Dinsdag 16/08/2022

Regenboogtrui zonder geel en groen

Tot vijftig meter voor de streep geloofde Tom Boonen in de ritzege. Maar die was voor Robbie McEwen. Na de aankomst dacht hij dat hij geel had. Dat was voor Hushovd. Het enige wat Tom Boonen restte, was een goede uitleg. Het beste wat hij heeft, is geloof in zichzelf. En de wetenschap dat zijn kans nog komt.

Terwijl hij nog aan het uithijgen is, zit er een microfoon in zijn mond, bij wijze van spreken. En na een nederlaag is het nog even mogen hijgen, ook een kleine troost, nog even jezelf afschermen voor de buitenwereld. "Gelukkig heb ik geel, dat verzacht van de pijn", zegt Boonen. "No, no, Tom: Hushovd est en jaune." Het Frans-Italiaans verraadt de aanwezigheid van QuickStep-woordvoerder Alessandro Tegner. "Dan is het voor morgen." En Tom Boonen baant zich een weg door de mensenzee, met camera's en journalisten en hele families Boonenfans die achter hem aan rennen. ("Pak zijn drinkbus! Trek anders die rugnummer van zijn rug! Trek toch, Maggie!")

Dwaze, domme Maggie met de dikke borsten, laat Boonen even met rust. Zeker na een rit zoals gisteren. Een vlakke etappe, zeker wel. Maar toch een Tourrit met karakter, waar broodrenners zich in het zweet huns aanschijns fietsen. Het zweet parelde op het hoofd van Tom Boonen, in honderden druppels, grote en kleine, een doorzichtige mozaïek van de geleverde inspanningen.

De hitte was vreselijk, en die temperatuur maakte de op papier niet zo bijzonder moeilijke rit tussen Obernai en Esch-sur-Alzette, in Luxemburg, bijzonder zwaar. Neem Filippo Pozzato, misschien wel de klasrijkste van alle ploegmaats van Boonen. Onder een maarts lentezonnetje was Pozzato nog de sierlijke winnaar van Milaan-Sanremo, in de Tour is hij een van de ploegmaats hors catégorie die Tom Boonen naar sprintzeges moet piloteren. Zonder dat Pozzato er erg in had, kreeg de vuile zomerwarmte hem klein. Ineens kreeg hij zijn hartslag niet meer onder de 190. Finito Filippo.

En ploegmaat Wilfried Cretskens had de hele dag op kop gereden, dus dat die loste in de finale, was normaal. En nog een ploegmaat, Matteo Tossato, lag twaalf kilometer voor de streep tegen de grond, samen met een paar andere ongelukkigen. En voor de sterke maar redelijk zware Steven De Jongh was de finale net te zwaar. En nog eens drie ploegmaats - de Venezuolaan José Rujano (gewicht: 48 kilo, lengte: 1 meter 62), Cédric Vasseur en Juan-Manuel Garrate - zijn de klimmers van dienst. En die moeten zich niet in dit soort werk stukrijden. Tenslotte kan Tom Boonen moeilijk zichzelf naar de kop van de wedstrijd sleuren, al lijkt het er soms op dat hij dat moet doen. Blijft over, één (1) helper: Bram Tankink. Die zich dan ook, na de aankomst, een weg baande door de mensenzee rond de QuickStep-autobus met de kreet: 'Excuseer! Personeel!'

'We zijn naar hier gekomen om te winnen'. 'Ik ga voor ritwinst en voor groen. En als het kan is geel meegenomen.' Zo sprak Tom Boonen voor de start van de Tour. Hij en zijn manager Patrick Lefevere legden de lat hoog. On-Vlaams, on-Kempens hoog, maar terecht voor een wereldkampioen die de leeftijd heeft om nog ieder jaar te groeien. Vorig jaar won hij twee ritten in de Tour, dus dit jaar moet het weer beter. Dat heet 'progressie', en ook wel 'ambitie'.

