Vrijdag 19/08/2022

Remmen voor een hond

Op een nachtelijke weg in Polen kom je de mooiste exemplaren tegen. Met hongerige ogen staren ze uit de berm tevoorschijn voordat ze, schichtig en kop aan staart, het asfalt over sjokken om aan de overkant tussen het kreupelhout te verdwijnen. Maar dat zijn wolven. Geen honden.

Honden lopen langs de weg. Ze volgen het asfalt alsof dat hen ergens heen zal brengen. Onderweg eten ze de kadavers die ooit net als zij langs de weg hebben gezworven. Hun leven bestaat uit lopen. Soms steken ze over. En soms doen ze 'het' midden op straat, zoals van de zomer ergens in Kosovo. Een heel roedel beige zwerfhonden draalt om die ene reu en die ene teef die er de tijd voor nemen. De zon schijnt en de wereld om hen heen staat stil. Zwaarbewapende Servische militairen kijken toe - de honden bevinden zich pal voor een controlepost in Kosovo - en denken aan iets anders. Geen automobilist denkt eraan om door te rijden. Geduldig wacht een groeiende file tot de honden hun zwerftocht langs de asfaltkadavers voortzetten. Op de Balkan heeft men nog respect voor de liefde, vooral als die bedreven wordt.

Daarvoor wel. Maar voor honden niet. Honden zijn obstakels die, als ze de weg oversteken, in tweeën worden gereden. In Joegoslavië sjokken de sjofelste exemplaren langs de weg. Ze ogen zo triest dat het me niets zou verbazen als ze soms met opzet voor de wielen van een auto lopen. Stoppen doet hier niemand.

Honden zijn een last, een plaag. In Bosnië krijgt wie een (zwerf)hond doodt een premie van vijftien Duitse mark. Een meegebrachte staart is voldoende als bewijs dat de hond gedood is - een hondenscalp. Misschien onderscheidt Oost-Europa zich van het westen in de hond. De Balkan is dodelijk, in Midden-Europa wordt het milder, maar knuffelen is er niet echt bij. "Heb je een tuin?", vroeg een Hongaarse kennis, om er stomverbaasd aan toe te voegen: "En je hebt geen hond?"

Een tuin zonder hond is ondenkbaar. In elke tuin woont er een, en meestal twee, of drie. Dat doe je met honden. Je zet ze in de tuin, gooit ze de etensresten toe en eist dat hij als tegenprestatie voor je blaft. Maar binnen komt hij niet.

Want honden zijn vuil. Omdat ze in de tuin horen. En omdat ze vuil zijn, horen ze in de tuin. Wandelen met een hond doet niemand. Dat doet hij zelf maar, op de tien vierkante meter die door hem zijn platgetrapt.

Omdat ik een tuin had en geen hond moest ik er eentje kopen. Ook dat doet niemand. Honden krijg je van iemand die ze kwijt moet. Als je wil, kun je er zo een van de straat plukken. Er lopen er genoeg, zelfs al heeft Boedapest meer opvanghuizen voor zwerfdieren dan voor zwerfmensen.

Maar een zwerfhond kon niet. Geen hond van de straat. Grisha was een zwarte Russische terriër. Hij was het bewijs dat het IJzeren Gordijn behalve een makke, treurige mensensoort ook zijn eigen hondenras heeft gecreëerd. Grisha was het product van de KGB: de Russische geheime dienst. Een stamboom in het cyrillisch die terugging tot een schnautzer in 1953 was het bewijs. Grisha was een dertiende-generatie-resultaat van een geheim fokprogramma uit de jaren vijftig, dat voor de KGB de absolute superhond had moeten scheppen: intelligent, groot, sterk en aanhankelijk.

Hij was inderdaad fantastisch. Uit zijn borstkas galmde een blaf die ruiten deed rammelen. Met een voorpoot kon hij een gevreesde pitbull vloeren. Als hij wilde. Maar hij wilde nooit, daarvoor was hij te gezellig.

Hij stierf op een dag in november. Zomaar. "Vergiftigd", was de eerste conclusie. En meteen doemden de verhalen op, verhalen die opnieuw bewezen dat Hongaren honden haten. Honden vergiftigen blijkt een alledaagse bezigheid in Boedapest. Buren verkeren in staat van oorlog na de dood van de zoveelste hinderlijke keffer - maar Grisha blafte nooit. Hij was amper lastig. Maar je weet maar nooit, met Oost-Europeanen en hun honden. Autopsie bracht de verlossing. Een ordinaire bacterie had de reus geveld.

Dus kan er nu een nieuwe hond in de tuin. Hij is zes weken oud, heet Insar, is een halfbroer van Grisha, veelbelovend, zwart, en de grootste uit zijn nest. Geboren enkele dagen na de dood van Grisha. Dat wil natuurlijk niets zeggen, maar je weet maar nooit, misschien is iets van Grisha's geest nog in hem neergedaald.

Het hondje dat in Kosovo op zekere dag de weg op rent, kijkt aarzelend om. Achter hem doemen twee auto's tegelijk op. Rechts een Kosovo-Albanees, links een inhalende Nederlander. Het hondje aarzelt even, kijkt links, kijkt rechts, en kiest ten slotte voor links. De Nederlander trapt op de rem. "Slimme hond", zegt de Albanese tolk naast de Nederlander. Hoezo? "Hij wist wie van de twee zou stoppen, en wie niet."

Deze column wisselt wekelijks tussen de vaste medewerkers van De Morgen in het buitenland. Volgende week: Hélène Schilders in Seattle.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234