Woensdag 10/08/2022

Rock

The Strokes

De klank van de straat

Als het Britse blad NME weer eens 'de toekomst van de rock-'n-roll' heeft ontdekt, is enig scepticisme doorgaans op zijn plaats. Maar in het geval van The Strokes, een vijftal uit de New Yorkse Lower Eastside, mag je het enthousiasme van de scribenten gerust als gerechtvaardigd beschouwen. De meest gehypete groep van de jongste zes maanden heeft met Is This It nu eindelijk haar eerste langspeler uit, waardoor je vanaf heden zelf kunt vaststellen hoe fris, vitaal en opwindend gitaarrock anno 2001 nog kan klinken.

The Strokes zijn jong (alleen zanger Julian Casablancas is de 21 net voorbij), zien er bijzonder cool uit en hebben een voor een namen die tot de verbeelding spreken. Via via kwam hun eerste, drie nummers tellende demo bij Geoff Travis van Rough Trade terecht, die hem meteen op single uitbracht en zodra 'The Modern Age' op pers en publiek werd losgelaten, was er geen houden meer aan. De even rauwe als catchy opvolger, 'Hard to Explain', bestormde prompt de Britse toptwintig en de kopstukken uit de beau monde van muziek, film en mode verdrongen elkaar om de band live aan het werk te zien.

Natuurlijk hebben The Strokes niets nieuws uitgevonden. De ingrediënten van hun sound zijn geleend bij de Velvets, Iggy Pop, Television, de Ramones en The Fall, maar ze worden wel anders gedoseerd en het resultaat komt tegelijk eenvoudig en natuurlijk over. Bij The Strokes klinkt niets geforceerd, integendeel: hun songs (er komen er elf voorbij in 36 minuten) zijn compact en gebald, hoekig en springerig, rauw en energiek en zijn voorzien van zuignappen waarmee ze zich in een oogwenk op de muren van je geheugen kunnen vastzetten.

Het broeierige 'Is This It', het rammelende maar strak gespeelde 'Someday', het naar Motown lonkende 'Last Nite', het in de nervositeit van de grootstad gedrenkte 'New York City Cops': allemaal zouden het singles kunnen zijn en allemaal zullen ze je nog voor het einde van dit jaar als klassiek in de oren klinken. The Strokes maken muziek met een hoog adrenalinegehalte: je kunt er de agressie van de straat in horen; het is een klankgeworden 'walk on the wild side'.

Rioolratten zijn de vijf heren allerminst. Ze komen uit de bemiddelde middenklasse en hebben bijna allemaal op privé-scholen gezeten. De vader van de zanger is de oprichter van een vooraanstaand modellenbureau, terwijl een van de gitaristen een zoon is van Albert Hammond, een songschrijver die tijdens de jaren zeventig hits scoorde met 'Free Electric Band', 'Air Disaster' en 'It Never Rains in Southern California'. Maar in het licht van de songs zijn al die details volkomen irrelevant. De vraag is enkel of je The Strokes een dienst bewijst door ze in dit stadium van hun carrière al dood te knuffelen en onder superlatieven te bedelven. Laten we dus volstaan met de mededeling dat het antwoord op de vraag Is This It in alle opzichten bevestigend luidt en dat u het debuut van The Strokes onverwijld moet aanschaffen. Vandaag nog.

The Strokes, Is This It, RCA/BMG

Laurie Anderson

Een vrouw met een verhaal

De Amerikaanse performanceartieste Laurie Anderson wordt vaak als avant-gardiste gedoodverfd. Toch is haar werk altijd veel toegankelijker geweest dan die omschrijving zou doen vermoeden. Anderson, die beeldhouwster is van opleiding, installaties maakt en op het podium een persoonlijke manier heeft ontwikkeld om film, muziek en spoken word op een harmonieuze manier te versmelten, is vooral een vrouw die prachtige verhalen vertelt. Dat doet ze ook in haar jongste theatervoorstelling, de 'techno-opera' Songs and Stories of Moby Dick, gebaseerd op de roman van Herman Melville, die in 1999 in première ging.

