Woensdag 28/09/2022

Roerganger op de wereldzee

'Michel moet nog veel leren. Proactief, prima, als het maar geen overactief wordt'

bart Willems / Foto's Anthony CorreiaLouis Michels debuut in de internationale diplomatie

Een boottochtje op de East en Hudson Rivers, een paar diplomatieke aanvaringen, zo'n dertig 'bilateraaltjes', de dioxinecrisis en een geheime Kongolese ontmoeting. Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel stak vorige week de grote plas over en zette in New York de eerste stappen op de evenwichtsbalk van de internationale diplomatie. En zorgde en passant ook nog voor ophef in de nationale politiek. Een blik achter de coulissen.

Decor De 54ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. Acteurs: een hyperactieve Belgische missie bij de VN, een tiental diplomaten van diverse pluimage, evenveel journalisten en een van ambitie overlopende minister. Plot: de terugkeer van de kleine Belgen in de politieke arena van het Grote Afrika. Werktitel: C'est le ton qui fait la musique, de Afrikaanse agenda van hoofdrolspeler Louis Michel, leider van de Franstalige liberale PRL, vice-premier, minister van Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel.

zondagmiddag

Beekman Tower. Een lelijk hotel met uitzicht op het terrein van de Verenigde Naties aan First Avenue. Voor zeven dagen de uitvalsbasis van Louis Michel en zijn gevolg. De minister, net in New York gearriveerd na een toertje met prins Filip in Atlanta, is bijzonder in zijn nopjes en praat honderduit met journalisten. Het ministeriële enthousiasme werkt aanstekelijk, alsof het langverwachte schoolreisje eindelijk begint.

De conversatie vindt plaats op de stoep voor het hotel. Voor de eerste keer valt het woord off, dat deze week een venijnige bijrol zal gaan spelen. Off, zoals in off the record, journalistentaal voor 'niet voor publicatie bestemd', of in een vrijere interpretatie: 'schrijf het maar, als je er maar niet bij zegt dat je het van mij hebt'. De laatste versie geniet in de meeste gevallen de voorkeur, de confidenties worden tenslotte niet voor niets gelost.

Valt het O-woord hier voor de eerste keer, of niet? En houdt dat verband met de figuur van staatssecretaris Eddy Boutmans? Als zijn naam valt, en niet voor het laatst, volgt het gebaar van de hand die in een binnenzak verdwijnt. Gegniffel. Die minister toch. De machiavellist in Michel is nooit ver weg. Het aanvankelijke idee om een bustocht te maken door New York is afgevoerd. Saai en voorspelbaar immers. De entourage van de minister, of hijzelf, kan geen gebrek aan originaliteit worden verweten: er staat een boottochtje gepland op de East River.

Pier 16 aan de East River, onder de schaduw van de imposante Brooklyn Bridge. Het Belgische gezelschap scheept in op de 19de-eeuwse platbodem Pioneer, een met zeilen getooid vaartuig dat in een vorig leven zand vervoerde van de kust naar het nog zompige Manhattan. De minister voert gesprekken met journalisten en diplomaten. De zeilen worden met een gezamenlijke krachtsinspanning gehesen en het toerental van de stampende dieselmotor valt terug. De zwarte, in New York geboren en getogen schipper stelt verbaasd vast dat hij een minister aan boord heeft. "Where are the security guys?" Onbedoeld geeft hij met dat zinnetje het formaat van België op het internationale toneel aan. Als zelfs de als paranoïde bekendstaande Amerikanen geen Secret Service-agenten meesturen... "Misschien kunnen ze niet zwemmen", luidt de officiële reactie.

Op de helft van de zeiltocht dobbert de platbodem in de richting van het Statue of Liberty, het Vrijheidsbeeld. Louis Michel neemt het roer over. De rondzwevende mare dat hij Verhofstadt als zijn dauphin beschouwt wordt plots krachtig verbeeld. Is dit de roerganger van het Belgische schip van staat en Verhofstadt het veelbelovende scheepsmaatje? Michel, pijp vastgeklemd in de ombaarde mond, geniet in ieder geval zichtbaar. De tijd van loodgieters en andere edele ambachten die aan Jean-Luc Dehaene werden toegeschreven is echt voorbij. Het ontbreekt Michel enkel aan een stevige bries in de zeilen.

