Zaterdag 01/10/2022

Requiem voor het volk

Imre Kertész en Péter Esterházy reizen beiden van Hongarije naar Wenen en schrijven elk hun verhaal, Solomon Volkov stelt de memoires van de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj te boek, Deszo Kosztolányi rekent genadeloos af met de Hongaarse bourgeoisie, Gustav Herling geeft een indringende beschrijving van twee jaar overlevingskunst in Stalins Goelag. Voor u gelezen door Joseph Pearce.

Geen enkele emotie of gedachte is te beschamend om ze niet op het blad te spijkeren

Boedapest, een jaar na de val van het communisme. Imre Kertész heeft een Oostenrijkse beurs gekregen voor zijn Wittgenstein-ver-taling en reist naar Wenen om er zijn verblijf te regelen. Op de trein wordt hij door een corrupte douanier zo geïntimideerd dat hij niet alleen zijn geld kwijtraakt maar ook de illusie dat hij echt vrij was. "Ik was een verloren man. Ogenschijnlijk reisde ik normaal met de trein, maar in werkelijkheid vervoerde de trein mijn lijk en was ik dood en gestorven." Wanneer Péter Esterházy op zijn beurt naar Wenen reist, herinnert hij zich het verhaal van zijn collega-schrijver op het ogenblik dat ook hij met een douanebeambte te maken krijgt. Twee verhalen, maar in feite een enkel verhaal met twee gezichten. Op het eerste gezicht worden de twee Hongaarse schrijvers slechts door pietluttigheden met elkaar verbonden. Kertész en Esterházy brengen allebei een beleefdheidsbezoek aan Wenen, Kertész leest in de trein een biografie van Salvador Dalí, Esterházy een roman van Bernard Malamud. Maar dan doemen de cruciale verschillen op. Voor Kertész is reizen het enige dat hij graag doet. Onderweg zijn is nergens zijn, en vooral niet hoeven te denken aan wat hij in Auschwitz heeft meegemaakt. Die ervaring heeft ervoor gezorgd dat hij een in alle opzichten liefdeloze verhouding met zichzelf en de hele wereld heeft. Esterházy daarentegen is een slechte reiziger. Er schuilt dan geen liefde in hem omdat de werkelijkheid voor hem alleen in zijn zinnen bestaat. "In de buurt van papier ben ik nog het meeste ik." Schrijven is in het reine raken met het leven, "alsof we van boek tot boek steeds grotere gebieden veroverden ten bate van de rust." Ook Kertész is altijd op zoek naar rust geweest. Hij schrijft om zijn talloze demonen te bezweren. Daarom loopt de confrontatie met de douanier fataal af. Op het dodelijk verwonde lichaam van Kertész was er na zestig jaar dictaturen en bezinkseldictatuur immers geen plaats meer voor één enkele speerpunt of één enkele injectienaald, merkt Esterházy op. Beiden ontwikkelen hun verhaal met een pijnlijke precisie. Geen nuance of detail ontsnapt aan hun obsessie om greep te krijgen op de gebeurtenissen, geen enkele emotie of gedachte is te beschamend om ze niet op het blad te spijkeren. Beiden benutten ook zozeer alle mogelijkheden van de volzin dat er over een aantal met gemak een dissertatie geschreven kan worden.

Imre Kertész & Péter Esterházy

Een verhaal, twee verhalen

Oorspronkelijke titel: Jegyzökönyv en Elet és irodalom, Robert Kellermann, De Arbeiderspers, Amsterdam, 93 p., 14,95 euro.

Een fascinerend boek over de relatie tussen kunstenaars en een dictator die het culturele leven van de Sovjet-Unie wilde sturen