En toen veranderde een detail. Net voor de Tourstart verdwenen, zoals bekend, Jan Ullrich, Ivan Basso, Alexander Vinokoerov. Kortom, de drie grootste blikvangers. Ineens bleef er nog maar één vedette over, uiterst zichtbaar in zijn mooie regenboogtrui, op zijn prachtige regenboogfiets, met zijn rijzige gestalte: Tom Boonen. Als er zich, zaterdag voor de proloog, al publiek samentroepte om speciaal één renner aan het werk te zien, dan was dat bij QuickStep-Innergetic, waar Tom Boonen trainde. Een prachtig gezicht: Boonen, naakte torso, die zich in het zweet trapt. En hoewel de fietsen-op-rollen in de schaduw van een tentzeil staan, houdt Tom Boonen zijn zonnebril op. Noblesse oblige. Maar voor een wereldkampioen bestaat geen leven in de schaduw. Ook de wereldpers fixeert de eerste, 'vlakke' week op Tom Boonen.

Zo begon de mooie jonge god uit België aan de Tour. Vanaf de eerste kilometers etaleerde hij ook in daden de ambitie in woorden. Anders behaalt een sprinter geen elfde plaats in een proloog. Al sloeg toen ook de tegenslag toe. Boonens ondankbaarste tegenstander was nog een pak sneller: Thor Hushovd pakte zelfs geel. Hushovd zelf is geen sprinter, geen tijdrijder, en toch beiden tegelijk. In 2004 was hij in Luik al vijfde in de proloog (dus kan hij korte tijdritten de baas), en vorig jaar won Hushovd de groene trui: dus is hij snel. In april jongstleden won hij Gent-Wevelgem, door in de sprint sneller te zijn dan supersprinter Pettacchi. Hushovd is dus sterk, en snel. Tom Boonen ook. Hushovd mikt op groen, en geel onderweg. Tom Boonen ook.

Je zou haast zeggen: bloedbroeders. En zondag zelfs letterlijk, toen Boonen in volle sprint tegen een fototoetsel botste ("alsof je met je elleboog tegen een deur kwakt: elektriciteit over je hele lijf") maar hij voelde zich pas echt koud worden toen hij bloed op zijn trui zag. Pas na de aankomst begreep hij dat hij te dicht bij Hushovd had gereden, die een diepe snee had overgehouden aan een 'bonjour' van een PMU-hand.

En er is nog Robbie McEwen. McEwen is snel. Héél snel. En ook leep. Héél leep. En stout. Af en toe. Een beetje. Kijk even mee naar zijn palmares als rittenkaper: sinds gisteren al negen ritten in totaal in de Tour, en ook negen in de Giro. Dat maakt kleine Robbie, objectief gezien, stilaan tot een van de betere sprinters uit de wielergeschiedenis, beter al (als sprinter, niet als renner) dan Eddy Planckaert of Johan Museeuw, minstens niveau Marino Basso, Rik Van Linden, Jean-Paul Van Poppel of Djamolidine Abdoesjaparov, en als hij nog even kan doorgaan, Walter Godefroot of Erik Zabel.

En dan zijn er nog tientallen anderen die het etiket sprinter krijgen omdat ze in de sprint ritten winnen in de Vierdaagse van Duinkerke of de Ronde van Zwitserland, maar dat telt niet echt. Hoewel. Zondag viel de etappe van Straatsburg naar Straatsburg nauwelijks te controleren, zelfs niet met zes ploegen van sprinters. Want zo gaat dat: de eerste rit is tegelijk een showrit, een hels tempo, een zenuwachtige bedoening, met uiteindelijk een sprint in ongeordende slagorde. Zelfs Robbie McEwen liet zich onverwachts vloeren door Jimmy Casper.