Bij het aanmeren - de terugtocht vindt noodgedwongen plaats op motorkracht - zijn de vergelijkingen met Michels voorganger, de sobere en ook een beetje saaie socialist Erik Derycke niet van de lucht. Michels persoonlijke woordvoerder, voormalig Le Soir-journalist Olivier Alsteens, glundert: "Mission image accomplished."

Het gezelschap verhuist naar restaurant Markt, uitgebaat door de Belg Peter Michaels - een hot place te oordelen naar de jonge, hippe cliënteel. Omstandig geeft Michel exposés over het nieuwe (Centraal-)Afrika-beleid van de Belgische regering, zijn verhouding met matroos Verhofstadt en de kwaliteit van de regeringsleden van eigen en andere partijen, waarbij het woord 'groen' vaak in twee betekenissen wordt gebruikt. Alleen Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, kan Michels goedkeuring wegdragen. De pijp wordt aangestoken en de zoete tabakslucht zoekt haar weg langs de disgenoten.

maandag De Belgische VN-missie aan 46st Street. Vanaf nu moet er gewerkt worden. En hoe. Op het voor intern gebruik getitelde Scenario van de ministeriële week wemelt het van de afkortingen, alsof het om een geheime operatie gaat. De lange lijst met namen van collega's uit alle windstreken die Michel tijdens zogezegde 'bilateraaltjes' (contacten van land tot land) zal ontmoeten, is indrukwekkend.

Michels marathon begint met de Benelux, en zal via onder meer Iran, Palestina, Rwanda, Burundi, Gabon en Kongo eindigen met Malta. In totaal een slordige 32 afspraken, zonder de recepties, diners en andere verplichtingen die de minister in zes dagen heeft te vervullen, mee te tellen. Je zou van minder overspannen worden.

Tijdens de eerste ochtendbriefing oogt de minister fris als een hoentje, klaar voor het handwerk in de diplomatieke arena. Missie: Centraal-Afrika, de minister zet het voortdurend in de verf, wordt de speerpunt van het Belgische buitenlandse beleid.

Toch hangt de eerste diplomatieke aanvaring al in de lucht, in de vorm van de 33 pagina's tellende Afrika-notitie van zijn Nederlandse collega van Jozias van Aartsen en diens minister (!) van Ontwikkelingssamenwerking Eveline Herfkens. Michel kijkt boos. Die vermaledijde Hollanders slaan in de Notitie hun, met tientallen miljarden ontwikkelingsgeld gevulde klauwen uit naar, precies: Centraal Afrika.

Gepikeerd laat de minister weten dat het Nederlandse argument om actiever te worden in het Gebied van de Grote Meren, zijnde dat het land geen koloniale ballast meezeult in Afrika, nergens op slaat. Vooral de zinsnede in de Notitie, dat de immer calculerende noorderburen in tegenstelling tot andere Europese landen geen 'verborgen agenda' hebben in Centraal-Afrika, steekt het corps diplomatique. De aanwezige topdiplomaat André Adam, de Belgische VN-ambassadeur, valt de minister bij. Juist landen met een grote expertise in de regio kunnen van nut zijn om de immense problemen in het gebied het hoofd te bieden. België dus.

Wat de Nederlanders nooit hadden mogen weten, belandt via de Franstalige pers toch nog bij Van Aartsen, die, o toeval, in hetzelfde hotel logeert als zijn Belgische ambtgenoot. 'Ne touche pas a mon bébé Afrique Central', wordt de eerste midscheepse diplomatieke aanvaring.