Een deel van het materiaal uit die multimediaperformance is nu te horen op Life on a String, haar achtste langspeler. Het is een vrij intimistische plaat, waarvoor ze nauw samenwerkte met de IJslandse bassist Skúli Sverrisson, producer Hal Willner en enkele muzikanten uit de New Yorkse Downtown Scene, zoals Joey Barron, Greg Cohen, Peter Scherer en Bill Frisell. Opvallend is dat Laurie Andersons vioolspel, voor het eerst sinds Big Science uit 1981, weer een prominente rol in het klankbeeld krijgt toebedeeld. Ook in het door Van Dyke Parks gearrangeerde 'Dark Angel', met verwijzingen naar ouderwetse swing, en het instrumentale 'Here With You' dringen de strijkers zich naar de voorgrond. De inkleding van de songs houdt het midden tussen spaarzaam elektronisch en veelkleurig akoestisch, terwijl in stilistisch opzicht wordt verwezen naar jazz, klassiek, pop en verscheidene soorten etnische muziek. Andersons observaties worden omgezet in een eenvoudige, alledaagse taal, zonder dat hun poëtische karakter verloren gaat. Wie nog twijfelt aan Laurie Andersons vermogen melodieuze, luistervriendelijke liedjes te schrijven, luistert best eens naar tracks als 'Slip Away', 'Broken' of 'Washington Street'. Zijn/haar vooroordelen zullen smelten als sneeuw voor de zon. Life on a String is een subtiele plaat, waarop ieder detail zijn functie heeft en droom en werkelijkheid in elkaar overvloeien. En raak je gecharmeerd door haar muziek, dat wil je Laurie Anderson misschien ook wel eens live aan het werk zien. Dat kan op 16 oktober op in de Antwerpse Elisabethzaal.

Laurie Anderson, Life on a String, Nonsuch/Warner

A Camp

Zweedse prikkeldraadpop

Nina Perssen ken je wellicht al als zangeres van de Zweedse popgroep The Cardigans. A Camp is haar eerste soloproject en daarvoor ging ze niet over één nacht ijs. De plaat, die ze bij elkaar schreef met Niclas Frisk van Atomic Swing, werd zelfs twee keer ingeblikt. Ontevreden over het aanvankelijke resultaat riep Perssen de hulp in van haar grote idool Mark Linkous, alias Sparklehorse, die haar eerder al uitnodigde om mee te zingen op zijn cd It's a Wonderful Life. De man manifesteert zich hier voor het eerst als producer en dat blijkt uitstekend uit te pakken, want het grofkorrelige, met vreemde effecten, samples, wurlitzers, theremins, mellotrons, pedalsteels en strijkers versierde geluid past wonderwel bij de in weemoed gedrenkte liedjes.

Die zijn over het algemeen een beetje persoonlijker en donkerder dan bij The Cardigans en doen, in het geval van 'I Can Buy You' en 'Elephant', zelfs denken aan de Amerikaanse Aimee Mann. Het aanbod zweeft tussen prikkeldraadpop en futuristische country, tussen stevige gitaarrock ('Hard as a Stone') en neopsychedelia ('The Oddness of the World'). Nina Perssen bewijst met 'Algebra', 'Frequent Flyer' en 'Song For the Leftovers' andermaal dat ze weet hoe je een memorabel liedje in elkaar zet, maar tegelijk heeft ze ook oor voor het werk van anderen. Zo bevat A Camp covers van Daniel Johnston ('Walking the Cow'), The Replacements ('Rock'n'Roll Ghost') en Restless Heart ('The Bluest Eyes of Texas'): geen voor de hand liggende artiesten, maar Perssen is dan ook veel meer dan de zoveelste mainstream-chanteuse. Hopelijk komt ze binnenkort ook eens haar Camp opslaan op een nabijgelegen podium.