Jimmy Casper! Een Franse sprinter met een naam uit een Parijse musichall. Je kunt je de affiche voorstellen: Johnny Halliday als hoofdact, Jimmy Casper in het voorprogramma. Vedetten waar Fransen dol op zijn. Jimmy Casper, een variétéartiest die hard zijn best doet hogerop te komen. Letterlijk: Casper is een beroerd klimmer, die daarom zowel in de Tour van 2001 als 2004 als allerlaatste eindigde. Een renner met een abonnement op de rode lantaarn in Parijs won eergisteren de openingsrit in Straatsburg. Op weg naar Luxemburg was Jimmy Casper, als vanouds, een van de eersten die moesten lossen. In zijn groene trui. In een vlakke rit.

Misschien dat we binnen drie weken moeten schrijven: het was het voorteken voor een Tour waarin geen zekerheid bestond.

Want dat is ook de uitleg in het Boonenkamp. Patrick Lefevere zag het gisteren al in de aanloop naar de sprint, de laatste vijf kilometer, in de zone vlak na de streep waar het gezellig drummen is, een bont gezelschap ploegleiders, verzorgers, cameramannen en journalisten van tv, radio, bladen en boekskes.

Veel verrassingen werden er niet verwacht, want het was een vlakke rit. Vlakke ritten volgen namelijk een bepaald stramien. Er ontstaat een vroege vlucht. De vluchters werken goed samen, het peloton laat begaan. Dan loopt de voorsprong terug, doch tergend traag. Uiteindelijk blijven ze niet samen: de sterkste gaat door, manmoedig. Toch zal het peloton hem vatten. En uiteindelijk zal het onvermijdelijk tot een sprint komen, zij het dat late doch scherpe uitlooppogingen de helpers van de sprinters werk kunnen geven tot de laatste kilometers.

In dit geval was het: tot diep in de laatste hectometer voor de aankomst. Pas toen werd de sterke Duitser Matthias Kessler, Teutoons staal uit de T-Mobileploeg, door de sprinters gegrepen. Eén man die bijna zo sterk was als alle manschappen samen die de verzamelde sprintersploegen in deze Tour konden mobiliseren. "Ik dacht dat hij gewonnen had", zei Lefevere. Suspense dus, tot in de laatste meters, en dat in een rit die eindigt in het groothertogdom Luxemburg. Luxemburg is het Zwitserland van het noorden: vlak, ondanks de heuvels, de hellingen, de rotsen. Een keurig land. Een ordelijk land. Een o zo proper land. Een land zonder verrassingen. Het heeft wat van de startplaats Straatsburg. Het is het verschil in niveau tussen Elzas- (Straatsburg) en Moezelwijnen (Luxemburg).

En daar, in dat Luxemburg, vond een sprint plaats die het bloed van de hoofdrolspelers deed stollen, (zo deze beeldspraak in deze Tour veroorloofd is) en de wereldkampioen deed verliezen. Robbie McEwen zette aan, Hushovd erachter, Boonen daarachter. Boonen "voelde dat hij erover kon", tot McEwen 'een manoeuvre uitvoert', om het neutraal te zeggen. Een klein kwakje, even van de lijn af. Tegen zeventig per uur, op een fiets. Zoals Lefevere het uitdrukte: "net niet erg genoeg om een klacht neer te leggen. Een streek van een oude vos." Hushovd schoot uit zijn pedaal, Boonen raakte met zijn wiel dat van Hushovd. McEwen won. Correcter: Boonen verloor. Zo ziet de hele wereld, getuige de vragen van journalisten uit Nederland en Frankrijk. De man van Antenne 2: "Monsieur Lefevere, deux jours Tour de France, deux sprints, et 0-2 pour Boonen." Lefevere: "Et c'est deux pour qui?"

Weet Patrick Lefevere dat niet? In een massasprint is het dit jaar Tom Boonen tegen de hele wereld. De wereldkampioen moet tonen dat hij de snelste is, de beste, de baas. Van een regenboogtrui verwacht het volk aan het einde van een sprint dat de armen tot in de hemel rijken.

n Tom Boonen rijdt voor het peloton uit. De wereldkampioen blijft voorlopig met lege handen in de Tour.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234