Nederlandse diplomaten vragen zich verbijsterd af 'wat die Michel wel denkt'. "Wil hij dat we geen geld meer aan die regio geven? De Belgische ontwikkelingshulp is niet van die omvang dat daaraan veel rechten in Centraal-Afrika ontleend kunnen worden", reageert een hoge ambtenaar van het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, ook aanwezig in New York.

Michel heeft dan inderdaad al met een lichte jaloezie gesproken over het veel hogere Nederlandse budget. Hij loert openlijk op het geld van staatssecretaris Boutmans. "Ik heb maar 10 miljard, Ontwikkelingssamenwerking heeft er 23, en ik wil daarover kunnen beschikken. Zonder eigen budget geen Afrika-beleid."

Een dag later zijn Michel en Van Aartsen elkaar blijkbaar op de gang van Beekman Tower tegengekomen: de kou is uit de lucht. De beloofde, volledige, ministeriële recensie van de Nederlandse Notitie wordt met een 'geen commentaar' ingetrokken.

dinsdagmiddag De grote speeches voor de jaarlijkse Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, die van VS-president Clinton en VN-secretaris-generaal Kofi Annan, zijn al uitgesproken. Michel moet nog tot zaterdag wachten voor hij de Belgische terugkeer in Centraal-Afrika aan de internationale klok mag hangen.

Dat betekent niet dat er niets gebeurt. Zoals gewoonlijk spreekt Europa (lees: de Europese Unie) niet met één stem als het gaat om buitenlands, in dit geval Afrikaans beleid. Dus moet er worden afgetast met welke mede-lidstaten men scheep gaat om binnen de Unie aan het langste eind te trekken. Nederland zoekt in zijn Notitie de samenwerking met Zweden en Groot-Brittannië, en het heeft Duitsland benaderd. Michel gokt op steun van Parijs (berucht als cavalier seul in Afrika), Lissabon en... Londen.

Maar zonder groen licht van de VS, uitermate actief in de regio, is er in Centraal-Afrika sowieso niet veel mogelijk voor een klein land als België. Michel luncht vandaag, we schrijven woensdag 22 september, met zijn Amerikaanse ambtsgenote Madeleine Albright, om haar te polsen over het nieuwe Afrika-beleid. Aan tafel zitten ook Michels Europese collega's en de minister krijgt amper een paar minuten tijd om zijn zaak te bepleiten. Om nog een reden is dit een belangrijke dag voor België: 'smiddags spreekt Michel met de Burundese, en later ook met de Rwandese minister van Buitenlandse Zaken, beide voormalige kolonies waar de Belgische 'expertise' kan worden ingezet.

Dagelijks informeert Michel op de vierde verdieping van de Belgische VN-missie aan 46th Street het persgilde over de wederwaardigheden van de 'bilateraaltjes'. Soms levert zo'n ontmoeting niet meer op dan wat wederzijdse beleefdheidfrasen en, na een paar keer wordt het een boutade: "ik werd uitgenodigd voor een bezoek", wat gedurende de week verandert in "ook hier moest ik maar eens langskomen".

Na de diplomatieke aanvaring met Van Aartsen sluipt woensdagmiddag de voorzichtigheid in de uiteenzettingen, ook al omdat de Afrika-deskundologen in België zich af beginnen te vragen wat nu precies de inhoud is van dat nieuwe Afrika-beleid.

"We moeten iets proberen in Afrika, maar geen illusies wekken. We moeten (nog?) niet laten geloven dat we een magisch plan hebben." Michel tast af, wil graag proactief werken in de regio, maar moet tevens rekening houden met de gebruiken van de internationale diplomatie. Nederland voor het hoofd stoten, alla, maar doe hetzelfde met de Amerikanen en het is prijs. Het wordt balanceren op de diplomatieke evenwichtsbalk, want de minister is iemand die graag praat. Hij zal er nog één keer af vallen, maar daarover later meer.