Was Dmitri Sjostakovitsj een held of een lafaard? Verkocht hij zijn ziel aan Josif Stalin of slaagde hij erin zijn integriteit te bewaren? Hoewel de componist tegenstrijdige en ontwijkende uitspraken heeft nagelaten, twijfelt Solomon Volkov er geen ogenblik aan dat Sjostakovitsj van uitzonderlijk grote moed getuigde in een tijd waar hij ieder ogenblik verbannen of doodgeschoten kon worden. Volkov schreeuwt zijn gelijk van de daken. Begrijpelijk, aangezien hij de memoires van Sjostakovitsj op schrift gesteld heeft en zichzelf een intieme vriend van de componist vindt. Ondanks die borstklopperij is dit een fascinerend boek over de relatie tussen kunstenaars zoals Sjostakovitsj, Prokofjev, Eisenstein, Majakovski, Mandelsjtam of Achmatova en een dictator die in hoogsteigen persoon het culturele leven van de Sovjet-Unie wilde sturen. Sjostakovitsj wilde niet tot elke prijs overleven. "Hij wilde niet alleen zichzelf redden, maar ook zijn talent." Hoe heeft hij dat gedaan? Tenslotte was Stalin zijn persoonlijke kwelgeest. Twee keer was het conflict zelfs zo uit de hand gelopen dat Sjostakovitsj aan zelfmoord dacht. In 1936 toen zijn opera Lady Macbeth van Mtsensk in het officiële partijorgaan een chaos van geluiden werd genoemd. In 1948 toen hij op de officiële lijst van te straffen musici terechtkwam, zijn werk van het repertoire verdween en hij werd ontslagen op de conservatoria van Leningrad en Moskou. Volgens Volkov ging Sjostakovitsj de weg van de joerodivy, de heilige Russische nar. Deze nar stond voor het "verscheurde geweten en de snikkende stem van het volk". Alleen deze nar kreeg de toestemming om de vorst tegen te spreken en hem, verstopt tussen dubbele bodems, de noodzakelijke waarheden onder ogen te brengen. Waarheid en dubbele bodems in muziek? Voor Volkov is dat geen punt. Iedere compositie is voor hem zowel een "antihielenlikkersverklaring" als een diepzinnige uiting van de pijn en het verdriet van een natie die door de gehaktmolen van de stalinistische terreur werd gehaald. Sjostakovitsj was immers een man met een groot inlevingsvermogen in het lijden van anderen. Daarom is zijn muziek niet alleen autobiografisch, maar haalt zij ook scherp uit naar de repressie. Muziek als esthetische betrokkenheid. Muziek als biecht. Volkov reikt talloze voorbeelden aan. Een van de meest frappante betreft de zevende symfonie. Stalin gebruikte ze als propaganda in de Grote Vaderlandse Oorlog. Dit was veldslagmuziek die de strijd tussen goed en kwaad symboliseerde. Nee, hoor, aldus de componist: het was een requiem voor alle mensen die onder de Grote Terreur van Stalin hadden geleden. Sjostakovitsj heeft onvergetelijke muziek geschreven. Zou die muziek nóg beter geweest zijn als Stalin niet voortdurend met een geladen pistool achter hem gestaan had?

Solomon Volkov

Sjostakovitsj en Stalin. De kunstenaar en de tsaar

Oorspronkelijke titel: Shostakovich and Stalin, Vertaald door Henne van der Kooy, De Arbeiderspers, Amsterdam, 368 p., 24,95 euro.

De meedogenloze afrekening met een corrupt mensentype dat anderen zonder blozen de stront intrapt

Anna begint in de zomer van 1919 op het moment dat de Hongaarse dictator Béla Kun het land uitvlucht wanneer zijn communistische Radenrepubliek ten val gebracht wordt. Hoewel de burgerlijke repressie bloederig verloopt, komt Hongarije langzaam tot rust. Tijd voor de bourgeoisie om opnieuw haar oude arrogantie boven te halen. Angéla, de echtgenote van referendaris Kornél Vizy, is op zoek naar een nieuw dienstmeisje, want tot nu toe heeft ze niet anders dan luie en brutale sloeries gehad die als de raven stalen. Anna Edes is anders, zo blijkt. Hoewel Anna moeilijk went aan haar bazin, die als een politieagent achter haar aanloopt, besluit ze toch te blijven. Anna groeit uit tot de perfectie zelve. De waardering van de Vizys van hun meid is een mengeling van "bewondering, aanbidding en kritiekloze verafgoding, met daarbij enige trots over het feit dat de nieuwe en zo nuttige aanwinst hun toebehoorde, uitsluitend hun en niemand anders." Trots zijn ze zeker, de rest is zelfbegoocheling. De waarheid is dat ze Anna uitbuiten. Niemand ziet er graten in. Immers, de maag van meiden "is anders, hun ziel is anders. Het zijn dienstboden, en dat willen ze blijven ook." Voor Péter Esterházy is Dezso Kosztolányi (1885-1936) "de meest elegante van alle Hongaarse schrijvers". Geen overdreven uitspraak. Kosztolányi schrijft zinnen zacht als zijde en zijn sarcasme is gedoopt in honing. Het contrast tussen de schoonheid van de taal enerzijds en de onsmakelijke werkelijkheid van de zelfingenomen burgerlijke klasse anderzijds, vertienvoudigt de onbehaaglijkheid van de lezer. Hier zijn monsters aan het werk, gekleed in duur satijn, met volgevreten magen en de onhebbelijkheid om alles beter dan de anderen te weten. Zal Anna zich bij haar vernederingen blijven neerleggen? Esterházy noemt Kosztolányi "misschien wel de grootste Hongaarse prozaschrijver van de twintigste eeuw". Anna is ondanks die lof geen meesterwerk, daarvoor houdt de auteur de teugels van het verhaal niet strak genoeg in handen en heeft hij de ergerlijke gewoonte om tussenbeide te komen en te moraliseren. Maar als zedenschets is Anna gaaf en krachtig. Zeker, de historische achtergrond speelt een rol, maar uiteindelijk is dit de meedogenloze afrekening met een corrupt, schijnheilig en enggeestig mensentype dat anderen zonder blozen de stront intrapt en vindt dat het geweten alleen maar in de weg staat van het eigenbelang. Tenslotte is Kosztolányi ook de meester van het detail. Net zoals Angéla is hij de mening toegedaan dat achter alle verschijnselen, hoe klein ze ook zijn, een diepere betekenis schuilt. Ogenschijnlijk gebeurt er niets. Maar de consequenties van dat niets zullen ooit een allesvernietigende aardverschuiving veroorzaken.

