Woensdag 28/09/2022

‘Rivaliteit, maar geen haat’

“Houd het tof, gooi een molotov.” Dat zei Ariël Jacobs zondag meteen na afloop van de vermaledijde wedstrijd Anderlecht-Standard. Het copyright hoort evenwel niet toe aan de Anderlechtcoach, wel aan een spitsvondige, nu ja, Antwerpfan die de slogan in een heel ver verleden ooit op een spandoek schilderde. De oneliner smoorde de pamperige ‘houd het tof’-campagne van de Belgische Voetbalbond, gericht tegen supportersgeweld, meteen in de kiem. Jacobs, fan van historische citaten, bracht het spandoek in herinnering als impressie bij al het geweld dat hij negentig minuten lang van op zijn bankje in het Vanden Stockstadion had gadegeslagen. Hij voegde er ook nog aan toe dat hij het allemaal niet leuk meer vond. Niet de wedstrijd op zich, gewoon het voetbal in het algemeen. Anderlechtmanager Herman Van Holsbeeck had het terzelfder tijd over een gebrek aan voetbalethiek. Daags nadien trok sportpsycholoog Jef Brouwers in deze krant dezelfde conclusie: gebrek aan ethiek in het voetbal. Mensen uit de voetbalwereld hadden geen open dubbele beenbreuk nodig om tot dat besluit te komen. “Het is gewoon triest, de realiteitszin is weg”, zegt ex-international Franky Vander Elst. “Dat was al zo voor afgelopen zondag. Die testwedstrijden, daar is zo’n onnozel spel rond gespeeld. Jan Mulder was de enige die echt durfde te zeggen hoe het zat. (Mulder had het over tweeëntwintig psychiatrische patiënten, red.) ‘Een commentaartje in de stijl van Jan Mulder’, noemden sommigen dat. Niets van, het was gewoon de spijker op de kop.”

Verbale intimidatie

Volgens Vander Elst is de tijdgeest veranderd in het voetbal. “Ik herinner me onze testwedstrijden van 1986. Het ergste wat daarin gebeurde was een tweede gele kaart voor René Vandereycken omdat die de bal weggooide. De belangen waar toen nochtans net dezelfde. Wedstrijden tegen Anderlecht, daar keek je naar uit, want dat waren goede wedstrijden. Er was rivaliteit, maar ik haatte Anderlecht toch niet? Die speelden ook gewoon voetbal. Als voetballer moet je het verstand erbij houden. De rivaliteit was gezond, niemand dacht eraan om de botte bijl boven te halen. Voor een wedstrijd werd wel eens gezegd: ‘Die zijn potje kookt snel over, probeer hem wat te intimideren.’ Maar dat ging over verbale intimidatie. Toen ik begon bij RWDM, riepen tegenstanders verschrikkelijke dingen. Maar grove tackles, neen dat niet.”Wat is er dan veranderd sinds 1986? Alles en niets, natuurlijk. Voetbal wordt nog steeds met elf tegen elf gespeeld, de spelregels zijn nagenoeg dezelfde, en wie de meeste goals maakt is nog altijd gewonnen. Maar voor de rest is weinig nog zoals het was. De financiële impact van het winnen van een testwedstrijd anno 2009 is van een heel andere orde dan in 1986. Toch zou dat op zich geen voldoende verklaring mogen zijn, vindt ex-bondscoach Wilfried Van Moer. “Spelers horen zich daar niets van aan te trekken, die weten hoeveel ze verdienen, maar de rest van de cijfers is voor hen niet relevant. Spelers moeten daar afstand van kunnen nemen”, aldus Van Moer, in zijn actieve carrière zelf slachtoffer van vier beenbreuken.Dat spelers vandaag perfect weten om hoeveel centen ze precies spelen, komt doordat de kranten dat tot na de komma becijferen. Voetbal is de meest gemediatiseerde aller sporten, met alle gevolgen van dien. “Er wordt vooraf in de pers gegoocheld met miljoenen”, aldus Van Moer. “Het gaat over grof geld. Dat is niet alleen de schuld van de media. Bestuursmensen doen daarover ook soms uitspraken die ze beter achterwege laten.” En hop: de bal ligt alweer in een ander kamp. In dat van de clubbesturen dus. Ook daar is de ‘ethiek’ niet wat die hoort te zijn. “Bestuursleden zetten veel te veel druk”, zegt ook Franky Vander Elst. “Ze benadrukken hoeveel geld er op het spel staat. Sommige spelers kunnen dat niet meer plaatsen. Het is een vicieuze cirkel, met de spelers als zichtbaarste schakel. Het is wellicht niet toevallig dat het net een jonge speler is die dit meemaakt. Die gaan mee in die sfeer, dat is wellicht een stukje onvolwassenheid. Maar zo is onze samenleving nu. Allemaal opgefokt.”Michel Louwagie is bestuurslid, manager van KAA Gent meer bepaald, en in die hoedanigheid is hij momenteel verwikkeld in een weinig vermakelijke burenruzie tussen Gent en Lokeren. Louwagie beaamt dat ook de bestuurskamer geregeld de man en niet de bal wordt gespeeld. “Er is sprake van normvervaging”, aldus Louwagie. Spelers die benaderd worden door de concurrentie, ouders die hun kinderen verkopen aan makelaars, dat staat allemaal niet los van de doodschop van Witsel. Meneer Lambrecht van Sporting Lokeren die Milos Maric benadert: een topverdiener bij Gent die meer kan gaan verdienen bij een club met de helft van ons budget. U mag de rest zelf invullen. Die zaak is vergelijkbaar met wat er gebeurd is met Jelle Van Damme tussen Anderlecht en Standard. Je krijgt spanningen tussen clubs, spelers worden opgefokt en dat sijpelt door naar de grasmat. Standard speelt twee keer kampioen en ze voelen zich boven iedereen verheven. Ik volg mijn collega Van Holsbeeck. Er is te weinig ethiek in het voetbal.”Er was een dubbele open breuk nodig om dat probleem onder de aandacht te brengen, maar het stinkt al een tijdje rond de Belgische voetbalvelden. Dat zegt ook Marc Maes, gastprofessor aan de Gentse Universiteit en docent ‘ethische en juridische aspecten in het sportbeleid’. “Het gaat om veel geld, maar dat geeft niemand het recht om de integriteit van een speler aan te vallen. De Koningin Elisabethwedstrijd gaat ook om veel geld, maar heb je ooit iemand een piano zien dichtklappen op de handen van een concurrent?”