Lichte tekenen van vermoeidheid bij de minister laten zich bespeuren. De perfect Nederlandssprekende Geldenakenaar beantwoordt tot drie keer toe een vraag in die taal met "Hoe zegt u?" Als het thema inhoudelijk gecompliceerd wordt is Frans de voertaal, en met de herinnering aan het diplomatieke botsinkje met de Nederlanders vers in het geheugen klinkt het off meer dan eens. Het klinkt niet, en steeds nadrukkelijker niet, als Michels staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Eddy Boutmans, zijn bevoegdheden en zijn budget ter sprake komen. Wie naar Afrika afreist zonder geld voor projecten of interstatelijke samenwerking wordt politiek niet serieus genomen. Vrij vertaald: die staat voor lul en kan maar beter thuisblijven. En Michel maakt meer dan eens duidelijk dat hij de eerste viool speelt op het ministerie. "Boutmans valt onder mijn gezag." Pierre Chevalier, de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, ook, zegt de minister, maar dat doet hij in een snel uitgesproken bijzin. Groene staatssecretarissen proberen op te peuzelen, tot daaraan toe, in een VLD'er wenst de minister zich niet te verslikken.

woensdagavond Dit is voor de Belgische diplomatieke vertegenwoordiging in New York het hoogtepunt van de week. Ingeborg Kristoffersen, de Belgische consul-generaal in New York, en VN-ambassadeur André Adam geven ter gelegenheid van het bezoek van Louis Michel een receptie - gezien de locatie is de vorstelijke term ontvangst meer op zijn plaats. Het poepsjieke appartement met uitzicht op Central Park is vanavond het verzamelpunt voor de fine fleur van de Belgische gemeenschap in New York.

Een hapje, een drankje en natuurlijk een woordje van de minister. Die heeft voor zijn toespraak, een alinea in het Nederlands, een in het Frans en de rest in perfect Engels, de dioxinecrisis uit België meegebracht. Michel benadrukt dat in Brussel met man en macht wordt gewerkt om het beschadigde Belgische imago, ook in de VS, weer op te krikken.

Volgens sommige aanwezigen zou de regering dat maar beter aan de Belgen ter plaatse overlaten. "We hebben geen wise guys of wise girls nodig die een imagocampagne op gaan zetten", zegt een Belgische New Yorker besmuikt. "Die kippen waren hier één dag voorpaginanieuws en toen zijn ze verhuisd naar pagina 16", weet de man.

Na de plichtplegingen van de hoge bezoeker is de gastvrouw het stralende middelpunt van de bijeenkomst. Kristoffersen, gepokt en gemazeld diplomate en voormalig ambassadeur in Kiev, en met de uitstraling van een Belgische Madeleine Albright, neemt haar werk zeer ter harte en is de steun en toeverlaat van de naar schatting tienduizend Belgen in New York en omgeving. Eigenlijk vindt ze het appartement een beetje te chic.

Andere diplomaten worden wat losser van tong, zonder aanwijsbaar verband met de kwistig uitgeschonken flessen Belgisch bier trouwens. "Michel moet nog veel leren", luidt de ondubbelzinnige verwijzing naar zijn Afrika-initiatieven. "Proactief, prima, als het maar geen overactief wordt." Dit zijn mensen bij wie het off als het ware op hun voorhoofd geschreven staat. Zij behoren niet in krantenkolommen op te duiken. Maar ze hebben wel een boodschap voor hun politieke baas: "Hardlopers in de internationale politiek zijn vaak doodlopers." De avond eindigt met de vaststelling dat diplomaten en journalisten één ding gemeen hebben: ze vinden zichzelf verschrikkelijk belangrijk.

donderdag De schier oneindige reeks bilaterale gesprekken voortgezet. Op de agenda staat, naast weinig opwindende contacten met Oekraïne en Chili, ook een ontmoeting met de gouverneur van de Kongolese Nationale Bank, M.J.C. Masangu, gepland. Een tête-à-tête dat met mysteries omgeven blijft, debet wellicht aan het feit dat Masangu een van de weinigen is die door de internationale financiële wereld nog serieus wordt genomen, maar het verkorven zou hebben bij Kabila. Officieel heeft Michel hem nooit ontmoet. De agenda van de minister mag dan niet gepubliceerd worden, dit onhandige manoeuvre, inclusief de naam van de betrokkene, haalt wel de Franstalige pers. De rode lichten springen aan: off off, luiden de mededelingen rond deze demarche.