Deszo Kosztolányi

Anna

Oorspronkelijke titel: Edes Anna, Vertaald door Henry Kammer, Van Gennep, Amsterdam, 287 p., 17,90 euro.

Vertellingen, portretten en bespiegelingen zijn de stenen, eerlijkheid en medemenselijkheid de mortel

Wie ben je? Waar kom je vandaan? Waar ga je heen? Waarom zit je hier? De gevangenen van het strafkamp Jertsevo bij Archangelsk in Siberië stelden deze vragen zodra een nieuwkomer in hun doorgangsbarak aankomt. Een bewijs van oprechte belangstelling? Welnee. De vragen dienden om wat nieuwtjes van de buitenwereld op te vangen en het eigen lot beter te kunnen begrijpen. Tenslotte was de hele sovjetwetgeving gebaseerd op het principe dat niemand onschuldig was. Gustav Herling had het aan den lijve ondervonden. Toen Hitler Polen in september 1939 binnenviel, vluchtte de twintigjarige student naar de Sovjet-Unie. Hij werd er gearresteerd en van spionage beschuldigd. Droeg hij immers geen hoge, leren laarzen en had hij geen naam die sterk op die van Goering leek? Bewijzen genoeg dat hij in dienst van de Duitsers stond. De strafmaat? Tien jaar werkkamp. In Jertsjevo zat hij samen met andere gevaarlijke spionnen. Een operazangeres bijvoorbeeld die op een bal te vaak met de Japanse ambassadeur gedanst had. Of een matroos die een ansichtkaart gekregen had van het hoertje met wie hij in Marseille stiekem de nacht had doorgebracht. Een wereld apart is de indringende beschrijving van twee jaar overlevingskunst in Stalins Goelag. Herling schreef het vlak na de oorlog. Bij de publicatie in 1951 schreeuwde niemand moord en brand, want een boek over de Grote Terreur onder Vadertje Stalin werd toen nog als anticommunistische propaganda afgedaan. Herling is een intelligente en zeer opmerkzame waarnemer die alle aspecten van het kampleven onder de loep neemt. Vertellingen, portretten en bespiegelingen zijn de stenen, eerlijkheid en medemenselijkheid de mortel waarmee hij zijn bouwwerk zorgvuldig in elkaar zet. Hoewel hij een tijd aan nachtblindheid lijdt, ontgaat hem niets. Hij huilt samen met de vader die zijn zoon voor de laatste keer ziet, hij is ontroerd door de zoon van wie de moeder op bezoek komt. Daarom is Een wereld apart ook een apart boek. Herling is vooral begaan met de anderen, niet met zichzelf. Dat is ongewoon in de kampliteratuur. Bovendien maakt de afstand die de schrijver tot zichzelf bewaart het hem mogelijk om een totaalbeeld van de aard van de mens te schetsen. "Een mens kan alleen maar menselijk zijn wanneer hij in menselijke omstandigheden leeft, en ik vind het volstrekt absurd hem te beoordelen op daden die hij onder onmenselijke omstandigheden heeft begaan." Geen wonder dat Dostojevski's Aantekeningen uit een dodenhuis zijn favoriete lectuur is. Herling ontdekt er de kern van zijn eigen kampervaring: de totaal ontmenselijkte mens die zich aan het nieuwe universum aanpast en verplicht is alle waarden op hun kop te zetten om te kunnen overleven.

gustav Herling

Een wereld apart

Oorspronkelijke titel: Inny Swiat. Zapiski sowieckie, Vertaald door Jacq Vogelaar, De Bezige Bij, Amsterdam, 320 p., 22,50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234