Dinsdag 16/08/2022

Remco Campert kijkt in een kattenbrein

Zoals je sommige auteurs als Harry Mulisch meteen associeert met een hond, kun je je bij Campert moeilijk een ander huisdier voorstellen dan een schrandere, indolente kat

Met Dagboek van een poes heeft Remco Campert de literaire kattenkunde met een sierlijk kleinood verrijkt. Bedrieglijk eenvoudig valt elke zin feilloos op zijn pootjes. Geamuseerd houdt Poef de 'staartloze tweebenigen' in de smiezen.

Door Dirk Leyman

"In mijn somberste momenten denk ik weleens aan al het spinnen dat er, miljoenen jaren lang, door katten is gedaan terwijl er nog geen mensen waren om er naar te luisteren. De natuur is vol verspilling", zo verzuchtte Rudy Kousbroek in De aaibaarheidsfactor, een grijsfluwelen boekje waarin hij de krolse viervoeters met bijna vochtige ogen op een literaire piëdestal plaatste. Rudy Kousbroek is niet de enige Nederlandstalige schrijver wiens kattenliefde buiten de oevers treedt. Ook Simon Carmiggelt (in het amusante Poespas), Jan Wolkers, Mensje van Keulen en Willem Frederik Hermans hebben zich ooit als notoire poezenliefhebbers geout. Al halen ze het natuurlijk niet bij de Franse bohemien en dagboekschrijver Paul Léautaud, uit wiens beroemde Journal littéraire klaaglijk gemiauw opsteeg. Niet verwonderlijk: tijdens zijn leven heeft Léautaud zowat driehonderd katten onder zijn hoede genomen. En als er eentje doodging, begroef hij de poes met koninklijke eer in zijn tuin.

Dat nu ook Remco Campert met Dagboek van een poes zijn brevet van literaire kattenkunde aflevert, verbaast al evenmin. Zoals je sommige auteurs als Jan Siebelink, Koos van Zomeren en teckelliefhebber Harry Mulisch meteen associeert met een hond, kun je je bij Campert moeilijk een ander huisdier voorstellen dan een schrandere, indolente kat.

Na veelbezongen boeken als Een liefde in Parijs en Het satijnen hart heeft Dagboek van een poes de allure van een wissewasje, misschien vooral vanwege de bescheiden omvang. Toch is Camperts vederlichte inbraak in het kattenbrein van Poef niet zomaar van tafel te vegen. Met een afstandelijke waardigheid neemt het dier de maat van haar medebewoners Bril en Rok, personages waarin men algauw de schrijver en zijn gade zal willen herkennen. Poef is trouwens dik ontevreden over haar onbenullige naam ("een naam als een spraakgebrek") én jaloers op buurtkatten, die welluidende epitheta als Kousbroek (!), Fellini, T.S. Eliot, Multatuli en zelfs Comtesse de Noailles meekregen. Regelrecht afgrijzen is er dan weer voor Rode Harry, de Terreur van de Tuinen, de onbehouwen rosse kater die steeds op het vinkentouw zit en wiens territoriumdrift oneindig is. Op die dagen blijft Poef liefst binnenshuis en slaat ze Bril gade, die in zijn werkkamer zit te suffen boven typemachine of een boek.

Het poezenbestaan is trouwens niet altijd een pretje: als je het huis voor je alleen hebt en er maar weinig te vangen vliegjes passeren, zijn de dagen lang en monotoon. Dan móét je wel kattenkwaad uitspoken: vazen omgooien, een venijnig plasje achterlaten of sofabekleding openkrabben. Erger is het als de Werker komt en met het Dreigend Ding (de stofzuiger) zijn ronde doet. Dan heeft Poef het benauwd. Onverwacht feest is het als de kat via de Draagbare Woning mee versluisd wordt naar Fransenland, waar hele nieuwe horizonten én torren- en muizenjachten wenken: "Hier ben ik de Terreur van de Tuinen." Ook de eigengereidheid van het kattenkarakter geeft Campert de vrije baan. Baasjes die het dier als een veredeld speeltuig zien dat op afroep aandacht schenkt, krijgen nul op het rekest: "Ik ben van mening dat de staartlozen nooit in de illusie mogen leven dat ik op kom draven, iedere keer als zij dat wensen", zo ordonneert Poef.

Dagboek van een poes staat bol van zulke schijnbaar petieterige maar steeds welgeschreven percepties, die ondanks de grote herkenbaarheid nergens obligaat aandoen. Poef weidt even uit over het genot van een staart, de verlokking van rijkgevulde etensbakken of haar gebrek aan talent om in een schoot te gaan liggen. Regelmatig ontfutselt de finishing touch van Campert je een gniffel. Waarna Rode Harry of all cats voor het fikse en onverwachte orgelpunt mag zorgen.

Remco Campert

Dagboek van een poes

De Bezige Bij, Amsterdam,

63 p., 10 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234