Michel spreekt vandaag ook met de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Thomas R. Pickering, om zijn voorgenomen Centraal-Afrika-offensief tegen het licht te houden. De bemerkingen van Michel na deze ontmoeting en die met Pickerings baas Albright vormen de prelude van de grootste en internationaal opvallendste aanvaring. Een incident met diepe wortels in onze koloniale geschiedenis.

Michels pessimistische discours over de vredesakkoorden van Lusaka, die vrede in Kongo moeten brengen, is doorspekt met offs. Dit is de nieuwe openheid van paars-groen, maar dan met een zwart lapje, beurtelings een oog bedekkend. Diplomatieke striptease. De Amerikanen, met als hun bondgenoot Rwanda, zijn uiterst somber over de situatie in Kongo en al helemaal over het onvoorspelbare handelen van president Kabila. Maar dat mag niemand weten, want de president is nog nodig om de vredesakkoorden uit te voeren. En dan komt het. Michel vindt dat een Kabila die, zoals hij begin van de week had gedaan, zijn bevolking het bezit van deviezen verbiedt, zichzelf tot persona non grata maakt voor België. Michel kondigt stoer aan dat hij de Kongolezen zaterdag eens diplomatiek de oren zal wassen. "Ik moet hen een paar onvermijdelijke vragen stellen", luidt het voornemen, "want achter hun beslissingen kan ik geen enkele logica ontdekken."

Gecombineerd met een paar zware off-bemerkingen van de minister wordt het een explosief cocktailtje. Michel, en dus België, zo schrijft de krant Le Soir twee dagen later, breekt met Kabila. De timing kon niet beter. Of slechter, als je minister bent. Die zaterdagochtend, de publicaties over Michels aanval op Boutmans vallen even in het niet, mag onze minister aan zijn Kongolese confrater van Buitenlandse Zaken Yerodia A. Ndombasi uitleggen dat er geen sprake is van een breuk met Kabila.

Michel lijkt alvast de Kongolees te hebben overtuigd. Yerodia, een berucht Tutsi-hater, deelt ten overstaan van de pers een paar sneren uit aan de Brusselse krant en lijkt het allemaal niet zo hoog op te nemen. Hij heeft een gemoedelijk praatje gehouden met Michel en hem, "met het respect dat een oom toekomt", ongezouten de visie van Kinshasa gegeven.

Michel neemt een paar uren later de journalist nog eens apart en tracht de man duidelijk te maken dat hij zich heeft vergist. Diens verdediging houdt gemakkelijk stand. Tegen de waarheid, ook al gaat het om een vrije interpretatie daarvan, houdt weinig steek. Het Belgische bootje heeft op weg naar Afrika de eerste averij opgelopen. Aan 46th Street gonst de mare dat ook Albright de minister om opheldering heeft gevraagd over diens solo-demarche richting Kongolezen. De andere versie luidt dat de VS Michel voor hun karretje hebben gespannen om te zien hoe snel Kabila aan het wankelen gaat als de internationale druk op hem wordt opgevoerd. Off off off the record.

zaterdagmiddag Gezinnen trekken erop uit in Manhattan, krasse vijftigers roetsjen voorbij op hun rollerblades en het hectische doordeweekse ritme valt terug naar een menselijker tempo. Als zowat alle leden van de Belgische karavaan elkaar weinig diplomatisch laten weten terug naar huis te willen; wordt onze 'Minister of Foreign Affairs' uitgenodigd naar het spreekgestoelte van de grote vergaderzaal van de Verenigde Naties. "Wij Belgen hebben een instinctieve interesse voor het lot van Centraal-Afrika..."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234