. Maar positie drie is niet onze eeuwige positie.

"Vier jaar geleden, bij mijn aantreden, eindigde STVV vierde, en Genk elfde. Sint-Truiden, het zou dé club van Limburg worden. De realiteit is anders. Racing Genk is het kroonjuweel van de stad, maar ook van de provincie. De vaandeldrager van Limburg. Het aanzien groeit. Ook buiten de grenzen. Supporters gaan niet meer naar Standard kijken, zoals vroeger. De inhaalbeweging is duidelijk ingezet.

"Toen Genk eind jaren negentig aan de top speelde, werkte ik in Antwerpen, in de vastgoedsector. Ik werd uitgelachen om mijn afkomst. Pfff, Limburg. Maar we werden kampioen. Een maand is er niet meer gelachen. Het ploegske uit Limburg won de titel. Ze konden het niet geloven."

Genk is behalve vaandeldrager nu ook rustbrenger in het geteisterde Limburg. De dreun galmt nog na: Ford Genk, 10.000 banen. Na de bekendmaking, eind oktober, hing in het stadion een spandoek. Witte letters op een zwarte achtergrond: 'Limburg rouwt.' Tijdens de Europese wedstrijd tegen Sporting Lissabon klonk het ook oerend hard: 'Forza Racing.' Het credo van een ploeg, maar de schreeuw van de onmacht. Op Twitter klonk dat zo: 'Fordza Racing.'

"We gaan moeilijke jaren tegemoet", zegt Houben. "Tienduizend jobs. Eén op de vijftien Limburgse gezinnen is getroffen. Dat wordt een daling van de welvaart. Al die mensen vinden wel opnieuw werk, maar tegen andere voorwaarden. Het bestedingspatroon zal veranderen. Iedereen zal het hier voelen.

"Ik heb er zelf ook gewerkt bij Ford, als jobstudent, in de C-hal, bij de assemblage van de Transit. Aangenaam werken was dat, begin jaren negentig."

Het begon de top van Genk te dagen. Wat met Ford? Wat kan een voetbalclub betekenen voor de stad, de regio, de provincie? "Welke rol is er voor sport weggelegd? Dat was de vraag. Economisch? Niks. Je kunt geen werk aanbieden of de economie stuwen. Wat is het wel? Een beetje ontspanning, dat is het. De sluiting zette ons aan het denken. Geven we korting aan alle getroffen mensen? Maar waar trek je dan de lijn? Zo veel mensen zijn getroffen. Daarom: een forse daling van de abonnementsprijzen voor iedereen. Dat wordt het. En de reacties zijn positief, dat spreekt. Sommigen spreken van een marketingstunt. Vreemd. Dat is dit wel een héél dure stunt."

Concreet krijgt iedereen dertig procent korting. Verkoopt de club achttienduizend abonnementen? Dan wordt dat veertig procent. Twintigduizend? Dan vijftig procent. Zoiets kán natuurlijk in Genk. Geen enkele andere Belgische club maakte het afgelopen boekjaar zoveel winst. Dankzij transfers als die van De Bruyne en Courtois. Achtentwintig miljoen euro. Geld dat wordt geïnvesteerd in de club. Genk is geen nv, maar een vzw. Houben schrok: "Ik keek naar de jaarrekening en dacht: 'wooow.'"

Met dat soort nieuws haalt Racing Genk de krantenpagina's en de televisiejournaals. Met steun aan de Fordarbeiders, met daling van de prijzen, met plaatsing voor de volgende ronde, met winst in de competitie. Een salvo aan positivisme. Met dank aan het harde werken. Met dank aan Houben en Degraen. En hun team, natuurlijk.

Het contrast met Club Brugge, die andere volksclub, kan haast niet groter. No Sweat/No Glory luidt de leuze van Club. Geen zweet, geen glorie, het valt alleen te enten op Racing Genk. Geen grootspraak à la Bart Verhaeghe, geen tromgeroffel en bazuingeschal. In Genk loopt geen klein mannetje zich op de borst te kloppen. Verhaeghe laaft zich aan de spotlights, terwijl Houben onder de radar blijft.

Verhaeghe is flamboyant, vaak ook cassant, en zuigt de aandacht naar zich toe. Zijn imago straalt ook af op dat van Club. Dan mort de tribune. Is Club nog een familie? Eigenlijk is Herbert Houben niet minder flamboyant, met zijn Porsche Panamera Turbo. En duizenden wijnflessen in de kelder ("Bourgogne, wit en rood, het beste wat er is.")

Maar hij is duidelijk: "Ik wil geen figuur worden in Story of Dag Allemaal. Wat is de meerwaarde?" Zijn figuur is onderbelicht. En dat siert hem. "Waarom moet ik vaak in de media verschijnen? Ik zou het niet weten. Het gaat om de club, niet om mij."

Houben heeft een sterk pantser. Er sluipt wel eens kolder in de kop, maar dat toont de blik niet. In de zomer van vorig jaar zat hij rond de tafel met de entourage van Thibaut Courtois, om diens transfer naar Chelsea te regelen. Een moeilijke tijd, er ontstond frictie rond de onderhandelingstafel. Problemen. Houben? Stijlvol voor de camera's. En net dan gebeurde het.