A Camp, A Camp, Stockholm Records/Universal

Pernice Brothers

Addertjes onder het gras

Sprankelende popmelodieën waarin zowat alle groepen met een B (The Beatles, The Byrds, Badfinger en Big Star) doorklinken: The Pernice Brothers uit Boston hebben er sinds hun twee jaar oude debuut Overcome By Happiness een huisspecialiteit van gemaakt. Joe Pernice geldt dan ook als een beslagen songschrijver, die gefascineerd is door het contrast tussen inhoud en vorm. Zijn liedjes, waarin licht en donker, bitter en zoet lijnrecht tegenover elkaar staan, mogen dan al een ontwapenend catchy indruk maken, toch zitten er steevast addertjes onder het gras. Op The World Won't End merk je dat bijvoorbeeld aan 'Flaming Wreck', over iemand die droomt dat hij bij een vliegtuigramp om het leven komt. Bij oppervlakkige beluistering ben nog je geneigd dit deuntje als onweerstaanbaar zonnig te beschouwen, maar in werkelijkheid is het een nachtmerrie. 'The Ballad of Bjorn Borg' gaat dan weer over mensen die op het hoogtepunt van hun openbare leven beslissen uit het gezichtsveld te verdwijnen.

Alles op deze cd staat in het teken van introspectie en verfijning. Tracks als 'Working Girls', 'Bryte Side', 'Our Time Has Passed' zijn stuk voor stuk voorzien van warme, meerstemmige samenzang, zinnenprikkelende arrangementen waarin piano's en strijkers figureren en songstructuren van klassieke snit, betrokken bij een couturier die ook door Matthew Sweet en Michael Penn wordt gefrequenteerd. Pernice, vorig jaar nog bevallen van een aardige soloplaat, was de jongste jaren onder meer actief bij de Scud Mountain Boys en Chappaquiddick Skyline. Op The World Won't End bewijst hij echter dat hij, als muzikant, nog lang niet het achterste van zijn tong heeft laten zien. Wie dit werkstuk negeert, begaat dus een flater van formaat.

Pernice Brothers, The World Won't End, Southpaw/PIAS

Thalia Zedek

Het schreeuwen voorbij

Wie al geboren was voor de jaren tachtig van de vorige eeuw en sindsdien af en toe een stukje Amerikaanse underground heeft omgeploegd, kent Thalia Zedek misschien als zangeres en gitariste van luidruchtige bands als Live Skull, Uzi en het garagebluesgezelschap Come. Toch ligt het geluidsvolume op haar eerste soloplaat beduidend lager dan we van Zedek gewend waren. In een recent verleden ondernam ze, met het inmiddels opgeheven Come, een paar korte 'cabaret'-tournees. Bij die gelegenheid werden de songs van haar groep totaal uitgekleed en vervolgens gereconstrueerd met behulp van piano en strijkers. Dankzij die sobere, intimistische aanpak kwam Zedek tot de vaststelling dat ze niet per se hoefde te schreeuwen om aandacht te krijgen. Een en ander leidde tot een muzikale heroriëntatie die nu haar beslag krijgt op Been Here and Gone.

De agressie van vroeger heeft plaats geruimd voor introspectie; noise moet het afleggen tegen melodie en ten behoeve van de sfeer wordt het modale rockinstrumentarium aangevuld met trompet, altviool en glockenspiel. Thalia Zedeks stem klinkt weliswaar gehavend en een beetje eentonig, maar haar timbre blijkt uitstekend te passen bij het nieuwe materiaal. De keuze van de covers, van overbekend tot obscuur, zegt iets over de richting die de zangeres inmiddels is ingeslagen: 'Dance Me to the End of Love' van Leonard Cohen is haar op het lijf geschreven en ook '1926' van V en 'Manha de Carnaval' van de Braziliaanse legende Luiz Bonfa schrikken haar niet af. Het zonnetje in huis zal Zedek wel nooit worden, maar wie raad weet met een stevige portie dramatiek moet Been Here and Gone zeker in huis halen.

Thalia Zedek, Been Here and Gone, Matador/Konkurrent

Dirk Steenhaut

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234