Oorlogsjargon

Neen, maar pianospelen is geen oorlog, voetbal is dat wel. Dat heeft Rinus Michels de wereld geleerd. En voetbaljargon met aanvallen, verdedigen en schieten is ook oorlogsjargon. “Natuurlijk is dat zo”, antwoordt Maes. “Maar we moeten weer oorlog gaan voeren zoals we dat vroeger deden. Eerst de tegenstander groeten en dan ertegenaan. Je ziet het in het judo: eerst word je tegen de mat gekletst en dan moet je buigen voor de tegenstander. In het rugby zijn er duizend-en-een manieren om iemand aan te pakken, maar wat zie je: de spelers zijn gentlemen bij uitstek. In het voetbal zie je wel wat schijntoestanden zoals handjes schudden of kindjes meenemen op het terrein. Maar als het spel zich ontbindt, dan ontbinden de spelers hun duivels. Het zielige gedrag waarmee speler ‘winst’ verwerken: truitje over het hoofd trekken, toneelopvoeringen, in andere sporten zie je dat niet.”Het juichgedrag van voetballers is ook een bron van ergernis voor Andreas De Block, professor sportethiek aan de KU Leuven. “Over het concrete geval van Witsels tackle kun je geen uitspraken doen”, aldus De Bock. “Wellicht was dat een beslissing van het moment, en zeker niet met de bedoeling Wasilewski een dubbele open beenbreuk te bezorgen. Bovendien, dat soort incidenten zag je twintig jaar geleden al in het voetbal, en je ziet het elke week in de lagere afdelingen. “Maar hoe Mbokani zondag het publiek na zijn goal ophitste, dat lijkt me een veel groter probleem. Dat creëert een sfeer van ongezonde competitiviteit: het is niet meer belangrijk dat je zelf wint maar dat de ander verliest. En een deel van fairplay is net dat je ernaar streeft om zelf te winnen, niet onmiddellijk dat je de nederlaag van de tegenstander als doel stelt.