"Een van mijn beste vrienden, mijn overbuur, stierf aan een hartstilstand. Hij deed in brocante. 's Avonds kwam ik thuis en zag hem altijd zitten. Met de deur van zijn magazijn open zat hij te werken aan stukken antiek. Altijd met een blikje bier. Heerlijke man. Ik was van de kaart. Mijn leven, dat gaat goed vooruit. Ik heb mijn beide ouders nog. Mijn twee dochters zijn wolken van kinderen. Ze rijden te paard. Dus schrok ik van zijn dood. Maar Courtois? Dat was een belangrijke transfer. Business first. De pers bivakkeerde hier." En toch. Voor de camera's? Niks te zien. Geen spat verval. "Het moest. Ook dat is de rol van voorzitter. Je moet er staan. En de wereld kijkt mee. Je staat plots op een platform. Ook in het stadion staan camera's op mij gericht. Ik weet dat, dus hou me soms wat in."

Houben oogt nu dan wel als een geslaagde zakenman, maar zijn verleden is geen waslijst aan facts and figures. Hij kon de politiek in, kreeg aanbiedingen van partijen, maar ach, nee. Politiek is hem te traag. Dingen moeten bewegen, vooruitgaan. Houben, een notaris met zelfs zin voor rock-'n-roll. Terwijl grootvader vroeger het land mee bestuurde en moeder de provincie Limburg gadesloeg, ontwikkelde zoonlief zich tot dj, zowaar.

"Muziek is belangrijk voor mij. Ik was tien jaar en kocht met mijn eerste spaargeld cassettes uit de top 30. Ons tuinhuis bouwde ik om tot een discobar. Mijn naam? RFM, Real Fun Music. (lacht) De hobby groeide. In geen tijd had ik ook een lichtinstallatie gekocht, verzamelde ik overal ter wereld platen en was ik als rechtenstudent aan de unief in Brussel dj op grote fuiven. Soort muziek? Ach, ik komt uit de new wave hé. Joy Division, The Cure, Front 242, Anne Clark. Wat later ook de new beat. House en acid, dat soort toestanden. Ik kreeg ooit de kans een plaatje uit te brengen, maar heb dat uiteindelijk niet gedaan."

Aan de passie van Houben hangt helaas ook een trauma. "Op een gegeven moment - ik was een jaar of 25 - had ik een collectie van zo'n 1.500 platen. Mijn hele jeugd zat daarin vervat. Op reis kocht ik platen in Washington, Chicago, New York. Overal. Die collectie is integraal gestolen na een fuif. Dat is een van de grootste trauma's uit mijn leven. Dju man, mijn platen."

Hij gaf het op. Weg was de dj in Herbert Houben. "Ik luister nu wel nog vaak. Vooral naar dingen die energie uitstralen. Dat mag Channel Zero zijn, absoluut." Hij praat er graag over. Dat voel je. De notaris ebt weg, samen met de zakelijkheid. Hij spreekt de woorden smakelijk uit: "Joy Division" en zijn ogen lichten op. Houben, stille genieter.

Onthaasten doet hij dan ook in stilte. In het weekend, met zijn laarzen in de aarde, om takken te snoeien en bomen te planten. "Dan is er geen plaats voor muziek. Dan ligt mijn gsm binnen op tafel en draal ik wat rond in de tuin. Daar hou ik van. Om een buxus bij te knippen. Gewoon ik en de tuin, de natuur, niks anders. Om nadien een glas bourgogne te drinken. Smaakt beter na het werken in de tuin."

Dat deed hij ook na de titel. "Eerst een week feesten. En dan de tuin in. Een gelukzalig gevoel was dat."

De tijd dringt. Zo gaat het leven van Houben, van hot naar her. Hij bekijkt zijn agenda en kijkt naar de fotograaf: "Het lukt. Voor u maak ik tijd." Het knaagt een beetje, dat eivolle leven. Fulltime notaris, fulltime voorzitter. "Tijd is het hoogste goed. Ik wil meer investeren in mijn goede vrienden. In hen die ik zo graag heb. Maar dat lukt me niet altijd. Daar denk ik dan aan. Ik ben 41, zowat halverwege. Ik probeer er iets aan te doen, aan dat gebrek aan tijd. Ook voor mijn dochters: 'Pa, stop toch met die stomme voetbal.' Maar wat moet ik dan doen? De hele dag op een manege lopen? (lacht)"

Je voelt aan Houben dat het lekker loopt in Genk. De fotograaf krijgt meer tijd dan voorzien. De parking naast het stadion is bezaaid met putten. Daar kwam hij vreemd genoeg nooit eerder. "Nu begrijp ik waarom ze de boel hier willen asfalteren."

Herbert Houben trekt het stadion in. Het werk kan niet wachten. Morgen is er Lierse, straks is er de beker, er is ook Europa. En ja, misschien een nieuwe titel. Dan knipt Houben een buxus, drinkt een glas wijn en geniet. Terwijl het volk de miserie even kan vergeten. Genieten van 'dat beetje ontspanning.' Zich onttrekken aan de economische rampspoed. Om Anderlecht en Brugge wat te kietelen: "Fordza Racing."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234