Gezonde rivaliteit

“Gezonde rivaliteit”, zo benadrukt De Block, “is normaal, maar in het voetbal, ook in de Belgische competitie, zie je een soort leedvermaak, een algemene onsportiviteit, zowel bij de spelers als bij de supporters.” Helemaal nieuw is dat volgens de ethiekprof niet. “Ik vermoed dat je het indertijd tussen Daring en Union ook al had, net zoals het ook al jaren tussen Lazio en AS Roma of AC Milan en Inter speelt.” Nieuwer is wel dat de mediatisering nog voor een feedbackeffect zorgt. “Mensen zien de beelden herhaaldelijk, de weerzin slaat over op degene die de fout maakte, die weer wordt gezien als deel van de groep. En zo krijg je verdere polarisering.”En dat werkt in twee richtingen. “Standardspits Jovanovic wordt nu haast heilig verklaard. Zijn uitspraken over de titel willen ruilen waren in zeker opzicht groots en hij is ongetwijfeld een leuke kerel, maar hij speelt ook niet altijd even fair. Maar op den duur krijg je zo alleen extreem goeden en extreem slechten. Als ik de supportersfora nu bekijk, valt het op dat fans van Anderlecht en Club Jovanovic de hemel inprijzen, terwijl Defour en Witsel haast hitleriaanse figuren worden.”

Eindeloos gemekker

Vraag is: hoe krijg je ethiek opnieuw in het voetbal? “Je moet het spel fairder trachten te maken”, zegt De Block. “Als je je truitje uittrekt na een goal, krijg je geel, maar eindeloos mekkeren tegen de scheidsrechter, daar wordt veel coulanter mee omgesprongen. De druk waaronder een scheidsrechter door manipulatiepogingen en gemekker in zo’n wedstrijd staat, is enorm. En vooral, voor zware fouten die een speler in gevaar brengen, maar dus ook voor het provoceren van het publiek kan de sanctie alleen maar rood zijn. Je shirtje uittrekken lijkt me toch minder erg dan wat Mbokani deed.”Volgens Marc Maes is vorming essentieel voor een ommekeer in het Belgisch voetbal: “Al twintig jaar geef ik opleidingen in ‘ethiek in de sport’. Nog nooit heb ik daar een toptrainer gezien. Noemen we iemand een toptrainer omdat hij een topclub traint of omdat hij topcompetenties heeft? Als er revanchegevoelens blijven hangen bij de spelers, dan moet een trainer die weghalen. Een trainer die het resultaat boven ethische waarden stelt, dat kan toch niet. Sport in het algemeen en lichamelijke opvoeding in het bijzonder is net het middel bij uitstek voor een ethische vorming. Sport op school is meer dan vetsmelterij en het inslijpen van een paar motorische trucjes. Het gaat ook over ethiek.”Jeugdvoetbal vertoont inzake ethische vorming nog wel een paar hiaten. Dat bevestigt Henk Mariman, hoofd opleidingen bij Club Brugge. “Het is zo dat er rond onze jeugdvelden een atmosfeer hangt die zeker niet gezond is. Je moet daarin aan management doen, anders loopt het verkeerd. Op onze website staan een aantal richtlijnen voor ouders en wij delen bij wedstrijden ook folders uit. Daarop bedanken wij hen om onze club te steunen, maar net zo goed staan er een aantal gedragsregels op. Bijvoorbeeld: wel aanmoedigingen, geen tactische richtlijnen. “Het gedrag van de jeugdcoach is het beginpunt van alles. Hij moet sereen zijn, hij moet spelers de mogelijkheid geven om op een juiste manier om te leren gaan met verkeerde beslissingen van de scheidsrechter of fysiek spel van de tegenstander. Een voorbeeldje: vorige week was er hier een jeugdspeler die na het scoren van een doelpunt zijn vinger voor de mond hield, het ‘stiltegebaar’. Ja, onze trainer heeft die speler meteen vervangen. Dat is de beste manier om er komaf mee te maken.”Marc Maes sluit daarbij aan: “Het zijn zulke dingen die het voetbal subtiel agressief maken. Er moet echt ten gronde nagedacht worden over een vorming van voetballers, trainers en bestuursleden. Dan kan resulteren in een code of conduct. Het voetbal is toe aan een ethische heropleving. Een conclaafje waarin men de speler in dit bijzondere geval een schorsing van een aantal speeldagen oplegt, zal niet volstaan. “Voetbal brengt een massa mensen samen, maar voetbal verdeelt die massa ook: in het stadion heb je businessseats, loges en staantribunes. Dat is het systeem dat de jezuïeten hebben geïntroduceerd. De adel kocht de beste stoelen in de kerk. Hun businessseats. Dat werkte niet: de kerken liepen leeg. Het voetbal zou die scheiding ook moeten opgeven. Gewoon weer allemaal samen, één groot feest. Maar nu ben ik een beetje naïef zeker?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234